Heleen Debruyne: 'Kan een psychiater me verklaren waarom vrouwelijk gedrag dat niet bevalt zo makkelijk verward wordt met nakende waanzin?'

, door (hdb)

90
vrijbeeld

Een andere verlaten ex informeerde bij elke ontmoeting of het wel góéd met me ging, was ik niet zelfdestructief? Hij leek mijn denkvermogen ernstig te betwijfelen. De seksuele avances van weer een andere man vond ik zo vernederend dat ik ze alleen maar met een lange stilte kon beantwoorden. Uiteindelijk liet ik hem weten niet gediend te zijn van zijn bericht. Hij raadde me herhaaldelijk aan een therapeut onder de arm te nemen.

Zelf ben ik ook geen heilige. In beide voorbije relaties valt mij minstens evenveel te verwijten als mijn exen. Dat mijn besluit de relatie te beëindigen hun niet beviel, kan ik goed begrijpen. Verlaten worden is pijnlijk. Dat een afwijzing onprettig voelt, snap ik ook: ik heb situaties waarin ik afgewezen kan worden altijd gemeden als de pest. Zelf zou ik kwaad zijn, gefrustreerd, gekrenkt. Maar zegt weggaan, of melden dat ik de onverwachte vraag om met mij naar bed te gaan onprettig vind, iets over de stabiliteit van mijn psyche? Ook mannen die het niet met me eens zijn, verklaren me soms voor gek. In discussies heb ik al meer dan eens moeten aanhoren dat er ‘iets mis met me is’. Alweer: ik ben geen heilige. Ik kan koppig zijn en laat ergerlijk los als ik de argumenten van de tegenpartij onzinnig vind. Is dat waanzin?

Ik troost me met de gedachte dat ik niet de enige voor gek verklaarde vrouw ben. Maria Barnas schreef na een vervelende mail van een door haar afgewezen psychiater een gedicht. ‘Hoe eenvoudig is het om elkaar te bellen? / Ik kan uit je stilte alleen maar afleiden dat jij het niet eenvoudig hebt / met jezelf en dat vind ik rot voor je. Erg rot’, dicht ze bij monde van de gekrenkte psychiater. Op basis van een paar vluchtige ontmoetingen en haar onwil om hun kortstondige verhouding voort te zetten, weet hij zeker wie hij voor zich heeft: een borderliner.

Vrouwen die tijdens het tumult van de Franse Revolutie een kans zagen om te protesteren voor hun burgerrechten, werden door mannelijke revolutionairen die dezelfde burgerrechten wilden voor gek verklaard en weggestopt in gestichten. Victoriaanse gekkenhuizen zaten vol vrouwen die lastige vragen stelden. 20ste-eeuwse huisvrouwen die zich na een dagtaak van wassen, plassen, koken en zorgen onvervuld voelden, kregen calmants voorgeschreven. Heftig debatterende politica’s worden nog steeds hysterisch genoemd. Is dat al eeuwenlang dezelfde reflex? Stelt een vrouw lastige vragen, doet ze iets wat niet in ons kraam past, is haar gedrag bedenkelijk? Dan is ze niet, zoals een man, ongelukkig, gekwetst, te radicaal, of gewoon een klootzak. Dan is ze gek. Daarom: kan een psychiater me verklaren waarom vrouwelijk gedrag dat niet bevalt zo makkelijk verward wordt met nakende waanzin?

Humo 4115/29 van 16 juli 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 16 juli 2019

Lees alle reportages

Zoek meer artikels over: ,

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: