Herman Brusselmans: 'Je mag niet vergeten dat veel chauffeurs extra voorzichtig zijn als ze gedronken hebben'

, door (hb)

11
a1
© BELGAIMAGE

Het is een uitvinding van de Engelsman John Slot, die het verzon in 1979, dus in de tijd dat niemand zich een bal aantrok van zuipen en rijden, en zodoende werd het slot pas voor het eerst in gebruik genomen in 2004. Het werd geïnstalleerd in de Vauxhall van Jack O’Mally uit Kent, die tot dan toe 29 keer betrapt werd op een te hoog promillage achter het stuur. Tegen de rechter zei hij tijdens de zitting omtrent de 29ste keer: ‘Ik ben nu eenmaal een alcoholist, hoe anders dan totaal bezopen zou ik in m’n auto kruipen?’ De rechter, zelf ook een alcoholist, maar steeds met de fiets op pad, trok zich van Jacks argumentatie niks aan, et voilà, het allereerste alcoholslot was een feit.

'Wanneer mijn grootvader Frans van bij de hoeren naar huis reed, was hij zo zat als een Zwitser'

Natuurlijk rijst de vraag: is lazarus met de auto rijden inderdaad gevaarlijk? Je mag niet vergeten dat veel chauffeurs extra voorzichtig zijn als ze gedronken hebben. Hier in m’n straat woont Achmed Boulabariousiea. Die heeft voor de middag al een fles tequila binnen, en dan rijdt hij in z’n Porsche Panamera naar Dok Noord, waar ergens in een loods de drugs worden verhandeld die hij via de haven van Antwerpen betrekt uit Pakistan. Achmed is trouwens een goeie maat van mij, en het is dat ik geen drugs gebruik, of anders zou ik van hem tientallen gram coke per week cadeau krijgen. Je zult zeggen: aanvaard dat cadeau van Achmed en verdeel de drugs onder je beste vrienden die wel gebruiken. Maar ja, ik vind dat Philippe Geubels, Erik Van Looy, Olga Leyers, Jan Mulder, Siska Schoeters, Maarten Vangramberen, Fatma Taspinar, de gebroeders Wauters, Julie Van den Steen, Ian Thomas, prinses Elisabeth en Urbanus zelf genoeg poen hebben om hun eigen gerief in huis te halen. Men zal wel weer redeneren: al die Vlaamse showbizzfiguren, dat zijn allemaal kameraden van elkaar, en de gewone man slaagt er nooit in om in hun milieu binnen te dringen, en ja, als je zo redeneert, dan kan ik niet anders dan je gelijk geven. Beroemde mensen trekken nu eenmaal beroemde mensen aan.

Ik geloof dat ik geen vijf goeie vrienden heb die niet beroemd zijn. Als ik eens tel, zijn het er effectief vier. Manke Marcel, die ik nog ken van m’n legerdienst in 1983; Frieda Beauséjour, m’n lerares Frans uit de jaren 70, die ik nog geregeld zie op de bijeenkomsten van de Boeddhistische Gemeenschap Gent; Kees Schoentrut, een literair criticus uit Zaandam, die al m’n boeken zeer positief heeft gerecenseerd en daar zonder twijfel nog jaren mee doorgaat; en zoals gezegd Achmed Boulabariousiea, m’n buurman die weliswaar kachel achter het stuur van z’n Porsche kruipt, maar vervolgens wel maar 15 kilometer per uur rijdt, dus de kans dat hij enorme accidenten veroorzaakt is zo goed als onbestaande. Al moet ik wel toegeven dat Achmed eens de kat van onze andere buurman, Houssein, heeft platgereden, maar ja, dat was Houssein z’n fout, nadat hij Sevtap, zoals z’n kat heette, met gebroken poten door het raam had gegooid, omdat het diertje per ongeluk had geürineerd op Housseins nieuwe deukhoed.

Hoe dan ook, ik ben er nog niet zo zeker van dat dronkenschap per definitie leidt tot ongelukken met af en toe een dodelijke afloop. Ik herinner me de slemppartijen van m’n grootvader Frans. Die reed in z’n Chevrolet naar de Hete Gewesten in Appels, en in één of ander bordeel bestelde hij in één klap veertien flessen champagne, zeven flessen voor de hoeren, en de andere zeven voor hemzelf. Je kunt bedenken dat die diep in de nacht niet nuchter naar huis reed. En maar slingeren over de baan, en maar in de emmer kotsen die hij op voorhand op de passagiersstoel had gezet, en maar om de kilometer minstens 10 seconden in slaap vallen, en maar keihard meezingen met de nieuwe hit van The Sweet, en maar verder lurken aan de extra fles champagne die hij uit het hoerenkot had meegenomen. Kortom, zo zat als een Zwitser en nog zo goed bij z’n verstand als een bonobo met een geamputeerde hersenschors. Toch heeft hij nooit een ongeval veroorzaakt. En daarom vraag ik, ook in deze tijden, om een beetje mild te zijn voor chauffeurs die vaak zo lam zijn dat ze hun eigen naam niet meer kennen. Misschien hebben ze wel een slechte jeugd gehad.

Humo 4113/27 van 2 juli 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 2 juli 2019

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: