Brusselmans: 'We mogen blij zijn dat we in Vlaanderen leven, ofschoon hier ook van alles mis is'

, door (hb)

88
vrijbeeld

 

Dan heb ik het natuurlijk over ons eigen Vlaanderen, en niet over pakweg Indonesië, waar wel ettelijke stormen huishouden, en de regen tegen de vensterramen klettert, voor zover Indonesiërs, de arme loeders, een vensterraam hebben. Glas kunnen die mensen zich niet permitteren, net zo min als een deugdelijke paraplubak, een antieke kroonluchter, of een abonnement op een tijdschrift over jacht en visvangst.

Kortom, we mogen blij zijn dat we in Vlaanderen leven, ofschoon hier ook van alles mis is. Je moet maar ’ns proberen om met de motor meer dan 180 kilometer per uur te rijden op de nochtans meestal compleet lege baan van Ursel naar Eeklo. Voor je het weet heb je een boete van circa 250 euro aan je been, dat is toch van de ratten besnuffeld?

Plus, Vlamingen zijn door de band geen leuke pipo’s. Als ik over straat loop, zeg ik tegen iedereen goeiendag en slechts één op de twintig keer krijg ik een goeiendag terug, meestal van een Turk, een ontsnapte gek uit het Sint Jan De Deo-instituut of een plusminus 16-jarig meisje dat haar poes vochtig voelt worden telkens wanneer ze mij, de befaamde auteur, kruist in het Patershol. Plus, in Vlaanderen kun je bijna nergens lekker eten. Ik heb gisteren nog fricassee van snolvis in groene arduinsaus gegeten in het nieuwe restaurant De Lachende Trans, uitgebaat door een vent die vroeger een wijf was, en ik heb de hele nacht diarree gehad. De bediening trok ook al op geen kloten, waarbij de ober, een wijf dat vroeger een vent was, het kommetje met de groene arduinsaus omkiepte over m’n nieuwe broek van Martin Margiela.

'In onze loft kleedden we ons uit en bedreven we de liefde als waren we Romeo en hoe heet die griet ook weer'
 

Maar goed, ik ben geen ouwe zeur, en ik kan ook de voordelen van Vlaanderen zien: de pensioenleeftijd van 67, de veilige rotondes in plattelandsdorpen, de boeken van Jeroen Olyslaegers, de prachtige programma’s op Canvas, bijvoorbeeld een toffe documentaire over de indianen in South Dakota, die op muziek van Johann Sebastian Bach de horlepiep kunnen dansen met een tomahawk in hun reet, en uiteraard, zoals ik daarstraks al zei, de prettige weersomstandigheden van aan de kust tot in de Ardennen en vice versa.

Daar profiteer ik zelf ook graag van, want ik ben iemand die, vanaf de eerste zonnestralen zich aandienen, de loft verlaat en op terrasjes gaat zitten, samen met z’n vriendin Lena naar de kust rijdt of met haar een ijsje eet op ons bankje in het Sluizekenpark. Ja, naar de kust rijden op de motor, dat doen we heel graag. We steken zelfs weleens de grens over, naar Breskens en Cadzand. Tussen die twee dorpen is een meestal compleet lege baan, en daar geef ik de Triumph de sporen tot meer dan 180 kilometer per uur. Lena moet zich dan wel stevig aan me vastklampen of ze zou er nog afvliegen ook, hoog het zwerk in, op weg naar de Engelenschare des Heren, en vanop een wolk zou ze op ons nederkijken, als de Bruid van Jezus, voor altijd de Verlosseres van ons Allen. Maar nee hoor, Lena klampt zich wel degelijk heel stevig aan me vast.

Toen arriveerden we in het zonovergoten Cadzand. Lena had onder het motorpak haar badpak met banaantjes aan, en terwijl ik in de cafetaria een kop koffie dronk en een sigaret of dertien rookte – ik ben serieus aan het minderen – liep mijn prachtige verloofde de zee in, om met krachtige slagen een meter of 200 te zwemmen, en dan weder 200 meter terug, waar ze op het strand haar goddelijke lichaam liet drogen.

Vervolgens opnieuw op weg, nu via Breskens, waar we een pannenkoek aten, naar onze thuisstad Gent. In onze loft kleedden we ons uit en bedreven we de liefde als waren we Romeo en hoe heet die griet ook weer, juist ja, Julia, de hitsige temeier. Simpel samengevat: stomende seks, met om en om een orgasme, gefaket of niet, wat maakt het uit, als we maar gezond zijn, en na ons de zondvloed, en zolang de oude eksters krassen in de treurwilg waarvan de takken op m’n balkon hangen, ben ik allang tevreden. Ik bedoel, de zomer is nog lang niet voorbij, en nog vele zonnige avonturen liggen op ons te wachten, en de Dag des Oordeels zal baden in het Zachte Licht.

Humo 4114/28 van 9 juli 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 9 juli

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: