Herman Brusselmans: 'Er zijn meer mafkezen en gekken dan fascisten die het de Joden moeilijk willen maken'

, door (hb)

412
a1
© belgaimage

Uit een rapport van de universiteit van Tel Aviv en het Europees Joods Congres blijkt dat België, na Frankrijk, de Joodse bevolking het meest discrimineert van alle EU-landen middels naziretoriek, Holocaustontkenning, verbale agressie, vandalisme en regelrecht geweld. De aanvallen komen zowel uit de linkse, de rechtse als de moslimhoek. Vaak wordt een link gelegd tussen fascisme en Jodenhaat, te wijten aan de Tweede Wereldoorlog, maar er zijn meer mafkezen en gekken dan fascisten die het de Joden moeilijk willen maken. De communisten zijn altijd klootzakken geweest die de Joden het leven zuur hebben gemaakt. Stalin, één van de opperklootzakken uit de geschiedenis, heeft meer Joden kapotgemaakt dan Hitler.

De vraag is en blijft te allen tijde: wat hebben de Joden andere mensen of ideologieën misdaan? Nou ja, ze hebben Jezus Christus vermoord, hoewel dat uiteraard niet de enige reden is, want lang vóór Jezus Christus geboren werd, waren ze al kop van Jut. Al in de oudheid moesten ze dekking zoeken, zich verschuilen en op de vlucht slaan, waarbij een groot deel van hen niet bijtijds kon wegkomen en werd afgeslacht. Geen enkel volk werd met zoveel stereotypen besmeurd als de Joden. Ze zouden gierigaards zijn, geldwolven, aftroggelaars, dieven, bedriegers, onrechtmatige mogols, gluiperige machtzoekers, noem maar op, terwijl ze gewoonweg altijd de kennis, het verstand en de individuele talenten hebben gehad om zich op te hijsen tot de hoogste sporten van de ladders. Een hoog percentage van de grootheden in de industrie, de kunst, het bankwezen, de economie, het entertainment en de wetenschap is altijd Joods geweest, en is het nog steeds. Alleen in sport zijn de Joden geen uitblinkers, al heeft de Joodse middenvelder Abraham Cohen in 1956 het beslissende doelpunt gescoord voor de Bolton Wanderers, en wist de Joodse ruiter Isaac Weinberg z’n paard Saulus als eerste over de eindmeet te laten rennen in de Ascot-race in 1964.

Maar hoe dan ook, de meeste Joodse mensen zijn eenvoudigweg heel aangename, leuke en toffe personen, ook als ze in feite maar half-Joods zijn. Neem nu m’n grootvader Frans. Z’n moeder Urbanie was een doorsnee Vlaams meisje, maar z’n vader Mozes was een rasechte Jood, die aan het eind van de 19de eeuw vanuit het zuiden van Hongarije, waar hij onterecht beschuldigd was van het stelen van vierhonderd paraplubakken, verkast was naar België, en zich in Moerzeke had gevestigd als huis-aan-huisverkoper van vloeren lingerie voor dikke vrouwen. Hij was daarin heel succesvol, en tevens wierp hij zich op als reserveofficier bij het Belgische leger. Als dusdanig heeft hij gevochten in de Eerste Wereldoorlog, en in de streek rond Ieper meer dan zestig Duitsers omgelegd met z’n buks.

Het probleem met Duitsers is dat ze niet snel vergeten, en in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog werd Mozes Lenstein, die ondertussen z’n naam had veranderd in Modeste Lenssens, geviseerd door de moffen. Niet alleen omdat hij hen bij hun pietje had gehad in de Eerste Wereldoorlog, maar natuurlijk ook omdat hij Joods bloed had, net als z’n enige zoon Frans. Samen doken ze onder in de bossen van Lembeke, waar ze zich voedden met grassen, mossen, bladeren en kleine kruipdieren. Ze konden vanzelfsprekend geen vijf jaar in die verdomde bossen blijven zitten, en op den duur namen ze het risico om weer de buitenwereld in te trekken, vermomd als het komische duo Snoeter & Snater. M’n overgrootvader was Snoeter, de aangever, en m’n grootvader Snater, de man van de catch lines en de grappen. Om de vermomming te doen slagen had zowel Modeste als Frans een stuk van z’n neus gehakt, opdat die er niet al te Joods meer zouden uitzien. Bovendien hadden ze hun haar geblondeerd en droegen ze blauwe ooglenzen. Waar haalden ze die vandaan? Nou, bij een opticien in Lovendegem. Snoeter & Snater werden heel succesvol en traden zelfs op in de kantine van de SS in Ursel, waar die rottige nazi’s zich te pletter lachten, vooral met de sketch over de bruine streep in de onderbroek van Winston Churchill. Modeste en Frans overleefden de oorlog en kregen in 1949 een medaille van de koning, die ze meteen in de sloot gooiden, want ze waren niet dol op medailles. Ik bedoel, dankzij m’n voorouders ben ik geschapen, en ik zal hun, en tevens het hele Joodse volk, daar altijd dankbaar voor blijven.

Humo 4105/19 van7 mei 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 7 mei 2019

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: