Heleen Debruyne: 'Er bestaat niet zoiets als het ideale gezin'

, door (hd)

102
helee 21200

Die negatieve aannames over enige kinderen zijn zo sterk, dat gezinsplanningen erop aangepast worden. Twee kinderen, dat is al enkele decennia de blauwdruk voor het ideale gezin. Dan kunnen ze leuk met elkaar spelen en hoeft er geen grotere auto gekocht.

Beklagenswaardig vind ik mezelf nochtans niet. In huis was het heerlijk rustig, ik kon altijd de gesprekken van volwassenen afluisteren – veel spannender dan kinderpraat – en als ik toch met leeftijdsgenoten wilde spelen, ging ik wel even langs bij een vriendinnetje. Mijn ouders letten er extra op me niet te verwennen. Ik heb er niets aan overgehouden.

Het is altijd dom om uit een anekdote een algemene waarheid te halen – dat jouw echtgenote uit vrije wil blijmoedig het huishouden doet en thuisblijft voor de kinderen, zegt nog niets over de ambities van de gemiddelde vrouw, en mijn aangename jonge jaren zeggen nog niets over de ervaring van het gemiddelde enige kind. Maar de wetenschap bevestigt mijn ervaring: het lijkt erop dat de meeste andere enige kinderen hun jeugdjaren even ongeschonden hebben doorstaan.

Lynn Berger vat het samen in haar boek ‘De tweede’, waarin ze onderzoekt waarom mensen zo graag een tweede kind willen, en of je positie in het gezin ook een invloed heeft op je latere leven. ‘Het enige kind’ is een schrikbeeld, merkt ze, een vreselijk doemscenario dat veel ouders ertoe aanzet er gauw nog eentje bij te maken. De psycholoog E.W. Bohannon stelde in 1912 vast dat ze overgevoelig zijn, minder ondernemend, en geneigd tot leugens en bedrog. Enige zoons vond hij ‘verwijfd’ door hun te nauwe band met de moeder – altijd weer de moeder die het heeft gedaan. Dat vernietigende beeld is blijven hangen. Nochtans blijkt al lang dat er tussen enige kinderen en kinderen met broers en zussen nauwelijks verschillen zijn in gemiddelde intelligentie, geluksniveau of sociale vaardigheden. Als er al iets naar voren komt uit de vele studies, is het dat enige kinderen gemiddeld net iets beter scoren op intelligentietests. Misschien omdat hun ouders niet steeds onderbroken worden door een ander kind dat om aandacht krijst.

Ook niet onbelangrijk: moeders met één kind voelen zich gemiddeld kalmer en tevredener dan moeders van meerdere kinderen – dat effect geldt niet voor vaders, zij dragen blijkbaar vaker de lusten dan de geestdodende lasten van het opvoeden. Tenzij die moeders zich gek laten maken door de droom van twee blije, blozende kindertjes op de achterbank. Er bestaat niet zoiets als het ideale gezin – het is een waanbeeld dat alleenstaande ouders, mensen in nieuw samengestelde gezinnen en bezorgde ouders van enige kinderen alleen maar last bezorgt.

Humo 4119/33 van 13 augustus 2019

Dit artikel staat in:

HUMO van dinsdag 13 augustus

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: