'Een vrouwtje voor de zorgen'

, door (hd)

74
a1
© BELGAIMAGE

Het begon nochtans zo mooi. De universiteit signaleerde een reëel probleem, of toch minstens een situatie waarbij je vragen kunt hebben. Van alle Nederlandse universiteiten heeft de TU het kleinste aantal vrouwelijke hoogleraren: van de 186 weledele academici is er één op de acht vrouw. Dat cijfer is nog bedroevender dan het toch al povere landelijke gemiddelde van één op de vijf – in België doen we het met één op de vier ietsje beter.

Dat onevenwicht heeft niets te maken met de academische competenties van vrouwen: ze doen het tot op het doctoraatsniveau ongeveer even goed als mannen. Pas op het volgende niveau in de academische hiërarchie stokt het: bij de postdoctoraten moet je beginnen te zoeken naar vrouwen. Niet toevallig is de leeftijd waarop je een voorstel voor een postdoctoraat indient, vaak de leeftijd waarop vrouwen kinderen baren.

Van kennissen weet ik dat de combinatie van kinderen en een academische carrière geen sinecure is: moeilijk met de school te combineren uren, weinig flexibiliteit, een hoge werkdruk, congressen in het buitenland. Eigenaardig genoeg lijken mannen daar geen last van te hebben: zij zullen thuis wel een vrouwtje hebben dat, ondanks alle goede voornemens om het samen anders te doen, toch de meeste zorgtaken op zich neemt. Anders dan je zou hopen, wijst onderzoek uit dat mannen de laatste jaren net mínder in het huishouden doen, terwijl vrouwen wel meer buitenshuis werken. Zo hebben de feministische voorvechtsters van weleer het niet bedoeld.

Daarnaast is ook aangetoond dat mannen vaker mannen aannemen. Omdat ze hen al kennen van in de studentenclub, omdat hij een goede vriend van een andere vriend kent van bij het minivoetbal. Old boys networks bestaan. En misschien hebben vrouwen gewoon geen zin om te overleven in de hypercompetitieve omgeving van de universiteit, en geven ze het daarom sneller op. Maar is het werkelijk zo dat wetenschap het best gedijt in zo’n haantjeshok?

De TU maakte zich die bedenkingen, dacht diep na en besloot anderhalf jaar lang geen mannen meer aan te nemen voor wetenschappelijke staffuncties. ‘Discriminatie!’ wordt er geroepen. ‘Een feministisch complot!’ En: ‘Vrouwen zijn slechter in techniek!’ Dat laatste klopt niet: ze kunnen het wel, maar in welvarende landen kiezen ze er minder snel voor. In India, bijvoorbeeld, studeren veel meer vrouwen af in technische richtingen, omdat ze dan betere jobkansen hebben.

Die kwade reacties hadden ze kunnen voorzien. Soms zijn quota een onelegant, maar nuttig instrument om een scheefgegroeide situatie te verhelpen. Maar dit instrument is zo lomp dat het het omgekeerde veroorzaakt van waarvoor het is ontworpen. Maak kinderopvang mogelijk, zorg voor flexibele werktijden, wijs de mannen die alsmaar mannen aannemen op hun onbewuste vooroordelen en vastgeroeste gewoontes. Werk met streefcijfers, maar sluit mannen niet bij voorbaat uit. Nu speelt de TU alleen maar antifeministen en complotdenkers in de kaart. Zo wordt het voor de vrouwen die ze aannemen nog moeilijker om serieus genomen te worden.

Humo 4113/27 van 2 juli 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 2 juli 2019

Lees alle reportages

Zoek meer artikels over: ,

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: