Jan Mulder: 'Het ijs in mijn knie kraakt. Denk daar eens aan, wanneer u zich in uw knusse huiskamer ergert aan de analisten op tv'

, door (jan mulder)

55
vrijbeeld

Ik zie twee analisten. Ze hebben een krant onder hun thermo-ondergoed, een coltrui eroverheen, sjaal om, dikke winterjas aan, wollen muts strak om het hoofd. Ze zijn een kwartier voor de aftrap van de bekermatch Royal Antwerp FC – Racing Genk begonnen met de voorbeschouwing. Het kwik daalt, de wind steekt op. De Bosuil bevindt zich in het stadium van de wederopbouw. Achter één der doelen ontbreekt de tribune. De novemberstorm blaast door het open gat recht op de set met analisten af, onder wie keeper Frank Boeckx die bij Anderlecht elk weekend op de bank zit en grimmige omstandigheden is gewend, maar hij lijdt zichtbaar. Naast hem staat Gert Verheyen. Gert lacht ook niet. Presentator Maarten Vangramberen lacht altijd, dus nu ook.

In Engeland zitten pundits als Gary Lineker en Graeme Souness in maatpakken op luxecrapauds in een heerlijk verwarmde lounge achter glas. Vincent Kompany was er onlangs ook. Hij zag eruit alsof hij in de Royal Albert Hall op het Gala voor Best Geklede Personen van 2019 een prijs moest uitreiken aan koningin Elisabeth. België bezit geen moderne stadions met tv-faciliteiten: de analisten in dit land worden, weer of geen weer, naar buiten gestuurd, elfstedentochtkleren aan, paraplu meenemen. Antwerp – Genk is een kwartier onderweg. Maarten, Frank en Gert hebben na de aftrap meteen de beschutting van de tribune opgezocht en genieten net van een bekertje hete kippensoep wanneer het licht uitvalt. IJlings rept het trio zich terug naar de zijlijn om de leegte in de uitzending op te vullen. Motregen. Rukwinden. Frank en Gert bibberen toch een mooie analyse van dat eerste kwartier in elkaar. De match eindigt op 3-3. Verlengingen en strafschoppen volgen. De nacht is al lang gevallen wanneer de tot op het bot verschrompelde Frank en Gert hun slotoordeel uitspreken. De interviews moeten dan nog komen. Gelukkig is de VRT zo wijs om middenvelder Sander Berge van Racing Genk deze keer over te slaan, anders waren er vriesdoden gevallen.

Onlangs stonden Marc Degryse en ondergetekende te rillen bij Racing Genk – RB Salzburg. Krant voor de borst, enzovoorts. Genk was van de mat gespeeld, het lege stadion maakte alles twee keer zo koud, iedereen wilde graag naar huis en toen kreeg de regisseur het idee om de Noor Berge live op de zender te vragen hoe hij zich na de afstraffing voelde. Zoals gebruikelijk bij Berge strekte zijn monoloog zich uit van een doorwrochte analyse van het eigen team, die van de tegenstander, de arbitrage, pech en toeval in de sport, hoe het met Genk verder moet in de competitie, tot een medisch onderricht over zere achillespezen in tijden van drukke wedstrijdschema’s. Sander geniet zó van zijn eigen Engels dat hij zo lang als maar kan de schitterende zinnen aan elkaar rijgt, terwijl jij in de snijdende poolwind probeert te overleven. Je zou in de tribune drie hete koppen kippensoep kunnen drinken, op je dooie akkertje terugwandelen en dan is hij nóg bezig.

In Liverpool hadden we de pech dat trainer Jürgen Klopp hem na de wedstrijd op het veld even apart nam en zijn prestatie uitvoerig prees. Dankzij die zaligverklaring werd het ego van Sander Berge groter, zijn interviewtjes imposanter en langer. De grimeuse is met onderkoelingsverschijnselen in het Rode Kruishokje gelegd en Berge breit zonder een spier te vertrekken verder aan zijn betoog. Twee averechts, één afhalen. Eindeloos. De analisten staan bij de desk te luisteren, te kleumen en te hopen dat het einde van die tergende verhandeling ooit in zicht komt. Het ijs in mijn knie kraakt. Denk daar ook eens aan, wanneer u zich de volgende keer in uw knusse huiskamer bij de knapperende open haard ergert aan de analisten op tv.

Humo 4136/50 van 10 december 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 10 december 2019

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: