Herman Brusselmans: 'Lena en ik vinden Philippe Geubels het grootste komische talent van ons land'

, door (hb)

63
brusselmans 1200

'Binnenkort ga ik zelf een tv-reeks schrijven, getiteld 'Brus', die snel te zien zal zijn op de betaalzenders'

Zoals m’n tienduizenden fans weten, ben ik een hardwerkend Vlaams auteur. Ongeveer acht uur per etmaal zit ik aan m’n schrijftafel. ‘Wat zit je daar in godsnaam te doen?’ zal men zich afvragen. Wel, ik ram m’n HP-computer ongeveer naar de vaantjes. Ik schrijf nagenoeg van alles, van puntgave artikelen tot diepgravende columns, luchtige toneelstukken, verkwikkelijke essays en uiteraard m’n door geen levende ziel geëvenaarde romans.

Over een paar maanden verschijnt ‘De tafel’, over m’n onvermoede vlucht naar Amsterdam. In januari 2020 is het de beurt aan ‘Bloed spuwen naar de hematoloog’, over m’n staat van bewusteloosheid. En in het najaar van 2020 zal ‘Vertrouw mij, ik kom uit de veehandel’ aan het grote publiek worden toevertrouwd, en dat is dan weer een verslag van de maanden waarin ik in m’n huis een oude, hulpeloze vrouw heb opgevangen, per toeval geen islamitische vluchtelinge maar een rasecht Kaukasisch besje, dat was verstoten door het OCMW, geen familie of vrienden had, en nul cent op haar spaarboekje, zodat ik haar onderdak en voedsel heb geboden, en in ruil daarvoor slechts haar hulp in het huishouden verlangde, koken, poetsen, kleine klusjes uitvoeren, dat soort dingen, waarbij ik haar op den duur ontlastte van het koken, want op een keer had ze beulingen gebakken waarvan ik drie dagen het vliegend schijt kreeg, en als ik aan iets een hekel heb, is het de schijterij.

Maar goed, al die romans staan op stapel en putten mij helemaal uit, maar ik ben geen kleinzerige minkukel en ga altijd maar door en door en door. Uiteraard verlaat ik af en toe de schrijftafel om mij te ontspannen. Dan onderneem ik bijvoorbeeld een ritje op m’n Triumph Speed Twin, met achterop m’n uiterst intelligente en mooie verloofde Lena, een geboren Amsterdamse, die zich echter in enkele jaren prima heeft aangepast aan onze cultuur en tevens onze taal, en ze kan reeds zonder accent zeggen: ‘Allee gij’, ‘Kust nu mijn kluutten’, en ‘Gij zijt gij zot zeker, scheefzeikerd’. Op de motor rijden we dan naar het platteland, en we houden even halt bij café-restaurant d’Ouwe Hoeve in Deurle, waar we een kop koffie of thee drinken, en waar we ons onderhouden met enkele plaatselijke burgers, pratende over allerlei onderwerpen, zoals het weder, de invloed van wijlen Paul Severs op de Vlaamse popmuziek, de ineenstorting van het oude Europa, en de boeken van Ilja Leonard Pfeijffer, die hun deuntje meeblazen qua stilistiek, vormgeving en – het dient gezegd – bijzonder saaie uitweidingen over de mens en z’n onnatuurlijke habitat. Het is wel zo dat de meeste burgers van Deurle nog nooit van Ilja Leonard Pfeijffer gehoord hebben en niet eens weten hoe ze z’n naam moeten spellen.

Na de motorrit begeven Lena en ik ons terug naar het centrum van Gent, waar we immers woonachtig zijn, en dan maken we samen een maaltijd klaar, meestal gebaseerd op tonijn, gekookte eieren, zelfgekweekte prei en spinazie op een bedje van grootmoeders witverlies. Wat kan het ons allemaal schelen, we zijn twee misantropische, zwartgallige personen, die vinden dat niks deugt, dat de aarde dient te ontploffen en dat er vanavond weer niks op tv is. Gelukkig is er de betaalzender Telenet, waarop je ondanks alles allerlei leuke dingen kan bekijken, soms zelfs nog voor die prachtprogramma’s ook worden uitgezonden op de reguliere zenders. Zo is er de schitterende nieuwe serie ‘Geub’, en alle afleveringen daarvan hebben Lena en ik aan één stuk door bekeken, met als resultaat dat we Philippe Geubels, het hoofdpersonage, nog meer dan vroeger het grootste komische talent van ons land vinden. Ik ga natuurlijk niet verklappen waar ‘Geub’ precies over gaat, om de kijklust van anderen niet te vergallen, maar wel kan ik zeggen dat Philippe Geubels de pannen van het dak acteert. Neem nu aflevering drie, waarin hij naar de bakker gaat om een brood, per ongeluk niet bij de bakker maar bij de beenhouwer binnenloopt, daar een paraplubak koopt, onderweg naar huis aangerand wordt door een bosneger, die niet alleen Geubs paraplubak steelt maar hem ook achterwaarts in de reet naait, en je zou hem eerst bijna niet herkennen, maar de bosneger wordt fabuleus vertolkt door Jan Decleir met z’n bakkes vol zwarte schoensmeer. Racistisch? Misschien wel, maar toch ook heel grappig. En zo zie je maar dat ook een gestaag arbeidende artiest als ik weleens verstrooiing kan vinden dankzij het medium televisie. Binnenkort ga ik trouwens zelf een tv-reeks schrijven, getiteld ‘Brus’ en snel te zien op de betaalzenders.

Humo 4102/16 van 16 april 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 16 april 2019

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: