Heleen Debruyne: 'Ons land beschermt de demente patiënt tegen de wil van zijn vroegere zelf'

, door (hdb)

258
bejaard 1200

De wensen van de dementen werden nooit ingewilligd in het woon-zorgcentrum waar ik als 18-jarige jobstudent een klamme zomer lang prakjes maakte en in monden stak, dweilde en postuurkes afstofte – met de blauwe doek, de rode was voor ondergescheten toiletbrillen. Het betaalde goed, maar ik moest drie weken bekomen van zoveel verspilde dagen en levens. Ik was na die maand niet naïef meer, geschokt door de achteloosheid waarmee mensen daar gedumpt werden, door het weinige bezoek, door de moordende werkschema’s van de verzorgers, door de pillen, al die pillen, door de riemen waarmee mensen aan hun bed werden gekluisterd, nog lang voor ‘Blokken’ begon, door de tandeloze monden die met melk gemixte boterhammen met paté haastig binnengelepeld kregen. Zowat het enige dat me niet schokte, was dat de verzorgers niet ingingen op de buitenissige verlangens van de demente bewoners. Dat was praktisch onmogelijk. Waren die verlangens trouwens wel echt, en geen lege echo van een leven dat er al lang niet meer was?

Nu het debat over euthanasie bij dementie weer geopend is, denk ik vaak aan die zomer. De huidige wet is helder: een wilsverklaring is niet meer geldig wanneer de opsteller ervan dement is. Wie niet wil leven in de zekerheid te eindigen als een schim, kan dus alleen maar net iets te vroeg gaan. Wanneer de diagnose er al is maar de vrije wil ook nog. Dat moment is kort, wordt vaak gemist door mensen die nog in ontkenning zijn. Wie weet ontzeg je jezelf nog mooie dagen. Er is lef nodig om zo vroeg te gaan, een gelukkige timing en een onbaatzuchtige entourage ook. Ons land beschermt de demente patiënt tegen de wil van zijn vroegere zelf. In Nederland is het omgekeerd: daar krijgt de wilsverklaring voorrang op de demente patiënt, want, zo vinden ze, die heeft geen zinnige wil meer. Ondanks die wettelijke vrijbrief durven erg weinig Nederlandse artsen zich te wagen aan euthanasie bij dementie. In de afgelopen zeventien jaar gebeurde het maar zeventien keer. Zestig procent van de artsen is ronduit tegen. Het is ook een verantwoordelijkheid. Hoe weet je zeker dat de vrije wil definitief kapot is? Exacte wetenschap is dat niet. Het is makkelijk het angstige, onsamenhangende geschreeuw van een demente te verwarren met oprechte doodsverachting. Jij wilt niet degene zijn die de spuit hanteert bij een patiënt die ondanks eerdere voornemens nu oprecht niet meer wil sterven. Maar wat is het belangrijkst? Het geweten van de arts of de waardigheid van het vroegere zelf? Het geschreeuw van de demente wordt in elk geval makkelijk genegeerd als het niet uitkomt. Geen arts reed die dwalende man ooit naar zee.

Humo 4132/46 van 12 november 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van maandag 11 november 2019

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: