Herman Brusselmans: 'De Vlaamse 'First Dates' wordt een voltreffer: een parade van sukkels, losers en achterlijke wijven'

, door (hb)

252
brusselmans 1200

'Niet zelden is een gesprek tussen twee van die pipo's zo boeiend als een dialoog tussen twee dove papegaaien'

First Dates’ is een tv-programma dat al een hele tijd uitgezonden wordt in diverse landen, van Engeland over Nieuw-Zeeland tot Nederland. Doch, wat gebeurt er? Welnu, in een restaurant spreken twee vrijgezellen met elkaar af. Ze eten samen, en proberen van die eerste date iets te maken dat tot verdere stappen kan leiden. De ontmoeting wordt afgesloten in een klein studiootje, waar de twee pipo’s naast elkaar gaan zitten, en een stem vraagt: ‘Willen jullie elkaar nog eens terugzien?’

Het is een ongelooflijk debiel programma, en ik mis bijna geen enkele aflevering. De slachtoffers worden door de redactie op elkaar afgestemd: homo bij homo, lesbo bij lesbo, zwart bij zwart, tenzij zwart wit verkiest, dik bij dik, oud bij oud, liefhebber van ‘Star Wars’ bij net zo’n liefhebber, sportschoolfiguur bij klojo met spierballen, enzovoort. Op die wijze zou je kunnen verwachten dat het vaak klikt, maar dat gebeurt maar ongeveer één keer op de tien. In de andere negen gevallen kunnen de gecontesteerden elkaar niet uitstaan, vinden ze elkaar zo saai als snijbonen schillen, en zeggen ze aan het eind: ‘Nee, ik wil deze figuur nooit meer zien.’

De show zit goed in elkaar. De eerste kandidaat wordt ontvangen door een zogenaamde maître, die het wanhopige sujet wat geruststelt, en de nitwit vervolgens begeleidt naar de toog, waar een barman een onnozel praatje slaat met de trillende en bevende meerwaardezoeker. Even later verschijnt de mogelijke partner. Op van de zenuwen stellen ze zich aan elkaar voor, drinken iets, en worden vervolgens door de maître naar hun eettafel gechaperonneerd, waar hun gesprek definitief kan beginnen. Dat gesprek is meestal zo boeiend als een dialoog tussen twee dove papegaaien, en geregeld valt het gebabbel al na een halve minuut stil, en wordt de rest van het gezeik overheerst door bijzonder gênante stiltes, waarbij de ene naar links kijkt, en de andere naar rechts, waarbij de ene naar de vloer staart, en de andere naar het plafond, en waarbij de ene nog meer dan de andere z’n hersens zit af te beulen om toch maar nog eens een vraag te kunnen stellen, niet zelden in de trant van: ‘Heb je hobby’s?’, ‘Heeft die tattoo op je voorhoofd een betekenis?’ of ‘Mijn vader is vroeg gestorven, de jouwe ook?’

Naar de Vlaamse versie van deze shit kijk ik uit met groot verlangen. ‘First Dates’ van bij ons wordt zonder twijfel een parade van sukkels, losers, houten klazen, achterlijke wijven, stotterende idioten, mokkels met opgespoten tieten en een zweetlip, en dwergen met één been alsmede halfkale nichten die in hun vrije tijd balletdansen op hun keukentafel. Iedereen is immers welkom bij First Dates. Het is dat ik geen vrijgezel ben, of ik had me meteen ingeschreven. Ik zou erop hopen dat de redactie een intellectueel verantwoorde tuttebel voor mij zou selecteren, in de trant van Kelly Pfaff, Mia Doornaert of die dikke met haar pukkel uit ‘Thuis’, ik geloof dat ze Annick Segal heet, maar voor mijn part heet ze Eufrasie Van Tietendaele. Aan de bar zou ik me voorstellen, zeggende: ‘Hallo, ik heet Herman, hoe heet jij?’ Nadat ze haar naam heeft gestameld, vraag ik: ‘Vanwaar ben je?’ ‘Van Zulte,’ zegt de voor mij uitgekozen vrouw. ‘Wat doe je voor de kost?’ vraag ik. ‘Ik werk bij Volvo op de afdeling ruitenwissers,’ zegt ze, ‘maar in m’n vrije tijd lees ik veel boeken, volg ik een avondcursus driehoeksmeetkunde en probeer ik de hoofdsteden van alle landen ter wereld uit m’n hoofd te leren, behalve die van Roemenië.’ ‘Waarom uitgerekend de hoofdstad van Roemenië niet?’ vraag ik. ‘Omdat ik in Boekarest ooit eens verkracht ben door een neger,’ zegt ze. Zo zo, mevrouw is racistisch, dat begint al goed. Aan tafel wordt het er niet beter op, als blijkt dat die snol op de koop toe vegetariër is, dat haar vader op 31-jarige leeftijd is overleden, en dat de tattoo op haar voorhoofd betekent dat de liefde als een lichte lentebries is die zachtjes over de huid streelt net voor de vlinders de buik opzoeken. Een uur later zitten we in het studiootje en de stem vraagt: ‘Willen jullie elkaar nog eens terugzien?’ Voor de vrouw iets kan zeggen, roep ik: ‘Ik zou nog liever de puist op m’n scrotum uit 1996 terugzien!’ waarna ik gillend het restaurant uit ren. Ja, de Vlaamse ‘First Dates’ wordt een voltreffer.

Humo 4137/51 van 17 december 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 17 december 2019

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: