Peter Doherty: 'The Libertines waren de hel. Nu kan ik tenminste doen wat ik wil'

© ROGER SERGENT

, door (nj)

11

Doherty is met zijn manager Jai Stanley, een oude schoolkameraad, naar Brussel komen afzakken om de Belgische pers te woord te staan over de titelloze plaat die hij gemaakt heeft met The Puta Madres, sinds enkele jaren zijn vaste begeleidingsgroep. Althans: dat was de bedoeling. Dat de praktijk weerbarstiger is, blijkt al wanneer ik bij het binnenwandelen van de hotellobby te horen krijg wat iedere muziekjournalist vreest wanneer hij op het punt staat om Pete Doherty te interviewen: ‘Pete is spoorloos.’ Die zin, zo leert de ervaring, betekent in het beste geval dat het schema vertraging oploopt, in het slechtste dat Pete de rest van de dag niet meer komt opdagen, en dat je dus onverrichter zake terug naar huis kunt gaan.

Dit keer heb ik geluk: een kwartier later al komt Jai melden dat hij zijn poulain gelokaliseerd heeft, en dat het interview dus kan plaatsvinden. Fijn, al koester ik nog maar weinig hoop op iets wat enigszins op een normale babbel lijkt: wie te horen krijgt dat Pete Doherty ‘heel erg moe’ is, weet dat hij zich aan een gesprekspartner mag verwachten die amper nog tot spreken in staat is. Bovendien is er nog een journalist vóór me in de rij, en kan alles dus nog mislopen. Ik besluit eieren voor m’n geld te kiezen, en alvast een praatje te slaan met Jai: mocht het interview met Pete alsnog in het water vallen, dan heb ik tenminste dát. Het blijkt een goed idee te zijn: Jai – ‘Ik haat het wanneer mensen mijn naam als Jay schrijven’ – is een buitengewoon aimabele kerel, die ook nog eens graag vertelt.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: