Pedofilie in de kerk: West-Vlaamse politie onder druk gezet door de Broeders van Liefde

, door (ab)

2
20063_Rene-Stockman-186.jpg

In 2000 bracht Humo dit verhaal reeds. Twee van de drie broeders werden nooit vervolgd; één werd veroordeeld tot vier jaar, maar werd later in beroep vrijgesproken. René Stockman - destijds provinciaal overste maar inmiddels opgeklommen tot superiore generale van de Broeders van Liefde - werpt zich dezer dagen op als felle voorstander van een strenge bestraffing van pedofiele geestelijken, maar in 2000 belde híj met de BOB van Roeselare met de vraag 'of het wel nodig was dat dat onderzocht werd, en of het niet mogelijk was om de zaak zo te houden'.

'Als het geen broeder was, had hij allang in de bak gezeten'

Herlees hieronder het Humo-artikel 'Pedofilie in de kerk: Broeder Penis met de mantel der (Broeders van) Liefde bedekt' uit Humo 3142 van 21 november 2000.

Pedofilie in de kerk: Broeder Penis met de mantel der (Broeders van) Liefde bedekt

Uit: Humo 3142; 21 november 2000

Vuile smeerlap, blijf met uw poten van mij', stond op de deur van Broeder Penis aan de ziekenboeg van het MPI in Roeselare gekrast. Nog voor het onderzoek wegens klachten over pedofilie tegen drie Broeders van Liefde goed en wel was gestart, was de deur opnieuw geschilderd en de kamer behangen. Tegen twee broeders kwam er nooit een diepgaand onderzoek. De derde werd veroordeeld tot vier jaar, maar ging in beroep. En wat blijkt? Vier jaar cel kan in hoger beroep plots vrijspraak worden.

16 april 1996, drie uur 's middags. In het kantoor van BOB'er Geert Van Fleeteren in Roeselare rinkelt de telefoon: provinciaal overste van de Broeders van Liefde René Stockman heeft gehoord dat de BOB is gestart met een pedofilie-onderzoek naar een van zijn broeders in het Roeselaarse MPI-instituut Sint-Idesbald. 'Of het wel nodig is dat dat onderzocht wordt, en of het niet mogelijk is de zaak zo te houden?' vraagt Stockman. 'We zullen het intern wel regelen. Wij hebben met de moeder van het meisje afgesproken dat de bejaarde broeder naar een andere school wordt overgeplaatst. Dat de moeder een klacht heeft ingediend bij de BOB, is helemaal tegen de afspraak.' Stockman tikt de BOB'er ook op de vingers: hij vindt het niet opportuun een man die al zo oud is te ondervragen 'omdat het te stresserend is.'

BOB'er Van Fleeteren haakt perplex in en vraagt zich af in welk wespennest hij terecht is gekomen. Daags voordien heeft de moeder van Anneke, een negenjarig licht mentaal gehandicapt meisje uit Tielt, een klacht ingediend tegen broeder Emiel Ceustermans. De bejaarde man, tuinier in het instituut Sint-Idesbald, zou het meisje op woensdagmiddag een paar keer hebben meegelokt naar het tuinhuisje, waar hij haar seksueel misbruikte.

RIA C. « Mijn dochtertje Anneke was een open en gemakkelijk kind, maar in november 1995 begon dat plots te veranderen. Ze wilde niet meer naar school, kloeg over buikpijn, en als ik haar naar school bracht, zat ze altijd in de auto in een hoekje in elkaar gedoken. Ze kreeg een vaginale ontsteking, werd agressief en handtastelijk tegenover haar twee zussen. In december kreeg ze zware aanvallen van epilepsie. De behandelende neuroloog vroeg of Anneke onder stress stond of met een trauma worstelde. Ik wist alleen dat ze een afkeer had van de naschoolse activiteiten op woensdagmiddag.

» Mijn frank is pas gevallen toen ze mij begon uit te horen over piemels. 'Ik dacht dat een plassertje altijd opgerold was,' zei ze. Maar een man had haar een grote dikke piemel laten zien, waar iets wits uitkwam. Het was een meneer die in de tuin van de school werkte, met een geruite pet, een grijze stofjas, een bril en heel grote oren.

» Ik ben toen naar de verantwoordelijke voor de leefgroepen gestapt, die mij beloofde de man te helpen opsporen. Samen met Anneke liep ik die dag over de speelplaats, tot ze hard in mijn hand kneep. Dat was het afgesproken teken. Een paar meter verder stond een man in werkplunje. De beschrijving klopte: een geruite pet, een stofjas, grote oren. Ik herinner me nog dat het zonlicht blikkerde in zijn brilmontuur. Hij keek heel achterdochtig. Toen we terug liepen naar de auto, vroeg hij: 'Anneke, ga je al naar huis?' Ik heb meteen de overste van het instituut, broeder Herman, ingelicht. Vanaf dat moment ben ik tegenwerking beginnen te voelen.»

Kom eens naar mijn tuinhuisje

Broeder Emiel Ceustermans is een kwieke oude man van 78. Hij was al op zijn twaalfde ingetreden bij de Broeders van Liefde, en had carrière gemaakt als onderwijzer in verschillende scholen van de broeders. Na zijn pensioen werd hij overste in Tessenderlo, Leopoldsburg en ten slotte Roeselare, waar hij in 1993 op rust ging. Om zijn dagen te vullen houdt hij zich nu bezig met tuinieren. De leerlingen van het MPI zien hem vaak vanop de speelplaats op het domein met de kruiwagen rondlopen, gekleed in stofjas en geruite pet. De tuinman hangt ook veel rond in de buurt van het BLO-gebouw, waar Anneke en haar leefgroep les volgen. Als de overste hem op het matje roept, ontkent hij formeel. 'Ik ken dat meisje niet. Ik heb nooit met haar te doen gehad. Ik heb dat kind nooit met haar naam aangesproken. De moeder liegt.'

RIA C. « Daar is het zowat bij gebleven. Broeder Herman zei me dat de broeder ontkende en dat hij geen reden had om hem niet te geloven. Mijn laatste hoop was de provinciaal overste, Broeder Stockman. Die zei me vlakaf: 'Mevrouw, kinderen fantaseren en moeders fantaseren mee.' Omwille van de goeie naam van het instituut beloofden ze dat broeder Ceustermans zou worden overgeplaatst. Maar na de paasvakantie, drie weken later, liep hij daar nog altijd rond. Toen was de maat vol, en ben ik een klacht gaan indienen bij de BOB.»

Zwijgplicht

'Uit de beoordelingsgegevens van het dossier blijkt duidelijk dat er door de directeur van het Ortho-pedagogisch centrum Sint-Idesbald zeer ontstemd is gereageerd na de uiteindelijke klachtneerlegging door de moeder van het slachtoffer en dat er nadien heel wat vergaderingen hebben plaatsgevonden met leidinggevend en onderwijzend personeel waarbij kennelijk druk is uitgeoefend met betrekking tot de af te leggen verklaringen, wat blijkt uit de verklaring van diverse ondervraagden en bevestigd wordt door de indrukken en inlichtingen van de verbalisanten lopende het verdere onderzoek.'

 

Deze passage komt uit het vonnis van de correctionele rechtbank van Kortrijk, waarin broeder Ceustermans op 11 oktober 1999 werd veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf, waarvan twee jaar effectief. Volgens de Kortrijkse rechter blijkt uit het onderzoek dat er geen twijfel bestaat over de verklaringen van het slachtoffer over de feiten en over de dader. Dat onderzoek heeft heel wat vertraging opgelopen, om verschillende redenen. Een van de speurders komt op de rechtbank getuigen dat het personeel van het MPI niet vrijuit kon praten.

GEERT VAN FLEETEREN (BOB'er) « Vooral de leken die er werkten waren terughoudend, zeker over wat er op papier kwam.»

Sommige getuigen krijgen voor hun verhoor duidelijke richtlijnen van een juridisch adviseur van de broeders. Twee opvoedsters veranderen hun versie 'om delicate redenen' in het voordeel van de verdachte. Niettemin komen er ook getuigenissen boven over het pedofiele gedrag van andere broeders op het MPI. Officieel willen de personeelsleden weinig kwijt, anoniem des te meer. 'Sommigen van ons,' schrijven ze in een collectieve brief, 'werden in het verleden reeds geconfronteerd met pedofiele activiteiten van broeders en leken met jongeren. Uit ervaring weten wij dat dit voor ons een zeer moeilijke materie was en is om openlijk over te spreken. Er is terughoudendheid. We zijn kwetsbaar.'

In mei 1998 dienen de Broeders een klacht in tegen de BOB. Ze vinden dat de confrontatie van de broeder met het meisje in de rijkswachtkazerne niet correct is verlopen. De klacht wordt in beroep verworpen en is volgens de procureur-generaal louter vertragend.

RIA C. « Het was zuivere intimidatie aan het adres van de speurders. Ook op school kreeg ik het hard te verduren. Na iedere stap die de onderzoekers zetten, hadden de broeders het lef om brieven in de school uit te hangen, waarin ze beweerden dat Ceustermans onschuldig was. Ze hebben zelfs een brief naar de ouders gestuurd waarin ze stelden dat mijn kind te veel fantasie had. De dag dat Ceustermans uiteindelijk werd veroordeeld, viel er een zware last van mijn schouders.»

HUMO De broeder ging meteen in beroep. De aanklager bij het Gentse Hof van Beroep eist nu de vrijspraak. Wanneer valt de uitspraak?

RIA C. « Op 30 november. Hoe dichter die datum komt, hoe banger ik word. In Kortrijk heeft de procureur een strenge straf geëist. De zaak verhuist naar Gent en daar vraagt de aanklager de vrijspraak, op basis van hetzelfde onderzoek. De aanklager nota bene! Ik dacht dat hij de man was die in naam van de maatschappij de straffen eiste. Over het waarom was hij op de zitting nogal kort van stof. Hij zei dat hij het onderzoek waardeloos vond, meer niet.»

Genoeg miserie

Dat heel wat potentiële getuigen een heilige schrik hebben van de Broeders van Liefde, hebben we zelf kunnen ondervinden. Verscheidene getuigen met wie we contact hadden opgenomen weigerden commentaar te geven, reageerden schichtig, of helemaal niet. 'De Broeders van Liefde? Mevrouw, waar begint u nu aan?' klinkt het een keer met een defaitistische zucht. En: 'U begrijpt dat ik niets kan zeggen. Mijn vrouw werkt in een katholieke instelling.' Een getuige belt nog twee keer terug met de vraag om absoluut niet geciteerd te worden: 'Wij hebben met die Broeders van Liefde al genoeg miserie gehad.'

De Orde van de Broeders van Liefde telt in België nog maar 280 geestelijken, maar heeft wel veel macht in de sociale sector en het onderwijs. Zo staat het gros van de pyschiatrische instellingen in dit land onder het beheer van de broeders, en leiden zij een indrukwekkende rist katholieke scholen. Nagenoeg de hele sector van de drugshulpverlening valt onder hun toezicht. In totaal werken zo'n achtduizend leken in instellingen van de Broeders, maar wie bereid is te praten, durft dat alleen anoniem. Een ex-kaderlid van het MPI in Roeselare heeft de affaire rond de klacht van Anneke van dichtbij meegemaakt.

EX-KADERLID « Toen ik René Stockman, de provinciaal overste van de Broeders, aansprak over die klacht tegen Ceustermans, haalde hij de schouders op. 'Allez, weer een klacht over pedofilie. 't Zit in de muren van Sint-Idesbald.' Ik zei dat ik van plan was de zaak te behartigen alsof het om mijn eigen dochter ging, maar Stockman antwoordde dat ik het belang van het instituut en de congregatie diende te verdedigen, niet dat van het kind en de ouders. Hij zei dat zo nadrukkelijk dat het als een bedreiging aanvoelde. Het lekenpersoneel kreeg in die periode ook voortdurend nota's van de hoofdzetel in Gent: ze mochten niet over de zaak praten, ze moesten het gerecht zijn werk laten doen. Dat was natuurlijk slim bekeken, want zolang het personeel zijn mond hield, kreeg het gerecht veel minder informatie.»

HUMO Er waren ook klachten over andere broeders die hun handen niet konden thuishouden.

HET EX-KADERLID « De klachten over broeder H. en de ziekenbroeder M. zijn naar boven gekomen toen de BOB met het onderzoek naar Ceustermans begon. Broeder H. was de econoom van de school, hij heeft zelfs bekentenissen afgelegd. Het ging om handtastelijkheden met drie jongeren van het instituut, tijdens een uitstap naar Gent. Die broeder werd gewoon overgeplaatst. Dat was de werkwijze. Kwam je in opspraak, dan verhuisde je gewoon naar een ander instituut. Daarmee was de kous af.»

Broeder H. is nu 70. Het dossier, GE 37.98.24.17/96, waarin de bekentenissen zitten over zijn vrolijke uitstap met de internen in december 1992, werd geseponeerd. Dat is vreemd, want broeder H. bekent nog meer. Hij is al eens eerder veroordeeld wegens zedenfeiten: in de jaren '60 had hij een zesjarige jongen aangerand tijdens een filmvoorstelling in Eeklo. De man kreeg twee jaar cel. 'Ik heb eerherstel gekregen voor de Kamer van Inbeschuldigingstelling in Gent, op aandringen van mijn oversten, omwille van mijn jarenlange bevredigende dienst,' verklaart hij op 6 maart 1997.

'Jij bent ziek'

Ook over broeder M., door sommige leerlingen en opvoeders broeder Penis genoemd, komen de verhalen van slachtoffers los: de ziekenbroeder, die in een kamer vlakbij de ziekenzaal slaapt, kiest zijn slachtoffers op de speelplaats uit: 'Jij bent ziek, jij moet meekomen.' Een van de slachtoffers getuigt over zijn tijd op het MPI in het begin van de jaren '80.

TIM « Op de ziekenboeg sloot hij de deur achter ons. Hij ging zitten op een taboeret en ik moest tussen zijn benen hurken, met mijn gezicht naar hem toe. Hij deed mijn broek open en liet ze zakken. Hij wreef over mijn penis met zijn ene hand en met de andere bepotelde hij mijn achterwerk. Hij ging met zijn vinger mijn anus binnen. Broeder M. zelf bleef op de taboeret zitten en hield me vast als ik me wilde wegtrekken. Hij zuchtte de hele tijd en ik zag aan zijn gezicht dat hij precies 'weg' was. In die vier jaar dat ik er op school zat, is dat vaak gebeurd, ik durf er geen cijfer op plakken. Ik weet dat andere jongens ook het slachtoffer waren van zijn vuile manieren. Ze werden ook meegeroepen naar de ziekenboeg. Ze werden getreiterd door de andere leerlingen.»

Het dossier KO 37.48.101.516/96 bevat verder nog getuigenissen van slachtoffers en personeelsleden over de broeder die 's avonds de medicatie ronddraagt op de ziekenzaal. Geen van de slachtoffers stelde zich burgerlijke partij - 'wij willen geen miserie meer' - waarna het parket afzag van vervolging. Het dossier wordt in Kortrijk geseponeerd.

HUMO Werd broeder Penis overgeplaatst naar een ander instituut?

HET EX-KADERLID « In ieder geval niet ten tijde van het onderzoek. Hij is rond de jaarwisseling naar een andere kamer in het hoofdgebouw verhuisd, maar hij kon nog steeds de ziekenboeg binnen. In de jaren tachtig waren er enorm veel klachten over hem. Nooit is er tegen hem opgetreden, integendeel. Een leerling had in zijn deur gekrast: 'Blijf met uw vuile poten van mij, smeerlap.' Die deur is later bewerkt, en de hele kamer werd geschilderd, zodat je er niets meer van zag.»

RIA C. « Niemand vraagt zich af wat voor effect zoiets heeft op de kinderen. Iedereen bij de Broeders sprak maar schande over 'die laffe anonieme aanvallen', maar hoe het met mijn dochtertje ging, is mij nooit gevraagd. Ik ben met Anneke in september 1996 in therapie gegaan, omdat ze het steeds moeilijker kreeg. Ze hoorde stemmen, kreeg nachtmerries en hallucinaties over messen en revolvers. Soms, als ik naast haar zat, kromp ze in elkaar en begon te huilen: 'Mama zet uw bril af, want uw gezicht verandert in dat van de broeder!' Soms had ik het gevoel dat wij op zee rondzwalpten, en dat ik mijn kind elke keer kopje onder zag gaan. (huilt) Het ergste vond ik dat ze me soms niet meer herkende. Soms deed ze zo raar: draaien met de ogen, star kijken, onbeheerste lachbuien. Drie experts die haar onderzocht hebben, zeggen dat er geen twijfel mogelijk is dat ze misbruikt werd. Ze stellen alledrie dat ze zeer geloofwaardig is wat de dader betreft. En nog gelooft die Gentse aanklager het niet.»

Zes ouwe peetjes

Strafrechtspecialisten zijn het erover eens: juridisch gezien is het perfect mogelijk dat een openbaar aanklager in beroep volledig van mening verschilt met zijn collega in eerste aanleg, maar het gebeurt uiterst zelden. UIA-strafrechtspecialist Bart De Smet: 'Het is een kwestie van interpretatie: de openbare aanklagers kunnen in eer en geweten een andere beoordeling geven aan het onderzoek.'

Francis Desterbeck, een magistraat van CVP-signatuur, en advocaat-generaal van het hof van beroep in Gent, treedt in de zaak van Broeder Ceustermans op als aanklager. Hij beschikt niet over nieuwe gegevens. Het dossier dat bij hem voorligt, is hetzelfde als dat van Kortrijk. Als we hem aan de lijn krijgen, lijkt het alsof we niet de aanklager, maar de verdediger van de broeder horen praten.

HUMO Hoe motiveert u de eis tot vrijspraak?

FRANCIS DESTERBECK « De beklaagde heeft altijd zijn onschuld staande gehouden. Luister, die broeder is nu 84. Als je iemand op het einde van zijn leven van zulke zware feiten beschuldigt, moeten de bewijzen keihard zijn. Volgens mij is dat niet het geval. Het staat als een paal boven water dat het kind misbruikt is, maar ik ben er honderd procent zeker van dat dat niet door de beklaagde gebeurd is.»

HUMO U beweert het tegenovergestelde van de correctionele rechtbank van Kortrijk. Wij citeren: 'Er is geen reden om te twijfelen aan de verklaringen van het slachtoffer, waar deze tot vijfmaal toe steeds opnieuw de beklaagde aanwijst als dader.

FRANCIS DESTERBECK « Maar ik sta hoger. (Lacht) Ik zit hier niet om na te praten wat men in eerste aanleg heeft beslist. Dat hele onderzoek is volgens mij waardeloos, en zelfs beschamend voor Justitie. Neem nu de herkenning van de dader: op een bepaald moment is er een line-up georganiseerd bij de BOB van Roeselare. U kent dat: er werden zes ouwe peetjes op een rij gezet, en het kind moet de dader aanduiden. Het meisje duidde de beklaagde inderdaad aan, maar dat kan ook moeilijk anders, als je zag hoe die line-up was opgesteld.»

HUMO Dat zegden de broeders van Liefde ook al: zij dienden een klacht in tegen de verbalisanten van de line-up, maar die is tot in beroep verworpen.

DESTERBECK « Er werd alleen geoordeeld dat er geen valsheid in geschrifte werd gepleegd, maar dat wil niet zeggen dat de line up volgens de regels van de kunst is verlopen.

» Zo beweerde het meisje van in het begin dat de dader een stofjas en een geruite pet droeg. Er stond in het rijtje maar één ouwe rakker met een stofjas en een pet, en dat was Ceustermans. En het heeft negentig seconden geduurd voor ze er Ceustermans heeft uitgehaald. Dat is zéér lang voor een herkenning.»

RIA C. « Foutje. Er waren twéé ouwe peetjes met pet en stofjas, en een derde droeg een pet.

» Dat was eigenlijk niet eens nodig, want de enige die op het instituut zo rondliep was Ceustermans. Lang voor de confrontatie had Anneke een tekening gemaakt van de dader, waarop die een geruite pet draagt. Die line-up gebeurde in aanwezigheid van de onderzoeksrechter en de procureur van Kortrijk. Volgens hen verliep alles correct. Ook de broeder zelf was er tevreden over. Hij zei dat de mannen in de line-up goed uitgekozen waren, en dat hij een eerlijke kans had gekregen. Hij vond wel dat Anneke te lang had geaarzeld, en volgens hem bewees dat dat het om een vergissing ging. Ik herinner mij die dag nog goed. Anneke was heel zenuwachtig voor de confrontatie. Ik heb haar toen gezegd dat ze goed haar tijd moest nemen om de dader aan te wijzen en naar het gezicht moest kijken.»

Bij het parket van Kortijk wil niemand reageren op de aantijgingen van de advocaat-generaal. Procureur Willaert: 'Wij mogen geen kritiek geven op onze hiërarchisch overste.'

'Vuile smeerlap'

HUMO Drie experten die het meisje onderzochten, stellen dat haar verklaringen betrouwbaar zijn, inclusief de aanwijzing van de dader.

DESTERBECK « Niemand van die experten heeft ook broeder Ceustermans onderzocht. Hij is uiteindelijk zelf naar een gerechtspsychiater gestapt, dokter Deberdt, die stelde dat het onwaarschijnlijk was dat de geestelijke op zijn tachtigste nog zou begonnen zijn met pedofilie.»

HUMO Daar zegt u zoiets. De broeder werd in totaal maar liefst vijftien keer overgeplaatst. Het is nooit duidelijk geworden waarom.

DESTERBECK « Allemaal te verklaren door zijn carrière! Wel is gebleken dat in die periode bij die oude paters wel degelijk een pedoseksueel rondliep. Als ik jaren later het dossier in handen krijg, en ik zie zoiets, dan vind ik dat een gemiste kans.»

HUMO Hallo Broeders van Liefde? Een andere pedoseksueel?

BROEDER RENE STOCKMAN « Een andere broeder? Dat heb ik nooit gezegd! Dit kan ik niet aanvaarden. Wij hebben nooit beweerd dat er niks met dat meisje is gebeurd, wel ben ik ervan overtuigd dat broeder Ceustermans niet de dader is. Er loopt daar veel volk rond in dat instituut. Voor mij is het niet uitgesloten dat het iemand van het personeel was. We weten het niet.»

HUMO Wat is er gebeurd met broeder M. en broeder H., die bekentenissen aflegde?

STOCKMAN « Broeder H. was al overgeplaatst op het ogenblik van de feiten met dat meisje. Hij heeft trouwens nooit over echt seksueel gedrag gesproken. Het ging om handtastelijkheden, wat nog iets anders is. Wij hebben hem dat ook gezegd, dat hij dat niet mocht doen.»

HUMO En broeder M., in wiens deur een boodschap aan een 'vuile smeerlap' stond gekrast?

STOCKMAN « Van die deur weet ik niets, ik kan niet alles weten. Maar de feiten met broeder M. dateren van in de jaren zestig.»

HUMO Wij hebben twee getuigenissen van slachtoffers uit de jaren '80.

STOCKMAN « De jaren '60, ik ben formeel. De man is op eigen verzoek verhuisd naar een instelling die wat dichter bij zijn familie ligt. Nee, niet wegens een onderzoek. Hij heeft daar nog een zuster wonen.»

HUMO Verschillende personeelsleden zijn onder druk gezet tijdens het onderzoek om geen bezwarende verklaringen af te leggen.

STOCKMAN « Ik heb alleen een brief geschreven naar het personeel om te zeggen dat ze kalm moesten blijven en het gerecht zijn werk moesten laten doen. Eén personeelslid, de pedagogisch directeur, heeft beweerd dat hij onder druk stond. Maar hij is ontslagen wegens een diefstal (van kamerplanten, red.) en neemt nu weerwraak. (Op de rechtbank van Kortrijk was er sprake van twee directeurs, red.)»

HUMO U vergeet uw telefoontje naar de BOB, waarin u vraagt de zaak zo te laten.

STOCKMAN « Maar enfin! Ik heb alleen gebeld om te vragen om de broeder niet zomaar in de boeien te slaan, gezien zijn hoge leeftijd! Ik wens trouwens op te merken dat de advocaten van de tegenpartij zelf contact met me hebben opgenomen. Ze kwamen geld vragen om de zaak in de doofpot te steken. Ze waren zogezegd gestuurd door de advocaat-generaal, maar ik had snel door dat dat niet het geval was. Het enige waar ze op uit waren, was dat geld. Dan konden ze achteraf zeggen dat de Kerk dingen in de doofpot steekt. Die toenadering wordt altijd geminimaliseerd, maar mijn telefoontje naar de BOB, dat komt keer op keer terug.»

RIA C. « Ik geloof niet dat een andere broeder de dader was. De andere broeders zagen er helemaal anders uit, broeder M. was trouwens gefixeerd op jongens. En mijn dochter reageerde alleen paniekerig in de buurt van broeder Ceustermans. En tellen de psychologische experten dan niet meer mee? Alle experten zeggen dat Anneke zeer geloofwaardig is als het om het aanduiden van de dader gaat. Ze is nu veertien. Het gaat wat beter nu, maar ze is een heel angstige tiener.

» Het is nooit mijn bedoeling geweest er een sensatie-verhaal van te maken, maar God weet hoeveel ouders en slachtoffers op dezelfde onmenselijke manier zijn afgescheept. Ze zeggen mij dikwijls: 'Tegen wie begint gij nu, de Broeders van Liefde, zo'n machtige congregatie.' Hoe komt het dat al de andere ouders zwijgen? Ik begrijp het niet en ik vind het laf. Waar ligt de verantwoordelijkheid van het gerecht? Mijn dochter vraagt dikwijls of die broeder nu nog stout kan zijn. Ik heb nee geantwoord. De man zit nu in een rusthuis in Zelzate, van de Broeders van Liefde. Als het geen broeder geweest was, had hij al lang in de bak gezeten.»

 

De namen van de slachtoffers werden gewijzigd.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: