Uit de platenkast van Mauro:‘ D.o.A: The Third and Final Report of Throbbing Gristle’

, door (mauro)

Deel
Uit de platenkast van Mauro: 'Mauro Pawlowski'

Mocht ik vandaag 4 jaar zijn, ik zou waarschijnlijk graag luisteren naar Billie Eilish en André Hazes jr.. Nu gis ik natuurlijk maar wat, maar op die leeftijd werd ik me bewust van de emotionele impact van muziek. Het was 1975 en enkele hits van toen hebben tot op de dag van vandaag een blijvende invloed op mij. Waaronder

‘I Can Help’ van Billy Swan, ‘Down Down’ van Status Quo en ‘Love Is All’ van Roger Glover. Een paradijselijke en zorgeloze tijd, het jaar dat mijn grootvader stierf aan stoflong. In 1975 werd ook popgroep Throbbing Gristle opgericht. Komende uit de extreme performance art hadden ze voordien als ‘COUM Transmissions’ al een hoop misbaar veroorzaakt, met als hoogtepunt een krantenartikel waarin een conservatief parlementslid hen uitriep tot ‘verwoesters van de beschaving’. Altijd goed om later in je subsidieaanvraag te vermelden. Ook zou ik de dienaar van het volk dankjewel zeggen voor alle reclame. En hem later nog een door de band gesigneerd exemplaar schenken van ‘D.o.A: The Third and Final Report of Throbbing Gristle’. Hun zelfbenoemde genre industrial music for industrial people is alvast iets dat mijn bitter weinig veranderd 4-jarig zieltje altijd zal blijven appreciëren. In het universum van de eerste golf industrial music (niet te verwarren met het latere industrial, dat meestal klinkt als gothic metal met drummachines) draait het vooral rond transgressie, het overschrijden van grenzen. Waarvan akte in het geval van Throbbing Gristle. Ze gaven de beschaving de muziek die ze verdient.

Humo 4103/17 van 23 april 2018

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 23 april 2019

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: