Steven De Geynst (Muffinman) vrijgespoken

, door (rw)

18
22177_steven.jpg
© Anja Hermans

Verschenen in Humo 3638 van 25 mei 2010

'Zwartewoudham: hoe groen mag dat eruitzien om het nog te kunnen eten?'

Onderzoek heeft uitgewezen: bijna de helft van de wereldvoedselproductie gaat verloren, ergens tussen de ploegschaar en de vuilnisbak waarin we ons bord afschrapen. Weggegooid.

Omdat de fabriek het niet wil kopen van de boer (worteltjes te klein, of te groot, of te scheef). Omdat de supermarkt het niet wil kopen van de fabriek. Omdat de consument het niet wil kopen van de supermarkt (vlees dat een tikje verkleurd is, melk die nog maar twee in plaats van drie weken bewaard kan worden).

Zelfs van het voedsel dat we wél kopen, gooien we nog een kwart in de vuilnisbak.

Dat en veel meer lees ik in 'Waste. Uncovering the Global Food Scandal' van Tristram Stuart, een buitenissige Brit die de hele wereld is afgereisd om met wiskundige precisie te berekenen hoeveel ton vis er elk jaar wordt weggekieperd in Londense sushi-shops, of hoeveel graan er in Pakistaanse negorijen verloren gaat aan ratten en schimmel.

Stuart zelf leeft al zijn halve leven op wat hij vindt in de vuilnisbakken van supermarkten in de buurt, voornamelijk 'vervallen' producten die nog perfect eetbaar zijn. Hij voedert met dat afval ook een stel varkens en kippen, die hij op zijn beurt opeet ('van snuit tot staart').

Leven uit de afvalcontainer, vraag ik me af na lectuur: zouden er bij ons ook mensen op dat idee gekomen zijn?

'Eten. Kleren. Werktuigen. Bouwmaterialen. Scary stuff. Foto's van je buurman die seks heeft. Vuurwapens. Lijken. Drugs. Geld.' (Spullen die je kan aantreffen in containers. Uit: 'The Art and Science of Dumpster Diving', John Hoffman, p. 18)

Eten uit de afvalcontainer (2)

In een Gents studentenkot word ik verwelkomd door twee olijke krullebollen: Gregoir (21) en Alfons (23), studenten die voor de sport, en ook wel in het kader van verantwoord budgetbeheer, containers in de wijde omgeving onveilig maken. Gregoir is een paar jaar geleden in de kunst van het containeren ingewijd door hobo's, de Amerikaanse zwervers die het hele continent afreizen door mee te liften op goederentreinen.

Gregoir «Ik had met mijn broer afgesproken dat we een tijdje als echte hobo's door de VS zouden reizen. Het duurde niet lang of we zágen er ook zo uit (lacht). Zij hebben ons geleerd om te dumpsteren - in vuilnisbakken te duiken. Toen we terugkwamen in België, dachten we: waarom zouden we dat hier ook niet proberen? Bleek dat dat hier even makkelijk gaat.»

HUMO Moest je geen drempel over? De meeste mensen worden toch opgevoed met het idee dat vuilnis 'vies' is.

 

Gregoir «De vervaldata die op verpakkingen staan, worden belachelijk ruim berekend. Je moet gewoon een beetje weten wat de veiligheidsmarges zijn. Ik ben nog nooit ziek geweest. Ik heb wel al vieze dingen geproefd. Ik heb eens een hele sandwich volgepropt met zo'n pakje voorgesneden sla die zuur bleek te zijn, bah.»

Alfons «Eén keer was er een grote lading zuivel weggegooid, en ik had daar een camembert uitgevist. Je ruikt daar natuurlijk eens aan, maar ja, camembert ruikt altijd straf. Blijkbaar moet daar toch iets méér mee aan de hand zijn geweest dan de normale schimmel, want de volgende twee dagen heb ik stevig op de pot gezeten. Sindsdien haal ik geen zuivel meer uit containers.»

Gregoir «'t Is vooral oppassen als je véél inslaat. Als je gewend bent om dingen te eten die een dag of twee over tijd zijn, begin je te denken: vier dagen zal ook nog wel gaan. Niet altijd, dus.

»Maar als je ziet hoeveel gratis eten je van zo'n container kan halen, ben je snel verlost van je vooroordelen over 'vies' afval. Uit die containers halen we ons basispakket; daarna beslissen we wat we nog moeten bijkopen om evenwichtig te kunnen eten. En: hoeveel we aan bier kunnen uitgeven (lacht)

Vandaag hebben Gregoir en Alfons dankzij yours truly een auto met chauffeur ter beschikking. Onze eerste bestemming is een O'Cool-filiaal aan de Brugsevaart. Onderweg passeren we een Delhaize, midden in een migrantenbuurt. Vroeger, zegt Gregoir, was dat een topplek, maar nu valt er niks meer te rapen.

Gregoir «In armere buurten kan je niet meer containeren. Er is gewoon te veel concurrentie: van krakers en illegalen, maar ook van buurtbewoners die van een uitkering moeten leven. Arme mensen duwen ons, de hobbyisten, uit de markt. Da's volgens mij een vrij betrouwbare indicator van de economische toestand in een buurt of stad: hoe minder er gedumpsterd kan worden, hoe slechter de mensen het hebben.»

Eten uit de afvalcontainer (3)

'De meeste mensen durven niet rond te snuffelen in containers. Ze hebben vage angsten over bacteriën, wetten, ongedierte, sociaal geaccepteerd gedrag en andere zelf opgetrokken gevangenissen.' ('The Art and Science of Dumpster Diving', p. 19)

 

De O'Cool komt in zicht: een witte doos langs de weg, op een lege parking omzoomd door bomen, aan de rand van een residentiële wijk met nette villaatjes. Of de heren eigenlijk iets kunnen met diepvriesgroenten die twijfelen tussen frost bite en ontdooien, vraag ik me hardop af, maar daarvoor blijken ze niet te komen: de O'Cool verkoopt ook snoep en borrelnootjes. 'Ooit hebben we hier een zak met vijf kilo nootjes gevonden,' grijnst Alfons.

'We hadden net een feestje: handig!' Vandaag hebben we minder geluk, de container is leeg. Geen nood, er is vlakbij nog een Smatch aan de Brugsevaart. Daar heeft Gregoir al 'topbuiten' uit de containers gehaald. Het is, zegt hij, een plek waar je heuse maaltijden kan samenstellen - vette vissen in plaats van borrelnootjes, om het in het Wetstratees te zeggen.

De container staat zo goed als op straat, vlak tegen het trottoir. Bovendien is deze supermarkt nog open: rondom ons duwen mensen lege en volle winkelkarretjes over de parking. Het voelt een beetje vreemd om hier met mijn hoofd in een vuilnisbak te gaan hangen, laat staan met mijn hele bovenlijf, maar Gregoir en Alfons lijken hoegenaamd geen last te hebben van de pottenkijkers.

Terwijl Alfons een anekdote opdist over die keer dat hij door een winkelbediende werd betrapt en in de container werd geduwd ('... hij riep nog: 'Ge zijt maar zo goed als wat ge d'r uit haalt!'), gooien ze zonder veel omhaal het deksel open. Helaas, ook hier blijken we te laat te komen. We zien lege verpakkingen, een rottende krop sla, maar weinig bruikbaars.

'Geef nooit informatie over jezelf. En wat je ook doet, PRAAT NOOIT MET DE MEDIA. Dan voeren bedrijven maatregelen in tegen vuilnisbakkenduikers. En mensen die vuilnisbakkenduikers sympathiek vinden, hebben zelden interessant vuilnis.' ('The Art and Science of Dumpster Diving'), p. 60

 

We staan inmiddels op de parking van een dorpssupermarktje onder de kerktoren van Lovendegem. Alfons heeft een pak madeleinekoekjes opgediept in een doos vol met rekeningetjes en ander papierafval. 'Beetje droog,' zegt hij kauwend, terwijl hij me een cakeje aanbiedt. Ik breng het naar mijn mond. Een rilling gaat door mijn lichaam - en ik stop. Ik vraag me af of ik dit wel wil opeten.

De geur van voedselafval spoelt in golven over ons heen. Op de randen van de container groeit een soort zwarte schimmel (het kunnen ook superbacteriën zijn). Er zwerven behoorlijk wat kippenonderdelen door de container. Ik heb ooit gelezen dat rauw kippenvlees een heus biologisch wapen is, een kweekvijver van salmonella, listeria, rotavirussen en andere levensbedreigende ziektekiemen die je ingewanden aanvallen.

In mijn geest zie ik lijksappen van kip in de sponzige madeleinecakejes dringen. Ik onderdruk een aanval van smetvrees en eet het cakeje op, met zoveel smaak als ik kan opbrengen. Een beetje droog, zoals Alfons al zei. Ondertussen trakteert hij op nog een containeravontuur.

Alfons «Ik ben ooit ín een container gevallen! En dat deksel viel in het slot! Die container lag vol groenten, ik dacht al: ik ga hier vannacht moeten slapen, met een krop verlepte sla als hoofdkussen. Gelukkig heb ik de broer van Gregoir kunnen bellen, die is me eruit komen halen.»

In deze container liggen massa's eten: wel twintig bereide maaltijden in van die zwarte bakjes met plasticfolie. Spijtig genoeg zijn de verpakkingen geopend en is de inhoud in de vuilniszakken uitgegoten. Gregoir herkent het beeld, 't is net als bij Lunch Garden en andere restaurants en traiteurs. Zonde, zegt hij een beetje beteuterd, ze gooien zóveel eten weg: aardappelpuree, vol-au-vent, stoofvlees. Maar met een tupperwarepotje naar de vuilniscontainer komen vindt hij er 'toch een beetje over'.

Ik vraag de jongens of hun ouders en medestudenten weten waar ze hun eten halen. Hun ouders wel, zeggen ze. Medestudenten, dat hangt ervan af: je voelt wel wie ervoor openstaat of niet. Ze willen ook niet herkenbaar op de foto, ook al omdat ze niet goed weten of het nu eigenlijk wel mág wat ze doen. Oké, dat eten is afval, maar je moet wel bijna altijd op privéterrein om eraan te geraken.

Vorig jaar is één van de bezetters van het Lappersfortbos een maand in de gevangenis gevlogen omdat hij voedsel uit een container had gehaald, zeggen ze. Sindsdien zijn ze voorzichtiger. Gregoirs broer, ook een overtuigd containerduiker, is al eens bijna gearresteerd.

Gregoir «Opeens scheurde er een terreinwagen de parking op: de eigenaar van de winkel met een bewaker. Die hebben mijn broer in de kraag gevat en vastgehouden. Hij had net een hele zak volgeladen, hij heeft dat allemaal weer moeten uitladen. De eigenaar liep terug naar zijn auto om de politie te bellen, en mijn broer dacht: ik heb hier niks meer te zoeken. Hij is het afgebold, met die security in zijn zog, over hekken, door tuinen, echt zoals in de film. Gelukkig was mijn broer fitter (lacht).

»Wij nemen nooit identiteitskaarten mee als we gaan containeren.»

Eten uit de afvalcontainer (deel 4)

 

'Je gaat ook héél veel yoghurt vinden.' ('The Art and Science of Dumpster Diving', p. 78)

 

Op onze volgende halte hebben we eindelijk prijs: een volle container met eten, al zijn we er wel voor naar Zomergem moeten rijden, zo'n vijftien kilometer van Gent. Ik tel genoeg quornburgers en seitanlapjes om een gemeenschapshuis vol macrobioten te voeden. Ze liggen broederlijk tussen een tiental croque-monsieurs van Herta, twee dagen over tijd. Er ligt een pak cakemix om chocoladecake te bakken, en hier, een gigantische appelcake die tot eergisteren verkocht mocht worden, dat gaat smaken straks!

Zelfs de duurdere lifestylevoeding hoef je niet te laten als je containerduikt: we vinden een kartonnetje cholesterolverlagende yoghurt van het merk waarmee Fred Deburghgraeve je tegenwoordig rond de oren slaat. Alfons kijkt vies: zuivel, dat betrouwt hij niet meer sinds zijn camembert. Croque-monsieur lust hij wel.

Net als onze zak vol is, horen we de typische 'KLAK' van een elektrische rolpoort die opengaat, vlak naast ons. Shit, er was nog personeel in de winkel. Ik grijp de zak en spoed me naar de auto. Gregoir en Alfons blijven zo'n beetje rondhangen op de lege parking. De uitbaatster heeft meteen door wat ze van plan zijn en spreekt hen aan. Achteraf komen ze breed lachend naar de auto gestapt.

Alfons «Ze zei: 'Eigenlijk moet ik nu de politie bellen.' Ik heb gezegd: 't zal niet meer gebeuren, mevrouw. Dat is altijd het beste, vriendelijk zijn. We zien er ook niet uit als marginalen of zo, meer als scoutsjongens op avontuur.»

Een uurtje later neem ik afscheid bij een glaasje Danacol met appelcake op Gregoirs kot. Alfons is een eerste lading croque-monsieurs aan het bakken in een croquemachientje. 't Is te zeggen: hij is met een mes de aangekoekte kaasresten van lang vergane croque-monsieurs aan het wegkrabben. 'Wánneer hebben wij nu weer voor het laatst croquejes gemaakt?' informeert hij achteloos bij Gregoir. 'Een paar weken geleden?'

Goed bakken

'Dumpsteren is een informele aangelegenheid. Wees niet slordig gekleed, maar overdrijf ook niet. Kleed je ook niet helemaal in het zwart: je wil er niet uitzien als een inbreker als je 's avonds met je zaklamp in een container staat te schijnen. Draag ook geen T-shirts met 'Flikken zijn fascistische varkens'. Maak je geen zorgen over het politieke statement dat je wil maken: dumpsteren is op zich een gewéldig statement.' (Kledingvoorschriften, uit: 'The Art and Science of Dumpster Diving', p. 41)

 

Anders dan Gregoir en Alfons is Steven De Geynst een containerprofessional. Zijn werkterrein is niet de grootstad, maar het landelijke Rupelmonde. Er is maar één echte supermarkt in de buurt, maar dat is dan ook een ware schatkist: 'Ik denk dat er wel honderd man leeft van wat ik uit die container haal.'

Steven is beginnen te containeren uit bittere noodzaak, toen hij zo goed als dakloos was door een alcoholverslaving.

Steven De Geynst «Ik woonde in een hut in de polder zonder water of elektriciteit. Ik kon zelfs niet bij het OCMW terecht, want ik was ambtelijk geschrapt - ik had geen officieel adres.

»Ik ben dan gaan rondkijken: wat valt er hier te rapen? Op de parking van de GB stond een afvalcontainer zonder sloten, boordevol groenten en andere voedingswaren, allemaal nog eetbaar. Na één of twee keer werd ik al betrapt door het personeel. Ik ben dan gaan onderhandelen. Ik zei tegen de eigenaar: 'Die groenten, da's toch zonde dat je die weggooit? Als je wil, kom ik ze op vaste dagen ophalen.'

»Hij ging akkoord, en sindsdien stonden er twee keer per week van die blauwe veilingbakken voor mij klaar. Af en toe zat er ook droge voeding bij: koffie, koekjes, chocola, conserven. Met die bakken deed ik met mijn fiets de toer van de stad: ik deelde dat uit aan de volkskeuken en de kraakpanden.

»Maar ik ging ook nog vervallen eten uit de container halen (lacht). Door observatie leerde ik wat wanneer werd weggegooid. De GB hier wordt op maandagochtend bevoorraad. Dan is de winkel dicht, dan vullen ze de rekken bij, en dan moeten de oude producten weg. Containerduiken is een soort militaire operatie: eerst informatie verzamelen, dan toeslaan.»

Sinds enige tijd is de relatie met de eigenaar van de GB verzuurd. Steven vermoedt dat het personeel van de winkel in opstand kwam toen ze merkten dat hij werk had - als ervaringsdeskundige in de armoede, nota bene.

De Geynst «Ik ben er vrij zeker van dat ik één van de volgende keren door de politie opgepakt word. Maar meestal ben ik ze te snel af: die gasten moeten uit Temse komen, dus tegen dat zij er zijn, ben ik al lang weg (lacht)

Het is een koude, natte februarinacht als we op pad gaan, Steven met zijn bakfiets aan de hand. Ideaal containerweer: op koude dagen blijft vlees langer goed in de container, zegt Steven. En mensen blijven minder lang op de parking hangen, dus zijn er minder pottenkijkers.

Terwijl we door de regen lopen, voel ik een soort prettige spanning. Het idee dat we weloverwogen op zoek gaan naar dingen die andere mensen weggooien, voelt als een verzet tegen het burgerlijke bestaan. Steven lacht. 'Dat is de jacht die je voelt,' zegt hij.

De Geynst «Containeren heeft voor mij iets primitiefs. Ik vergelijk dat met mijn honden: als de ene een stuk vlees wil afpakken van de andere, dan laten ze allebei hun tanden zien. Maar zodra die ene hond dat stuk vlees dan te pakken heeft, laat de ander hem met rust: dat wordt gerespecteerd. Met mensen is dat eigenlijk net hetzelfde.

»Ik ben met containeren begonnen uit noodzaak, maar nu is het een filosofie geworden. Een protest tegen de grootdistributie. Ik leef op 250 euro per maand. Dat kán bijna niet, tenzij je echt de allergoedkoopste spullen koopt in de Aldi.»

Eten uit de afvalcontainer (5)

'Vervaldata zijn mysterieuze momenten waarop perfect eetbaar voedsel opeens verandert in dodelijk vergif als de klok middernacht slaat. Yeah right.' ('The Art and Science of Dumpster Diving', p. 78)

HUMO Je bent één van de laatste plantrekkers?

 

De Geynst «Nee, er zit wél een plan in! Ik vind het heel erg dat onze maatschappij op deze manier omgaat met eten. Want die afvalberg is het gevolg van een systeem. Als winkels niet met vervaldata zouden werken, zouden ze ook nooit op zulke schaal eten kunnen verkopen.

»Kolen worden weggegooid omdat de buitenste bladeren niet mooi meer zijn. Ze zouden een paar bladeren kunnen afsnijden, maar ja: dan wordt die kool kleiner, en dat kopen de mensen niet, als er een grote kool naast ligt voor dezelfde prijs. Of neem appels die per zes in een karton zitten: als en eentje rot is, worden ze alle zes weggegooid, want er bestaat geen prijs voor een losse appel uit zo'n pak. In de zomer worden hier bákken fruit weggegooid. De eerste weken maak ik dan als een gek confituur, maar na een tijd moet ik stoppen. Gewoon omdat mijn bokalen vol zijn!

»Gehakt wordt ook veel weggedaan, gewoon omdat het een beetje verkleurt. Ik heb boven een mooie stofzuiger staan: weggegooid omdat de stekker een beetje loshing, met alle onderdelen erbij! In zo'n container ligt alles op een hoop, maar als je dat uitstalt, is dat een winkeltje.»

Voor we de parking opdraaien, geeft Steven me nog mee wat we moeten doen als iemand ons aanspreekt.

De Geynst «Als er ambras komt: kalm wegstappen en niet reageren. Het gebeurt soms dat ik rap moet vertrekken omdat de eigenaar komt opdagen. Vorige keer had ik zo'n mijnlamp op mijn kop staan, om te kunnen zien in de container, het was nog donker. De eigenaar stond te bellen met de politie en ik keek naar hem, en daardoor scheen die lamp per ongeluk in zijn gezicht. Ik hoorde hem zeggen: 'En hij wordt nog agressief ook!' (lacht).»

De container staat achteraan op de parking. Als we de deksels opengooien, sta ik oog in oog met een stapel vervallen kippen. Wéér dooie kip! Ik vis dingen op. Losse bloemkool: kan je daar nog wat mee? Geen idee, en ik gooi 'm bij de kippen. Ondertussen stapt Steven in de container en begint methodisch boodschappen te doen.

Hij vindt vier pakken brownies, pakjes versneden woudham, een blik tomaten. Hij kiest erwtjes van Bonduelle, een paar pakken brooddeeg van Délifrance, een familiepak lamsragout dat twee dagen over tijd is, een pak blinde vinken ('gemengd gehakt, da's voor de honden'), pakjes rundsgehakt die pas vandaag vervallen maar die verkleurd zijn ('dat eet ik zelf nog op: goed bakken en verwerken in een saus').

De kip laat hij liggen, zie ik: verstandige man. Een zakje mandarijntjes neemt hij wél mee. Ze zijn al gewogen en geëtiketteerd, maar eentje is geblutst. 'Die worden dan aan de kassa achtergelaten door een klant omdat die ziet dat er één slecht mandarijntje tussen zit, en dan gaat héél dat zakje de container in.'

Twee winkelbedienden komen een zakje afval in de container droppen. Ze reageren nijdig op onze aanwezigheid. 'Dat mág niet,' sissen ze. 'We zullen subiet de polies eens roepen.' Wij zwijgen en doen voort. 'We zijn stilaan weg,' zegt Steven rustig, terwijl hij nog gauw het laatste containerdeksel opengooit.

We lopen met onze buit de parking af, door de gutsende regen. Onder de luifel aan de ingang staat een man met een gsm tegen zijn oor onmachtig te molenwieken. Zijn silhouet steekt af tegen de helverlichte winkelruimte. De eigenaar, zegt Steven, die de politie belt. Ik zeg dat hij waarschijnlijk net aan het zeggen is 'dat ze nu al met twee zijn!'

Het is één van de eerste keren dat Steven een collega heeft bij het containeren. Hij is blij met het gezelschap, zegt hij.

De Geynst «Veel mensen zijn nieuwsgierig en willen wel eens mee, maar dan zeg ik: 'Doe het niet. Als er te veel volk rond die container hangt, kom ik in problemen. Ik haal alles er wel uit en ik bezorg je dat.' Dan gaan ze nogal rap akkoord (lacht). Ik spoel ook de verpakkingen uit - in de winkel kappen ze er soms javel overheen om te zorgen dat je er niks meer mee kan doen. Of bloem, of olie.»

Ik zeg dat ik het wel straf vind dat de winkelbedienden zo'n, eh, assertieve toon aanslaan tegen twee wildvreemden die uiteindelijk alleen maar wat spullen recupereren die toch al waren weggegooid. Hem verbaast het niet, zegt Steven: 'Zo praat je tegen mensen die onder je staan.'

De Geynst «Soms vind ik het wel moeilijk om een containerduiker te zijn in zo'n dorp. Mensen zijn hier heel intolerant. In een grote stad ben je anoniem. Hier bekijken ze je als een soort clochard. Er zijn er weinig die naast mij op de bus komen zitten, hoor.»

Draadjesvlees

'Dingen vinden is de grootste kick, maar ik vind het even prettig om mijn buit schoon te maken, na te denken wat ik ermee ga doen. Ik zeg tegen mijn boodschappen: 'Jullie zijn van míj, van míj!'' ('The Art and Science of Dumpster Diving', p. 40)

Bij Steven thuis verdelen we onze boodschappen. Ik kies één van de pakjes gehakt, een blik tomaten en een karton met peultjes en worteltjes. Spaghetti of aardappelen hebben we niet gevonden, maar Steven trekt een kast open die vol zit met pasta (vervaldatum: oktober 2009). En hij biedt me een potje vleessaus aan (vervaldatum: september 2009). Hij ziet me aarzelen: da's wel héél lang voor industrieel verwerkt vlees.

De Geynst «Als je niet zeker bent, moet je 't niet doen! Eet niks tegen je goesting, want daar word je ook ziek van. Ik eet dat probleemloos op, maar ik ben daarin gegroeid.

»Toen ik pas begon, heb ik heel veel met mensen uit het kraakpand gepraat over voedselveiligheid. Zwartewoudham: hoe groen mag dat eruitzien voor je dat weggooit? Ik heb daar ook over gesproken met mijn ouders - mijn moeder heeft de oorlog nog meegemaakt. Dan vroeg ik: hoe zie je of een biefstuk nog goed is? Ze zei: je maakt je vinger goed droog, je legt hem op de biefstuk, en als daar zo'n draadje aan gesponnen komt, is je vlees aan het rotten.

»Als het maar een beetje rot is, snij je die plek eraf, of je bakt hem goed hard in de pan, dan zijn al die bacteriën ook dood. Alleen met vis moet je opletten: dat wordt echt giftig als het bederft. Ik leef al tien jaar van wat ik in containers vind, maar ik heb nog nooit een voedselvergiftiging gehad.

»Weet je, er wordt veel geschreven over de 'moleculaire' keuken. We moeten weer 'dichter bij het voedsel komen', doordringen tot de 'kern van de smaakbeleving'. Ik vind dat om te lachen! Mensen hébben geen relatie meer met hun eten: ze ruiken er niet meer aan, ze kijken niet meer, ze voelen niet meer. Die vervaldatum, da's het enige wat ze nog zien.

»De vaardigheid om met eten om te gaan is ons door de voedselindustrie afgepakt. Zelfs bij de Voedselbank reageren mensen héél emotioneel als ze zien dat iets een paar dagen over tijd is: voor hen is dat alsof ze afval te eten krijgen, dat krenkt hen echt. Terwijl dat nog perfect eetbaar is.

»Ik heb dingen in mijn koelkast die er al bijna een jaar in zitten. (Duikt in één van zijn koelkasten) Hier: hazenrug. Roquefort, vervallen in mei 2009. Daar loopt wat pekel uit, maar da's nog perfect te eten. Pesto, augustus 2009. Daar zal de olijfolie misschien wat ranzig geworden zijn. Oude viseitjes: daar maak ik tarama van, die Griekse dipsaus.

»Van droge voeding heb ik een hele kast! Ik heb kilo's Galler-chocolade (trekt een kast open met indrukwekkende hoeveelheden suikergoed). Ik neem dat mee als ik ergens een vergadering heb. Of koekjes. Hier, conserven, dat blijft zowat eeuwig goed. Koffie: dat smaakt net hetzelfde, over tijd of niet.»

Thuisgekomen spoel ik alle verpakkingen goed af met afwasmiddel. Ik bak het gehakt tot ik denk dat geen enkele bacterie het kan hebben overleefd, en dan gooi ik er de tomaten bij. Het pak peultjes met worteltjes (vervaldatum: eergisteren) is geen succes: de groenten zijn droog en draderig. Stevens goeie raad indachtig - 'eet niks tegen je zin' - laat ik ze maar voor wat ze zijn.

Met een pakje gevriesdroogde parmezaan (vervaldatum: zo'n jaar voordien) eet ik met veel smaak een afvalbolognaise. Ik sluit af met een mandarijntje. Na het eten haal ik twee broodjes uit de oven (vervaldatum: drie dagen geleden), voor het ontbijt van morgen. Het smaakt allemaal prima, en ik beland ook niet op de spoedafdeling die nacht: een groot succes, vind ik. Als ik ooit aan lagerwal geraak, zal ik in elk geval niet van honger omkomen.

Enkele weken na onze raid belt Steven me. Bij zijn vorige containeruitstap was hij door een man of zes van het personeel van de GB overmeesterd. Ze waren met z'n zessen op hem gaan zitten tot de politie er was: 'Ik sta nog vol blauwe plekken!' Hij is een nacht lang opgesloten, en pas weer vrijgelaten nadat de container bij de GB was opgehaald.

Weg is weg

 

'Ik steel niet van degenen die dit eten hebben weggegooid. Zíj stelen: door de gemeenschappelijke voorraden van de wereld te hamsteren, te laten bederven en zo te ontzeggen aan mensen die het nodig hebben.' ('Waste', Tristram Stuart, p. 5)

De eigenaar van de GB in Rupelmonde heet Johan Bastijns. Aan de telefoon bevestigt hij dat hij Steven onlangs heeft tegengehouden.

HUMO Waarom hebt u er een probleem mee dat meneer De Geynst uw afval verwerkt?

 

Bastijns «Omdat ik denk dat dat niet verstandig is. Hij mag op de Hooge Maey gaan snuffelen zoveel hij wil, maar dit is onze afvalcontainer, daar zit van alles in waar hij geen zaken mee heeft. En: die goederen zijn niet meer geschikt voor consumptie. Stel dat hij ziek wordt! Ik doe dat om hem te beschermen.»

HUMO Vroeger mocht hij het wel van u. Wat is er veranderd?

 

Bastijns «Tien jaar geleden heeft hij dat ooit gevraagd, ja, en toen heb ik dat toegestaan. Op voorwaarde dat die spullen níét in het reguliere circuit zouden belanden. Maar daarna heb ik vernomen dat hij ermee naar het OCMW ging! En van mensen in Rupelmonde hoorde ik dat dat voedsel weer in de verkoop werd gebracht.»

HUMO Hij zweert dat hij nooit geld heeft aangenomen voor dat voedsel.

 

Bastijns «Dat is dan zijn woord tegen het mijne. Wat mij stoorde is dat hij van een zekere goodwill van mijn kant een récht heeft gemaakt. En hij is nog agressief ook. Hij heeft onlangs met een zaklamp in mijn gezicht geschenen! Hij scheldt personeel uit, hij heeft me al gekrabd en bedreigd. Hij komt tegenwoordig zelfs al met twee mensen!»

HUMO Euh, die tweede was ik. Overigens: uitstekende bolognaise gegeten uit uw container.

 

Bastijns «Maar natuurlijk! Sommige van die spullen zijn nog perfect eetbaar. Alleen: daar beslissen wíj over. Eieren moeten van het voedselagentschap een week voor de vervaldatum uit de koeling worden genomen. Wettelijk verplicht! Denkt u dat die eieren niet meer eetbaar zijn? Diepvriesproducten mogen een maand voor de vervaldatum al niet meer verkocht worden!»

HUMO Daarnet zei u dat ze niet meer geschikt waren voor consumptie, en nu wel.

 

Bastijns «Sommige nog wel, maar wij móéten die weggooien. Van de wet. Of ik krijg een boete.»

HUMO Zou er niet beter een systeem bestaan dat voorkomt dat er zoveel afval is?

 

Bastijns «Als dat gecoördineerd gebeurt, zeg ik geen nee. Ik wil dat op de groep Carrefour wel eens aankaarten. Maar waar eindigt het? Straks moet ik nog een licht installeren aan mijn container, dan wordt het een avondmarkt! Dat wordt een invasie! Heel eerlijk: ik ben bezig met een zaak te runnen, niet met liefdadigheid.»

HUMO Hoeveel voedsel gooit u eigenlijk weg?

 

Bastijns «1 à 2 procent, dat is een aanvaardbaar percentage voor een supermarkt. En het is zeker geen ton per week, zoals meneer De Geynst suggereert: dat zou ik weten, want dan zou ik me blauw betalen aan containers.»

Voor zover Steven De Geynst weet, heeft de onderzoeksrechter hem niets ten laste gelegd. De politie heeft hem gesommeerd van het parkeerterrein van de GB te blijven, maar hij is niet meteen van plan om zich daaraan te houden.

De Geynst (lacht) «Ik geloof nogal in burgerlijke ongehoorzaamheid. Als ze een hek rond die container zetten, dan zal ik over dat hek klimmen. Ik ben een rat, hè. Ik ben de hoofdrat van die container.»

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: