Jan Mulder: 'Bölöni's wrevel in het bijzijn van een persmuskiet is een genot'

, door (jan mulder)

104

De interviewer heeft het verwachte antwoord gekregen. Hij is klaar. Je kunt ook tegensputteren en nog eens op Muzamu wijzen, het zal een zinloze onderneming blijken: een voetbalcoach in de hoogste klasse zegt niets.

In 2019 was er welgeteld één die zijn mond voorbijpraatte: supervisorinspirator Vincent Kompany, componist van RSC Anderlecht 2.0. Vincent vertoonde zijn afwijkende gedrag in het buitenland, waar men loslippiger is. De vraag in een Engelse tv-studio van Sky luidde: ‘Wat vond u van de aanstelling van Frank Vercauteren als trainer van Anderlecht?’ Antwoord: ‘Tricky question.’ Daarmee bekende Kompany dat de benoeming van Vercauteren zonder zijn instemming was gebeurd.

Meestal is het spel van vraag en antwoord met trainers geen voorbeeldige leerstof voor de school van de journalistiek. Het gesprekje zit zó vastgeroest in tergend voorspelbare vragen en antwoorden dat kijker, luisteraar, vragensteller en coach hun tijd beter anders kunnen besteden. Op één trainer na. László Bölöni van Royal Antwerp FC staat achter de microfoon. We gaan er eens goed voor zitten, want het wordt spectaculair. De mimiek en de prachtige lichte afkeer die deze coach aan de dag legt betreffende de vakkennis van de arme journalist van dienst. Bölöni’s wrevel in het bijzijn van een persmuskiet is een genot vergeleken met het misprijzen van Guardiola, Mourinho, Ten Hag, Preud’homme, Vercauteren of Clement. Bölöni wendt de ‘domme’ opmerkingen van de vragensteller aan voor een zoveelste meesterwerkje. Bölöni, dat is het Mekka van het ongemakkelijke interview.

‘Uw mening over de match, meneer Bölöni?’ De journalist is zo verstandig niet te beginnen met zijn eigen mening over de uitslag of een beslissend voorval in de wedstrijd, anders is hij bij voorbaat de pineut. Maar de aangesprokene, Bölöni, trekt een gezicht alsof hem gevraagd wordt hoe je de oppervlakte van een kegel berekent of de genezing kunt bevorderen van kleine ontstekingen bij tieners, beter bekend als acne.

‘Mening over de match?’ Bölöni draait heel langzaam het hoofd en kijkt naar iets in de verte. Een grasmaaier. Een wolk. Naar de hijskraan misschien, achter één der doelen, waar een nieuwe tribune gebouwd wordt. Een vage glimlach lijkt na enige tijd door zijn ondoorgrondelijkheid heen te schijnen, als je het optimistisch bekijkt. De journalist krijgt een sprankje hoop. Bölöni formuleert dan in sympathiek gebrekkig Frans deze zin: ‘U hebt de match niet gezien?’ ‘Jawel, ik zat hier bij de zijlijn.’ ‘U weet dan toch wat u hebt gezien? Dat Antwerp twee punten zijn afgenomen. Of bent u van mening dat mijn jongens die twee belachelijke rode kaarten verdienden?’ Bölöni richt zijn aandacht weer op de hijskraan. Stilte. ‘U was dus tevreden met de prestatie van uw team, meneer Bölöni?’ ‘Ja.’ ‘Ook met die van Lamkel Zé?’ ‘Ja.’

In de verte valt de 40 meter hoge hijskraan langzaam om. De journalist roept angstig dat de hijskraan omvalt. Bölöni, zonder een spier te vertrekken: ‘De hijskraan valt. Ben ik met u eens.’ Hulpdiensten spoeden zich naar de onheilsplek, sirenes loeien, de trainer poetst zijn bril en wandelt kalm naar de kleedkamer.

Gelukkig Nieuwjaar, lezer en László Bölöni, van wie ik in 2020 weer elke week hoop te genieten.

Humo 4140/02 van 7 januari 2020

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 7 januari

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: