Vermist op de Hoge Venen

, door (jh)

3
18786_vermist-raoul_406.jpg

Sinds maandagavond 19 januari wordt er een man vermist in de Hoge Venen. Raoul Vanderdonck (40 jaar, getrouwd en vader van een zoonfje van twee) parkeerde zijn auto in de buurt van het dorpje Sourbrodt en trok erop uit om een wandeling voor te bereiden voor een groepje collega's van het rusthuis waar hij werkte. lets na zessen belde hij naar zijn vrouw om te zeggen dat hij wat later zou zijn 'en dat hij nog een heel eind moest stappen tot aan de auto'. Toen zijn vrouw hem later belde om te horen waar hij bleef, kwam er geen antwoord meer op de gsm. Sindsdien zijn er zoekacties geweest waaraan meer dan honderd vrienden en familieleden hebben deelgenomen, het leger en de politie hebben een helikopter en speurhonden ingezet, maar van de vermiste is een maand later nog altijd geen spoor gevonden.

'Je valt, je zakt weg in het veen - en je wordt onherroepelijk verzwolgen'

Humo sprak met Jean-Marie Groulard (73), een man die de Hoge Venen kent als zijn achtertuin. Als kind zwierf hij er al rond en als natuurgids van Les Amis de la Fagne heeft hij er duizenden wandelingen begeleid. Ook bij de politie is Groulard goed bekend, 'c'est un vrai fagnard, hij heeft een passie voor dat landschap en hij kent er alle verraderlijke plekken'. Groulard heeft aan de zoekacties naar Vanderdonck deelgenomen.

GROULARD «De auto van die man stond aan de parking van Bosfagne. Daar is een brandgang tussen twee bossen, en daarom denken we dat hij die route gevolgd is naar la Fagne wallonne. Die 'fagne' is niet wild of slecht toegankelijk, dat is een van de klassieke veengebieden waar veel wandelaars naartoe gaan.»

HUMO Is hij laat vertrokken?

GROULARD «Het moet rond halfvijf zijn geweest, want iemand van Waters en Bossen is om vier uur langs de parking gereden en toen stond die auto er nog niet.

Halfvijf is een laat vertrekuur in de winter, het is al aan het schemeren en om zes uur wordt het stevig donker in het bos. Maar volgens zijn familie was hij geen zondagstoerist, hij was een ervaren wandelaar en hij kwam vaak in de Hoge Venen. Hij droeg ook een opvallende rode jas, maar desondanks heeft de helikopter hem niet kunnen vinden in de open vlakte van het veen, en wij hebben hem niet gevonden in de aanpalende bossen.»

HUMO Hoe kam je een bos uit?

GROULARD «Je maakt een ketting met een persoon om de drie a vijf meter, je stapt op een lijn vooruit, en met een stok duw je dan biezen, varens en takken opzij om te zien of er iemand ligt. Je let ook op blikjes, papiertjes van snoep, afgebroken takken, wc-papier, uitwerpselen, elke anomalie in die omgeving wordt van nabij bekeken. Het is al gebeurd dat iemand stukjes papier of zakdoek op takken had gespiest om een spoor achter te laten voor de hulpverleners.

» Volgens mij heeft hij een grote boodschap moeten doen. Daarvoor heeft hij de beschutting van een sparrenbosje gezoeht, en bij het verlaten van dat bosje is hij in de verkeerde richting gestapt en verdwaald.»

HUMO Wie twintig meter verderop in de bosjes gaat zitten, die verdwaalt toch niet op die korte afstand?!

GROULARD «Op vijf meter kan je daar verdwalen! Je vergist je even van richting, je stapt en je stapt, je vindt de weg niet meer, je gaat terug, je ziet weer niks dat je kent, en daar sta je dan in dat bos, ineens ben je gedesoriënteerd.

» De vraag is nu: waar is hij naartoe gestapt en wat is hem onderweg overkomen? Is hij moe geworden, gaan liggen en omgekomen van de kou? Of heeft hij al stappend een hartaanval of een beroerte gekregen? In elk geval moet hij in een zeer dicht sparrenbos gesukkeld zijn, anders hadden we hem al gevonden.

Vermist in de Hoge Venen (2)

HUMO Kan je de hele Hoge Venen uitkammen?

GROULARD «Die zestigduizend hectare? Nee, dat is onmogelijk en ook niet nodig. Iemand verdwaalt maar tot hij op een grote weg komt, want daar kan hij de bewoonde wereld vinden en om hulp vragen. Dus baken je een zoekgebied af dat binnen de grote asfaltwegen en de brede, verharde boswegen loopt. Wij hebben een gebied van 3 à 4 kilometer afgebakend en daarvan is nu 90 % uitgekamd.

HUMO Kan het zijn dat hij in een moeras is beland, en kan zo'n moeras iemand helemaal 'opslokken'?

GROULARD Echte moerassen zijn hier niet, maar er zijn wel verraderlijke gaten in het veen die vijftien à dertig meter groot zijn, en daarin kun je zeker opgeslokt worden. Je hoeft maar te struikelen en een stap in die zompige massa te zetten; zogauw je de vaste grond niet meer kan bereiken, gaan die soppende veenmossen als drijfzand werken.

»Net voor de hittegolf van vorige zomer had het hier zwaar geregend. Een klas met jongens was aan het wandelen, een jongen struikelde en zakte in het sop. Zijn kameraden wilden hem eruittrekken, maar zij begonnen ook weg te zakken. Toen hebben ze alarm geslagen, een boswachter is met een winch gekomen, ze hebben touwen om zijn borst geslagen en zo hebben ze hem eruitgetrokken. En dat was geen zware volwassene hé, dat was een kind, en toch stak het na enkele seconden tot aan zijn middel in die sponsbodem.

»Weet u, vijf kilo veenmos kan tot 72 kilo water bevatten! En mensen die daarin wegzinken, slaan met armen en benen, maar die bewegingen kunnen je niet redden, je zakt onherroepelijk beetje bij beetje de dieperik in. Na twee, drie dagen kan zo'n lichaam helemaal verzwolgen zijn door zijn eigen gewicht.*

HUMO Het is dus mogelijk dat zijn lichaam nu al onder het veen zit?

GROULARD «Ah oui! Maar in de sector waar we hem gezocht hebben, zijn er nauwelijks van die gaten. Er zijn wel 'gaten' uit de Tweede Wereldoorlog. Vlak voor het von Rundstedt-offensief hebben de Amerikanen hier ondergrondse slaapzaaltjes en een hospitaal gegraven; die waren afgedekt met balken, maar met de jaren is dat hout vermolmd en zijn daar diepe holtes ontstaan. Maar ook daarin hebben we niks gevonden.*

HUMO Een politieman vertelde me gisteren over een man in Raeren die vermist was; het lijk hebben ze pas maanden later teruggevonden.

GROULARD «Oh, maar dat verwondert me niet. Sommige mensen zijn nooit meer teruggevonden. Dat is vooral in de jaren 1920-1950 gebeurd. Vaak waren het reizende commercanten die te voet of te paard vanuit Eupen naar Malmédy waren vertrokken, maar daar nooit zijn aangekomen. Dat zijn dus mensen die met paard en al in het veen verzwolgen zijn! In die tijd had je ook het gezegde dat 'het veen elk jaar zijn dode eist'. De weg over de Botrange was toen nog onverhard; als het geregend had, moest je zoeken waar je je voeten kon zetten, soms moest je twintig meter naar links of rechts uitwijken om vaste grond te vinden. Als er dan mist kwam, was de kans groot dat je de weg kwijtraakte.

»Ja, reizigers en verdwalen, het is een constante op de Hoge Venen. In de 19de eeuw was er maar één herberg in het gebied, en dat was op de Baraque Michel. Als er mist was, of een sneeuwstorm of ander guur weer, dan moest de herbergier een klok luiden om verdwaalde reizigers weer op het juiste pad te brengen. Hij luidde heel de nacht op vaste tijdstippen, het touw hing naast zijn bed!»

Vermist in de Hoge Venen (3)

Intussen zijn we in de 21ste eeuw, maar het blijkt nog steeds rnogelijk dat passanten in het niets verdwijnen. Commissaris Georges Rauw, de coördinator van de speuractie naar Vanderdonck, zegt me dat ook de laatste zoektocht met de helikopter (7 februari) niets heeft opgeleverd. Alle zoekacties, ook van de familie, zijn intussen stopgezet en Rauw begint te vermoeden dat de man toch een verharde weg is overgestoken en dat hij zich dus buiten het initiële zoekgebied bevindt.

GEORGES RAUW «Hij moet in paniek geweest zijn, en iemand die door paniek bevangen is, kan niet meer kalm denken en waarnemen. Het kan dus zijn dat hij een geasfalteerde weg is overgestoken zonder dat hij het besefte! Er was ook helemaal geen maanlicht die nacht, het had pas gesneeuwd, dat speelt zeker mee. En dan is de vraag: in welk bos is hij dan gegaan? We weten het absoluut niet. Wat wel vaststaat: de man heeft niets geënsceneerd, het is geen vlucht van iemand die het moeilijk had en naar het buitenland is verdwenen of zo. Voor ons bevindt hij zich nog altijd in een bos op de Hoge Venen.»

De Hautes Fagnes hebben een lange geschiedenis van vermisten. Alleen al tussen 1973 en 1993 zijn 170 wandelaars en skiërs er zo op de dool geraakt dat er zoekacties aan te pas moesten komen om ze terug te vinden. Het tijdschrift van Les Amis de la Fagne somt de voornaamste op: zes uur gezocht naar een groepjonge scout (maart 73) - 150 militairen zoeken drie dagen naar 17-jarige fietser {augustus 77) - twintig kinderen van Vlaams skiklasje de hele nacht vermist (maart '81) - 11 Nederlandse skiërs buiten de piste gegaan en verdwaald in Duitsland (december '81) - twee Nederlandse verpleegsters stappen een hele nacht door 50 cm sneeuw (januari '85) - 50-jarig koppel uit Brussel roept een hele nacht om hulp (januari '86) - acht langlaufers brengen bibberend de nacht door op een uitkijktoren (december '86). De lijst is lang 'en niet volledig'. Zo raakten in december '90, in dezelfde buurt waar nu Raoul Vanderdonck vermist is, vijf Vlaamse scouts de weg kwijt tijdens het langlaufen. Het groepje vijftienjarigen verdwaalde op een donderdagavond; boswach-ters vonden hen pas 42 uur later weer terug.

Niet iedereen overleeft zijn avontuur. In de Hoge Venen staan meerdere kruisen en stenen ter nagedachtenis van ongelukkigen die de weg naar huis nooit meer hebben gevonden. Dat de dood altijd meewandelt met elke sterveling, staat ook te lezen op een kruis tussen Eupen en Raeren: 'Wanderer, nutze aus deine Zeit! Bald wanderst Du in die Ewigkeit!"

Vermist in de Hoge Venen (4)

HUMO Mijnheer Groulard. u hebt al aan diverse zoekacties deelgenomen.

GROULARD « Oh ja! Ik herinner me goed de zoektocht naar twee kinderen uit Eupen, vijf en zes jaar oud. Dat was in december 1962. De vader was houthakker, en op een zondag was dat gezin de bossen ingetrokken om te zien waar papa aan het werk was. Een paar dagen later was het Sinterklaas, die kinderen kregen 's morgens speelgoed en een zakje rozijnenkoeken. En! Overdag beslissen ze papa te verrassen: ze gaan hem een paar koeken brengen. Tegen moeder zeggen ze dat ze ergens gaan speten, en 's avonds komt die vader thuis: waar zijn de kinderen, de kinderen zijn weg! Diezelfde avond zijn we beginnen te zoeken, maar pas de volgende dag heeft een boswachter ze gevonden. Ze lagen onder de brede takken van een spar, daar hadden ze de nacht doorgebracht in de bittere kou. Gegeten hadden ze niet: hun zakje met rozijnenkoeken hadden ze nog altijd in hun hand, c'était pour papa!

 

» In december '69 hebben we naar vier Luikse studenten gezocht, twee jongens en twee meisjes van rond de twintig. Aanvankelijk waren ze met z'n vijftienen, maar onderweg was dat viertal achterop geraakt. Eén van de meisjes moest naar het toilet, had een paar minuten tussen de bomen gehurkt gezeten, en toen ze verder wilden, waren ze het spoor van de anderen kwijt. Het was ook een moeilijk terrein, een riviertje dat ze stroomafwaarts moesten volgen, tussen allemaal rotsen, sneeuw, ijs en afgebroken takken.

» Toen de rest van de groep aangekomen was en vergeefs op hen gewacht had, zijn we beginnen te zoeken met politie, rijkswacht en boswachters uit de buurt. Door de mist zat alles potdicht, en 's avonds hadden we nog niemand gevonden. Omdat het steeds harder was gaan waaien en sneeuwen, op sommige plaatsen lag al 80 centimeter, is het leger ingesehakeld: een Vlaamse compagnie die op oefening was in Elsenborn. En zo zijn ze dan gevonden. Die jongelui hadden bijna achtenveertig uren in de kou doorgebracht, en het was hoog tijd dat we ze vonden: ze waren totaal verkleumd en uitgeput, een derde naeht hadden ze niet meer overleefd.

HUMO Is de winter het seizoen van de verdwaalden?

GROULARD «Ja. En twee op de drie zijn langlaufers die de pistes verlaten hebben. Het zijn skiërs die moe zijn en die een 'binnenweg' willen nemen naar het punt waar ze vertrokken zijn. Of die het trage geschuifel van de anderen niet meer kunnen verdragen en dan maar een 'snelle weg' kiezen door de ongerepte sneeuw. En dan komen ze op moeilijk terrein waar de sneeuw bijeengewaaid is, ze raken niet meer vooruit, ze worden moe, ze zien de andere skiërs niet meer en ze zijn verdwaald! In bijna al die gevallen komt het neer op overschatting van het eigen kunnen en onderschatting van het terrein.

» Je hoeft zelfs niet te verdwalen om toch in de rats te raken. We zijn ooit een klas van zestig jongeren uit de sneeuw gaan halen. Die wisten goed waar ze waren, maar ze konden niet meer. De sneeuw waaide in hun gezicht, ze hadden geen eten of drinken meer en ze hadden het opgegeven.

HUMO Allicht komt die onderschatting ook door de geringe hoogte: het zijn 'maar' de Ardennen, het is 'maar' 700 meter.

GROULARD «Inderdaad! Ze wonen in Oostende, Charleroi, Breda, Rijsel of Keulen, ze hebben in de krant gelezen dat je hier fijn kan langlaufen en ze komen hier naartoe zonder erbij stil te staan dat het hier veel kouder en veel vochtiger is dan bij hen thuis. Vaak dragen ze te lichte kledij en te lichte schoenen. Want bij hen was het droog en nul graden, maar hier sneeuwt het en is het vijf graden onder nul. Als je dan ook nog te laat vertrekt, dan vraag je om moeilijkheden.

Vermist in de Hoge Venen (5)

HUMO Wandelt u alleen in de Venen?

GROULARD Maar natuurlijk! Al van toen ik twaalf was. Ik had het laatste jaar van de lagere school gedaan, het was vakantie en mijn vader, die dokter was in Verviers, kreeg iemand op bezoek, 'un ami de la Fagne'. Ik vroeg wat dat was, die Fagne? Ha, zei die man, ik zal je zeggen hoe je er geraakt. Je neemt je fiets, je rijdt de weg omhoog nabij Francorchamps, als je bijna boven bent zie je een sparrenbos, je zet je fiets aan de kant, je stapt door dat bos en dan zie je het wel! Ik doe zoals gezegd en als ik uit dat bos kom, sta ik ineens op die uitgestrekte vlakte met zijn wuivende biezen en zijn knoestige berkjes en ik was gelijk verkocht. Ik wist wel niks van al dat water, na twintig stappen zakte ik er tot mijn knieën in, maar ik was 'betoverd'. Beetje bij beetje heb ik daar mijn weg leren vinden, en nu kom ik er al tweeënzestig jaar.

»Ik heb de Hoge Venen nog gekend toen er amper een gebouw stond. Op de Baraque Michel stond een eethuis en een betonnen uitkijktoren van het leger, maar op de Botrange en op Mont Rigi stond alleen maar een houten platform waar je met een ladder moest opkruipen. Er reed al wel een bus van Eupen naar Malmédy, maar toerisme was er niet. De streek werd bevolkt door boeren, schaapherders en houthakkers. Sommigen stookten hun huis nog met gedroogde turf!

HUMO Woonden er ook kluizenaars?

GROULARD Ja. Er woonde een oude monnik naast de afgelegen kapel van Bernister. Die man kwam niet uit zijn huis, ook niet om eten te kopen, want dat werd één keer in de week thuis gebracht. Meestal hing er een bordje op zijn deur: Niet Storen! En in de buurt van de Ferme Libert had je de Negus. Dat was een leraar wiskunde die genoeg had van het onderwijs en aan de rand van het veen een grote hut had gebouwd. Die man speelde viool en piano, en die had zo wat strozakken liggen waarop je kon overnachten. Maar nu spreek ik wel over vijftig jaar geleden, he.»

HUMO Er zijn nog meer excentrieke bewoners geweest. Ik las in een oud krantenknipsel dat er een sjeik kwam jagen in de Hoge Venen.

GROULARD Hij jaagt hier nog steeds, maar niet in de Hoge Venen, we! in de buurt van Elsenbom en Monschau. Het is de emir van Qatar, hij komt hier enkele weken per jaar op herten jagen. Er zijn hier veel herten - die bordjes van overstekend wild staan er niet voor niets. Met herten die over de weg springen, zijn al zware ongevallen gebeurd: hert dood, bestuurder zwaargewond en de auto perte totale. Gelukkig botsen ze vooral op reeën, die zijn kleiner, die schade is niet zo groot als bij een hert.

»Ja, de Hoge Venen, het is een apart terrein met heel aparte gevaren. Neem het risico op veenbrand. Nu is het streng verboden om vuur te maken, maar vroeger keek men niet nauw: met zoveel water in de buurt dacht men niet aan brand. Maar als je op een droog stuk van de venen vuur maakt en je stampt het uit, dan duw je die gloed eigenlijk in de turfbodem. Dat gaat smeulen en een kwartier nadat je weg bent, steekt de wind op en schiet ailes in brand! Nu is men daar heel streng in: houthakkers die met nun zware bosbouwmachines in het woud gaan werken, krijgen een contract waarin staat dat ze niet met metalen onderdelen over stenen of langs rotsen mogen schrapen. De minste vonk kan in de turf gaan smeulen.»

Vermist op de Hoge Venen (6)

HUMO Is er een deel van de Hoge Venen waar u zich niet waagt omdat het te riskant is?

GROULARD «Vroeger wel, maar nu niet meer: ik ken de Venen als mijn broekzak. Aan de kleur van het mos en de struiken weet ik of de ondergrond gevaarlijk is of niet, en zo raak ik overal doorheen. Ik leid al wandelingen sinds 1954! Dat was pionieren toen, want je had niet de minste bewegwijzering: verfstrepen of bordjes waren er niet. Ik had alleen een stafkaart van het leger, en om te wandelen waren er wat paadjes van houthakkers en tabaksmokkelaars, plus enkele wegeltjes van de Amerikanen die ze ooit hadden gebruikt om Duitse mijnen onschadelijk te maken. Het was nog een niemandsland, en dan leer je je wel te oriënteren!

»Ik ben al zolang gids in de Venen dat ik nu werk met mannen die ik nog als kind heb rondgeleid toen ze hier op bosklassen waren. Toen waren het kleine rakkers, nu zijn het voltijdse milieu-animatoren die op hun beurt jonge kinderen rondleiden. En dat zie ik als een verdienste, dat mijn liefde voor de venen iets geraakt heeft bij die kinderen.

»Voor mij zijn de Venen altijd een verademing geweest. In de week had ik een drukke praktijk als tandarts, en dan was het een plezier om in het weekend groepen te begeleiden. Maar zelfs met die drukke praktijk probeerde ik soms ook 's morgens naar de Venen te komen. Zo heb ik voor de universiteit van Luik lange tijd het korhoen bestudeerd (een zeldzame vogel waarvan er in België naar schatting nog 20 koppels zijn, ailemaal in de Hoge Venen, red.). Dan lag ik om vijf uur al met mijn verrekijker in het struikgewas, ik zag de zon opgaan in al haar glorie, en om tien uur stond ik terug in Venders om tanden te plomberen.

HUMO Bent u nooit verdwaald?

GROULARD «Eén keer. In de buurt van Rocherath ben ik met een vriend overvallen door dikke mist. We zijn toen voortgegaan op onze terreinkennis en ons oriëntatiegevoel, en na een volledige dag stappen kwamen we uit op driehonderd meter van de plek waar we wilden aankomen. Dus, verder dan driehonderd meter ben ik nooit verdwaald!»

HUMO In woestijnen en stripverhalen gaat men in rondjes lopen.

GROULARD Dat is zo, als je weinig oriëntatiepunten hebt. In de winter deed een van onze nieuwe gidsen stage en ik liep mee met die groep. Er was mist, er lag een dik pak sneeuw, en na een halfuur stond die groep ineens stil. Ik liep achteraan, ik wist niet welke wandeling hij voorbereid had, maar in de groep was er gemor dat 'de gids in rondjes liep'. Kan niet, zei de stagiair, want ik volg deze voetstappen! Zet je laarzen ernaast, heb ik gezegd, en toen hebben we gemerkt dat het zijn eigen laarzen waren en dat we al tweemaal op diezelfde plek waren gepasseerd! In een halfuur tijd! En natuurlijk was hij blij geweest dat hij voetsporen zag, voor hem betekende dat dat-ie op de goeie weg zat (lacht). Eigenlijk was hij één van de grondregels vergeten: bij slechte zichtbaarheid moet je onthouden waar de wind op je gezicht blaast. En je moet de wind dan op die plek houden, zo voorkom je dat je in rondjes loopt. 't Is een oud kneepje, hoor, ik heb het bij de scouts geleerd.»

Vermist op de Hoge Venen (7)

HUMO Een aantal jaren geleden sprak ik in de VS met park rangers en die klaagden over het misbruik van de gsm: 'Mensen kunnen nog amper een kaart lezen: als ze de weg kwijt zijn, bellen ze gewoon naar de boswachter!'

GROULARD «Dat is hier krek hetzelfde. Voor een wandelkaart betaal je 3,5 of 7 euro, dat vinden de mensen te veel en dus beginnen ze zomaar wat te wandelen of te langlaufen. En als ze de weg kwijt zijn, bellen ze het internationale noodnummer 102.

» Om de politie niet elke keer te laten opdraven, heeft de administratie van Waters en Bossen op winterse topdagen een bureau waar al die paniekerige telefoons binnenkomen. De eerste vraag is dan: waar bent u ongeveer? Nu, daar hebben die verdwaalden amper een besef van, en dan vraagt men: waar hebt u de wagen gezet en in welke richting bent u toen gegaan? Maar ook dat weten ze soms niet. 'Mijnheer, het was druk op de grote baan, ik heb mijn auto bij een bos gezet en we zijn daar beginnen te langlaufen en nu vinden we onze weg niet terug.' De mensen kunnen vaak ook niet zeggen of ze naar het oosten of het westen zijn gestapt. Die windrichtingen, die kennen ze dikwijls niet meer, en dan wordt er gevraagd: waar ziet u het licht van de ondergaande zon, voor u of achter u?

» Als de toezichter uiteindelijk vermoedt waar ze zitten, zegt hij bijvoorbeeld dat ze honderd meter moeten stappen 'met de wind pal in het gezicht' en 'als u daar een jagerszitje ziet, dan mag u daarheen gaan en als u daar bent, mag u mij terugbellen en dan kan ik u verder de weg wijzen.'

HUMO De gsm als radio en de boswachter als verkeerstoren!

GROULARD «Exactement! En zo worden de verdwaalden - al bellend - opnieuw op de goeie weg gezet. Er zijn dagen dat die telefoon niet stilstaat. En dat begint meestal tegen een uur of vijf. Vaak zijn ze dan al een uur een 'binnenweg' aan het nemen, los door het veen. Ah ja, ze hebben ski's, dus ze zijn tous terrains!

 

Het zijn niet alleen de verdwaalden die bellen, er zijn ook mensen die zich bezeerd hebben en nog moeilijk kunnen stappen. Of je hebt zestigplussers die overmoedig zijn, ze gaan dan door dertig centimeter sneeuw 'wandelen' en dat is zo zwaar dat ze een lichte hartaanval krijgen.

»Een keer is een vrouw verpletterd door een vallende spar. Die boom was zwaar beladen met sneeuw, er stond een stevige wind en omdat sparren hun wortels niet in de diepte maar in de breedte hebben, was die boom overstag gegaan. Dat gebeurt meer als het een natte winter is en als de grond doorweekt is.»

HUMO Op het Signal de Botrange vertelde men dat er een paar jaar geleden een jong koppel gevonden was in een riviertje, dood, en met de fles alcohol erbij. Weet u wat daarachter stak?

GROULARD «Ik weet dat dat verteld wordt, maar ik heb het nog nergens bevestigd gezien; het moet een gerucht zijn. Maar het is wel een feit dat sommige overlijdens pas veel later opgehelderd worden. Zo was er een man vermist in Venders, zijn auto werd teruggevonden op de Botrange, de rijkswacht stelde een onderzoek in maar vond geen spoor. Enkele weken later houdt een compagnie paracommando's een oefenmanoeuvre in de venen, ze springen uit hun vliegtuig, een parachutist landt op een meter van een lijk, en dat was het lijk van de man die men zocht! Dat is sterk toeval he?! Later bleek het orn een zelfmoord te gaan.»

Vermist op de Hoge Venen (8)

HUMO Vorige winter was er een topweekend waarin 200.000 (!) gasten verwacht werden in de Oostkantons. De taferelen die je dan ziet! Auto's die kilometers lang aanschuiven, ouders die hun blauwverkleumde kinderen op een sleetje voorttrekken tussen bossen van geparkeerde wagens. In de krant stond dat sommigen drie uur gereden hadden op de 16 km van Eupen naar de Botrange. Dat heeft toch niks meer met recre-atie in de natuur te maken?

GROULARD «Nee, die files zorgen vooral voor krassen en deuken, en die rijen geparkeerde auto's trekken vaak nog autodieven aan ook. Ach, het is allemaal een gevolg van de zachtere winters hé! Als er weinig sneeuw valt, krijg je in die sneeuwweekends een rush op het witte goud. Ik heb langlaufpistes gezien waar men achter mekaar aan schuifelt, ski tegen ski. De mensen denken: we hebben lang in de file gestaan, nu willen we op de ski's, en dan staan ze weer in de file!»

HUMO Wat zoeken al die honderdduizenden bezoekers op de Hoge Venen?

GROULARD «Die rust van dat weidse landschap. En op vele dagen is die rust er ook, maar in de winterweekends draait het weleens anders uit, dan krijg je zelfs ruzies en verkeersagressie op de langlaufpistes. Omdat iemand met zijn ski's op zijn voorganger trapt, omdat wandelaars met hun voetsta-pen putten maken in de geprepareerde pistes... Dat geeft gekrakeel onder de sparren, hoor!

»Ik begrijp niet altijd wat de mensen bezielt. Ik kwam een keer van een lange wandeling, de laatste kilometer moest ik over een loopbruggetje (planken vtoertjes die aangelegd zijn om het veen te beschermen, red.) naar de Baraque Michel, en ik zie een jong koppel met een buggy op mij afkomen - stads gekleed, op molières en hoge hakschoentjes! Ik zeg dat het plankier wat verder ophoudt en dat ze daar met die buggy niet doorkunnen. Bon, ze gingen dan maar terugkeren. Maar van de andere kant komt een fijne meneer, mooi pak, das en lakschoenen! En noch dat koppel noch die fijne man wilde een stap opzijzetten in het natte sip van het veen. Ik was al in het slijk gaan staan om te laten zien dat ze daar niet wegzakten, maar nee, ze wilden niet. Er komt ruzie van, en ineens pafpaf beginnen die twee venten mekaar af te rossen tot die fijne man zich omdraait en op hoge poten terugloopt! (lacht) Un beau jour a la Fagne!

 

HUMO Laten al die bezoekers veel afval achter?

GROULARD «De papiertjes en de blikjes, dat is fel geminderd omdat de mensen milieubewuster zijn geworden. Wat je nu hebt, zijn de sluikstorten. De mensen willen niet betalen voor het containerpark en droppen hun rommel in de kant van de weg. Matrassen en ijskasten, dat is de nieuwe fauna en flora.

»Tegelijk is er ook een toename van het vandalisme. Volgens een Zwitserse studie gaat acht procent van het budget van de natuurparken naar het herstellen van moedwillig aangebrachte schade. Bij ons is zo'n studie nog niet gemaakt, maar één keer in de maand doen wij een inspectie van de wegwijzers en altijd zijn er wel bordjes die stuk zijn of overspoten met verf en graffiti. We moeten er binnenkort weer een paar gaan herschilderen waarop staat: Mort à Bush!

 

» Kent u de Fischbachkapel (1830) op de Baraque Michel? Daarvan heeft men eens alle ruiten stukgeslagen met ijzeren staven. En vandaar was een spoor van vernieling getrokken dat zes kilometer ver ging: alle wegwijzers, alle bordjes met informatie over planten en dieren waren kapotgeslagen. Zelfs rustbanken en slagbomen waren toegetakeld. Het moeten meerdere daders geweest zijn, maar ze zijn nooit gevonden.

Vermist op de Hoge Venen (9)

HUMO De aantrekkingskracht van de Hoge Venen ligt toch ook in die magie dat het 'de laatste wildernis' van België is.

GROULARD «Semi-wildernis, want de venen zijn eigenlijk een gevolg van een begrazing door schapen. Zonder de mens, de wolnijverheid en de schapen was het hier één en al bos geweest. Maar ik begrijp wat u bedoelt, voor een Belg is dit een woest en wild gebied omdat er nergens huizen staan. In Frankrijk of Engeland is 60.000 hectare niks, maar hier is dat al bijna het Amazonewoud!»

HUMO En u? Wat zoekt u nog op die Venen na meer dan zestig jaar?

GROULARD «Ik ben als de zeeman die niet zonder de zee kan, of de alpinist die niet zonder de bergen kan. De Venen, dat is niet zomaar bos en hei, dat is een landschap dat me nog altijd geweldig kan emotioneren. Gisteren ben ik er nog geweest, het was een grijze dag, de sparren zagen er een beetje triest en monotoon uit met hun natte zwarte stammen in de hoopjes oude sneeuw, maar ineens breekt de zon door de wolken, er schiet blauwe lucht over dat veen, dat dorre biesgras licht helemaal op in die felle zonneschijn, dat was prachtig. En je zou de Venen eens moeten zien bij volle maan, alles baadt in dat zilveren licht!»

HUMO Vorig jaar kwam ik van een reportage in Duitsland en toen heb ik speciaal de weg over de Hoge Venen genomen omdat het zo'n heldere sterrenhemel was. En op de Botrange stak er een groot edelhert over. Dat was prachtig, dat langzame silhouet op die verlaten nachtelijke weg.

GROULARD Ah voilà. En dan zou je in de paartijd die mannetjesherten moeten horen brullen in de nacht! Of de bosuil, die kan zo zachtjes huilerig zitten klagen in een boom, dat is ook mooi. Als ik alleen ben, kan ik uren naar die nachtelijke geluiden luisteren.

»Veel mensen zijn bang in het bos, zeker in het donker. Ik heb eens een rondleiding gedaan met een groepje van vijf man, en één man was doodsbenauwd. Bij elk geluid, bij elk geritsel stond-ie stokstijf, wat is dat, wat moet dat hier?! Later bleek dat groepje uit Lantin te komen; het was een cipier met vier gevangenen die wegens goed gedrag een nachtwandeling in de Venen mochten maken. En die ene bangerik was een zware crimineel, maar hij was wel nog nooit in een bos geweest (lacht)!

 

HUMO Bent u dan nooit ongerust? Bijvoorbeeld als u helemaal ingesloten wordt door de mist?

GROULARD Ah, le brouillard! In tien, vijftien minuten doemt hij op, en soms is hij zo dicht dat je alleen nog het gras onder je voeten ziet. De boom op tien meter? Die is er niet meer! Ik voel me dan niet verdwaald, ik weet nog altijd waar ik ben, maar het is wel alsof iemand je wil afsluiten van de buitenwereld. Je zit werkelijk tussen vier witte muren, en er is ook niet het minste geluid.

»Elke ervaring is bijzonder. Het is nu februari, binnenkort komen de kraanvogels terug uit Afrika en dan gaan we op de Botrange staan om ze te observeren. En hoe ze dan in grate formaties over het veen komen gevlogen, dat hoge roepen in de lucht dat dag en nacht doorgaat, dat is fascinerend.»

HUMO In Chamonix en Grindelwald heb ik met bergredders gesproken en die vertelden dat mensen zelfmoord kwamen plegen in het gebergte. Een vorm van 'sterven in schoonheid". Gebeurt dat hier ook?

GROULARD «Dat hebben we hier nog niet gehad. Er zijn al zelfmoorden geweest in de Venen omdat het een afgelegen plek is. Maar niet van: ik heb kanker, ik heb nog vier maanden te leven, dan sterf ik liever op de Botrange.

»Maar ik zal u iets zeggen wat ik zelfs nog niet tegen mijn vrouw heb gezegd. Als hier ooit een atoombom valt, en iedereen bestraald is en over een paar dagen gaat sterven, dan ga ik naar het veen, en dan wacht ik daar mijn dood af. Ah oui!

 

Jan Hertoghs

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: