1 mei: Dag van de Arbeid [deel 2]

, door (jl) en (tp)

Deel
socialisme

Marcel Vanthilt: ‘Mannen waar je bang Voor was’

In 2000 gooide Marcel Vanthilt zijn kaarten op tafel: tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in Antwerpen kwam hij op voor Agalev. Hij werd zelfs verkozen, maar zetelen deed hij niet. Uit respect voor de nagedachtenis van zijn vader, wie weet. Edgard Vanthilt was in de jaren 50, 60 en 70 achtereenvolgens gemeenteraadslid, senator en kamerlid voor de Belgische Socialistische Partij. Over zijn curieuze levensloop schreef Marcel vorig jaar een bijzonder boek: ‘Edgard, het verhaal van mijn vader’.

'Kust allemaal mijn gat, maar ik word socialist'

HUMO Klopt het dat uw vader bijna en stoemelings socialist is geworden?

Marcel Vanthilt «Ja, eigenlijk wel. In zijn jeugd en zijn twee eerdere levens – in het leger en in de familiezaak – heb ik niets gevonden wat op een zwaar politiek engagement wijst. Hij had altijd gehoopt om vennoot te worden in de drankenhandel van de familie, maar door een ruzie is hij daar met slaande deuren vertrokken. Maar hij kende wél alle cafés uit de buurt, onder meer het bolwerk van de socialisten van Leopoldsburg: Café Du Monument bij Wiske Dupont. Enfin, ‘de’ socialisten: ze waren met vier, maar ze zaten wel allevier bij Wiske (lacht). Eén van die vier heeft mijn vader in 1951 een voorstel gedaan: ‘Gij ziet er een intelligente gast uit en ge zijt geïnteresseerd in de gemeentepolitiek. Waarom komt ge niet bij ons op de lijst staan?’»

HUMO Had zijn keuze voor de socialisten ook te maken met de oorlog en de omstreden rol die Leopold III daarin gespeeld had?

Vanthilt «Ja. Dat beweert mijn zus, die ouder is dan ik. Mijn vader was een echte patriot, hij is met volle overtuiging in het leger gestapt, tégen de Duitsers. Toen de koning tegen zijn landgenoten zei: ‘Geef je maar over, er is niks aan te doen,’ voelde hij zich danig in de steek gelaten. Hij heeft ook lang krijgsgevangen gezeten. En toen hij na de oorlog vernam dat de koning had gemarchandeerd met de Duitsers, was zijn keuze snel gemaakt. Tijdens de Koningskwestie in ’50 wilden de katholieken de koning houden, en de socialisten wilden hem weg.»

HUMO Steve Stevaert zei hier vorige week al dat het niet evident was om socialist te zijn in het Limburg van die tijd.

Vanthilt «Absoluut niet. Maar mijn vader was – en dat herken ik bij mezelf – een koppige dwarsligger: ‘Kust allemaal mijne rug, mijn gat, al wat ge wilt, maar ik word socialist.’ De burgemeester, Gaston Oeyen, was zijn kop van jut: een soort maffioso, die met de wind draaide en alleen aan zichzelf dacht.»

HUMO Later schopte uw vader het tot in de Kamer en de Senaat.
Vanthilt
«Ja. Hij heeft veel gedaan voor de naturalisatieprocedure. En de splitsing van de cultuurgemeenschappen, daar zat hij ook tussen.»

HUMO Zijn keuze voor de socialisten was misschien enigszins opportunistisch, maar is hij naderhand een overtuigd militant geworden?

Vanthilt «Ik heb dat toch zo ervaren, ja. De onderliggende moraal van al wat er thuis werd gezegd of gedaan was: ‘Iedereen gelijk voor de wet. Geen verschil tussen een burgerman, een pastoor en een arbeider!’ Als je in die tijd een jobke in het onderwijs wilde, moest je maar bij Vanthilt langsgaan en bewijzen dat je van de partij was en het kwam in orde.

»Toen mijn zus afstudeerde als regentes Nederlands, zat ze dus aan de bron. Maar er was een Poolse jongen uit de mijn met precies hetzelfde diploma, en mijn vader heeft hem laten voorgaan. Hij vond dat die jongen het méér nodig had.»

HUMO Lag ‘Das Kapital’ bij jullie thuis op de koffietafel?

Vanthilt «Nee, maar er werd wel continu over de politiek gesproken. Ik heb het prille begin van de staatshervorming bij ons aan de keukentafel zien passeren. Toen begreep ik er niet veel van, maar elke keer als het er nu over gaat denk ik: ‘Ah ja! Natuurlijk. Dát weer.’ (lacht)»

HUMO Wat voor een beeld had u als jongeman van de BSP? Het was een heel andere partij dan de SP.A van nu.

Vanthilt «Alles werd toen beslist in Antwerpen, Gent en Brussel. Wij lazen thuis De Volksgazet – dat hoor- de zo – maar daar stond niks in over Limburg. De partij werd nog heel erg van bovenaf gedirigeerd, door mannen als Louis Major en Jos ‘Kop’ Van Eynde. Als die hun mond opendeden, dan kreeg je schrik.

»Dan begonnen de klokken in de kerk vanzelf te luiden (lacht). Als kleine Limburger kwam je daar niet tussen. De vraag is: is dat nu anders? Want in het ontslag van Frank Vandenbroucke zijn de beslissingen ook genomen door Caroline Gennez en nog een paar enkelingen.»

HUMO Had uw vader ermee kun- nen leven als u op een dag was thuisgekomen: ‘Pa, ik stem voor de katholieken’?

Vanthilt «Dat zou íéts te gortig geweest zijn, maar hij was erg goed in het sluiten van compromissen. Hij heeft het altijd goed kunnen vinden met de liberalen: dat zou niet zo moeilijk gelegen hebben. Het Vlaams-nationalisme wel, maar dat had te maken met de oorlog. Hij bleef die zien als collaborateurs – wat ze natuurlijk niet allemaal waren.»

HUMO Opvallend: u bent wél gedoopt.

Vanthilt «En ik heb mijn eerste communie gedaan, omdat de rest van de familie blééf aandringen. Maar daarna was mijn kerkelijke carrière voorbij: in de lagere school heb ik drie jaar lang helemaal alleen bij de leraar moraal gezeten (lacht). Ik kan me zijn naam niet herinneren, maar ik weet nog dat hij de ene Groene Michel zonder filter na de andere opstak.»

HUMO Werd u daarvoor met de nek aangekeken?

Vanthilt «Ik heb dat altijd als een eremedaille gedragen: ‘Lopen jullie maar naar de kerk om de pastoor zijn gat te kussen!’»

HUMO U bent later politieke wetenschappen gaan studeren. Onder druk van uw vader?

Vanthilt «Nee, ze wilden thuis alleen dat ik verder ging leren. Rechten of geneeskunde, werd voorzichtig gesuggereerd. Ik ben zelfs naar de opendeurdag van de faculteit geneeskunde geweest, maar alleen om ’s een lijk te kunnen zien (lacht). Ik wist toen al zeker: dat is niks voor mij. Van film- of theaterschool was in die tijd geen sprake, ik wist amper dat dat bestond. Dus werd het de universiteit. In Brussel, want ik wilde in een echte stad leven, geen studentenstad. En omdat politieke wetenschappen – zeker tijdens de eerste twee jaren – een zeer brede vorming was, heb ik daar dan voor gekozen.»

HUMO De straten rond de VUB waren toen geplaveid met klein-linkse groupuscules, van trotskisten en maoïsten tot marxisten.

Vanthilt «Jaaah! Of je nu ’s morgens, ’s middags of ’s avonds naar de refter ging, er stonden altijd drie, vier boekenstalletjes van de RAL, de PVDA en wat weet ik allemaal. Daar werd eindeloos over de revolutie gesproken: ‘Hoe dat, Marcel? Gij gelooft niet in de revolutie?’ En ik: ‘Ik wil gewoon een croque-monsieur gaan eten!’ (lacht hard) De PVDA vond ik sowieso te dogmatisch, en met de RAL had ik problemen door dat liedje van The Stranglers over Trotski: ‘No More Heroes’.»

HUMO Later koos u voor punk, een op en top apolitieke beweging.

Vanthilt «Na twee jaar luid discussiëren en filosoferen boven een glas Hoegaarden had ik het wel gehad, ja. De punk leek me veel toffer, qua ideologie.»

HUMO Nadien liet u het anarchisme van de punk weer voor wat het was en ging u gewoon stemmen. Voor de socialisten?

Vanthilt (knikt) «Op de één of twee keer dat ik voor de groenen heb gestemd na.»

HUMO In 2000 werd u zelfs verkozen voor Agalev.

Vanthilt «Ik ben nooit gaan zetelen, maar ik had dus in de gemeenteraad kunnen zitten. Misschien was ik dan nu wel schepen van de Haven geweest, op zijn minst (lacht)

HUMO De bedoeling was toen: stemmen weghalen bij het Vlaams Blok. Maar u kaapte vooral stemmen weg bij de socialisten. Die vroeger al veel kiezers hadden zien vertrekken naar het Blok.

Vanthilt «In Antwerpen heeft het Blok ooit dik dertig procent gehaald, en een groot deel van die kiezers had wellicht ooit voor de BSP gestemd. Die partij beschermde hen vroeger, en dat gevoel van bescherming waren ze kwijt. Dat blijkt ook uit de ledenenquête die de partij onlangs heeft gehouden: de top denkt nog altijd duidelijk anders over de migranten dan de basis.»

HUMO De mensen uit de volkswijken voelden zich in de steek gelaten toen hun buurt begon te veranderen en de socialisten niet meteen een kordaat antwoord formuleerden.

Vanthilt «De partij heeft die boot gemist, maar ze waren lang niet de enigen.

»In mijn tijd waren migranten geen probleem. Op de lagere en de middelbare school was één derde van mijn klas Pool, Grieks of Italiaans. Een groot deel van mijn vriendjes heette Pawlowski of Bogdanovich. Een Limburg zonder Italianen: ik mag er niet aan dénken (lacht). Die mensen zijn naar België gehaald en daar gastvrij ontvangen.»

HUMO Uit die ledenbevraging blijkt ook dat de SP.A met een gigantisch personeelsprobleem zit. Eén op de tien leden weet niet eens dat Caroline Gennez voorzitster is!

Vanthilt (verbaasd) «Is dat zo? Goed: er stond ook dat 10% van de leden niet voor de SP.A heeft gestemd. Dat zijn mensen die dachten dat ze een kaartje voor een tombola hadden gekocht in plaats van een lidkaart van de SP.A.»

HUMO Maar de vaststelling blijft: de boegbeelden van weleer hebben ze niet meer.

Vanthilt «Caroline Gennez doet haar uiterste best, maar ze heeft een niet al te beste erfenis op haar bord gekregen. Het is moeilijk om een winkel over te nemen als de patron niet nog even blijft he pen. Daar treft ook Steve Stevaert schuld, de laatste Obama van de socialisten. En als Gennez zelf dan nog ’s Frank Vandenbroucke aan de kant schuift, schiet er op den duur alleen een bende jongelui over. Begin er maar aan!»

HUMO Noemt u uzelf nog altijd socialist?

Vanthilt «Ja. Natuurlijk. Het klinkt ook erg goed, hè (lacht). Ik ben nogal ouderwets in die dingen. En ik kan mezelf niet ‘dakloos’ noemen, want die term is intussen geclaimd door mensen die, euh, geen huis hebben.»

HUMO ‘De term salonsocialisme is voor mij uitgevonden,’ zei u ooit.

Vanthilt «Ik ben wat de Fransen een bobo noemen: een bourgeois die zich voordoet als bohémien. Ik heb een dik huis in het centrum van Antwerpen en ik ben zo burgerlijk als wat. So what? Ik heb het goed, maar dat belet mij niet om solidair te zijn, in te zitten met het milieu en na te denken over de globalisering. Ik weet dat het ook maar dat is, maar solidariteit is evengoed: een bijdrage doen voor Unicef, Artsen Zonder Grenzen of andere nobele doelen.»

HUMO Tot slot: wie is volgens u de grootste socialist van de voorbije 125 jaar?

Vanthilt «Camille Huysmans, omdat hij de langste rit heeft gereden. Fenomenaal, de mens is bijna honderd geworden. En hij is dan nog geëindigd als een soort afvallige, hij werd van de lijst geweerd en begon dan maar op zijn eigen. Een kwajongen van 94: geweldig! Maar ook Achille Van Acker en Paul-Henri Spaak blijven me bij.»

HUMO En van degenen die nog on- der ons zijn?

Vanthilt «Ondanks de rare afloop van zijn carrière: Willy Claes. Als je secretaris-generaal van de NAVO wordt, dan ben je belangrijk. Niet veel Belgen kunnen dat zeggen. Herman Van Rompuy zal dat respect nog moeten verdienen, maar ’t is niet echt goed begonnen.»

HUMO Was het niet Willy Claes die ervoor gezorgd heeft dat uw vader nooit minister is geworden?

Vanthilt «Bwaah... Mijn moeder heeft dat verteld, ze was daar heel bitter over. Maar ik heb dat achter- af uitgezocht en eigenlijk is er niet veel gebeurd. Mijn vader was dik in de vijftig toen hij nét niet minister werd. Toen de postjes werden uitgedeeld, besliste de partij: het wordt een West-Vlaming en geen Limburger. Als het toch mijn vader was geworden, zou de wet die de koper van een huis beschermt niet de wet-Breyne maar de wet-Vanthilt heten (lacht). Een wet die naar je genoemd wordt: bestaat er een mooiere manier om vereeuwigd te worden?»

125 jaar socialisme: Walter Van den Broeck

Schrijver Walter van den Broeck (69) groeide op onder de rook van de koperfabriek in Olen, waar hij de soms hevige arbeidersstrijd van op de eerste rij kon volgen. Het zou hem later inspireren tot gee?ngageerde, autobiografisch getinte boeken en toneelstukken. Een echte socialist of partijman wil hij zichzelf niet noemen, wel een kritisch toeschouwer van het partijgewoel.

HUMO Bent u in feeststemming voor die 125 jaar?

Walter van den Broeck «Ik ben niet zo’n feestvierder, en mijn appreciatie voor de SP.A gaat wat op en neer. Ik ben het nooit helema?a?l met ze eens. Daarom ben ik ook nooit lid geworden: ik zou om de haverklap ontslag moeten nemen, vrees ik (lacht). Dat gevoel heb ik trouwens bij alle partijen waar ik socialistische elementen zie opduiken.»

HUMO De SP.A is voor u niet deenige ware behoeder van het socialistische gedachtegoed?

Van den Broeck «Nee, die tijd is lang voorbij. De CD&V heeft toch ook nog altijd een arbeidersvleugel? Bij de oprichting van de Belgische Werkliedenpartij in 1885 is er een grote ramp gebeurd. Er zijn toen een aantal misnoegde liberalen naar de nieuwe partij overgestapt, en zij hebben daar het antiklerikale binnengebracht. Dat was van bij de start een grote splijt- zwam voor de arbeidersbeweging. Of was de strijd van priester Daens voor de arbeiders misschien ge?e?n socialisme? De arbeiders hadden bij e?e?n grote partij terecht moeten kunnen.»

HUMO Is de SP.A nu nog de partij van de arbeider, van de ‘kleine man’?

Van den Broeck «Niet echt. Ik ben opgegroeid in een werkmansgezin. Kinderen van mijn generatie uit dat soort gezinnen zijn doorgaans minstens e?e?n trapje op de maatschappelijke ladder hoger geklommen dan hun ouders. Wij konden langer naar school en we moesten niet naar de fabriek. Daardoor is er in die grote arbeidersgroep een vacuu?m ontstaan, en dat vacuu?m werd in ijltempo opgevuld met migranten. Maar voor hen is de socialistische partij nooit echt opgekomen, en ze heeft ook onvoldoende geprobeerd om ze te helpen integreren. Dat was toch hu?n opdracht?»

HUMO Dat klinkt als een zwaar verwijt.

Van den Broeck «Dat is het ook. Als je je profileert als de partij van arbeiders en verdrukten, dan is het je verdomde plicht om niet de andere kant op te kijken als migranten het moeilijk hebben. Nu wordt er te veel op puur individualisme ingespeeld, vind ik. Terwijl solidariteit de basiswaarde van het socialisme is.»

HUMO De migrantenproblematiek heeft de SP.A veel traditionele kiezers gekost, die naar het Vlaams Belang zijn overgestapt. Had dat voorkomen kunnen worden?

Van den Broeck «Zeker weten. Het is misschien een voorbeeld uit de oude doos, maar ’t is een goed voorbeeld: kardinaal Jozef Cardijn. Hij richtte in de jaren twintig de KAJ op, om jonge schoolverlaters te steunen – gastjes van veertien, vijftien jaar die naar de fabriek gingen. De KAJ bracht ze samen in hun kajotterslokaal, waar ze zich konden ontspannen bij een biljart of een pingpongtafel.

»Er werd met ze gepraat, ze kregen aandacht en vorming en begeleiding. Het klinkt simpel, maar het heeft wel gewerkt, he?. De socialisten hadden ook iets vergelijkbaars moeten doen voor de migranten, in plaats van ze te verwaarlozen. Daar hebben ze een historische fout gemaakt.»

HUMO Hebt u het socialisme met de paplepel ingegoten gekregen?

Van den Broeck «Mijn vader beweerde dat hij socialist was en hij stemde ook wel voor socialisten, maar hij is nooit bij de partij geweest, hoogstens een poosje bij de vakbond. Ja, hij las De Volksgazet, maar dat was omdat die krant een klein formaat had: daardoor paste ze net naast z’n bord op tafel. Tot hij overschakelde naar Het Volk, dat was nog iets kleiner (lacht).

»In 1961 heb ik een flinke schok gekregen. Wij woonden in de fabriekscite? in Olen. Dat was een veilige cocon, je had geen behoefte aan de rest van de wereld – en toen viel die buitenwereld opeens onze cite? binnen. In de fabriek, een afdeling van de Metallurgie Hoboken (nu Umicore, red.), brak een staking uit. Mijn vader was er ook bij betrokken. Ik zag hem thuis tobben, en ik voelde me compleet machteloos. Ik begreep het ook allemaal niet goed. Ik was twintig, pas afgestudeerd als leraar Nederlands en geschiedenis, had net m’n eerste baantje.

»’s Ochtends vroeg moestik een bus nemen die stopte bij de fabriekspoort. Dan stond ik bij die halte te wachten, als kersvers leraartje met pak en das en boekentas. Rond die tijd kwamen de arbeiders van de nachtploeg naar buiten, en die namen hun pet voor me af. Letterlijk, he?! Stel je voor.

» Ze zullen wel gedacht hebben dat ik een piepjong ingenieurtje van de fabriek was. Ik schrok me een rolberoerte. In die periode is m’n motor beginnen te draaien: ik ben gaan lezen en ik raakte gei?nteresseerd in die sociale strijd en wat daar allemaal achter schuilging. Die staking heeft me de ogen geopend.

»Later heb ik in ‘Groenten uit Balen’ geschreven over hoe ik de permanente onrust in een stakersgezin ervoer. De onzekerheid of er nog geld zal zijn om de rekeningen te betalen of om eten te kopen. De arbeiders werden in die tijd in quinzaines betaald: eens om de veertien dagen kreeg vader zijn loon.

»Dan holde m’n zus meteen naar de buurtwinkel om de schulden te be- talen, en er meteen weer nieuwe te maken (lacht). We waren niet straatarm, maar bij zo’n staking voelde je toch wat je boven het hoofd kon hangen.»

HUMO Het socialisme was dus ook een inspiratiebron voor u als schrijver?

Van den Broeck «Meer dan dat: het heeft richting gegeven aan mijn leven en mijn opvattingen. Achille Van Acker vind ik de belangrijkste socialist van de voorbije 125 jaar. Die man heeft in 1944, nog voor het einde van de Tweede Wereld- oorlog en terwijl de Duitsers nog met hun Ardennenoffensief bezig waren, bijna geruisloos de sociale zekerheid ingevoerd. Plots kreeg de werkende bevolking recht op pensioen, betaalde vakantie, vergoeding van ziektekosten, werkloosheidsuitkeringen.

»Niemand heeft ooit een me?e?r fundamentele hervorming doorgevoerd. Die arme Obama is in 2010 nog altijd bezig om e?e?n klein stukje van onze sociale zekerheid ook in de VS door te duwen. Stel dat die hele sociale zekerheid er niet was: denk je dat wie dan ook er nog in zou slagen om ze ooit in te voeren? Verge?e?t het!»

HUMO Wie vindt u de grootste le vende socialist?

Van den Broeck «Da’s een moeilijke. Ik heb bewondering voor de integriteit van Louis Tobback, maar niet voor zijn cynisme. Maar veel andere bezielende figuren zie ik niet rondlopen. Ook niet in andere partijen, trouwens.

»In heel wat partijen heb je e?e?n figuur met een grote mond: neem die weg en het zaakje zakt als een pudding in elkaar. LDD bestaat niet meer zonder Jean-Marie Dedecker, en de N-VA evenmin zonder Bart De Wever

HUMO Misschien heeft de SP.A ook zo’n tribunespeler nodig? Ze halen nog nauwelijks 15 procent.

Van den Broeck «De partij is een flinke moot van haar doelgroep kwijtgespeeld. Welke aantrekkingskracht hebben ze bijvoorbeeld nog op jonge mensen? De SP.A heeft vooral buiten de politiek een geduchte tegenstander gekregen: het consumentisme. Da?t houdt jonge mensen bezig. Vind daar maar eens een antwoord op!

»En stel nu dat er een nieuwe Stevaert opduikt met wie je een verkiezing wint: dat lost au fond weinig op, want wat doe je daarna? We moeten terug naar de brede beweging van vroeger, naar samenwerking met allerlei andere progressieve strekkingen en groepen, buiten de enge partijstructuren. Vroeger was de socialistische beweging ook al veel meer dan alleen maar een partij: volkshuizen, coo?peratieven, cultuur- en sportverenigingen, noem maar op.

»Wat schiet daar nog van over? De partij is zelfs van naam veranderd. Waar-om? Dat lijkt toch een soort verraad, of minstens een teken van gebrek aan zelfvertrouwen. En het begrip klassenstrijd hebben ze ook al geschrapt, wat ik een dwaasheid vind. Ik pleit niet voor een gewapende revolutie, maar je houdt die klassenstrijd toch maar beter als stok achter de deur.»

HUMO Hebt u eigenlijk altijd voor de socialistische partij gestemd?

Van den Broeck «Een enkele keer niet. Zoals toen de kiesdrempel werd ingevoerd: dat vond ik zo’n vieze truc van de grote partijen dat ik toen voor de groenen heb gestemd.

»Ik hoop vooral dat de socialisten bij de vervroegde verkiezingen een paar goede figuren op hun lijst zetten in wie ik vertrouwen kan hebben. Het zal dus aan hen liggen, en niet aan mij (lacht)

125 jaar socialisme: Caroline Gennez

Caroline Gennez (34) heeft haar plaats in de geschiedenisboekjes al verdiend: de eerste vrouw die het in 125 jaar tot voorzitter van de socialistische partij bracht. Ze vindt het een eer, zegt ze. Maar of het ook een genoegen is? Haar partij krijgt al een paar verkiezingen flinke klappen, en zelf wordt ze geregeld geconfronteerd met vervelende akkefietjes en forse kritiek – als er bijvoorbeeld cynische interne mails uitlekken, of als ze Frank Vandenbroucke als minister aan de kant schuift.

Maar volgens insiders is Gennez een behoorlijk taaie tante die zich niet makkelijk uit haar lood laat slaan. Ze zet bijna geruisloos een generatiewissel aan de partijtop door, ze laat haar partijbasis wetenschappelijk doorlichten, en ze timmert aan een socialistisch programma dat meer voor doeners dan voor denkers is. Tussen een paar bezoekjes aan Albert II, een informele partijtop over de politieke crisis en een schepencollege in Mechelen door wil ze daar zelfs over vertellen.

HUMO Wat is uw definitie van so- cialisme?

Caroline Gennez «Dat het morgen beter moet gaan dan vandaag, en dat iedereen evenveel van die vooruitgang moet kunnen profiteren. Socialisten moeten mensen hoop en perspectief bieden – alle mensen, wat hun maatschappelijke positie, afkomst of kleur ook is.»

HUMO Zo’n brede en vage definitie past in het programma van zowat elke partij, op het Vlaams Belang na.

Gennez «Niet akkoord. Zowat alle andere partijen zeggen dat het morgen allemaal een stuk minder zal zijn, en dat iedereen dus maar beter kan beginnen te hamsteren voor zichzelf. We zullen zelf voor ons pensioen moeten zorgen, we moeten de sociale zekerheid afbouwen, we nemen beter een privé-hospitalisatieverzekering, we zouden beter af zijn zonder die Walen en allochtonen... Daar doen socialisten niet aan mee. Er bestaat genoeg wetenschappelijk onderzoek waaruit blijkt dat mensen gelukkiger zijn in een samenleving waar meer gelijkheid is.»

HUMO Hoe bent u zelf socialist geworden?

Gennez «Ik kom niet echt uit een socialistisch nest. M’n oma was een heel godvruchtige vrouw die wellicht CVP stemde, en mijn opa stemde misschien wel voor de VU. M’n pa was ambtenaar en stemde zeker voor de socialisten, want hij had mei ’68 meegemaakt en had ondanks zijn bescheiden afkomst kunnen studeren.

»M’n ma baatte een sportclub uit. Daardoor had ik, als enig kind, het grote geluk dat ik constant tussen de mensen zat. Op die sportclub kwamen rijke en minder rijke mensen, en ze werden allemaal gelijk behandeld. Dat heeft mijn sociale reflexen ongetwijfeld aangescherpt.

»Eigenlijk ben ik socialist sinds mijn zevende (lacht). In het eerste leerjaar zaten er twee Marokkaanse meisjes in m’n klasje, Fatima en Khadija. Begin jaren tachtig was dat heel uitzonderlijk in Sint-Truiden. Ze hadden alleen potloden om mee te leren schrijven, en niet van die blitse pennen en gommetjes zoals wij. Dus gaf ik ze die van mij. In de winter kwamen ze zonder kousen en met kapotte schoenen naar de klas. Ik vond dat afgrijselijk erg.

»Ik smokkelde dan van thuis oude tennisschoenen en sokken voor ze mee. Tijdens de speeltijd bleef ik met ze in de klas zitten om ze wat Nederlands te leren. Ik liet ze soms zelfs mijn huiswerk afschrijven – een socialist moet ook zijn kennis delen (lacht). Ik word nog altijd kwaad van dat soort onrechtvaardige toestanden.

»Later ben ik vrijwilligerswerk gaan doen: voor asielzoekers, mishandelde vrouwen, in de kin- deropvang... Ik begon ook de grote filosofen te lezen: soms was dat intellectueel te hoog gegrepen voor mijn beperkte hersenen, maar rond m’n achttiende heb ik toch beseft dat, als je écht iets wilt veranderen, je in de politiek moet zijn. Ik ben dan lid geworden van de Jong- socialisten, en in 2007 ben ik dan op de voorzittersstoel van de partij beland.»

HUMO Nooit getwijfeld of u de juiste keuze had gemaakt?

Gennez «Nooit. Ik ben een geboren optimiste die mensen graagziet en hun leven concreet wil helpen verbeteren. Dat kan ik maar via één partij, vind ik.

»Ik vind de grote intellectuele analyses wel interessant, maar ik ben vooral een doener. Bij de Jong-socialisten werd er soms urenlang gediscussieerd over, bijvoorbeeld, de nationalisering van de productiemiddelen. Heel boeiend hoor, maar ik zag jonge gasten tijdens dat soort vergaderingen le?tterlijk in slaap vallen. Ik dacht toen al dat we het verschil niet zouden maken met dat soort discussies over het geslacht van de engelen. Dat doe je alleen met concrete actie. En zo denk ik er nog steeds over.»

HUMO Wie vindt u hét historische monument van de partij?

Gennez «Naast Achille Van Acker als vader van de sociale zekerheid, is dat Karel Van Miert: omdat hij de ramen en deuren van de partij heeft opengegooid en het hokjesdenken heeft doorbroken.»

HUMO En onder de levenden?

Gennez «Steve Stevaert en Louis Tobback zijn voor mij inspirerende figuren, omdat ze allebei heel goed de polsslag van de mensen voelen en die politiek weten te vertalen in een positief verhaal.»

HUMO Het positieve verhaal van de socialisten kan nog nauwelijks 15% van de kiezers bekoren.

Gennez «Het grote probleem van dit land is dat er te veel partijen zijn en dat de hardste roepers de meeste aandacht krijgen. Daarover mag de politieke klasse zich weleens be- zinnen, vind ik. Wie ligt er nog wakker van het gekakel van de jongste tijd? Niet de mannen en vrouwen die om zes uur ’s ochtends hun bed uit moeten om te gaan werken.»

HUMO Maar nogmaals: u suddert rond 15%.
Gennez
«The only way is up! (lacht)»

HUMO Het kan ook nog lager. Misschien is 10 à 15 procent stilaan jullie plafond in een centrumrechts Vlaanderen?

Gennez «Dat geloof ik nooit. Ik ben er, net zoals Steve, heilig van overtuigd dat 85 procent of meer van de Vlamingen niet beseft dat ze in feite sociaaldemocraten zijn en dat de SP.A hen veel te bieden heeft als partij van de gewone mensen. Want wie zijn die gewone mensen? Dat is de fabrieksarbeider, maar ook de bakker en de verpleegster en de onderwijzer en de bankbediende en de ambtenaar. Iedereen die met werken zijn boterham verdient. Er is maar een heel klein percentage dat de luxe heeft dat ze niet moeten werken voor de kost. Niet dat wij tegen rijkdom zijn; wij zijn tegen armoede, in al zijn vormen.»

HUMO Een deel van uw traditionele achterban van gewone mensen bent u jaren geleden kwijtgespeeld aan het Vlaams Blok. Kunt of wilt u die nog terughalen?

Gennez «In de geschiedenis hebben we een paar keer de goede trein gemist. Eerst toen we het algemeen stemrecht doordrukten maar de vrouwen vergaten, en daarna toen we anderen met het integratiethema en het migrantenstemrecht aan de haal lieten gaan. Ik vind het onze verdomde plicht om die mensen terug te winnen.

»Stem per stem, kiezer per kiezer. Dat kan ook. Je moet die mensen alleen durven uit te leggen dat iedereen die hier woont rechten en plichten heeft, en dat al wie hier geboren is, van welke origine dan ook, hier zal blijven.»

HUMO Vreest u toch niet dat u op 13 juni wordt afgerekend op de communautaire poespas? ’t Is niet direct het thema waar socialisten mee scoren.

Gennez «We mogen absoluut niet toegeven aan de verzuring en de antipolitiek. Net nu moeten we alle mensen van goede wil oproepen om, meer dan ooit, heel bewust te kiezen tegen de partijen van het cynisme.

»Maar voor socialisten is het inderdaad extreem vermoeiend dat die communautaire kwesties constant de echte problemen naar de achtergrond duwen. We willen daarvan af. De lont moet uit het kruitvat, en in Vlaanderen zal dat bij de komende verkiezingen bijvoorbeeld afhangen van Bart De Wever. Zal hij zich gedragen als een staatsman zoals Hugo Schiltz of als een vriendelijker versie van Filip Dewinter? Over pakweg vijftig dagen zullen we het weten.

»Hoe dan ook: wij laten geen domper zetten op ons verjaardags- feest. De SP.A is de enige partij die al drie jaar consequent het land weer bestuurbaar wil maken, zelfs vanuit de oppositie. Dat kun je navragen bij Jean-Luc Dehaene. De Vlaamse meerderheidspartijen ge- bruiken BHV al drie jaar als excuus om voor de rest niks te moeten doen. Sommigen vinden dat blijkbaar nog plezant ook. Hoe langer deze poespas duurt, hoe meer de mensen het in hun portemonnee zullen voelen – en dat zal niét de schuld van de SP.A zijn.

»Na de verkiezingen hebben we vier jaar de tijd om ons land communautair op orde te stellen. Wij hebben genoeg bewezen dat we dat kunnen: we hebben in het verleden meegewerkt aan vijf staatshervormingen. Dat is ook een belangrijke boodschap, op 13 juni.»

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: