Expo '58: Naar de Wereldtentoonstelling te Brussel

Deel
14670_CoverExpoHumo918.jpg

Opstel door Guido Van Meir 5de leerjaar B

Uit 'Hand in hand', driemaandelijks tijdschrift Broederschool Ekeren

We installeren ons in de gemakkelijke zeteltjes van een gezellige autobus, voor een reis naar de Wereldtentoonstelling. Ik zie mijn bagage na. De motor slaat aan en de bus zet zich in beweging.

Rond tien uur naderen we de tentoonstelling. Ons geduld wordt beloond! Onze halzen rekken, daar verschijnt aan de horizont de hoogste atomiumbol. Na een tijdje staan we voor de indrukwekkende ontvangsthall. We treden de wereld binnen! Machtige fonteinen die als het ware een waterballet vormen trekken mijn aandacht. We kuieren verder. We zijn gearriveerd aan 'Het leven in het jaar 2000' een paviljoen van de grootwarenhuizen. Er is een maquette van een toekomststad tentoongesteld. Ook is er een modelwoning opgericht. De klok gaat echter onverbiddelijk voort en het is tijd om het middagmaal te gebruiken.

We eten in het restaurant van Civitas Dei, op het eerste verdiep, een groot luchtig vertrek. We scharen ons in groepjes rond de tafeltjes. Van hier uit hebben we een prachtig zicht over de paviljoenen van Rusland, Canada en Amerika. Naast ons, we zitten aan het venster, is een kabelspoor gespannen dat via het Atomium naar het paviljoen der Benelux gaat. In de verte staat het Atomium, ik zit er enkele ogenblikken mijmerend naar te kijken. Dit reuzenbouwwerk beheerst heel de tentoonstelling. Ik word teruggeroepen uit mijn gemijmer door een dof gestommel.

We zetten onze tocht voort. Onze stappen leiden naar het paviljoen van Civitas Dei. 'De Denker' een mooi beeldhouwwerk van Rhodin beheerst de hall. Plots sta ik in één der galerijen voor een foto van een krijgsgevangene. Onder hem staat een verdrukte van achter het ijzeren gordijn en daarnaast een slachtoffer van een atoombom. Is dat de vrije mens van de 20° eeuw? Och, ik droom weer, ik moet de groep volgen. We trekken naar het Amerikaans paviljoen. Een geographische kamer laat ons verscheidene interessante dingen zien. In de brede gangen staan kleurentelevisies opgesteld. Electronische armen, om radioactieve stoffen met dodelijke stralen te behandelen, worden achter glas bediend. Verder staat er in een inham, het lijkt wel een krypte, een moderne operatiezaal. Een pop fungeert als patiënt.

Na een verfrissing bezoeken we het tempeltje van Thailand. Van buiten gezien een waar juweel. Ik moet echter mijn mening te kennen geven dat wanneer men binnenkomt, men een rijkversierde troon ziet staan. De troon is als het ware een eiland in de zee. Het vertrek is leeg. Daar zijn we dan ook vlug buiten.

Als volgend paviljoen nemen we Nederland. De hoge vuurtoren beheerst dit paviljoen. We vinden er de passagiersruimte van de KLM tentoongesteld. Ik sta vol bewondering voor de golven, door technische middelen voortgebracht, die tegen de oevers aanbotsen. In dat wateroppervlak staat ook het embleem van de W.T. Ik hoor de beiaard van Civitas Dei. Nu gaan we het paviljoen der voedingswaren bewonderen. Heel het paviljoen is verdeeld. Elk stuk is door een merk van voedingswaren in beslag genomen. Iedereen probeert de hoofdvogel af te schieten.

In het paviljoen van Victoria (chocolade nvdr.) is er een weegschaal geïnstalleerd waar ge uw eigen gewicht in Victoria-produkten kunt winnen. Voor Canada een eervolle vermelding, we treffen er een toestel voor kankeroperaties aan, enzomeer.

Onze stappen leiden nu naar het paviljoen van Coca-Cola. We kunnen er de fabricatie volgen van een flesje coca-cola. Terwijl we terug naar het centrum van de Wereldtentoonstelling gaan, lopen we nog eens na bij het paviljoen van verkeerswezen. Daar zien we veel interessante dingen. Tenslotte nemen we plaats in een zeteltje van het treintje dat ons doorheen de Wereldtentoonstelling zal voeren. Een gids verstrekt ons daarbij de nodige uitleg. Daarna overschouwen we nog enkele ogenblikken de wonderbare verlichting.

Dan stappen we dromend in de autobus, die ons naar huis zal brengen na een dag waarin we de wereld ontdekt hebben.

Door Guido Van Meir 5de B.

Guido Van Meir: tweede rij, derde van rechts

 

Commentaar van Guido Van Meir (2008):

Mijn opstel verscheen gecensureerd in het blad van de Broederschool. Broeder-hoofdredacteur had elke verwijzing geschrapt naar het feit dat ik een flink stuk van de dag in mijn eentje op de Expo had rondgelopen, tot grote ongerustheid van de begeleiders.

Het begon na het bezoek aan het Amerikaans paviljoen, toen bleek dat onze groep was verder getrokken met achterlating van drie leerlingen, waaronder ikzelf. De afspraak was om in dat geval te gaan wachten aan de voet van het Atomium tot een begeleider ons kwam ophalen, maar dat vertikte ik omdat ik niet het risico wilde lopen om daar uren te staan wachten - een inschattingsfout, achteraf bekeken. Ik nam afscheid van mijn twee lotgenoten en trok alleen de wijde wereld in.

De waarheid gebiedt me om toe te geven dat ik de Expo na een aantal paviljoenen toch wel een beetje voor bekeken hield. Ik heb me op een rustbank gezet en een aantal kranten ingekeken (De Standaard, Het Volk, Het Laatste Nieuws... ) die ik daarvoor nog nooit van dichtbij gezien had, want thuis hadden we alleen de Volksgazet. Als mijn geheugen mij niet bedriegt berichtten de kranten uitgerekend die dag over het incident met de fair hostessen die op staande voet ontslagen werden omdat ze zonnebadend op het dak van een paviljoen betrapt waren door een overvliegende helikopter. Ook die dag was het nog warm.

Uiteindelijk kwam ik een andere groep van onze Broederschool (het 4de leerjaar) heel toevallig tegen in het paviljoen van Coca-Cola, waar ik mijn eerste en enige oorveeg heb gekregen van een broeder. Dit heeft mijn humeur danig en langdurig verpest, maar op de terugweg kon ik toch niet aan de verleiding weerstaan om een liedje te komen zingen in de wonderbaarlijke microfoon waarover onze autobus vooraan beschikte. En dus was toch nog moe maar tevreden dat we huiswaarts keerden.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: