Optimist tot in de kist: werken als begrafenisondernemer

, door (hm)

47
komen te gaan 1200
één| Bekijk programma-info »

'Awoe, awoe voor ons moe!'

HUMO Zijn er ook mooie kanten aan dit beroep?

Boris Van Steenkiste «Zeker, echte schoonheid vind je overal. Ik kan genieten van een loodrecht gegraven put met gave wanden, of een doordacht samengestelde bloemenkrans. Af en toe heb je ook doden met een bekoorlijke lijkgeur, met frisse boventonen van bedorven boter en zure melk, een beetje zoals yoghurt. Voor ik met zo’n dierbare aan de slag ga, ruik ik er zorgvuldig aan. Vergelijk het met een glas uitstekende wijn: je concentreert je eerst even op het aroma voor je ervan nipt.»

HUMO Valt er ook weleens wat te lachen?

Van Steenkiste «Een beetje té vaak, eigenlijk. Ik schat dat bij één op de twintig sterfgevallen de nabestaanden dolenthousiast zijn. Ooit kwam ik bij een kersverse weduwnaar bij wie de rest van de familie de polonaise danste rond de tafel, waaraan ik samen met die man een rouwbrief probeerde op te stellen. Dan wordt het moeilijk om je taak op waardige wijze te vervullen.»

HUMO Getuigt het gedrag van die familie niet van weinig respect tegenover iemand die net een vreselijk verlies heeft geleden?

Van Steenkiste «De weduwnaar had zélf een papieren hoedje op zijn hoofd, en hij maande mij gierend aan om dingen op de brief te zetten als: ‘Op 23 april is van ons heengegaan: Yvonne K., rotwijf van de heer Karel K.’ Daar had ik het natuurlijk moeilijk mee. Iemand anders riep dan weer: ‘Schrijf anders op: ‘Na een veel te lang leven ging van ons heen: Yvonne K.’ of ‘Moeder, wij zullen je missen... als kiespijn!’’ Een begrafenisondernemer maakt de vreemdste situaties mee.»

HUMO Hoe heb je dat opgelost?

Van Steenkiste «Uiteindelijk werd het een compromis: ‘Tot onze grote opluchting is Yvonne van ons heengegaan.’ Ik heb in ruil een andere toegeving moeten doen. De kist werd aangevuld met oude verfblikken, kapotte fietsbanden en ander afval. ‘Als het dan toch richting verbrandingsoven gaat, dan scheelt ons dat een ritje naar het containerpark,’ opperde één van de dochters.»

HUMO Vanwaar die afkeer voor de overledene?

Van Steenkiste «Haar kookkunsten waren onvoldoende. De nabestaanden waren naar eigen zeggen opgegroeid met flauwe soep en platgekookte aardappelen. Dat werd in de kerk ook uitgebreid verteld. ‘Ons moeder kon niet eens een aanvaardbaar spiegelei bakken,’ meldde de oudste zoon in zijn toespraak, ‘zelfs een boterham smeren lukte nooit helemaal. Oké, ze heeft als bio-ingenieur baanbrekend werk verricht in de strijd tegen malaria, maar wat ben je daarmee als je thuis pakjessoep zit op te lepelen waarin nog brokken drijven? Laat ons dus samen driewerf ‘Awoe, awoe voor ons moe!’ roepen.’ Dat werd een aangrijpend moment, want dat boegeroep kwam recht uit het hart.»

HUMO Was dat de vreemdste begrafenis die u ooit hebt meegemaakt?

Van Steenkiste «Nee, dat was die van mijn broer Stan, die ook in ons bedrijf werkt.»

HUMO Het moet vreemd zijn je eigen broer te begraven.

Van Steenkiste «Zeker als hij nog leeft, want dat was het geval. Stan ging nogal vaak op café, en op een nacht is hij – zo bleek later – niet meer tot in zijn bed geraakt. Hij was in de werkplaats in een kist gaan liggen en was daar in een halve coma geraakt. De volgende ochtend riepen wij een hulpdrager op voor een begrafenis. Onze Stan ligt nog in zijn bed te stinken, meenden wij. Maar toen wij de kerk binnenstapten, met de lijkkist geschouderd, hoorden wij een zacht geklop, en een stem die fluisterde: ‘Hé, mannen, ik ben het, Stan!’

»Toen moest ik snel nadenken. ‘Stan,’ zei ik zo onopvallend mogelijk, ‘hou het rustig, en wees geduldig!’ De aanwezigen waren van mening dat ze een jonge weekenddode begroeven, en we hebben hen uit respect in de waan gelaten. Na de mis ging het naar het kerkhof. Het groeten van het graf duurde erg lang. Toen iedereen eindelijk weg was, hebben we Stan weer opgegraven. Hij was eventjes boos, omdat we hem wakker hadden gemaakt: hij had zijn roes verder uitgeslapen tijdens de dienst en de teraardebestelling. Gelukkig zonder te snurken. Het was eigenlijk een bizarre grap, maar we hebben er niet om gelachen. Want zoiets doe je niet op een kerkhof.»

Humo 4105/19 van7 mei 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 7 mei

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: