Heleen Debruyne: 'Al die peilloze dieptes van de geest, die diepgewortelde motieven, angsten, overtuigingen en verlangens, dat onderbewuste: allemaal onzin'

, door (hdb)

15
a1
© belgaimage

Ik bedank mijn vriendinnen voor de goede raad, maar maak toch nooit een afspraak. Zo’n psycholoog zou dan samen met mij gaan graven in mijn innerlijke wereld. Op zoek gaan naar mijn diepgewortelde motieven, angsten, overtuigingen en verlangens, misschien zelfs naar mijn onderbewuste, kortom: naar mijn authentieke zelf. Maar mijn zelf voelt helemaal niet diepgeworteld. Mijn zelf is enorm labiel. Waarom twijfelde ik voortdurend aan de ene relatie en kies ik zonder twijfelen voor de andere? Onmogelijk dat terug te halen. Als ik een verklaring verzin – het ene lief laat me mezelf zijn, het andere doet me denken aan de relatie met mijn moeder, et cetera – dan voelt dat vals, verzonnen. De waarheid is dat ik het zelf niet begrijp.

Logisch: er valt niets te begrijpen. Dat beweert psycholoog Nick Chater in zijn boek ‘The Mind Is Flat’. Al die peilloze dieptes van de geest, die diepgewortelde motieven, angsten, overtuigingen en verlangens, dat onderbewuste waar we alsmaar naar zitten te zoeken: allemaal onzin, volgens hem. We verzinnen dat allemaal ter plekke. Het brein is een behendige improvisatiemachine, onder de oppervlakte schuilt er niets. Onze geesten zijn niet eenduidig en consistent, ze zijn volatiel en beïnvloedbaar. Er zijn geen verborgen waarheden, er is geen onveranderlijke kern van ons wezen. Er zijn alleen de gedachten en gevoelens in het nu. Die baseert ons brein op wat het in het verleden gezien, gehoord, gevoeld of gedacht heeft. Zo ontstaan bepaalde gewoontes in het denken, en dat verwarren we met het idee van de diepere kern van het zelf.

'Het verhaal dat uit die gesprekken komt is niet de waarheid, het is ook een door ons brein geïmproviseerd verzinsel.'

Toch gelooft Chater dat psychotherapie nuttig kan zijn. Gesprekken met een psycholoog helpen mensen om de verwarring en incoherentie die eigen is aan hun brein te stroomlijnen. Maar het verhaal dat uit die gesprekken komt is niet de waarheid, het is ook een door ons brein geïmproviseerd verzinsel. Zo’n helder verzinsel – de relatie met mijn moeder heeft me onzeker gemaakt – maakt de dingen wel overzichtelijk. Ik zou het ook wel willen, maar ik kan er niet in geloven.

Te verbeten graven naar je authentieke gevoelens vindt Chater dan weer gevaarlijk. Er is geen onderscheid tussen ware en valse emoties. Wie dat wel gelooft, kan lelijk verstrikt raken in de zoektocht naar een verborgen innerlijke waarheid die er niet is.

Chaters hypothese – dat de geest niet peilloos is, maar het wiebelige product van improviserende hersenen – kun je van een deprimerend leegte vinden. Mij lucht het op. Iedereen heeft zo zijn beperkingen: genen, sociaal-economisch achtergrond, lichamelijke capaciteiten, opvoeding, nare ervaringen in het verleden. Maar binnen de grenzen van mijn beperkingen kan ik mijn authentieke zelf lekker bij elkaar improviseren.

Humo 4101/15 van 9 april 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 9 april 2019

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: