Vangheluwe in 1997 genoemd in Humo

, door (sh)

1
21022_coverpedofilie.jpg

De Zaak van de verdwenen meisjes heeft de Kerk niet onberoerd gelaten. Een tijdlang kon je geen religieus tijdschrift openslaan, of er stond een artikel in over hoe erg het wel is gesteld met onze permissieve samenleving, die monsters als Dutroux 'voortbrengt'.

'Eigenlijk wil ik de hele tijd mezelf vernietigen. Maar dat màg niet, want ze zouden niet liever willen dan dat het in de doofpot gaat.'

Over de monsters die de Kerk zelf 'voortbrengt' werd bij voorkeur gezwegen, en over hun slachtoffers evenzeer. Aan pedoseksuele priesters is er anders geen gebrek. Vorig jaar in december werd de 73-jarige pastoor D. In Nijvel veroordeeld omdat hij verscheidene jongens van minder dan zestien jaar had misbruikt. Enkele dagen later werd zijn collega A. In Dinant gearresteerd, op verdenking van verkrachting van twee kinderen jonger dan 14 jaar. Nog een dag later werd in Oost-Vlaanderen de 56-jarige pastoor A. Aangehouden; hij zou een aantal jongens van 13 tot 16 jaar hebben aangerand.

Peter

Priesters die kinderen misbruiken zijn geen psychopaten zoals Dutroux, ook al kunnen ze hun handen niet thuishouden en maken ze misbruik van hun gezag om hun lusten bot te vieren.

De schade die ze bij hun slachtoffers aanrichten is moeilijk in te schatten. In het allerbeste geval komen kinderen er op eigen kracht overheen, zoals blijkt uit het relaas van Peter. Hij werd als kind door een priester bepoteld, maar is inmiddels gelukkig getrouwd en vader van een zoontje.

Peter «Ik was acht jaar toen het begon. Ik spreek nu van twintig jaar geleden. Een priester was toen nog een man van aanzien. Dat was altijd 'Meneer Pastoor' van hier en 'Meneer Pastoor' van daar, zo'n man was bijna een heilige.

»Onze nieuwe onderpastoor was uit ander hout gesneden. Hij was helemaal geen conservatief type, veeleer het tegendeel van een 'traditionele' pastoor. Ik zal een voorbeeld geven. Wij speelden vaak voetbal op een pleintje bij het klooster. Er vloog al eens een bal tegen de ruiten, en dan schoten er altijd wel een paar nonnetjes naar buiten om ons tot kalmte aan te manen. Op een dag was de onderpastoor daar getuige van.

»Hij zei tegen die zusters: 'Maakt dat ge allemaal binnen zijt! Die kinderen moéten spelen, anders zijn ze morgen ziek.' We wisten niet was ons overkwam - we waren bijna zelf gechoqueerd! Maar zo'n man moésten we natuurlijk hebben. Hij organiseerde jeugdmissen voor ons en vertelde zelfs moppen in de kerk, soms stonden wij te snotteren van het lachen. Hij was een kerel naar ons hart, echt 'onze leider'.

»Zo is hij stelselmatig in de jeugdbeweging geïnfiltreerd. Hij werd de proost van de Chiro en kreeg steeds meer macht - én ons vertrouwen. Vroeger kon de Chiro de eindjes nauwelijks aan elkaar knopen, maar hij smeet met geld. Als we op bivak gingen, hoefden we niet op een stukje vlees te kijken, hij betaalde alles. Tot groot jolijt van oudere leden zorgde hij zelfs voor een tapkraan en vaten bier. 's Avonds hoefde je niet stiekem naar het café, er werd ter plaatse getapt.»

Pedofilie in de kerk (vervolg)

Peter «Als ik er nu op terugkijk, gebeurden er al snel dingen die je niet normaal kunt noemen. In de zomer gingen we weleens zwemmen in iemands privé-zwembad. Als het mooi weer was, nodigde hij een groepje jonge gasten uit. De proost dook dan mee het zwembad in, in zijn blote bast. En als wij onder de douche stonden, kwam hij er naakt bij staan.

»Bij de proost thuis was het de zoete inval. Hij was als een magneet, je kunt dat niet begrijpen. Als hij ongestoord zijn gang wilde gaan, nam hij altijd één jongen apart. Mij is dat ook geregeld overkomen. Dan begon hij te strelen: over mijn hoofd, mijn rug, mijn broek... En dan ging het verder: de broek ging naar beneden, de onderbroek... Tot hij mijn geslachtsorgaan begon te strelen en mij masturbeerde.

»Veel woorden kwamen er niet aan te pas. Hij zat gewoon zwaar te ademen - te kwijlen, zeg maar. Nu ja hij zei weleens: 'Je bent een mooie jongen, je bent mooi gebouwd...' Of hij zei: 'Jij bent mijn lieve vijand.' Eigenlijk ging hij heel subtiel te werk. Als ik vanavond thuiskom, zeg ik ook niet tegen mijn vrouw: 'Kleren uit! Ik heb goesting.' Nee, dat gaat gepaard met liefkozingen, een complimentje....»

Tegen de lamp

Peter «Tussen mijn tiende en mijn vijftiende heb ik dat zeker dertig keer meegemaakt - ik maak een voorzichtige schatting. Waarom ik het allemaal liet gebeuren, kan ik niet uitleggen. De psychologie van een kind zit ook zo raar in elkaar. In het begin heb je dat precies graag, later pas ga je zo'n man haten. Die pastoor was geen kalf, hij was een gestudeerd man en had een enorme psychologische overmacht. Dat verklaart waarschijnlijk waarom ik er thuis nooit iets over heb gezegd.

»Die kerel wist wat hij deed. Als jij op straat een kind meelokt, zal dat ook niets vertellen, dat klapt dicht. Nù misschien niet meer, maar zeker in die tijd. Pedofielen zijn psychologische cracks op dat gebied: ze weten hun tijd, hun uur, hun seconde af te wachten. Hij heeft mij nooit gezegd: 'Je mag dat thuis niet vertellen'. Hij wist voor honderd percent dat ik zou zwijgen.

»Toen ik zeventien was, hebben ze hem gepakt. Op het bivak van de allerkleinsten lag hij met een jognen van zes jaar in bed. Wat hij daarmee gedaan heeft weet ik niet, ik was er zelf niet bij. Mijn jongere broertje heeft mij verteld hoe de bom gebarsten is. Op de bezoekdag schreeuwde dat jongetje moord en brand - hij wou absoluut mee naar huis.

»Zijn vader schoot uit zijn sloffen, pakte in zeven haasten de bagage en zei tegen de proost: 'U spreek ik nog wel.' Zodra hij thuiskwam, ging hij naar de veldwachter en die heeft hem doorverwezen naar de gerechtelijke instanties.

»Onze proost is toen afgevoerd en een hele tijd uit mijn gezichtsveld verdwenen. Heeft hij een paarj jaar opgesloten gezeten? Of hebben ze hem in een psychiatrische inrichting gestopt? Ik weet het niet. In elk geval is hij daarna pastoor geworden in een andere parochie.

»Vorige maand sla ik de gazet op en ik zie: 'Pedofiele priester opgepakt.' Ik zeg: 'Potverdorie, ze hebben hem weer te pakken, de onnozelaar'. Hij wàs al eens tegen de lamp gelopen, en nu doet hij het weer! Ik vind het ontzettend lomp, dat hij er op zijn leeftijd nog eens aan begint - hij gaat nu naar de zestig.

»Volgens de krant zou hij de laatste vier jaar verschillende jongens van 13 tot 16 jaar hebben verkracht. Het onderzoek begon naar aanleiding van een 'openbaar gerucht' in zijn nieuwe parochie.»

De volgende

Peter «Ik ben niet het enige slachtoffer van die pastoor, denk dat vooral niet. Er moeten er tientallen geweest zijn, binnen en buiten onze parochie. Hij is ooit nog onderdirecteur geweest van een college. Daar is hij moeten opstappen, waarom weet ik niet, maar ik heb wel mijn vermoedens. In elk geval zou de Kerk beter moeten uitkijken wat ze met zo iemand doet.

»Hij mag voor mijn part pastoor blijven, maar niet in een parochie waar hij kinderen onder zijn hoede heeft. Dat ze hem in een rustoord bij ouden van dagen stoppen, daar zal hij tenminste met zijn handen van de mensen afblijven. Want nu vraag ik mij af: wie zal zijn volgende slachtoffer zijn?

»Zelf had ik hem alles vergeven, maar nu herbegint de onnozele zot weer! Het heeft mij veel pijn en ellende gekost om mijn verleden te verwerken, maar dokters of psychologen heb ik niet nodig gehad. Ik ben nu gelukkig getrouwd en zelf vader van een zoontje. Maar één ding kan ik u wel zeggen: als hij mijn zoontje ooit zoiets aandoet, sla ik hem dood. »

Pedofilie in de Kerk: Lena

Lena verging het slechter dan Peter. Van haar zestiende - ze was toen nog een onschuldig kind - tot haar vierentwintigste viel ze in handen van een niets ontziende priester-schooldirecteur. Van pedofilie kunnen we hier nauwelijks nog gewagen: dit is meer catch as catch can.

Ook Lena is ondertussen getrouwd, maar gelukkig is ze allerminst. Ze is al jarenlang in therapie en vond onlangs steun bij Rik Devillé, zowat de enige priester die zich daadwerkelijk om de slachtoffers van zijn collega's bekommert. Toen Lena uiteindelijk de moed vond om samen met hem bij haar bisschop te gaan aankloppen, kwamen ze van een kale reis thuis.

De Kerk praat nu al maandenlang over de oprichting van meldpunten, waar mensen met klachten over priesters terecht zouden kunnen. Als die ooit tot stand komen - en dat zou eerstdaags kunnen gebeuren - valt te hopen dat ze worden bemand door hulpverleners met meer psychologisch doorzicht dan eigendunk.

Lena «Op de lagere school kon ik niet mee met de andere kinderen. Ik was vaak ziek. Daardoor had ik veel achterstand: in het vijfde leerjaar kon ik nog niet lezen of schrijven.

»Toen ik zestien was, moest ik een studierichting kiezen. Ik had voor kapster willen leren, maar dat mocht niet van mijn moeder. Ik moest een verzorgend beroep kiezen. Daarvoor kon ik in West-Vlaanderen terecht. Omdat de school te ver van huis was, ging ik op internaat.

»Ik had veel moeilijkheden met Frans. Mijn moeder vroeg de priester-directeur, die ook godsdienst gaf, of hij mij bijlessen Frans wilde geven. Dat vond hij goed. Na een aantal bijlessen maakte ik een goede toets voor Frans. Hij wenste mij proficiat en vroeg, tot drie keer toe: 'Wat krijg ik nu van jou?' Ik begreep niet wat hij bedoelde. Toen zei hij: 'Ik wil een zoen'. Ik zag daar niks kwaads in en gaf hem een zoen. Toen heeft hij zich als een wild beest op mij gegooid en mij voor het eerst verkracht.

»Ik wist niet wat mij overkwam. Op school had ik toe nnog geen seksuele voorlichting gekregen. Van mijn ouders ook niet, zij waren streng-katholiek, mijn moeder ging alle dagen naar de mis. Alles wat ik wist, had ik opgeraapt van vriendinnen op school. Toen alles voorbij was, zei hij: 'Je vertelt het aan niemand, anders sluit ik je voor de rest van je leven op.' Op dat moment wist ik niet wat ik moest zegen of denken. Ik zakte in weg in een diepe put.

»De bijlessen bleven doorgaan. Hij stond er zelfs op alle lessen met mij door te nemen. Voor sommige vakken zag ik daar het nut niet van in, maar hij des te meer. We hadden bijvoorbeeld een vak 'hygiëne'. Ik was er niet voor te vinden dat hij dat met mij doornam, maar toch deed hij het. Op een dag hadden we les gekregen over de geslachtsorganen. Hij zei: 'Ik heb prenten, we zullen eens controleren of alles klopt, dan zul je alles beter onthouden.' Ik moest met hem naar boven en moest mij helemaal uitkleden. En hij controleerde...alles.

»Die boeken met naakte vrouwen had hij al sinds zijn studietijd. Hij vertelde mij wat hij er allemaal mee had gedaan 'om toch maar niet in verleiding te komen'. Maar als hij goesting had, was hij niet te hoduen. Tijdens de les Frans of wat dan ook, zat hij aan mijn lijf, onder mijn rok... Hij zat mij gewoon te vingeren. Sorry dat ik het zo zeg, maar zo is het gebeurd.

»Ik kon maar om de veertien dagen naar huis, dus was ik in het weekend ook vaak aan hem overgeleverd. Hij heeft mij verschillende keren verkracht. Soms moest ik zijn penis in mijn mond nemen en dan kwam hij klaar in mijn mond. Verzet bieden had geen zin. Als ik zei dat ik mijn maandstonden had, controleerde hij of het wel waar was. Hij heeft mij eens vastgebonden omdat ik tegenspartelde. Hij deel alles om zijn goesting te kunnen doen.»

Abortus

Lena «In die tijd kreeg ik alles van hem: hij betaalde mijn kleren, mijn studie, mijn schoolreizen... Hij gaf mij zelfs juwelen cadeau. Maar eigenlijk was ik doodsbang. In mijn achterhoofd speelde altijd het idee: 'Als ik het niet toelaat, zal hij mij wegsteken', want hij liet verstaan dt ik helemaal aan hem was overgeleverd.

»Op een bepaald moment raakte ik zwanger van hem. Dat had ik tegen medeleerlingen gezegd - niet dat het van hem was, maar wel dat ik in verwachting was. Het kwam hem al snel ter ore. Op een zondag zei hij: 'Lena, we gaan een uitstapje maken'. Hij reed met mij naar Nederland. We kwamen bij een gewoon rijtjeshuis, er kwam een vrouw opendoen. Hij nam mij mee naar binnen. Ik moest naar boven gaan en daar op een tafel gaan liggen. Ze hebben mij vastgebonden en de foetus weggezogen, zomaar, zonder verdoving.

»Na die gedwongen abortus heb ik op de achterbank liggen huilen van de pijn. Zijn enige commentaar was 'Vrouwen kunnen toch ook nergens tegen'. De volgende dag moest ik op school, in zijn aanwezigheid, tgen al mijn medeleerlingen zeggen dat ik gelogen had en dat ik niet zwanger was.

»Ik had dus een kindermoord op mijn geweten - zo was het ons ingeprent. Maar daarmee was de ellende niet afgelopen. Die man heeft vanalles met mij uitgehaald. Bij een verkrachting trok hij zich tijdig terug en kwam over mijn lichaam klaar. Toen riep hij zijn hond, en die moest zijn zaad oplikken. Van mijn zestiende tot mijn vierentwintigste bleef het constant doorgaan, praktisch elke dag. Hij heeft mij vernederd tot en met.

»Op een bepaald moment kon ik het niet meer aan. Ik dacht: 'Ik ga het tegen mijn moeder zeggen'. Maar hij was mij te vlug afgeweest. Hij had haar al opgebeld en gezegd dat ik mij misdroeg en dat ik een vuile hoer was. Mijn moeder geloofde hem. Toen ik thuis op weekend kwam, heb ik slaag gekregen. Van toen af is de relatie met mijn moeder bergafwaarts gegaan. Zij zei altijd: 'Je moet hem dankbaar zijn voor alles wat hij voor je doet'.

»Ik weet niet waarom mijn moeder hém geloofde en beschermde in plaats van haar dochter. Dat vraag ik mij nog altijd af. Op de duur ging ik bidden opdat mijn moeder dood zou gaan, omdat ze mij niet meer kon uitstaan. En ze is ook ziek geworden en gestorven. Daarvoor heb ik alle schuld op mij genomen, ik had tenslotte gewenst dat ze dood zou gaan. Dus die schuldgevoelens kwamen er ook nog bij.

»Ik hoopte zo snel mogelijk afgestudeerd te zijn, omdat ik dacht; dan ben ik van hem verlost. Maar nee. Hij ging werk voor mij zoeken, telkens ver van huis, zodat hij mij kon komen opzoeken - altijd voor hetzelfde, natuurlijk. Ooit heb ik op kot gewoond. Hij betaalde de hele inboedel, richtte alles in en stond om de haverklap aan mijn deur. Telkens als hij seksuele betrekkingen met mij had gehad, moest ik met hem gaan biechten.

»Dan reed hij kilometers ver, om toch maar een biechtvader te vinden die hem niet kende. Hij ging eerst, dan ik. Ik moest dan zeggen dat ik 'tegen de zuiverheid had gezondigd met een priester' - dat zei hij mij voor. Ik hebwel twintig verschillende biechtvaders gehad. Niet één is er ooit dieper op ingegaan of heeft mij geholpen, ik stond er helemaal alleen voor. »

Pedofilie in de kerk: Lena (vervolg)

Zelfmoord

Lena «Na de dood van mijn moeder stortte mijn leven totaal in. Ik heb op verschillende plaatsen gewerkt, maar telkens weer werd ik ziek. Uiteindelijk ben ik in een psychiatrische instelling beland. Toen heb ik vier jaar lang geen contact meer gehad met die priester. Daarna ben ik bij mijn vader ingetrokken.

»In die periode heb ik ook mijn man leren kennen. Mijn vader stond erop dat die priester bij mijn huwelijk aanwezig zou zijn. En hij is gekomen. Op de trouwdag kwam hij naar mij toen en zei: 'Lena, het is spijtig dat je mij niet trouw bent gebleven.'

 

»Mijn man wist van die hele historie niets af. Ik ben nu twintig jaar getrouwd, en pas drie jaar geleden heb ik hem in vertrouwen genomen. Maar hij vermoedde al lang dat er iets niet pluis was. Als 17 jaar hebben wij geen seksuele betrekkingen meer, ik kan gewoon niet verdragen dat hij mij aanraakt. Hij zag ook dat ik voortdurend depressies had, maar over de oorzaak wou ik niet praten. Ik liet hem in de waan dat het door het overlijden van mijn moeder kwam.

»Mijn man zag ook wel dat die pastoor zich ongewoon gedroeg tegenover mij. Hij ging met mij niet om als een directeur met een oud-leerling. Als hij bij ons op bezoek kwam - ik kon hem de deur niet wijzen zonder mijn geheim prijs te geven - begon hij mij steevast te zoenen en te knuffelen 'omdat het zo lang geleden was dat hij zijn zorgenkind nog had gezien'.

»Ooit nodigde hij ons samen bij hem thuis uit. Hij liet mijn man het hele huis zien, behalve één kamer - die waar alles zich had afgespeeld. 'Die kamer laat ik niet zien,' zei hij, 'dat zou te veel herinneringen oproepen.' En ieder jaar stortte hij tweeduizend frank op de rekening van mijn man. Dat was zogenaamd 'onze nieuwjaar'.Nù weet ik dat het gewoon zwijggeld was.

»Jarenlang durfde ik niets te zegggen, tot ik een psychologe leerde kennen in wie ik heel veel vertrouwen had. Je kunt het vreemd vinden, maar ik had geen vertrouwen meer in mensen, zeker niet in mannen. Ik haatte mannen, alle mannen. Maar die psychologe heeft beetje bij beetje los gekregen wat er in mijn hoofd omging.

»Uiteindelijk is het hele verhaal eruitgekomen. Die psychologe heeft toen gezegd: 'Lena, als je er rijp voor bent en als je denkt dt je het aankunt, vertel het dan aan je man.' Mijn man is toen mee naar de psychologe gegaan. En daarna hebben we het samen aan de kinderen verteld.

»Aan mijn gezin heb ik veel steun. Hoe vaak heb ik tegen mijn man al niet gezegd: 'Zoek een andere vrouw, met wie je gelukkig kunt zijn'... Maar hij laat mij niet in de steek. En toch is het er met mij niet op verbeterd. Mijn verleden laat mij niet los, ik ben er constant mee bezig: overdag, 's nachts, altijd. Ik heb verschillende zelfmoordpogingen ondernomen omdat ik het helemaal niet meer zag zitten. Ik heb mezelf bont en blauw geslagen, het was alsof de stem van die priester in mij zei dat ik moest boeten, dat ik de schuldige was.

»Ik werd opnieuw in de psychiatrie opgenomen, verschillende keren. Ik heb met sigaretten mijn armen en benen verbrand. Ik heb met glasscherven in mijn armen gekerfd - kijk, vanochtend heb ik het nog gedaan, ik kon het weer niet meer aan. Ik lijd aan angstneurosen en hyperventilatie. Ik heb schoonmaakdwang gehad, dat ik niets anders deed dan schoonmaken. Op de duur mochten de kinderen niet meer spelen in huis, ze vroegen mij: 'Mama, mogen wij eigenlijk nog wel leven?' Dat vind ik nog het ergste van al: dat mijn kinderen - en hun studies - er méé onder lijden. »

De bisschop zwijgt

Lena «Met die priester heb ik geen contact meer. Toen ik met mijn man bij de psychologe was, heb ik hem eens opgebeld om alles uit te praten. Ze had zo'n handenvrije telefoon, waardoor zij en mijn man konden meeluisteren. De eerste keer heeft die priester de telefoon dichtgegooid. De psychologe zei: 'Over tien minuten bellen we hem opnieuw'. De tweede keer zei ik: 'En dit keer smijt je de telefoon niét dicht...'

»Toen heeft hij alles te horen gekregen: dat hij een verkrachter en een misdadiger is, en dat ik nu wel weet waarom hij elk jaar die tweeduizend frank stortte. De psychologe heeft trouwens gezegd dat het veel te weinig was: om de twee maanden betaal ik meer aan medicamenten om mezelf overeind te houden. Sindsdien zijn de stortingen opgehouden, we krijgen geen 'nieuwjaar' meer.

»Vorige maand heb ik een aangetekende brief geschreven naar monseigneur Vangheluwe, de bisschop van Brugge. Van die brief heb ik ook een kopie naar kardinaal Danneels gestuurd. Hij heeft mij schriftelijk laten weten dat het goed was dat ik mijn bisdom op de hoogte bracht van die ergerlijke feiten en dat monseigneur Vangheluwe die priester ter verantwoording kon roepen. En hij besloot 'Moge de Heer die diepe wonden in U helen.'.

 

»Van de bisschop van Brugge heb ik geen schriftelijk antwoord gekregen. Hij heeft mij opgebeld en een afspraak gemaakt. Ik ben ernaartoe gegaan met mijn man. Ik stond erop dat Rik Devillé er ook bij zou zijn - hij is de enige priester van wie ik ooit steun heb gekregen en daar ben ik hem enorm dankbaar om. Maar hij mocht niet mee: monseigneur Vangheluwe vond zijn aanwezigheid 'niet opportuun'.

»We zijn tóch samen naar het bisdom gegaan. Ik had een attest bij me van de psychiater, om te bevestigen dat ik moest worden bijgestaan wegens mijn zwakke toestand. Dat heb ik aan een bode gegeven, maar tevergeefs. Ik heb hem laten vragen waarom Rik Devillé er niet bij mocht zijn, maar de bisschop vond dat hij daar niet op hoefde te antwoorden.

»Monseigneur Vangheluwe hebben we trouwens niet te zien gekregen. Van vijf uur tot tien over zeven hebben we in het bisdom gezeten. Ik heb gesmeekt dat Rik erbij zou mogen zijn, ik heb zitten huilen... Uiteindelijk hebben ze ons daar gewoon buiten gewerkt. Ik heb het tegen mijn psychiater verteld, en die vindt het schandalig dat zoiets vandaag de dag nog kan gebeuren. En geloof het of niet, maar kort daarop verscheen in de krant een artikel waarin het bisdom laat verstaan dat Rik Devilé dat incident had uitgelokt om promotie te maken voor zijn nieuwe boek!

»Mijn lijdensweg is dus nog niet voorbij, maar opgeven doe ik niet. Zelf heb ik geen contact meer met die priester, maar hij belt mijn man nog op, om hem tegen mij op te zetten. Hij zou mijn huwelijk kapot willen maken, maar dat zal hem niet lukken. Hij maakt mij zwart, hij zegt dat mijn man mij niet mag geloven omdat ik zo hard kan liegen. Dat zegt hij trouwens al jarenlang: dat waren zijn voorzorgen, voorals het ooit zou uitkomen.

»Die priester is nu 88. Destijds heeft hij mij gezegd dat ik in zijn testament zou staan. Maar ik hoef zijn geld niet. Het enige wat ik wil is, dat hij bekent wat hij gedaan heeft en zijn verontschuldigingen aanbiedt. Ik leef al meer dan 25 jaar van de ziekenkas, omdat ik niet meer kan werken. Ik slaap nauwelijks. Ik eet bijna niets. In een jaar tijd ben ik twintig kilo vermagerd, van 64 naar 45 kilo. Eigenlijk wil ik de hele tijd mezelf vernietigen. Maar dat màg ik niet, want ze zouden niets liever willen dan dat het in de doofpot gaat.

»Ik heb nu een nieuwe afspraak met de bisschop gevraagd. In mijn brief heb ik nogmaals gevraagd waarom Rik Devillé er niet bij mag zijn. Ben ik dan geen vrij mens, mag ik dan niet meenemen wie ik wil? Mag ik niet worden bijgestaan door iemand die ik vertrouw? Maar hij heeft er nog altijd niet op gereageerd. Daarom wil ik dat mijn relaas in de pers komt. Want ik ben het beu, kotsbeu.»

Pedofilie in de Kerk: Gisèle

Gisèle is er niet beter aan toe dan Lena. Zij werd als kind misbruikt door de priester-directeur van een tehuis waar ze enkele jaren verbleef. Ook Gisèle is al jarenlang in therapie. Toen ze na jaren van ellende haar probleem bij de kerkelijke overheid ging aankaarten, ving ook zij bot: Meneer pastoor was inmiddels dood en begraven en zijn opvolgers achten zijn wandaden niet bewezen - amen en uit. Maar ze zullen wel voor haar bidden, nemen we aan.

Gisèle «Mijn vader was bediende, lid van de kerkfabriek. Mijn moeder was de dochter van een rijke herenboer. Ze had een onvoorwaardelijk, fanatiek, dwangmatig katholiek geloof.

»Thuis hadden we een kroostrijk gezin. Toen ik zes, zeven, acht jaar oud was, werden een broer, een zus en ikzelf wegens familiale omstandigheden opgenomen in een tehuis. Dat gebeurde in verschillende periodes, over verscheidene jaren. In dat tehuis was een priester, een pater van de orde die die instelling bestuurde. Het was een lange, magere man, een hele kwaaie. Hij sloeg de kinderen als ze niet luisterden. In het begin was ik ontzettend bang voor hem.

»Na een tijd verbeterde dat. Ik was een schriel, onnozel dingske, een echt slachtoffer-typetje. Ik voelde mij daar helemaal verloren, ik at niet meer. Hij begon mij te vertroetelen. Ik mocht klusjes voor hem opknappen. Hij vertelde verhaaltjes, gaf mij af en toe een ijsje of een lollie. Op de duur mocht ik op zijn schoot gaan zitten. Hij knuffelde mij. Dat vond ik fijn, want ik stierf daar van heimwee, ik snakte naar affectie.

»Al snel ging het de verkeerde kant op. Tijdens het knuffelen duwde hij mijn hand in de richting van zijn penis, over zijn kleren heen. Ik snapte dat allemaal niet, ik liet het maar gebeuren. Tot ik op een dag zijn blote penis moest strelen. Daar ben ik geweldig van geschrokken. Ik had dat nooit gezien. Ik zie het beeld nog altijd voor mij: een afschuwelijke, dikke slang. Over die slang heb ik jarenlang - en ook nu nog af en toe - vreselijke nachtmerries gehad.

»Ik zat op zijn schoot met pijn rug tegen zijn buik. Hij stopte zijn penis tussen mijn billetjes en schuurde op en neer. En dan moest ik kijken, zei hij, of er melk uitkwam. Jarenlang heb ik gedacht dat mannen melk gaven, ik wist niet beter. Na een tijdje zei hij: 'Je moet die melk ook maar eens proeven.' Dan moest ik orale seks met hem hebben. Hij heeft mij nooit verkracht, of misschien beter gezegd: er is nooit een penetratie geweest. Hij heeft wel geprobeerd anale seks met mij te hebben. Maar dat lukte niet, ik was te klein.

»Ik herinner mij vooral een afschuwelijke, weeë geur en het gesteun en gekreun van die man. In mijn ogen was hij helemaal niet lief meer, hij ging almaar woester te keer. Toen vond ik het al lang niet fijn meer, ik werd doodsbang. »

Angst-angst-angst

Gisèle «Waar zich dat allemaal afspeelde, kan ik mij niet voor de geest halen. Was het in de sacristie of in een bureau? Mijn herinneringen zijn bruin, ik zie overal bruine kleuren - misschien van de meubels. In elk geval hing er een afbeelding - een tafereel uit het Lam Gods, zo is later gebleken. Er stond een moederpelikaan op, met drie kleine pelikaantjes onder haar, met hun bekjes open, naar haar toegekeerd. De moeder pikte in haar borst en er kwamen druppeltjes uit. Op een bepaald moment, ik weet niet meer na de hoeveelste keer, ging ik mij op dat tafereel fixeren.

»Als de pastoor met mij bezig was, als het zo erg werd dat ik het niet meer kon verdragen, werd ik dat middenste vogeltje - want dat vond ik het sterkste en het liefste. Dan vloog ik gewoon weg en hing ergens boven de zee te zweven. Ik was heel rustig en had alles onder controle. En ondertussen besefte ik totaal niet wat die man met mij deed. Van mijn psychiater heb ik later gehoord dat zoiets een dissociatieve stoornis heet.

»Ik weet dat het vaak is gebeurd, maar vraag mij niet hoe vaak. Was het tien keer of zestig keer? Ik heb al het mogelijke gedaan om het terug te halen, maar ik weet het niet. Ik weet nog wel dat die priester een Volkswagen had, zo'n oud model met van die flappen opzij in plaats van moderne richtingaanwijzers.

»Soms nam hij mij en mijn zus mee uit - zogenaamd om ons naar huis te brengen. Maar hij bracht ons niet naar huis. Hij reed met ons door de bossen en dreigde ons daar achter te laten. In zijn auto moesten we dan allerlei dingen doen... Maar daar heb ik een totale black-out, ik herinner mij geen enkel detail, alleen maar angst-angst-angst.

»Jaren later heb ik geprobeerd er met mijn zus over te praten - zij was vier jaar ouder dan ik. Zij zat toen in de gesloten afdeling van een psychiatrische kliniek. Ik ben ernaartoe gegaan met mijn therapeute. Ik heb haar toen gevraagd: 'Lydia, is dat bij jou ook zo geweest?' - 'Wat dacht je?' zei ze. 'Alleen was het nog veel erger dan bij jou.' Toen moesten de verplegers erbij komen, ze raakte helemaal buiten zichzelf.

»Je vraagt je misschien af waarom ik mij niet verzet heb. Als ik liet merken dat ik niet op zijn avances gesteld was, gebruikte hij zijn macht. Dan begon hij te dreigen, dat ik nooit meer naar huis zou mogen: 'Er zijn kinderen die hier al jaren zijn en die hier altijd moeten blijven. En jou zal het ook zo vergaan.' Ik was niet graag meer in dat tehuis. Ik weet nog dat ik daar hele dagen rondliep, op zoek naar lucifers. Ik wou dat hele gebouw in brand steken. Ik dacht: als het brandt is alles afgelopen, dan mogen alle kinderen weg.

»Uiteindelijk kwamen we toch weer thuis. Ik weet niet of mijn moeder iets vermoedde, of hebben wij er zelf iets over gezegd? Lange tijd had ik een ontsteking tussen mijn dijen - rooie vlekken, puiste, alles lag open. Mijn moeder streek er een ontsmettingsmiddel aan. Gaf zij ons de schuld van al die ellende? Ik weet het niet, maar in elk geval is er toen iets in haar geknapt. Ze veranderde in een furieuze heks. We kregen geregeld slaag. Mijn zus is ze ooit zelfs met en mes te lijf gegaan: ze heeft nog altijd een groot litteken over haar borst.»

Ik wil dood

Gisèle «Ondertussen was ik als de dood voor pastoors. Ik weet nog dat de kapelaan vaak bij ons aan huis kwam. Hij was een pater van dezelfde orde als de priester die mij had misbruikt. Op een dag moest ik op zijn schoot gaan zitten. Ik heb zijn gezicht helemaal opengekrabd.

»Bij mijn plechtige communie ben ik bijna de kerk uitgelopen. Je moest heel dicht bij de bisschop gaan zitten. Hij gaf je dan een tik met zijn vingers op je wang. Hij was in het wit gekleed, en de paters die ik mij uit mijn kindertijd herinnerde gingen ook in wit en zwart gekleed. Plotseling voelde ik alles terugkomen: die geur, die beelden, verschrikkelijk. Ik deed het van pure angst in mijn broek.

»Als kind wilde ik atlijd dood zijn. Ik was constant met de dood bezig: 'Vannacht zal ik wel sterven, en dan ben ik er morgen niet meer.' Of: 'Volgende week krijg ik die of die ziekte, en dan ga ik dood.' Ik heb toen ook en zelfmoordpoging ondernomen. Ik ging wandelen met mijn pasgeboren broertje in de koets. Ik ging op de treinsporen staan, net achter een bocht - zo slim was ik dus wel. Ik weet niet hoe lang ik daar heb gestaan, maar nog voor er een trein aankwam, reed er een man op een fiets voorbij en hij joeg mij weg: 'Ben je niet goed wijs? Maak dat je daar wegkomt!'

»Ik heb ook geprobeerd mij te verhangen. Dat is mislukt. Dat was gewoon... een kram in het plafond van de kelder. Door de smak schoot die kram uit de muur. Niemand weet ervan, behalve de dokters - ik heb toen mijn staartbeen gebroken.

»In mijn puberteit werd alles nog erger. Nooit heb ik mij meisje of vrouw gevoeld. Toen ik met jongens begon om te gaan, voelde ik niks, ik was als een blok graniet. Eigenlijk had ik er een afschuw van. Later heb ik een paar lesbische relaties gehad. Ook dat werd niks. Toen dacht ik: 'Ik zal wel abnormaal zijn.'

»Als jong meisje was ik bang voor mijn eigen lichaam - ik haatte het. Ik vond mezelf lelijk en ik waste mij voortdurend, zonder te weten waarom. Ik vondhet goed dat ik lelijk was: ik heb mezelf met sigaretten verbrand, aan mijn dijen. Als ik lichamelijke pijn had, voelde ik de psychische pijn niet. Over seksualiteit werd thuis met geen woord gerept, dat bestond gewoonweg niet.

»Toen mijn zus een vriendje kreeg, sleurde mijn moeder haar op een dag naakt, bij haar haren, uit het bad, door het hele huis heen. In haar ogen waren wij 'slechte dochters'. Priesters en nonnen werden thuis op handen gedragen, seks en genot waren des duivels. Altijd werd er gedreigd met hel en verdoemenis.

»De gevolgen laten zich raden. Behalve mijn oudere zus en ik zijn ook nog een andere zus en twee broers in de psychiatrie beland. Men zegt weleens: het zit in de genen. Maar ik ben ervan overtuigd dat het voor een groot deel aan onze opvoeding ligt. Je kunt je niet voorstellen in wat voor hel wij leefden.

»Ik zal één voorbeeld geven. Wij hadden dieren. Op een dag riep onze moeder ons: 'Kom eens kijken, de geit heeft gejond.' Terwijl wij erbij stonen, kneep ze die geitjes één voor één de keel dicht, to ze... kapot waren. En daarna zei ze: 'Dat gebeurt ook met jullie, later in de hel.' Ik weet nog ergere dingen...(lange stilte)I.

»Ik haat mijn moeder niet. Ik haat de mensen die zoveel invloed op haar hebben gehad, dat ze voor dat ellendige rot-geloof koos in plaats van voor haar kinderen. Zij was zelf het kind van de rekening. »

Pedofilie in de Kerk: Gisèle (vervolg)

De isoleercel

Gisèle «Mijn zussen en broers en ik, wij dronken al 'om te vergeten' toen we nog erg jong waren. Zelf had ik een meervoudige persoonlijkheidsstoornis. Ik kan het niet goed uitleggen, maar ik was altijd met zijn drieën: een Goede, een Slechte en Ik. Die drie zeulde ik overal met mij mee. De Slechte haalde altijd de bovenhand. Mijn eigen ik kwam nooit aan bod: ik was vernebbeld, verneukt en vernederd - ik wist eigenlijk niet wie ik was. Nú vind ik dat vreemd, maar toen vond ik het heel gewoon.

»Aan die drie-eenheid kwam een eind toen ik mij op de kunst stortte. Ik wilde celliste worden. Sinds mijn kindertijd had ik een minderwaardigheidsgevoel, en eindelijk blonk ik ergens in uit. Toen ben ik mijn hele verleden gaan verdringen: alles was weg. Schijnbaar was er met mij niets meer aan de hand. Jarenlang heb ik een rol gespeeld. Voor de buitenwereld was ik een stoere, ondernemende, toffe vrouw. Hoe ik het heb aangekund, weet ik nog altijd niet.

»Mijn droom celliste te worden heb ik echter moeten opgeven. Talent had ik genoeg, ik heb een eerste prijs gehaald op het conservatorium. Maar toen werd ik overmand door podiumangst, sociale angst, paniekgevoelens. Ten slotte hebik nog nipt de pedagogie gehaald en ben het muziekonderwijs ingesukkeld.

»Ik heb 27 jaar lesgegeven. Ik ben getrouwd en moeder geworden. Na de geboorte van mijn derde kind moest ik deeltijds loopbaanonderbreking nemen. Het begon alsmaar slechter met mij te gaan. De relatie met mijn man verziekte. Ik begon nog meer te drinken. Zeker vijftien jaar lang heb ik mezelf elke avond in een coma gezopen. Op school was ik nuchter, maar zodra ik in mijn auto zat, begon ik te drinken - achter het stuur. Ik kon de spanningen niet meer aan.

»In die tijd verzeilden ook mijn broers en zussen in de psychiatrie: psychoses, opnames in klinieken, ik heb het allemaal meegemaakt. Mijn zus heeft drie zelfmoordpogingen gedaan. Eén keer was ik er zelf bij. Op een nacht stond ze zes hoog op een richel. Ze wou er afspringen. De brandweer kwam erbij, de buren kwamen op straat, het hele dorp stond in rep en roer. Mijn broer heb ik ooit horen brullen in een isoleercerl, dat geluid vergeet ik nooit. En ik hing al die tijd de stoere uit, ik hielp maar en ging overal naartoe, ik wou altijd maar helpen en doen...»

'Verdachtmakingen'

Gisèle «Uiteindelijk ben ik zelf in de psychiatrie beland. Ik wil absoluut dat je de namen van mijn therapeuten vemeldt: psychiater Alain Hauglustaine en psychotherapeute Marjan Claes. Zonder hen zat ik hier niet. Door hun deskundige hulp hang ik niet langer het zielige slachtoffer uit, ik ben nu een assertief slachtoffer.

»Ik ben al tien jaar in behandeling, maar mijn psychiater weet nog maar een jaar wat mij als kind is overkomen. Ik had het ook compleet verdrongen. Jarenlang heb ik gedronken, om dat ding dat naar boven aan het komen was, er toch maar niet uit te hoeven laten komen.

»Nu ben ik sterk genoeg om mijn probleem onder ogen te zien. De omstandigheden dwingen mij er ook toe. Aan alle therapieën die ik heb gevolgd, heb ik uit mijn eigen zak - los van de ziekenkas - zowat vierhonderdduizend frank betaald. En dan hou ik niet eens rekening met wat de medicamenten hebben gekost en evenmin met het loon dat ik al die jaren heb gederfd. Nu kan ik wegens mijn ziekte geen les meer geven. Binnenkort word ik opgeroepen voor de pensioencommissie, en de kans zit erin dat ik vroegtijdig word gepensioneerd. Dan krijg ik nog zestig percent van een deeltijdse wedde. Als het zover komt, weet ik niet hoe ik de eindjes aan elkaar moet knopen. Mijn kinderen studeren nog, mijn huis is nog niet afbetaald.

»Samen met Rik Devillé ben ik onlangs aan een lange zoektocht begonnen. Let wel, ik heb contact met hem gezocht, hij maakt géén misbruik van onze situatie, zoals sommige bisschoppen laten uitschijnen. Ik wilde weten wie mij heeft misbruikt. Ik wist niet over welke pater of welke orde het ging. In mijn naam hebben we toen een brief gestuurd aan bisschop Schruers. Hij liet ons weten tot welke orde wij ons moesten wenden. We namen contact op met de provinciaal van die orde en werden er heel vriendelijk ontvangen. Die man luisterde met zulke ogen naar mijn verhaal. Rik Devillé heeft daar geen woord hoeven te zeggen. Ik dacht: ik neem hem maar mee, want als ik het erg te pakken heb, hou ik mezelf niet onder controle. De provinciaal heeft toen gezegd dat hij de zaak zou voorleggen aan 'de commissie' - welke commissie weet ik niet - en dat ze een onderzoek zouden instellen. En inderdaad, ze hebben iets gevonden: ik weet nu hoe die priester heet. Maar jammergenoeg is hij inmiddels overleden, en de archieven van zijn orde zijn in een brand vernietigd.

»In een brief laten de paters mij weten dat ze mijn 'verdachtmakingen' - ik heb het woord onderstreept - niet hard kunnen maken. Verdachtmakingen? Daar was ik woedend om. Wat denken de heren wel? Als hun confrater schuldig is aan seksueel misbruik, schrijven ze, en als hij afkeurenswaardig zou hebben gehandeld, spreken ze hun schaamte uit en bieden ze hun verontschuldigingen aan. Maar ondertussen blijf ik in de kou staan. Volgens de provinciaal is 'verdere discussie heel moeilijk', ook al omdat de dader 'niet meer in de mogelijkheid is zich te verdedigen tegen aanklachten'. Eigenlijk vind ik dat een doofpotpolitiek. Ik weet ondertussen dat die priester in 1958 naar een Limburgse parochie is overgeplaatst. Men zegt - maar daar heb ik geen bewijzen van - dat hij ook daar kinderen heeft lastiggevallen. Ik wil dat de zaak tot op het bot wordt uitgespit, en ik had gehoopt dat de Kerk mij daar onvoorwaardelijk bij zou helpen.

»Het was niet gemakkelijk om met mijn relaas naar buiten te komen. Wat mij uiteindelijk de stap heeft doen zetten, was het vorige Humo-artikel over Pedofilie in de Kerk. Ik werd zo woest toen ik dat las, die hypocrisie, die weigering om het probleem onder ogen te zien... De Kerk moet er nu eindelijk maar eens voor uitkomen dat er zulke dingen gebeuren. Ze moet ophouden de daders te beschermen en in plaats daarvan de slachtoffers te helpen.

»Bij deze doe ik een oproep tot alle slachtoffers in de Kerk: zwijg niet langer, neem contact op met Rik Devillé. Dat ze alstublieft naar hem bellen, want hij heeft mij ontzettend veel geholpen. Als je ermee naar buiten komt, krijg je meer zelfrespect. Je bent al je hele leven onderdrukt door de macht van die ellendige Kerk. Denk nu eens aan jezelf, kom ervoor uit en laat je helpen. »

Alle namen van slachtoffers werd gewijzigd.

Verschenen op 6 mei 1997 in Humo 2957/20.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: