Marc Didden: 'Humor is een rekbaar begrip'

, door (marc didden)

Deel
vrijbeeld

Ik lach nog iedere dag om Kamagurka, en ben elke keer opnieuw blij als een kind wanneer ik de grote Hans Teeuwen rubberen bekken zie trekken bij de uitvoering van ‘Aarslikker Danny’. Of om één uur ’s nachts op de sofa, al ten prooi aan de halfslaap, de eenzame klasse van Ricky Gervais aanschouwen: altijd prijs.

U heeft het al door, er mag een rafelige rand zitten aan de humor waarmee ik kan lachen. En hij mag ook over iets gaan. Me ontroeren in plaats van me te doen gieren. Me midscheeps in mijn wezen raken, liever dan ervoor te zorgen dat ik me bepis.

Moppen doen me zelden lachen. Er zitten te veel systeempjes achter, te vaak een drietrapsraket waaruit alleen maar een losse flodder voortkomt. ‘Komt een man bij de bakker...’, dan wat uitleg, en dan – pats, boem! – de pointe en daarna de blik van de moppentapper die beveelt: lach of ik schiet!

De ergste soort grappen zijn natuurlijk grappen die niet grappig zijn. Of die alleen grappig zijn aan de toog van het zeer bruine café ‘De Leeuw van Vlaanderen’ en niet op het Martelarenplein. Ik zou zelfs zeggen: vooral niet op het Martelarenplein, een plechtig oord waar de doden van de Belgische Revolutie sedert bijna twee eeuwen worden herdacht en geëerd. Let them be. En laten we elkaar geen Liesbeth noemen: geen goede plek voor ‘mopkes’.

Humo 4115/29 van 16 juli 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 16 juli 2019

Lees alle reportages

Zoek meer artikels over: ,

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: