Jan Mulder: Terwijl Club Brugge zich het hoofd breekt over een spits van 15 miljoen euro, schroeft Real Madrid zijn budget op tot 1 miljard

, door (jan mulder)

9
mulder 1200

Hoe deze spelers van de vliegtuigtrap afdalen, hoe ze hotel Van der Valk bij Oostkamp benaderen (hoe is het toch mogelijk dat dat goddeloze gehucht zoiets mag beleven), hoe ze in het stadion uit de bus stappen. Het staat allemaal gedetailleerd in de krant.

Voorzitter Bart Verhaeghe heeft het befaamde restaurant Zet’joe gereserveerd om president Florentino Pérez en zijn bestuur waardig te ontvangen. Dat lukt. Tijdens de lunch spreken Bart en Florentino onder andere over de toekomst en Florentino zegt (echt waar): ‘Wij hopen nooit meer tegen Club Brugge te moeten voetballen.’

Real is samen met acht of tien andere Europese multinationals bezig een topliga te creëren om wedstrijden in Krasnodar en Rosenborg te voorkomen. Zelfs met het tweede elftal van Madrid en Barcelona is daar niks meer aan. Het grote geld schept men elders. Het gebeurt in Shanghai, Qatar, Saudi-Arabië, oorden waar de play-offs van de aanstaande Super League zullen plaatsvinden en eindronden van de financieel sterkste bekercompetities zullen worden georganiseerd.

Bart Verhaeghe is weerloos tegen deze hoge graad van financieel management. Brugge is kansloos, Ajax en Borussia Mönchengladbach ook. Feyenoord en PSV, Anderlecht en Standard moeten zelf maar iets bedenken om te kunnen overleven. Daarom hamert de voorzitter van Club Brugge met alle kracht op de BeNeLiga, een gezamenlijke competitie van de beste Belgische en Nederlandse clubs. Het grotere marktaandeel van die reddingsboei zou de kloof met Real en Barca kunnen verkleinen.

Florentino geniet zichtbaar van de lunch. Terwijl Bart zich het hoofd erover breekt of hij een spits van vijftien miljoen kan kopen om nog sterker te worden, schroeft Florentino zijn jaarlijkse budget op tot een miljard euro.

Het lijkt hopeloos. Elke auto wordt de verkeerde straat ingestuurd. De communicatie tussen de verschillende veiligheidskorpsen hapert, ik rijd voor de derde maal de Lagebekeweg in. Met een oud-speler van Club Brugge, die me toevallig herkent, mag ik door en even later genieten we samen van de uitstekende maaltijd die de beste club van België de pers aanbiedt. Na de koffie wandel ik even naar buiten, we leven anderhalf uur voor de aftrap.

Jan Breydel is een oud stadion. Afbrokkelend beton, laaghangende, met plakband aan elkaar gehouden trossen elektriciteitsdraden, gure windgaten op de hoeken, verroeste ijzeren trappen van de persruimte naar het veld. Ik waag me op één van de trappen. Het veld is nog in duisternis gehuld, aan het plafond van een als kamer ingerichte laatste ruimte in de meest afgelegen hoek van de hoofdtribune brandt een lamp.

Drie mannen zitten aan een tafel van Mechels eikenhout. Aan de wand hangen enkele schilderijen, waarschijnlijk vorige voorzitters. Ook staan er twee vazen op het dressoir. De drie mannen lijken te vergaderen. Eén van hen is Bernd Storck, trainer van Cercle Brugge, de vereniging die samen met grote broer Club Jan Breydel gebruikt als speelveld. Cercle trekt drieduizend toeschouwers per match en staat helemaal onderaan.

Real Madrid is inmiddels gearriveerd, de gouden groep en coach Zidane inspecteren het veld, ik kan mijn ogen niet afhouden van Bernd Storck onder die schemerlamp, met al zijn zorgen en opstellingen in een schrift dat voor hem ligt. Het is de schoonheid van het voetbal zoals het ooit is bedoeld: onderaan staan en toch gelukkig zijn dat er zondag weer een partijtje mag worden gespeeld – in Beveren, en niet in Qatar tegen elf andere puissant rijke ondernemers.

Humo 4137/51 van 17 december 2019

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 17 december 2019

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: