Herman Brusselmans: 'Ik heb altijd gerookt tijdens de seks, ook op plaatsen waar roken verboden was'

, door (hb)

340
brussel

Daarnet stak ik nog een sigaret op. Ik inhaleerde de rook tot diep in m’n grijpgrage longen en ondervond een orgiastisch gevoel van aan m’n kruin tot aan de reet van m’n rectum. Als ik zou moeten kiezen tussen geen seks meer en geen sigaretten meer, zou ik kiezen voor een lekker sigaretje tijdens de seks. Ik heb trouwens altijd gerookt tijdens de seks, ook op plaatsen waar roken verboden was, zoals tussen de rekken van bibliotheek De Krook, de toiletten van restaurant Het Keizershof op de Vrijdagmarkt en de ziekenkamer in Sint Lucas, waar ik was opgenomen met een ingegroeide wrat op m’n milt. Doch de laatste vier jaar rook ik niet meer tijdens de seks, omdat m’n huidige Grote Liefde Lena sterk antirook is. Ze staat me wel toe om na de seks een sigaretje te paffen. Daarom dat ik haar soms zes keer per dag en per nacht voorstel om seks te hebben, waar ze gretig op ingaat, want het is een hitsig diertje hoor, met die perzikvormige tietjes, die perzikvormige flamoes, en die perzikvormige oogballen gedurende de anderhalve minuut dat ze telkens klaarkomt als een beest.

Hoe dan ook wil ik van het roken af, ofschoon ik zo ongeveer als roker ben geboren. M’n eerste sigaret degusteerde ik op m’n 9de, toen ik op bezoek was bij onze buren Charles en Hilda. Charles rookte sigaren maar Hilda rookte sigaretten, van het helaas ter ziele gegane merk Armada, en ze bood me er eentje aan, en beleefd jongetje als ik was, accepteerde ik. En Hilda gaf me vuur, en ik inhaleerde en ondervond een orgiastisch gevoel van aan m’n haarwortels tot aan het hol van m’n gat. Een waarachtige roker was opgestaan! Dus als je het ’ns uitrekent, ervan uitgaande dat ik thans 62 jaar oud ben, dan heb ik tot nu toe een 53-jarige carrière als roker achter de rug. En weet je dat ik bijna nooit moet hoesten of proesten of rochelen of slijm tegen de muur spuwen of stikken in m’n eigen adem en noem maar op? Nooit! Op de koop toe liet ik laatst bij de radioloog een foto maken van m’n longen. De radioloog bekeek het resultaat en zei: ‘Je hebt superlongen, allicht heb je nog tenimmer een sigaret gerookt.’ ‘Dat klopt, mevrouw de doktoor,’ zei ik, want een leugentje om bestwil kan nooit kwaad.

De pest is dat roken zo aangenaam is. Je zou me hier moeten zien zitten, met m’n kopje koffie, m’n Marlborootje, m’n krantje ter hand, en ondertussen luisterend naar ‘Born Sandy Devotional’ van The Triffids. Welnu, veel gezelliger kan het niet worden. Of ja, toch wel, als straks Lena thuiskomt, ik haar zal bespringen als een leeuw een zebra en ik na de gezamenlijke hoogtepunten van ons beider lichamen alwéér een Marlboro zal opsteken. Overigens zijn de meeste schrijvers rokers. Saskia de Coster werkt anderhalf pakje Bastos per dag weg, Ilja Leonard Pfeiffer een halve kilo Javaanse Jongens-tabak, Dimitri Verhulst zestien joints en Kristien Hemmerechts rookt een pijp. Maar ja, Kristien is dan ook op vele gebieden een speciaal geval. Ik herinner me bijvoorbeeld die keer dat ze op de toog van café De Linde klauterde, haar onderbroek uitdeed en zei: ‘Wie m’n clitoris wil signeren, mag dat gerust doen.’ Ik offerde me op, vroeg aan de cafébaas een alcoholstift en schreef op de clitoris van Kristien: ‘Vele warme groetjes van je geachte collega Herman Brusselmans’, met m’n handtekening eronder.

Kortom, roken is een zware verslaving waar ik, zoals hierboven gezegd, van afwil, en ik heb reeds van alles geprobeerd. Al die bucht van Nicorette (stickers, kauwgom, spray), vapen, cold turkey en psychologische begeleiding. Daarbij zei de therapeut: ‘Beeld je in dat je in een bos bent en pure, zuivere lucht inademt en o, wat voel je je goed, en o, wat zul je nooit meer een sigaret aanraken!’ Ik liet die loser gaarstoven in z’n eigen vet en maakte dat ik als de wiedeweerga buitenkwam, zodat ik een sigaret kon opsteken. Een volgende stap is iedere keer als ik zin heb in een sigaret 100 euro in een spaarvarken steken, tot er genoeg geld inzit om Amnesty International uit de rode cijfers te helpen. Je mag niet vergeten dat ik heel gierig ben, en als je aan m’n geld raakt, dan raak je aan het diepste van m’n ziel. Wat ook kan helpen, is dat de overheid inderdaad gaat verbieden dat er in supermarkten en nachtwinkels sigaretten verkocht worden. Ik zou zelfs verdergaan en de verkoop van sigaretten verbieden in kranten- en tabakswinkels, zodat ze alleen nog te krijgen zijn op de zwarte markt en 100 euro per pakje kosten. Maak er 200 euro van, en de kans zal groot zijn dat ik eindelijk rookvrij word.

Humo 4134/48 van 26 november 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 26 november

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: