Heleen Debruyne: 'Ik ben te ijdel voor een tatoeage. Niets is mooi genoeg om voor altijd mijn lichaam te mogen sieren'

, door (hd)

510
debruyne 1200

Die met de deining van vet en spier meebewegende plaatjes fascineerden me: in onze kringen liet niemand op de huid tekenen. Mijn moeder noemde het ‘smakeloos’, en inderdaad, de meeste getatoeëerden droegen slecht gesneden kleren in primaire kleuren, en dan liefst nog zo weinig mogelijk.

Hoogzomer op de dijk, anno 2019: de onbekraste lichamen lijken in de minderheid. Ankertjes, geometrische figuren, elegant beletterde teksten, veren, landschappen, de variaties zijn eindeloos. Het is ver zoeken naar een tribal, stille getuige van een ander decennium. De geïnkten van nu trimmen hun baarden, kleden zich met zorg, dragen dure sneakers. Tatoeages zijn verbazend snel bon ton geworden.

Dat waren ze in de loop van de geschiedenis wel vaker. De Griekse historicus Herodotos noteert dat tatoeages bij de Scythen en de Thraciërs een teken van adel waren: alleen laaggeborenen hadden ze niet. Idem bij de Keltische Picten. Romeinse soldaten waren er ook dol op – tot de Christelijke keizer Constantijn ze in de vierde eeuw verbood omdat ze ‘Gods schepping verminkten’. Dat betekende het einde van de gewoonte in Europa. Tot de Britse zeevaarder James Cook op Tahiti aanmeerde. De inwoners daar noemden hun vele versieringen tatau. Gefascineerd door het fenomeen lieten leden van zijn bemanning zich ook onder handen nemen. Zo ontstond het cliché van de getatoeëerde zeebonk: tattoos waren voor matrozen, gedetineerden en andere ruige randfiguren. Al liet een rebelse royal er soms ook eentje zetten op een verborgen plekje – tsaar Nicholas II had een Japanse draak op zijn arm – ze bleven in de marge. Niet gek dus dat 19de-eeuwse archeologen getatoeëerde Egyptische mummies aanzagen voor meisjes van lichte zeden. In werkelijkheid hadden die vrouwen status en aanzien, de tatoeages op hun dijen en lies moesten een goede zwangerschap en bevalling verzekeren.

Na eeuwen in de verdomhoek zijn ze helemaal terug. Gewoontes zijn al even veranderlijk als de betekenis die we eraan geven. Wat ooit te ingrijpend leek, doen zoveel mensen nu schijnbaar achteloos. Hoelang hebben ze nagedacht over die versregel of dat politieke statement? Is dat dansende cocktailglas een herinnering aan een doorzopen vakantie? Delen ze dat oneindigheidsteken met een ex? Het verbaast en charmeert me dat zoveel mensen hun lichaam geen tempel vinden, maar een canvas waarop ze naar hartenlust kunnen kliederen. Zeker omdat dezelfde mensen hun lichaam voeden met biologische ingrediënten en trainen tot het strak staat. Misschien net daarom: dat lijf wordt onvermijdelijk ouder, maar de tattoos blijven hetzelfde, voor altijd een zelfgecureerd stuk van je lichaam. Hoe prachtig ik sommige ontwerpen ook vind, toch weet ik zeker dat ik nooit een naald in de buurt van mijn vel wil laten komen. Niets is mooi genoeg om voor altijd mijn lichaam te mogen sieren. Ik ben vast te ijdel voor een tatoeage.

Humo 4122/36 van 3 september 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 3 september 2019

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: