Een puber van twee getuigt: 'Het gezicht van de kinderarts toen hij schaamhaar zag bij een 2-jarige: priceless!'

, door (red)

32
vrijbeeld

Ik kon nog niet praten, ik kon nauwelijks lopen, maar ik kreeg al schaamhaar. Zelf herinner ik me niets uit de tijd vóór mijn puberteit, vóór de vleselijke lusten, de impulsen, de spanning, de woede en het geweld. Zo was het ook gegaan bij mijn vader en bij mijn grootvader. We zijn allemaal drager van een erfelijke genetische mutatie op chromosoom 2 in het DNA. Bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd stimuleert dat gen de eisprong, bij mannen brengt het de productie van testosteron op gang. Als dat gen gemuteerd raakt, leidt het tot vroegtijdige puberteit. Het is een uiterst zeldzame ziekte die alleen mannen krijgen omdat je er testikels voor moet hebben, en daarom wordt de ziekte ook wel testotoxicose genoemd. De testikels krijgen het signaal dat het lichaam klaar is om in de puberteit te raken, waarop het vol testosteron stroomt: het beendergestel begint vroegtijdig te groeien, de spiermassa neemt toe en het lichaam raakt behaard. Lichamelijke veranderingen die bij de puberteit horen, maar die starten op je 2de in plaats van op je 13de. Volgens schattingen zijn we met hooguit enkele honderden op de wereld.

Het gevoel dat ik een freak was, heb ik tot diep in de volwassenheid gehad, en het was zo erg dat ik er alleen met heel dichte vrienden en familieleden over wilde praten. Tot vier jaar geleden, toen mijn vrouw en ik een baby probeerden te krijgen, en we pas na twee jaar en talloze momenten van vreugdeloze seks besloten een ivf-behandeling te ondergaan. We hadden vijf levensvatbare embryo’s. En toen kwam ik voor de moeilijkste beslissing van mijn leven te staan. Het was mogelijk om uit te zoeken of één van de embryo’s het gemuteerde gen droeg. De mutatie die verantwoordelijk was voor mijn gewelddadige, antisociale gedrag als jongen. De mutatie die mijn vader, opa, overgrootvader en mijzelf die problematische adolescentie had bezorgd waardoor we in de gevangenis waren beland, of nog erger. Als één van onze embryo’s een mutatie van het gen had, dan konden we die wegnemen. Zo zou mijn lichaam de laatste halte zijn van de ziekte die generaties lang zo’n overheersende rol in mijn familie heeft gespeeld.

Er was geen reden om het niet te doen. Maar toch aarzelde ik. Ja, mijn kindertijd was ongewoon moeilijk geweest, maar nu was ik 34 jaar en ik had een mooi leven. Hoe zou mijn leven eruit hebben gezien als ik datgene wat mij heeft gemaakt tot wie ik ben, had uitgeschakeld? Maar kon ik toekijken terwijl mijn zoon leed, wetend dat ik hem dat had kunnen besparen? Ik wist het niet. Dus ging ik terug naar mijn kindertijd. Terug naar dat eerste babyschaamhaartje.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: