Heleen Debruyne: 'Plots vond ik mijn online leven belachelijk'

, door (hdb)

21
1200

Verder klik ik met een ironische afstand rond in het warrige onlinecafé dat Facebook is. Bizar wat mensen zoal posten, vind ik, hoofdschuddend, licht verheven. Likes raken me niet, negatieve commentaren pak ik op met een pincet, ik bekijk ze langs alle kanten, probeer ze te begrijpen als fenomeen. Zo voelt het alsof ze niet werkelijk over mij gaan.

Toen kreeg ik een relatie met een man zonder sociale media. Het is alsof ik aan een 17de-eeuwer moet uitleggen wat televisie is. ‘Dus iedereen kan je zomaar een bericht sturen?’ vraagt hij. ‘Mensen plaatsen lange commentaren onder je stukken? Honderd mensen vinden dit leuk, en dat is dan nog niet eens zo veel? Ze worden soms boos op elkaar? Ze delen foto’s van hun kinderen, net de baarmoeder uit? Ze feliciteren je met je verjaardag terwijl ze je niet eens kennen?’ ‘Als je het zo zegt, klinkt het inderdaad krankzinnig,’ zeg ik, ‘maar voor ons is het anders. Wij zijn het gewend. Het is normaal. Je moet er gewoon een beetje op letten, er goed mee omgaan. En daarbij, bij mij valt het mee. Zo vaak zit ik er niet op. Ik ken de valkuilen. Ik heb me niet gek laten maken.’ Dacht ik. Hij knikte, ik blijf Facebooken.

Ik plaatste een gedicht online dat ik hem eerder die dag had voorgelezen. Een favoriet van Anna Achmatova die ik graag van de vergetelheid wilde redden. Mensen vonden het leuk, ik dacht er verder niet meer aan. Tot hij het zag. Het raakte hem op een manier die ik eerst moeilijk kon begrijpen. Wat eerst een intiem moment was, gooide ik nu te grabbel, zei hij. Hij had gelijk, ik schrok. Waar komt dat verlangen een publiek te hebben vandaan? Mijn notie van privé moet veranderd zijn. Dat geeft niet, normen evolueren. Griezeliger is dat ik oprecht geloofde dat Facebook geen vat op me had. Toch ben ik like per like opgeschoven richting Mark Zuckerberg en zijn begrip van wat privé is. Vooral dat vindt auteur Zadie Smith in haar essay ‘Generation Why?’ onaangenaam: wij, zelfverklaarde individuen, persen ons met z’n allen in de mal die het bedrijf van één man voor ons bedenkt en programmeert. ‘We zouden online leven. Het zou geweldig zijn. Maar wat voor een leven is dit?’ schrijft Smith, in 2010, zelfs nog voor Instagram groot was. ‘Doe een stap terug, weg van Facebook. Vind je het niet plots een beetje belachelijk? Je leven in dit format?’ Ik had een relatie met een digitaal anachronisme nodig om mijn online leven belachelijk te vinden. Met deze column heb ik dan weer geen moeite. Schrijvers zijn al eeuwen exhibitionisten, maar dan wel op hun eigen voorwaarden. Toch gooi ik dit vast weer online – ik moet mezelf niet te ernstig nemen.

Humo 4130/44 VAN 29 oktober 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 29 oktober

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: