Herman Brusselmans: 'Wij waren zo arm dat het paard van mijn vader zelfmoord pleegde door zich in de Durme te verzuipen'

, door (hb)

65
a1
© BELGAIMAGE

 

In de middeleeuwen was het nog erger: toen mocht je niet eens preken in geitenstallen of je werd gevierendeeld, geradbraakt, en met je kloten aan een nageltje gehangen. Dus richtten de lagere klassen zich op de landbouw. Ze verbouwden quinoa, seitan en tofu. Maar in die tijd was niemand geïnteresseerd in die gewassen, en de armen verdienden zo goed als niks.

Dankzij de Verlichting en de Industriële Revolutie kwam er verbetering. De mensen konden tenminste in de fabriek of in de mijn gaan werken, om steenkool naar boven te halen, gasleidingen aan te leggen, of gebruiksvriendelijke voorwerpen te produceren, zoals paraplubakken, deurklinken, en deksels voor rioolputten. Die rioolputten moesten uiteraard gegraven worden, en zo konden velen ook weer aan het werk, dus als rioolputgraver.

Let op, deze arbeiders kregen heel weinig geld voor hun zware arbeid. Ik geloof dat de doorsnee werkman maar twee frank per uur verdiende. Natuurlijk was alles veel minder duur dan tegenwoordig. Een brood kostte anderhalve cent, een pingpongtafel negen cent, en sexy lingerie twaalf cent (acht cent voor de beha en vier cent voor de onderbroek). Nochtans werd sexy lingerie door de vrouwen van de arbeiders zelden gedragen, en knoopten ze eerder een linnen doek rond hun reet, met vele bruine strepen tot gevolg.

De twintigste eeuw bracht weder een belangrijke verandering. Door de oorlogen kwam er meer welvaart, want het is een bekend gegeven: na een oorlog wordt alles beter. De oorlog zelf moet je er uiteraard wel bijnemen. In de twee bekendste oorlogen (de Eerste en de Tweede) vonden vele jongeren emplooi als soldaat. Zij kregen vier frank per dag (in de Eerste) en negen frank per dag (in de Tweede). Als extralegale voordelen kregen ze een eigen geweer, een uniform inclusief een paar stevige bottines, en vanaf de graad van kapitein ontving je met Nieuwjaar een setje sexy lingerie voor je echtgenote. Vanaf de graad van luitenant-kolonel mocht je de sexy lingerie ook zelf dragen, wat de meeste stafofficieren meteen deden, want het Belgische leger stond bekend als het meest homoseksuele leger van heel Europa. De Belgische generaals die een uitgezakte kont hadden omdat ze zich door onderofficieren en gewone soldaten in het hol hadden laten naaien, waren niet te tellen. Een generaal verdiende overigens het 23-voudige van een gewone soldaat. Net daarom wilden de meeste gewone soldaten generaal worden, waar slechts een minderheid in slaagde.

De financiële toestand van de doorsnee Vlaming verbeterde opnieuw in de jaren 60. Zo hadden wij een buurman, en die haalde 12.000 frank per maand binnen. 12.000! Wat hij precies deed wisten we niet, hoewel m’n grootmoeder Maria op een keer zei: ‘Die verdomde pooier van hier rechtover heeft weer een nieuwe sportauto gekocht.’ Als kinderen wisten wij niet wat een pooier was. Wij wisten ook niet wat een hoer, een jeanolle, een junk, een pedofiel, of een oftalmoloog was. Ik dacht zelfs dat een pooier en een oftalmoloog één en dezelfde persoon waren.

Hoe naïef waren wij, kinderen, in die barre jaren 60! En hoe armoedig liepen wij gekleed, met name m’n broer, m’n zus en ik. M’n vader verdiende als veehandelaar heel weinig geld. M’n broer zei op een keer tegen hem, onwetend als m’n broer toen was: ‘Je zou waarschijnlijk meer verdienen als pedofiel dan als veehandelaar.’ Toen kreeg hij zo’n draai om z’n oren dat hij drie weken heeft rondgelopen met suizingen, hoewel ik denk dat m’n vader evenmin wist wat een pedofiel precies was. Hoe dan ook, de veehandel was een harde en weinig lucratieve stiel. Als je bijvoorbeeld tien koeien had, en negen ervan overleden aan mond-en-klauwzeer, nou, dan verloor je zodoende veel geld, zeker als die tiende koe, die gezond was gebleven, op een nacht uit de weide ontsnapte, waarna nooit meer een spoor van haar werd teruggevonden. In feite kon je op die manier beter géén koeien hebben dan tien. Dan zwijg ik nog over m’n vader z’n paard, Julien, dat zelfmoord pleegde door zich in de Durme te verzuipen. Ja, we waren arm. Dat beterde later, toen ik als schrijver in een paar jaar tijds miljonair was geworden, en veel geld schonk aan m’n vader, m’n moeder, m’n zus, m’n broer, en De Bond Tegen Zelfmoord Van Dieren. Voor de rest ben ik een heel sobere kerel, die leeft als een regelrechte schooier.

Humo 4108/22 van 28 mei 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van maandag 27 mei 2019

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: