Bobbejaan Schoepen: het laatste interview

Deel
14583_bobbejaanselleslags.jpg

'Geluk is: vaststellen dat je geen pijn hebt'

(Humo 3381, 21/06/2005)

Een tijdlang was Schoepen top of the bill in Nashville, het mekka van de country. Hij was kind aan huis bij Jacques Brel, Caterina Valente, Josephine Baker en een dozijn andere grote sterren aan het muziekfirmament. Veertig jaar geleden zei Schoepen nochtans in Humo 'Een wonderkind ben ik niet geweest. Als ik aan mijn kinderjaren terugdenk, kan ik daar geen voorteken van latere successen in ontdekken. Het enige vak waarin ik uitblonk, is in geen enkel schoolprogramma te vinden: fluiten.'

Maar Bobbejaan is meer dan de artiest en liedjesschrijver, hij was ook de ziel van Bobbejaanland, het pretpark dat vorig jaar werd verkocht aan een Spaanse multinational. Bobbejaan had toen andere zorgen aan zijn hoofd: hij vocht tegen een darmkanker, een strijd die hij - voorlopig toch - wint.

Midden mei was de familie Schoepen te gast op het Antwerpse stadhuis, waar burgemeester Patrick Janssens himself Bobbejaan feliciteerde met zijn 80ste verjaardag, en eerder dit jaar verraste Schoepen met een onverwacht optreden op Saint Amour. Geflankeerd door zijn vrouw Josée - een voormalig fotomodel dat hij ontmoette in de Brusselse Folies Bergères en met wie hij in 1961 trouwde - en zijn jongste zoon Tom, een moraalfilosoof en uitgever van een tijdsbalk van de wereldgeschiedenis, geeft Bobbejaan Schoepen een vele uren durend interview, dat hij zelf beschouwt als 'het laatste'.

BOBBEJAAN SCHOEPEN « 't Voelde goed om weer op de planken te staan. Vooral in Leuven was ik in mijn sas.»

HUMO Wat betekent dat voor u, publiek?

BOBBEJAAN « Ik denk: alles.»

JOSÉE « Optreden is zuurstof voor hem. De laatste jaren miste hij dat erg.»

BOBBEJAAN « Er is een tijd van komen en gaan, Josée. Vroeger zong ik graag van die vlugge nummers: een boogie, of zo... Nu heb ik liefst langzame liedjes, sad songs

HUMO Schrijft u nog altijd liedjes?

BOBBEJAAN « Ja, maar 't kan zijn dat ze nog vijftig jaar in de kast liggen voor ze ontdekt worden (lacht).»

JOSÉE « Je hebt veel nummers 's nachts geschreven, hé Bob.»

HUMO Waarom 's nachts?

BOBBEJAAN « Dan is het stil, dan komt de inspiratie. Overdag is het te druk.

» 't Is niet alles hoor, 's nachts componeren. Je ligt in je bed, je krijgt een idee, en, hup, je moet opstaan. Als je dat niet doet is het vergeten, weg, kapot. Soms was ik te lui, maar meestal was de drang toch te groot. Als je in je leven vijf liedjes schrijft die goed zijn, heb je goed gewerkt.»

Circuscowboy

HUMO Welk liedje is uw numero uno?

BOBBEJAAN « Qua verkoop was 'Grijze haren' een absolute topper. Heino, James Last en nog vijf artiesten hebben dat in Duitsland uitgebracht. Elk jaar worden er met moederdag nog honderdduizend van verkocht.»

JOSÉE « Het zijn andere tijden, nu. Vroeger wilden de mensen altijd 'Hutje op de heide' en 'Café zonder bier' horen

BOBBEJAAN « Je moet niet voor de elite schrijven, dan verkoop je niets.»

JOSÉE « Bob werkte voor de gewone mensen. Hij was een podiumbeest, iemand waar de mensen voor uit hun luie zetel kwamen. De zalen zaten bomvol, zodanig zelfs dat we een eigen circustent moesten aanschaffen. In de kleinste dorpen van Vlaanderen hebben we opgetreden.»

BOBBEJAAN « 's Middags reed ik op mijn paard rond om reclame te maken. Soms waren er mooi uitgedoste meisjes bij, of jongens. In het midden van de tent was een podium, zoals bij cirque du soleil nu, maar kleiner. We hadden ook mooie decors. Ik was altijd voor op mijn tijd.»

JOSÉE « Bobbejaan was een voorloper. Rudi Carrell wilde nadien hetzelfde doen in Nederland, hij is bij ons komen vragen hoe hij dat moest aanpakken. Maar het is hem niet gelukt.»

BOBBEJAAN « Misschien omdat hij geen paard had (lacht).»

JOSÉE « Onze shows waren goed georganiseerd.»

BOBBEJAAN « Heel goed.»

JOSÉE « We hebben Carrell al lang niet meer gezien, maar vroeger kwam hij hier regelmatig.»

BOBBEJAAN « Hij heeft hier in de jaren zestig een huis gekocht.»

JOSÉE « Hij moest gaan lopen voor de fiscus in Duitsland. Waar kon hij naartoe? Naar der Bobbejaan. In één dag tijd moest hij een huis hebben.»

BOBBEJAAN « En hij moest Belg zijn. Het is gelukt. Ik heb de burgemeester gebeld en nog dezelfde dag had hij zijn paspoort

JOSÉE « Zoiets kan niemand, zei Carrell tegen Bobbejaan. 'Gij zijt precies God de Vader.»

HUMO U kende veel mensen uit het internationale showcircuit. Wie blijft u altijd bij?

BOBBEJAAN « Caterina Valente. Heel grote madame. Ik heb een tournee met haar gedaan. En verder Dalida, en Toots Thielemans. Ik zei hem: 'Toots, jij moet naar Amerika, jong.' Het is hemgelukt, daar. Ik had ook een goed contact met Jacques Brel, die begin jaren vijftig in de Brusselse Ancienne Belgique met mij op de affiche stond. Elke avond ging hij na het optreden een pint pakken, en hij rookte de ene sigaret na de andere. Ik zei hem: 'Jacques, je moet ermee stoppen.' Hij kon het niet en hij is aan keelkanker gestorven. Jammer, want het was een toffe gast.»

Links:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: