Herman Brusselmans: 'Ik heb m'n tante Sonja rond een paal zien slingeren op haar 83ste en niet weinig mannen vonden haar performance geil'

, door (hb)

165
a1
© Belgaimage

Als de levensverwachting nog stijgt, moeten we een systeem introduceren waarbij mensen telkens een maand langer werken, dat is de enige manier om de pensioenen betaalbaar te houden,’ zegt Bart De Wever. Hij heeft dik gelijk. Tegen 2030 is de gemiddelde levensverwachting van mannen 89,3 jaar en van vrouwen 94,6 jaar. Het zijn dus vooral de vrouwen die veel langer moeten werken, ook daarin heeft De Wever gelijk. Eigenlijk is hij een fantastische politicus, die het telkens bij het rechte eind heeft. Wat is er immers op tegen dat vrouwen tot ongeveer hun 85ste levensjaar aan de arbeid blijven? Meestal hebben ze baantjes die makkelijk heel lang uit te voeren zijn, zoals poetsvrouw, barjuffrouw, CEO van een pannenkoekenbeslagbedrijf, schoenenverkoopster of paaldanseres. Nu zullen sommigen zeggen: een paaldanseres van in de 80, die is toch niet om aan te zien? Dat noem ik puur seksisme. Ik heb m’n tante Sonja rond de paal zien slingeren op haar 83ste, en oké, ze liep daarbij een schedelbreuk op, maar niet weinig mannen, onder wie haar echtgenoot Sylvain, vonden haar performance heel geil.

Dat mannen vroeger ophouden met hun job is niet meer dan normaal. Zij doen namelijk al het zware werk, zoals steenhouwen, tarwe oogsten, voetballen bij de veteranen, in het leger bermbommen onschadelijk maken, putten graven, putten weder vullen, arduin oppoetsen, zemelen in zakken van 50 kilo verplaatsen, uit de wei ontsnapte koeien vangen, nootmuskaat uit hoge bomen plukken, rotsblokken halveren, stront scheppen in de kliniek voor schijtverslaafden en noem maar op. Bart De Wever weet waarover hij praat. Hij heeft persoonlijk eens, bij wijze van voeling te houden met de leefwereld van de gewone man, twee weken stront geschept in de kliniek voor schijtverslaafden Sint-Judoka in Merksem, en na die veertien dagen was hij zo uitgeput dat hij besloot om zelf te nimmer nog meer dan twee keer per week te schijten. En dat is nu net het fantastische aan Bart De Wever: hij verliest nooit het contact met Jan met de pet. Ik kwam hem laatst nog tegen op de parking van de VRT, en ik zei tegen hem: ‘Bart makker, zoals jij politiek bedrijft, daar kunnen Meyrem Almaci, Kris Peeters en John Crombez nog wat van leren.’ Bart trok nerveus aan z’n sigaret en zei: ‘Dank u wel, meneer Brusselmans.’ Hij stond bij de auto waarin z’n chauffeur op hem zat te wachten, en ik stond bij de auto waarin m’n chauffeur Muis op mij zat te wachten. Ik zei: ‘Neem nu m’n chauffeur Muis, Bart. Die is z’n hele leven postbode geweest, is nog maar in de 60 en toch al met pensioen. Wel, je mag het hem zelf vragen, maar Muis had liever post rondgebracht tot z’n 80ste, natuurlijk op voorwaarde dat hij van de Posterijen een elektrische fiets zou mogen gebruiken.’ Ik wist niet hoe het zo ineens kwam, maar Bart werd plotseling enorm nerveus en een beetje bleek in het aangezicht. ‘Wat is er, Bart?’ vroeg ik. ‘Krijg je een appelflauwte?’ ‘Ik moet dringend schijten,’ fluisterde hij, ‘nog maar de eerste keer deze week.’ ‘Ga ginder achter een struik zitten,’ zei ik, want op de parking van de VRT heb je vele struiken. Bart liep met de kaken van z’n gat tegen elkaar geklemd snel naar de dichtstbijzijnde struik, en ik reed met Muis naar huis, waar nog veel werk op mij wachtte, onder meer drie columns schrijven, een gedicht over te behaarde vagina’s concipiëren – in opdracht van de Boerinnenbond – en verder priegelen aan m’n op stapel staande roman ‘Niet bang zijn, kleine angsthaas’.

Dat is nog zoiets: er mag over langer werken en pensioen en al die shit gepalaverd worden zoveel je wil, maar dat geldt alleen voor mensen die ergens in dienst zijn, en niet voor zelfstandigen, die zich van leeftijdsgrenzen geen fuck aantrekken. Ik ben daaromtrent het beste voorbeeld, omdat ik – liever dan ooit een klein bedragje aan maandelijks pensioen te ontvangen – keihard doorga met werken tot ik erbij neder val, om aldus het niet onaanzienlijke fortuin dat ik tot nu toe bij elkaar heb gepend, nog te vergroten. Reeds op 6-jarige leeftijd zei ik tegen m’n moeder: ‘Mama, ooit wil ik rijk sterven,’ en m’n prachtige moeder zei: ‘Dat zal je zeker lukken, lief beertje.’ Hoe toekomstvoorspellend waren haar woorden! Maar goed, ik blijf erbij dat Bart De Wever het gelijk aan z’n kant heeft, en dat we tegen 2030 met z’n allen nog op de arbeidsmarkt moeten te vinden zijn, behalve misschien de invaliden onder ons, de suikerzieken, de comapatiënten en de politici. De lamzakken.

Humo 4107/ 21van 21 mei 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 21 mei 2019

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: