De Gokchinees

Deel
14597_gokchinees.jpg

Spelers werd gevraagd wedstrijden te verkopen, gokkantoren noteerden absurd hoge inzetten op banale degradatieduels in de Jupiler League en bij KV Oostende moest, kort na de passage van Ye, trainer Gilbert Bodart ophoepelen. Humo reconstrueert het parcours van Zheyun Ye, gezant van de Aziatische gokmaffia.      

Liquidation totale. Boutique à céder. Alles min 50 procent. De affiches hangen er sinds begin november, en volgens de serveerster in de brasserie aan de overkant zat het er een beetje aan te komen. 'Die winkel heeft een jaar-en-nog-wat bestaan, en ik geloof niet dat er in die tijd meer dan drie mantels zijn verkocht. Allez, wie koopt er nog bont? En dan nog van dat kitscherige bont van drieduizend euro per mantel. Dat geen van de verkoopsters meer dan een paar woorden Frans sprak, hielp ook niet echt.'

De winkel heet Cecilia Bilanci en ligt in het centrum van Parijs: rue des Pyramides 29, een zijstraat van de avenue de l'Opera. Het Louvre is één metrohalte ver. De winkel is sober ingericht, fel verlicht en heeft de Parijse toeristische dienst als buur. 'Chinezen die bont verkopen,' weten ze daar alleen te vertellen: 'Ze mijden meestal contact.'

Volgens de Parijse rechtbank van koophandel werd de société coopérative à responsabilité limitée Cecilia Bilanci op 29 september 2004 opgericht door ene Xiandi Xu, Chinees. Het startkapitaal bedroeg slechts 30.000 euro. Het bedrijf bezit geen onroerend goed, heeft één vestiging - de winkel - en doet naar eigen zeggen niet aan export. Het allereerste spoor is een aanvraag tot erkenning als gedeponeerd merk, op 16 juli 2004 bij de dienst Marques de Fabrique de Commerce ou de Service. De definitieve toekenning kwam er op 24 december 2004.

Twee telefoontjes, en de officials van de vele in opspraak gekomen - of nog te komen - Belgische voetbalclubs hadden dit allemaal geweten. Ze hadden in één oogopslag kunnen zien dat Cecilia Bilanci niet zozeer in bontmantels doet, maar in dekmantels. Een minimale hoeveelheid hersenen had ook kunnen helpen: wie kon ooit geloven dat een bontjassenwinkel in hartje Parijs zich als exclusieve brand op de Europese markt wou gaan positioneren via shirtreclame bij SK Ronse of Verbroedering Geel? 'De Chinees had wel een fraaie catalogus meegebracht,' zegt Ronse-voorzitter André Deruyver. 'Er stonden mooie foto's in.'

Dat klopt. Van steeds hetzelfde fotomodel, met telkens een ander stuk bont om hals of heupen. Nergens in de catalogus wordt een adres vermeld, een ontwerper of een fotograaf. Nergens ook één woord geschiedenis over de 'trendsetter in modeland' die Cecilia Bilanci pretendeert te zijn. Je kan de naam googlen, opzoeken in lijsten van beroepsorganisaties of er kenners over aanspreken, het resultaat is identiek: Cecilia quoi? Er is, blijkt, ergens in Shanghai wel een winkel waar ze spullen van Cecilia Bilanci verkopen, maar ook daar pas sinds 2004.

Zheyun Ye is als vanuit het niets naar België gekomen in, zo wordt aangenomen, oktober 2004. Hooguit enkele weken, misschien dagen, nadat het bedrijf was gesticht. Hij wou hier, zei hij, 'een nieuwe textiellijn lanceren'.

Na het losbarsten van de gokaffaire bleef één man volhouden dat Ye 'in de voetbalwereld al jaren een bekend figuur is': Filippo Gaone, voorzitter van La Louvière. Twee, misschien drie jaar geleden, zo verklaarde hij onlangs, stond Ye ook in zijn kantoor met een aanbod als sponsor. Maar even doorvragen en Gaone is minder zeker: 'Ik ben niet zo goed in data. En misschien verwar ik hem met een andere Chinees. Er lopen tegenwoordig ook zoveel Chinezen rond, en ze lijken zo op elkaar. Heeft het belang? Hier in de Borinage spreken de mensen al niet meer over die zaak, hoor. Volgens mij gaat niemand uw artikel lezen. Als ik u was, ik zou er niet eens aan beginnen.'

 

Ye, right

Twee Aziatische meisjesogen staren ons verschrikt aan. Humo? Is dat niet cet hebdomadaire belge waarvan er nu al wekenlang om de zoveel dagen iemand aan de lijn hangt? Vlijtig noteert het verkoopstertje bij Cecilia Bilanci op een post-it de mobiele nummers van Xiandi Xu en Zheyun Ye. De één is de baas, zegt ze. En de andere? Ook baas. 'Maar mijnheer Ye is sinds begin november op zakenreis. We weten niet of hij nog terugkomt. De winkel is verkocht en tegen eind januari, uiterlijk begin maart, gaat ze dicht. Meer weten wij niet.'

Zoals verwacht levert het nummer van Ye niks op, net zo min als al zijn vorige nummers en zijn e-mailadres. Mijnheer Xu neemt wel op. Hij spreekt zelfs een klein beetje Frans.

HUMO: Uw winkel was een dekmantel voor de Chinese gokmaffia.

XIANDI XU (opgewonden): « Vendu! Magasin est vendu! Nouveaux propriétaires! Pas moi! Peux-je parler Chinois?»

HUMO: Liever niet. Waar zit mijnheer Ye?

XU: « Monsieur Ye disparu! Hij neemt al weken de telefoon niet meer op en beantwoordt geen mails. Ik hoop dat hem niks ergs is overkomen.»

HUMO: Hij schijnt naar Shanghai vertrokken te zijn.

XU: « Je sais pas, moi.»

HUMO: Hij wordt in België verdacht van het omkopen van voetballers om wedstrijduitslagen te manipuleren.

XU: « Moi pas au courant.»

HUMO: Hij heeft diverse clubs miljoenen aangeboden om de naam Cecilia Bilanci op de shirtjes te krijgen.

XU: « Vraiment? Dat is dan buiten mijn medeweten gebeurd. Cecilia Bilanci is een modewinkel, haute gamme. Wat moeten wij met Belgisch voetbal?»

 

James, koop mij een Porsche

Aan cafétogen noemen ze hem de gokchinees. Zheyun Ye is in no time een begrip geworden in het landelijke profvoetbal. Ziet AA Gent-voorzitter Ivan Dewitte zijn verdediger Stephen Laybutt blunderen, dan zegt hij: 'Dat is onze Chinees.' Wint een slechte ploeg verrassend van een betere, dan hoor je gemompel op tribunes: 'Daar zit de Chinees voor iets tussen.'

Toen de politie hem op maandag 31 oktober oppakte in het Hilton-hotel in Brussel - en prompt weer liet gaan - had Ye een paspoort op zak dat aangaf dat hij in 1965 geboren is in Taiwan. Voor het soort globetrottende zakenman-miljonair dat hij beweert te zijn, bevatte het document niet veel stempels. 'We zijn er vrij zeker van dat hij verschillende paspoorten bezat,' zegt een speurder. 'Waarmee de vraag rijst: is Zheyun Ye wel zijn echte naam?'

En gesteld dat dat zo is: hoe schrijf je die dan? Zheyun Ye, zoals hij zelf deed? Zhe Yun Ye? Soms noemde hij zich Michael Ye, soms Mister J. Toen hij in juni met de hulp van spelersmakelaar Pietro Allatta en ex-voetballer Olivier Suray in Finland voetbalclub AC Allianssi opkocht, liet hij journalisten in Helsinki noteren dat hij in China aan 5.000 mensen werk verschaft, in mijnen, de textielhandel en meubelfabrieken. Na twee maanden onderzoek vraagt de dienst Serious Fraud bij de federale politie (GDA) in Brussel zich nog steeds af hoe het kan dat van zo'n immens zakenimperium nergens enig spoor terug te vinden is.

Zheyun Ye had geen adres in België. Hij verbleef hier soms weken aan een stuk: dan huurde dan een kamer of een suite in het Hilton, het Sheraton of in de Antwerpse hotels Park Plaza of Park Lane. Op restaurant claimde hij altijd de rekening, keek hij niet op een dure fles wijn meer of minder en was hij extreem gul met fooien. Een week voor hij verdween liet hij Olivier Suray, zijn manusje-van-alles, in een opwelling een Porsche Cayenne kopen. 65.000 euro. Cash betaald. 'Hij was héél rijk,' zegt Suray. 'Een man van de wereld. Dat voelde je.'

Ye liep rond met een Franse verblijfsvergunning voor de periode 1996-2006. Ook de authenticiteit daarvan is nog een punt van discussie. Mensen die hem ontmoet hebben, betwijfelen of hij werkelijk al zo lang in Europa rondhing. 'Hij sprak amper drieëneenhalf woord Frans,' zegt Virginie Parijs, commercieel manager bij voetbalclub RAEC Mons. 'Hij is hier twee keer geweest, telkens in het gezelschap van een tolk. Hij was een raar mannetje. Klein van gestalte, heel erg druk.'

Het was november 2004, weet Parijs nog, toen dat mailtje kwam. RAEC Mons bengelde onderaan in eerste klasse, waaruit de club aan het eind van dat seizoen ook zou degraderen. 'In die mail bood de Chinees aan om voor 250.000 euro shirtsponsor te worden namens een Frans modehuis - hoe heette het ook alweer?'

HUMO: Cecilia Bilanci?

VIRGINIE PARIJS: « Juist, dat was het. Hij zou in eerste instantie shirtsponsor worden, en later zouden er 'nog veel miljoenen' bijkomen. Hij wou meerderheidsaandeelhouder worden in onze vennootschap. Zijn patron, zei hij, bezat in China meerdere topclubs. Hij zou Chinese spelers naar hier halen.»

HUMO: Klonk aanlokkelijk, kortom.

PARIJS: « Dan kent u onze voorzitter niet (lacht). Kijk, we hebben twee keer met die man vergaderd, de laatste keer duurde het maar tien minuten. Ik hoor Dominique Leone na afloop nog zeggen: 'Wat denkt die wel? Wil die hier mijn speelgoed komen afpakken of zo?'»

HUMO: Jullie hebben hem doorgestuurd?

PARIJS: « Exact. Hij is hier wat later nog eens geweest, in het gezelschap van Pietro Allatta. Om een match te bekijken. En daar houdt het voor ons op.»

Zégt RAEC Mons. Zoals zoveel clubs vandaag de aard en het aantal van hun contacten met Ye minimaliseren. Na wekenlang onderzoek kon Humo achterhalen dat niet alleen de al genoemde clubs Germinal Beerschot, SK Lierse, La Louvière en Verbroedering Geel over commerciële samenwerking met de Chinees hebben onderhandeld, maar ook KV Oostende, RAEC Mons en SK Ronse. Ye probeerde het ook nog bij SV Roeselare en KV Kortrijk - voor zover bekend de enige clubs die meteen klaar en duidelijk njet zeiden.

Volgens Brusselse speurders zijn er ook 'sterke aanwijzingen' dat Ye individuele spelers benaderd heeft bij onder meer Sint-Truiden, Lierse, GBA en tweedeklasser RS Waasland. Zij zouden bedragen van 5.000, 25.000, 30.000 tot 72.000 euro aangeboden gekregen hebben. Om één keer wat minder goed te spelen.

Bij de clubs waar de Chinees passeerde, lopen spelers rond met maandlonen van minder dan 1.500 euro.

 

Dubbel spel

Tot vandaag zijn er clubbestuurders die in alle ernst blijven geloven dat Zheyun Ye in België werkelijk in voetbal wou investeren. Want die mens had toch geld? En is Lierse er niet in geslaagd hem via een gegeven-is-gegeven-clausule in het contract 370.000 euro te ontfutselen? Blijkbaar wel, maar wie Ye's parcours bestudeert, ziet een heel ander patroon. De Chinees had één ambitie: in de kortst mogelijke tijd gerespecteerd worden in Belgische voetbalstadions, bij voorkeur op hoofdtribunes, in business seats en spelershomes. Bekeken worden als een nieuwe Roman Abramovich, de Russische miljardair achter Chelsea die wereldwijd zoveel clubbestuurders natte dromen bezorgt.

Op 22 januari 2005 wordt Ye na de thuiswedstrijd tegen Westerlo in het spelershome van SK Lierse aan de spelers voorgesteld als 'potentiële nieuwe investeerder'. Wat niemand weet, is dat dezelfde Ye twee dagen later aan de andere kant van het land zit te onderhandelen met het bestuur van SK Ronse. Lierse zegt niks tegen Ronse, Ronse zegt niks tegen Lierse.

Kennelijk zijn de clubbesturen zo verblind door de beloofde fortuinen dat ze vergeten te doen wat ze ook zónder achtergrondkennis over Cecilia Bilanci hadden kunnen doen. Op een paar van de luttele documenten die Ye heeft achtergelaten, prijkt zijn privé-adres: avenue de Choisy 3, 75013 Paris. Geen enkele clubbestuurder doet de moeite om na te gaan wie of wat er op dat adres zit. Een kasteel? Een villa met zwembad? Een luxueus penthouse? Droom verder. Het is een dertig verdiepingen hoge sociale woontoren, midden in de Chinese wijk van de Franse hoofdstad, met veel prullenwinkels, Chinese restaurants en straten vol zwerfvuil. Een bewoner in de grauwe woontoren meent in een hem voorgelegde foto vaag een man te herkennen die hij weleens in de lift gezien heeft: 'Maar dat is toch alweer enkele maanden geleden.' In de hal vermelden de brievenbussen geen namen. Bij syndicus Foncia Gobelins vinden ze in het databestand nergens een Ye terug. 'Dat kan betekenen dat hij een appartement gehuurd heeft en inmiddels weer is vertrokken.'

Voor zover na te gaan valt, is Germinal Beerschot Ye's eerste Belgische halte, in oktober 2004. Nadat hij bij de club geïntroduceerd is door het Antwerpse makelaarsduo René Vijt en Walter Mortelmans wordt hij op 30 oktober tijdens de uitmatch in Westerlo aan hun zijde gespot, temidden van de GBA-delegatie in de hoofdtribune. Ye wordt na de wedstrijd aan spelers en trainer Marc Brys gepresenteerd als potentiële 'nieuwe investeerder'. Daar is natuurlijk niks van gekomen, maar GBA-spelers Daniel Cruz (nu bij Lierse), Luciano Da Silva en Mohammed Messoudi bekenden onlangs dat Ye hen in april 2005 aansprak en 25.000 euro aanbood om ervoor te zorgen dat hun club een bepaalde wedstrijd zou verliezen. De spelers weigerden, maar lieten na binnen 48 uur de Voetbalbond in te lichten, zoals het bondsreglement verplicht. Dus riskeren de drie nu een 'sanctie'.

Dat bondsreglement is één van de grote hinderpalen voor het onderzoek van de Brusselse onderzoeksrechter Silviana Verstreken. Spelers die, zoals Cruz, Luciano en Messoudi, ooit een aanbod hebben gekregen, zullen wel twee keer nadenken voor ze justitie gaan vertellen wat hen overkomen is.

Ook een voetbalmakelaar die aan het begin van de affaire nog ongeremd de pers te woord stond over hoe hij Ye had geïntroduceerd bij een eersteklasser, houdt nu liever zijn mond: 'De speurders hebben me geadviseerd geen verklaringen meer af te leggen, in het belang van het onderzoek. En ook, zeiden ze, 'in het belang van uw veiligheid en dat van uw gezin.''

 

Bad vol zoutzuur

In de twaalf maanden waarin Ye als een schim door de Belgische voetbalwereld doolde, werd hij meestal vergezeld door Pietro Allatta. Die introduceerde Ye vanaf begin 2005 bij nagenoeg alle clubs waar hij een poot aan de grond zou krijgen.

Allatta, een 58-jarige Siciliaanse Belg, is een spelersmakelaar met een Togolose licentie. Vorige zomer kwam hij in de belangstelling als raadsman van doelman Silvio Proto, toen nog bij La Louvière. Anderlecht wou hem graag, maar manager Herman Van Holsbeeck weigerde te praten met 'die man': nog liever géén Proto dan een Proto waarvoor moest worden onderhandeld met Allatta. Van Holsbeeck kreeg bakken kritiek: hoe kon hij zijn persoonlijke aversie boven het belang van de club stellen? Omdat, weten we nu, Van Holsbeeck iets beter geïnformeerd was dan de meeste anderen.

Eind jaren tachtig was Allatta de rechterhand van de Siciliaanse Belg Carmelo Bongiorno, koning van de Henegouwse koppelbazen en vooral bekend vanwege het organiseren van de moord op Stéphane Steinier van La Nouvelle Gazette, waarvoor hij ook werd veroordeeld. De jonge journalist legde iets te veel belangstelling voor het Henegouwse koppelbazenmilieu aan de dag. Daarom werd hij volgens getuige Giuseppe Condello, die daarvoor de omertà doorbrak, begin 1989 neergeknald en in een zoutzuurbad gelegd, waarna wat restte van zijn lijk 'in een betonblok werd gegoten'. Het lichaam van Steinier is nooit teruggevonden.

Koppelbazerij houdt in dat je op naam van een meestal buitenlandse metselaar een nepfirma opricht, in onderaanneming arbeiders in het zwart laat werken en na zes maanden - bij de eerste controles van RSZ of fiscus - het nepbedrijfje opdoekt, de zaakvoerder laat 'verdwijnen' en een dag later van vooraf aan begint. Een lucratieve business, bleek begin 2000 op het grote koppelbazenproces dat Pietro en zijn broer Salvatore Allatta respectievelijk vier en vijf jaar gevangenisstraf opleverde. Als overnemers van het netwerk van de inmiddels gearresteerde Bongiorno hadden ze volgens een schatting van het openbaar ministerie 1,6 miljard frank uit de Belgische schatkist weggesnoept.

Die koppelbazerij, zo leerde de zaak-Bongiorno, geeft soms problemen. Zo'n directeur geworden metselaar is niet altijd even meegaand als na zes maanden het punt is bereikt waarop hij het land uit moet. Dus eindigden er in de jaren tachtig wel meer in een betonblok: Jean-Claude Boittiaux, Virgilo Darga of Adriano Gattesco, metselaar en keeper bij RUS Binche.

De clan rekende genadeloos af met klikspanen. De ouders van verklikker Condello kregen drie dagen na zijn getuigenis een granaat in de woonkamer geworpen, en wat later brandde de zaak van vader Condello uit. Een ander hulpje van Bongiorno, Giuseppe Dell'Area, werd ervan verdacht aanstalten te maken om met de politie te praten. Op 8 november 1989 werd hij in het centrum van Morlanwelz vanuit een rijdende auto neergemaaid. Dood. 'U moet het verleden niet opnieuw oprakelen,' zei Pietro Allatta vorige zomer tegen Het Nieuwsblad nadat de transfer van Proto dan toch succesvol was afgerond. 'Ik ben iemand die vooruit kijkt. Niet achteruit.'

In de ochtend van 24 december 2004, een jaar geleden pas, keek Allatta niet achteruit en ook niet vooruit, maar opzij. Die dag berichtte Belga: 'In Chapelle-lez-Herlaimont heeft zich vrijdagochtend rond 8 uur een schietpartij afgespeeld. Pietro Allatta, een voetbalmanager, was net voor zijn huis in zijn wagen ingestapt toen een ander voertuig vertraagde. Er werden verschillende schoten gelost, maar Allatta dook instinctief neer in de wagen, zodat hij niet geraakt werd.'

Het is maar één anekdote uit het spannende leven van Pietro Allatta, die sindsdien ostentatief door het leven gaat met een bobbel in zijn jas en het leren riempje van een holster. Het is precies die achtergrond die spelers, makelaars en trainers nog méér doet aarzelen om met justitie te praten.

Humo 3409 03/01/2006

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 3 januari 2006

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: