Heleen Debruyne: 'Het kan, uit vrije wil een hoofddoek opzetten'

, door (hdb)

20
debruyne 1200

Toch zijn er vage aanwijzingen van ellende. Eén keer wenkte ze me naar binnen om een stuk fruit te laten zien waarvan ze de naam niet kende. Haar man was er niet en ik had haar nog nooit zo vrolijk gezien, met haar verrassend geblondeerde haren en in die hotpants die zo contrasteren met haar straatplunje. Of die keer toen ze met ons naar het strand wilde. Met een kom popcorn onder de arm en haar dochters aan de hand slenterden we naar de kustlijn. Ze feliciteerde me met mijn uitpuilende buik – een jongen! Wát een goed nieuws!

Zelf had ze het wel gehad, na drie zware zwangerschappen. Al was haar zoon niet tevreden met zijn twee zussen en bleef hij zeuren om een broertje. Dat ze graag haar rijbewijs wilde halen, vertelde ze nog, onze tenen in het zand, maar bang was dat het niet zou lukken. Waarom ging verloren in de taal. De weken na onze strandwandeling zag ik haar plots niet meer, ook de dochters speelden niet zoals altijd op straat. Op de stoep: een muur van luid pratende mannen. En dan zijn er de ruzies. Als de buren door de muren klinken, hoor ik urenlang alleen zijn gebrul, staccato, en heel af en toe haar wanhopige uithalen.

Mij wordt vaak verweten dat ik me bezighoud met de luxeprobleempjes van de westerse vrouw. Ik jengel over loonkloven en ongewenste betastingen, terwijl mijn zusters die in naam van religie onderdrukt worden in de kou staan, naar het schijnt. Dat lang niet elke moslima onderdrukt is, antwoord ik dan. Het kan, uit vrije wil een hoofddoek opzetten. Mensen doen wel gekkere dingen die ze denken zelf te willen. Bovendien: wie ben ik om iemand met een heel ander referentiekader mijn vorm van emancipatie op te dringen? Ik wil niemand haar ontvoogdingsstrijd voorschrijven. Ik kan er alleen voor pleiten dat wij het zo makkelijk mogelijk maken voor wie zich wel ergens aan wil ontworstelen. De drempel naar scholing en werk zo laag mogelijk maken. Dus niet: hoofddoeken verbieden en zo de toegang tot de publieke ruimte bemoeilijken. Mooie principes vind ik meestal, vaagweg tevreden over mezelf en mijn moreel kompas.

Tot ik de buurvrouw met twee zware tassen voorbij zie komen – wanneer heb ik haar man eigenlijk voor het laatst gezien? – en niet weet wat ik met die principes kan. Een folder over avondonderwijs in haar bus droppen? Bemoeizuchtig, belerend. Haar nog eens mee uit nemen? Ik wil het wankele evenwicht in haar huwelijk niet weer verstoren. Ik blijf aarzelen, hoop soms stiekem dat haar man in stukjes in de vriezer zit.

Humo 4128/42 van 15 oktober 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 15 oktober 2019

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: