Herman Brusselmans: 'Picasso had een oedipuscomplex van hier tot ginder, en hij wilde eigenlijk alleen met z'n moeder naar bed'

, door (hb)

19
brusselmans 1200

Pablo Picasso was een groot kunstenaar. Hoe kwam dat? Wel, hij kon goed schilderen. Dat was niet altijd zo: in z’n jeugd was hij een belabberd schilder. Er zijn een paar schilderijen overgebleven uit z’n pubertijd en die zijn om op te schieten. Op één ervan, ‘De geschilde patat’, zie je hoe een huisvrouw met de kop van een ooievaar een aardappel staat te jassen terwijl haar dochter, een op een schnauzer gelijkende griet met dikke tetten, zit te jongleren met bakstenen. In die tijd twijfelde Picasso nog tussen het symbolisme, het pointillisme en het kubisme. Bovendien had hij wel wat anders aan z’n hoofd.

Bij het voetballen had hij een bal keihard tegen z’n kloten gekregen, waarna hij zeven maanden aan een stuk bloed heeft gepist. Dat is niet handig bij het masturberen of bij het op een andere manier klaarkomen, en Picasso bleef maagd tot z’n 21ste, mede omdat hij vond dat meisjes stoute kindjes waren. Die hele Picasso had natuurlijk een oedipuscomplex van hier tot ginder, en hij wilde eigenlijk alleen naar bed met z’n moeder, mevrouw Picasso, die echter frigide was omdat haar man op een keer in plaats van z’n lul een loden pijp in haar flamoes had geramd, en in die tijd was dat voldoende om een vrouw afkeer te laten krijgen van seksualiteit.

'Die hele Picasso had een oedipuscomplex van hier tot ginder, en hij wilde eigenlijk alleen naar bed met z'n moeder'

Hoe dan ook, Picasso wilde per se blijven schilderen en hij ging les volgen bij de Franse expressionist Jean-Claude Du Pacquet, die later in de vergetelheid zou verdwijnen, ofschoon enkele van z’n schilderijen, zoals ‘Het weesmeisje op klompen’, ‘De spijsvertering van Winnetou’, en ‘De roze loodgieter’ tot de top van het expressionisme behoorden. Maar Du Pacquet werd in de pers doodgezwegen omdat hij achttien vrouwen anaal had verkracht zonder de stront van z’n eikel te wassen. Stront was in de 19de eeuw niet iets waar je de blits mee kon maken, en de substantie werd over het algemeen beschouwd als onrein. Daar trok Picasso zich allemaal niks van aan, en hij zoog het onderwijs van Du Pacquet op. Op z’n 24ste mocht hij zich een volleerd kladderaar noemen, en hoe triest en vol verdriet was hij toen z’n geliefde leermeester Du Pacquet zelfmoord pleegde door in de aalput van boer Sylvain te springen, slechts gekleed in een babydoll. Weet je, die hele Du Pacquet was, zoals de meeste kunstenaars, een regelrechte gek.

Picasso stond plots op eigen benen, besloot om een fulltime macho te worden en lustte de vrouwtjes rauw. Hij begon de ene relatie na de andere, en telkens droeg hij z’n kersverse minnares op om z’n muze te worden, en als ze dat weigerde gaf hij haar een paar muilperen tegen haar godverdomde bakkes. Z’n grote liefde werd van lieverlede Dora Maar, een mokkel van bescheiden afkomst, in die zin dat haar vader, Aloïs Maar, een verkoper was van floeren puntmutsen, en haar moeder, Juliana Maar-Koch, een bezienswaardigheid in rondtrekkende freakshows, dankzij haar navel, die zo diep was dat toeschouwers er iets in mochten roepen, en dan klonk er een langgerekte echo. Uiteraard gebruikte Picasso Dora Maar als model, met als resultaat schilderijen als ‘Dora zit kiezelsteentjes te tellen’, ‘Kom naar huis kutwijf’ en ‘De buste van een vrouw’, het beste werk van Picasso tot dan toe, met Dora’s gezicht in twee delen, en met op haar kop een drietal hoeden, en in haar linkeroor groene smurrie, die volgens de Picasso-biograaf John Frutson, smaakte naar ‘spinazie in roomsaus die een paar dagen in de zon heeft gelegen.’

Laat het nu uitgerekend dit topwerk van Picasso zijn dat in 1999 gestolen werd op het schip van de eigenaar, de sjeik Abdul Mohsen Abdullah Al-Sheik. Wie de dief was, was vooreerst niet duidelijk, tot de verdenking viel op de gevluchte Sven Svensson, een Zweedse grimespecialist, die de sjeik voltijds in dienst had genomen om z’n make-up op peil te houden. Wat er vervolgens allemaal gebeurde met ‘De buste van een vrouw’ is onduidelijk, al kwam het erop neer dat het meesterwerk via allerlei kanalen in het bezit raakte van de Amsterdamse penoze, die er op den duur op uitgekeken raakte, ervan af wilde, en de Nederlandse kunstdetective Arthur Brand belde, met de woorden: ‘Kom dat flutschilderij maar halen, het hangt in de weg.’

Brand stapte op z’n fiets, haalde het schilderij op in een sjiek pand op de Herengracht, en gaf het aan de verzekeringsmaatschappij, die het terugschonk aan de sjeik. Jammer dat Picasso het allemaal niet meer meemaakte.

Humo 4100/14 van 2 april 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 2 april 2019

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: