Brusselmans: 'Lena moet nogal vaak 'Stel je niet aan' zeggen, maar ik ben dan ook een aansteller eerste klas'

, door (hb)

63
a1
© BELGAIMAGE

 

Nee, hoor, die woorden zul je tegenover Lena nooit uit m’n mond horen, daar we immers een prima koppeltje zijn – altijd vriendelijk voor malkander, steeds in unisono, een kusje hier, een aaitje daar. Als de één uit huis is, zit de ander vol ongeduld op de thuiskomst te wachten. Zij kookt en ik doe de vaat, nadat ik, bij wijze van hulp aan dat koken, ajuinen en look heb geplet, de groene arduinsaus heb bestrooid met parmezaanse kaas en ervoor heb gezorgd dat er geen as van m’n Marlboro in de gastronomische smurrie belandt.

Maar goed, als je op motorvakantie wil, dan heb je op z’n minst een motor nodig. Nou wil het geval dat ik er drie heb, een trio Triumphs van het zuiverste water en de bovenste plank en drie uit duizenden en beter dan welke andere motoren ook – vroem-vroem, gas open en vlammen. Dat werd moeilijk kiezen. De Street Triple viel eigenlijk al meteen af omdat die geen duozit heeft, en met z’n tweeën motorrijden zonder duozit, dat wordt door de specialisten ter zake afgeraden. Dus ofwel de Street Twin met z’n bagagedrager en 55 pk, ofwel de Speed Twin zonder bagagedrager, maar wel 97 pk. Ten slotte werd het laatstgenoemde, en we propten alle bagage in een rugzak, die dan getorst zou worden door Lena. Plus, zoveel bagage hadden we nu ook niet bij ons: wat T-shirts, wat onderbroeken, wat tandenborstels, wat parfum van Thierry Mugler, wat erectiepillen, wat mandarijntjes (tegen de honger en de dorst) en twee Suzy-wafels (enkel tegen de honger).

'Lena moet nogal vaak 'Stel je niet aan' zeggen, maar ik ben dan ook een aansteller eerste klas'

Waarheen zouden we sjezen? We wikten en wogen, lieten Finland en Zuid-Gibraltar al snel naast ons liggen, evenals Vladivostok, Mönchengladbach en de Peloponnesos, en ik stelde Waarschoot voor, maar Lena zei: ‘Van Gent naar Waarschoot is 13 kilometer, zoiets kun je bezwaarlijk een motorvakantie noemen.’ ‘Dat weet ik, baby,’ zei ik, ‘maar we kunnen ’s avonds wel in ons eigen nest slapen.’ Lena trok zich van deze redenering niks aan en zei: ‘We reizen sodeju naar Disneyland Parijs.’

We namen Google Maps en dat soort shit erbij, en mijn wens was het om geen autosnelwegen te gebruiken, maar leuke en toffe landwegeltjes, en zo berekenden we dat de heen- en terugreis 730 kilometer in beslag zouden nemen. Ik werd al mottig bij de gedachte daaraan alleen, waarop Lena zei: ‘Stel je niet aan, trek je motorpak aan en we gaan op pad.’ Zo gezegd, zo op pad gegaan.

De eerste stop was in Valenciennes, waar we overnachtten in het schitterende hotel Baudoin en meteen in slaap vielen, want godverdomme, helemaal van Gent naar Valenciennes vlammen, daar wordt een mens gebeurlijk strontmoe van. De volgende dag van Valenciennes in één ruk naar Marne-la-Vallée, en aldaar hadden we een fantastische kamer geboekt in een oud kasteel, dat nog had toebehoord aan Lodewijk de Elfde. Weliswaar één van de minder getalenteerde Lodewijks, maar toch geen sukkel, omdat hij befaamd is door de uitvinding van de paraplubak die vanbinnen niet nat kan worden. We sliepen als rozen. De dag nadien met de taxi naar Disneyland Parijs, waar ik onder andere, voor het eerst in m’n leven, plaatsnam in een bootje dat over het wilde, opspattende, heen en weder klotsende water voer. Wat was ik bang! Lena zei: ‘Stel je niet aan.’ Tussendoor kan ik even vermelden dat Lena nogal vaak ‘Stel je niet aan’ moet zeggen, maar ja, ik ben dan ook een aansteller eerste klas.

De dag nadien uitrusten, en de dag nadien de terugreis, via Amiens, Douai, Doornik, Oudenaarde, Kruishoutem en ten slotte thuis, zo uitgeput als een panharing die van de Oostzee naar de Atlantische Oceaan heeft gezwommen met een halve kilo zemelen in z’n nek. Hoe dan ook waren we content dat we weer in ons kleine doch gezellige loftje waren, en heel luid zongen we ons lijflied ‘Als een leeuw in een kooi’ van de goeie ouwe Willy Sommers, die ik bij dezen wil feliciteren met z’n vijftigjarige kunstenaarschap, en ik beloof Willy dat, als Lena en ik content zijn na weer eens een lange reis, wij iedere keer ‘Als een leeuw in een kooi’ zullen zingen, mekaar bedankend middels de pure schoonheid van dit unieke lied.

Humo 4121/35 van 27 augustus 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 27 augustus

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: