Marc Didden: 'Asbak: The Sequel'

, door (md)

Deel
diddy 1200

Sindsdien werken ze wel weer, dank u, maar opmerkelijk trager en triestiger ook.

Mijn moeder had niet veel nodig om aan gelijk wie en ongevraagd te melden dat ze eigenlijk op de wereld was gezet om actrice te worden. Een wereldoorlog of twee hadden daar een stokje voor gestoken, maar diep in haar binnenste wist ze: ‘Ich bin eine Schauspielerin.’

Al was ze ook gewoon ooit op een warme zomerdag in augustus 1917 in een barak van een kamp in Amersfoort geboren met als enige status: vluchteling.

Later werd ze dan wel officieel Huisvrouw, een eretitel die ze bevochten had door bij de burgerlijke stand te gaan opspelen, boos omdat op haar identiteitskaart te lezen stond: ‘Beroep: zonder’.

Waarom ik over mijn moeder begin?

Omdat ik op het terras van een koffiebar zit te kijken naar een stinkende asbak, een voorwerp waaraan de Schauspielerin een grondige hekel had. Wanneer het gulzig sigaren, sigaretten en cigarillo’s rokende bezoek afscheid genomen had en zij alles afruimde, hoorde ik haar weleens theatraal klagen dat ze nog liever had gehad dat mijn vaders’ vrienden op tafel gescheten hadden dan dat die berg as in die bewuste bakken terechtgekomen was. Mijn tienjarige ik beeldde zich al die kakmannen meteen levendig in en kon dan een kleine monkellach zelden onderdrukken.

O zoete vogel van de jeugd. Marc Didden

Humo 4102/16 van 16 april 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 16 april 2019

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: