Herman Brusselmans: 'Er zijn ook veel vrouwen die geen klacht indienen omdat ze het wel leuk vinden om aandacht te krijgen van mannen'

, door (hb)

85
seeksime 1200
© Belga Image

 

Er is sinds 2014 een wet die seksisme in het openbaar strafbaar maakt. Dat seksisme bestaat uit naroepen, fluiten, beledigen, gooien met graszoden of koeienvlaaien, de rok naar beneden trekken, je snikkel ontbloten, in de nek springen en chocomousse in het kapsel smeren. Er zijn nog maar 55 vrouwen die tegen dat soort lastigvallen een klacht hebben ingediend. Dat komt omdat de meeste vrouwen niet weten dat zo’n wet bestaat. Dat is de pest met vrouwen: ze weten niet zoveel. De meeste vrouwen weten bijvoorbeeld niet hoe de bassist van Led Zeppelin heet, of wat de etymologie is van het woord ‘sabotage’. Ze weten niet wat de einduitslag was van de WK-finale Brazilië-Italië in Mexico 1970. Of hoe de debuutroman van Christophe Vekeman heet, of wie Christophe Vekeman is, of welk merk van hoed hij meestal draagt. Ze weten niet dat het lastigvallen van mannen net zo goed strafbaar is als het lastigvallen van vrouwen, homoseksuelen, travestieten, transgenders en wijven met een snorrenbaard.

Een andere reden waarom er zo weinig klachten van vrouwen zijn, is dat ze bang zijn om naar de politie te gaan omdat ze zich schamen, zich schuldig voelen of omdat ze vrezen dat ze op het politiebureau lastiggevallen zullen worden. Dat kan kloppen, want veel agenten zijn lesbisch en vallen vrouwen met klachten lastig, onder meer door te zeggen: ‘Juffrouwtje, gij hebt ook een serieuze bos hout voor de deur’, ‘Madame, ik zou eens willen ruiken aan de bruine streep in uw onderbroek’, of ‘Mamzelle, klacht of geen klacht, steek uw vinger maar eens in mijn flamoes.’ Wat daar nog bij komt: als een vrouw op straat wordt belaagd, is de dader vaak heel moeilijk te identificeren. Een man roept: ‘Lelijke trut, met uw tetten tot aan uw kuiten!’ Dan loopt die man weg en probeer hem later maar eens te beschrijven, terwijl je niet hebt gezien welke kleren hij draagt, welke kleur van tanden hij heeft, of hij kaal is boven z’n wenkbrauwen en uit welke streek van Marokko hij precies komt.

Maar goed, er zijn ook veel vrouwen die bewust geen klacht indienen omdat ze het wel leuk vinden om aandacht te krijgen van mannen. Ook ik toon geregeld m’n belangstelling voor over straat dweilende tuttebellen. Gisteren nog liep ik in de Langemunt, en voor mij liep een meisje dat aan de achterkant redelijk aantrekkelijk leek. Om haar te doen omkijken besloot ik om een vogel te imiteren. Ik twijfelde tussen een spreeuw, een merel en een papegaai. Ik koos voor de laatste en riep: ‘Lorre kopje krauwen! Lorre kaka doen! Lorre pisseloe zuigen!’ Maar het meisje keek niet om en liep gewoon door, de hoer. Wel werden m’n papegaaiachtige kreten opgemerkt door een lesbische agent in burger, en ik moest mee naar het bureau.

Ik zat daar op een bank te wachten tot het mijn beurt was, en naast mij zat een prostituee, die was opgepakt wegens tippelen op de trappen van het stadhuis. Ze was bij lange niet mis en ik floot tussen m’n tanden. ‘Wat?’ zei ze. ‘Fluiten naar mij? Hoe durf je, jij pokdalig machozwijn!’ Dat wond me enigszins op en ik zei tegen haar: ‘Mag ik je tattoo uit je hals bijten?’ Dat wond haar enigszins op en ze zei: ‘Als ik je snikkel mag ontbloten.’ En aldus werd het ijs tussen ons gebroken.

We hadden echter te weinig tijd om elkaar beter te leren kennen, want ik moest mij in een kamer laten ondervragen door twee agenten – de lesbische die mij had opgepakt in de Langemunt, en een homoseksuele flik met een bles. ‘Zozo,’ zei de jeanolle, ‘meneer Brusselmans, het schrijvertje, heeft weer eens seksistisch de klootzak uitgehangen tegenover een medeburger van het vrouwelijke geslacht. Weet je niet dat daar een wet tegen bestaat?’ ‘Natuurlijk weet ik dat,’ zei ik, ‘en ik had met die vrouwelijke medeburger geen reet te maken. Ik had haar niet eens opgemerkt. Ik liep simpelweg, om mezelf te vermaken, een papegaai te imiteren. Is daar ook een wet tegen?’ ‘Dat weet ik niet,’ zei de lesbo, ‘maar het was duidelijk je bedoeling om het meisje lastig te vallen.’ In dat geval had ik haar kapsel wel ingesmeerd met chocomousse,’ zei ik, ‘doch terzake.’ Ik haalde m’n portefeuille boven en bood hun elk 50 euro aan om mij zonder enig gevolg naar huis te laten gaan. Ze accepteerden het geld. Ik gaf hun ook nog elk 20 euro om ‘vieze lesbopot’ en ‘stomme flikker’ te mogen zeggen. Ze accepteerden het geld en ik zei: ‘Tot ziens, vieze lesbopot en stomme flikker.’ En ik verliet het politiebureau. Ik een seksist? Nooit van m’n leven!

Humo 4132/46 van 12 november 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van maandag 11 november 2019

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: