Jan Mulder: 'Wielrennen is een hardere sport dan voetbal'

, door (jan mulder)

71
mulder 1200

'Als Froome over twee jaar zijn vijfde Tour wint, schaart hij zich bij de grootste renners aller tijden'

Mijn standpunt was dat voetbal harder is, wegens het contact met de tegenstander. ‘Een renner trapt urenlang lekker mee in de buik van het peloton, Eddy, met halverwege de koers een berg en op het eind een sprintje. Word je daar moe van?’ Merckx: ‘De koers is veranderd, meneer, ze vliegen er tegenwoordig vanaf de start in. In het eerste uur rijden ze meer dan 50 kilometer. In het tweede en derde uur ook. En die col: eentje gaat nog wel, maar zeven? Gaat ge eens mee naar het hooggebergte, Jan?’ Nee, dank je. Ik geloof het graag. Helemaal overtuigde hij me nét niet. De hardheid van voetbal wordt onderschat. Men leest over enorme salarissen, de pijn komt niet in de krant. De bruuske wendingen (Hazard) met de bal alleen al zijn ongezond voor de gewrichten. Komt de tegenstander in zicht: knieën gaan eraan, enkels en achillespezen lijden onder de aanslagen van de beulen van backs met hun ongeschoren moordenaarsgezicht. Het ergste wat ik in de Tour heb gezien, was Chris Froome die een berg opliep zonder fiets. Dat was zwaar, toegegeven.

Vorige week, woensdag 12 juni 2019, won Eddy Merckx die discussie van enkele jaren geleden definitief. Chris Froome verkende het parcours van een tijdrit in het Critérium du Dauphiné en ik realiseerde me dat wielrennen, zoals voetbal, een contactsport is. Het is geen mens met noppen onder de schoenen die je dwarszit; de tegenstander is een muur, ravijn, hek, drempel, vluchtheuvel, motorrijder of auto – en in de sprint de elleboog die je de ijzeren afzetting injaagt. Froome botste met een snelheid van 60 kilometer per uur op een muur. Hij was even bewusteloos. Manager Dave Brailsford van de Ineos-wielerformatie: ‘De wind nam zijn voorwiel mee toen hij zijn neus wilde snuiten.’ En toen verloor hij de controle over het stuur. Heup, dijbeen, elleboog en een paar ribben waren gebroken, de inwendige verwondingen moesten nog worden bekeken. Zonder jammerklacht stond Dave Brailsford de pers te woord. Hij stelde op een zakelijke manier hoe de patiënt per helikopter was getransporteerd naar het ziekenhuis en dat hij de Tour dit jaar niet zou rijden. Een béétje verslagenheid had wel gepast, dacht ik nog, maar hier openbaarde zich juist heel mooi dat in het wielrennen niet aan aanstellerij wordt gedaan. Het is een harde, zuivere sport, waarin geen plaats is voor het aandikken van een valpartij tot een tragedie. ‘Hij is sterk, komt weer goed.’ Chris Froome werd diezelfde nacht zes uur lang geopereerd. De dienstdoende chirurg verklaarde ’s ochtends dat de operatie was geslaagd en dat de renner nu op de afdeling intensive care lag.

Chris Froome gaat niet meer uit mijn gedachten, wie had dat ooit gedacht. Ik ben geen fan van zijn stijl. Froome peddelt door de Tour de France als een kleuter die voor de eerste keer op een driewieler zit. Geen gezicht. Ik verlang ernaar hem weer te zien rijden met diezelfde lelijke tred. Als hij geneest, zodanig opknapt dat hij een eindje kan wandelen zonder krukken, op een dag weer op de fiets stapt, maanden later gewoon traint, een afstand van 70 kilometer haalt, zich inschrijft voor een kleine koers in Oost-Vlaanderen, die voltooit, langzaam maar zeker in conditie is en over twee jaar zijn vijfde Tour wint, schaart Chris Froome zich bij de grootste renners aller tijden.

Ik lees de feiten nog eens. Heup, dijbeen, elleboog en ribben gebroken, inwendige kneuzingen. Ja, wielrennen is een hardere sport dan voetbal.

Humo 4111/25 van 18 juni 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 18 juni 2019

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: