Archief: Hans Van Themsche: portret van een killer

, door (jolien janzing)

3
hans

(Verschenen in Humo 3807/38 op 14 september 2007)

Lees ook: 'Zes jaar na de raid van Hans Van Themsche: de familie van kinderoppas Oulematou Niangadou'

Vlaanderen bleef geschokt, verbijsterd en perplex achter. Het proces van de dolle schutter start op 1 oktober, precies één jaar na de 0110-concerten voor verdraagzaamheid; Humo ging op zoek naar het verhaal van Hans, de brave loebas die schijnbaar van de ene op de andere dag een koelbloedige moordenaar werd.

Die ochtend ging Hans Van Themsche beneden in de refter ontbijten. Hij was intern in het Vrij Agro- en Biotechnisch Instituut in Roeselare en zat in het 5de jaar. Het was een ochtend zoals een andere: een boterham met choco en een kop koffie met suiker. Maar in plaats van naar de les te gaan, glipte Hans naar buiten en nam hij de trein naar Antwerpen. Hij liet er zich kaal scheren bij een kapper ('U mag achteraan wel een kleine staart laten') en kocht bij wapenhandelaar Georges Lang een repeteerbuks met munitie. Hans legde zijn geweer in de nek en was niet langer Hans de Slome, maar Hans de Verschrikkelijke.

Niets in de jeugd van Hans Van Themsche had erop gewezen dat hij ooit met een geweer bestemd voor de hertenjacht als een moorddadige ranchero door Antwerpen zou lopen. Hij groeide op in de wijk Neerland in Wilrijk en stond daar bekend als een brave loebas, die nooit een vlieg kwaad zou doen. Vader Peter was een hardwerkende schrijnwerker in loondienst; zijn orderboekje stond zo vol dat hij maar zelden thuis was. Moeder Lieve was een intelligente vrouw die makkelijk een universitair diploma had kunnen halen, maar besloot zich aan de opvoeding van haar zonen te wijden – en dat deed ze op haast religieuze wijze. Hans en zijn jongere broers Koen, Jef en Wim volgden het lager onderwijs in de Steinerschool aan de Boomsesteenweg – een vrij alternatieve schoolkeuze, maar Lieve zocht dan ook naar onderwijs dat de ‘opmerkelijke kwaliteiten’ van haar kinderen tot ontwikkeling zou brengen.

Later werden de jongens ingeschreven aan het Don Bosco College in Antwerpen. Op school gingen ze door voor vrij intelligent, maar bollebozen waren het niet. Hans kon goed mee in de eerste klassen van de lagere school, maar kreeg het later moeilijk. Moeder Lieve was er evenwel van overtuigd dat haar zonen bijzonder slim waren, in haar oudste zag ze zelfs een genie. 'Hans is hoogbegaafd,’ vertelde ze vrienden. Ze had de jongen laten testen en hij bleek een IQ van ruim 130 te hebben. 'De lessen vormen geen uitdaging voor hem en daarom spant hij zich niet in. Hij verveelt zich dood in de klas.'

Maar Hans was ook pafferig en maakte op school eerder een lome indruk. 'Een gehoorzaam kind, maar teruggetrokken en futloos,' vertelt een lerares. 'Ik vrees dat hij geregeld werd gepest. Hij was groot en flink gebouwd, maar niet stoer. Hij hield niet van voetbal en wilde het liefst over dieren praten, bij voorkeur over poezen en konijntjes. De meisjes vonden hem schattig, maar de jongens lachten hem uit.' Zo werd hij eens in de toiletten gegijzeld door een groepje van vijf Marokkaanse jongens; ze duwden hem in een hoek en wilden hem niet meer laten gaan. Dat was de trigger voor de claustrofobie die het hem nog behoorlijk lastig zou maken. Toch reageerde Hans gelaten op de pesterijen; hij werd niet kwaad en ging niet vechten, hoewel zijn lichaamsbouw ongetwijfeld in zijn voordeel gespeeld zou hebben. Vaak liep hij maar wat alleen op de speelplaats rond om confrontaties te vermijden.

Moeder Lieve vertelde trots aan haar vriendinnen dat Hans ‘zo lief en meegaand’ was. In haar huis was trouwens geen plaats voor opstandigheid of woede. Hans wilde graag een speelgoedpistool, maar daar was Lieve tegen. En toen tante Frieda hem een pijl en boog cadeau gaf, liet ze duidelijk haar afkeuring blijken. Thuis moest er ouderwetse gezelligheid heersen: de snorrende kachel, de geur van koffie en vers brood, en de jongens die rustig hun huiswerk zaten te maken of met autootjes speelden. Hans had amper vrienden op school, maar hij had zijn broertjes en zijn moeder. Alles leek rozig en rustig ten huize Van Themsche.
 

Hans Van Themsche: portret van een killer

Het gezin had een goede naam in de wijk. De buren vonden Peter een geschikte vent omdat hij steeds een handje hielp bij de jaarlijkse Belle-Epoque feesten. Samen met zijn zonen Hans en Koen zette hij de tenten op, Lieve hielp met de kinderanimatie. 'Het waren Vlaams-nationalisten, maar ik had niet de indruk dat het ook racisten waren,' vertelt een buurvrouw.

'Peter heeft een paar illegale Afrikanen geholpen en daar kreeg hij in de wijk wat kritiek voor, maar het is natuurlijk wel mooi. Hij bracht ook kleding en voedsel naar een tehuis in Roemenië. Lieve ziet eruit als het soort vrouw dat je op alternatieve festivals aantreft: mollig, op bruine sandalen, met een liefde voor het gezin, het huis en de natuur, en altijd bereid om voor een ziek kind uit de buurt te zorgen als de moeder moet gaan werken.'

De Wilrijkse afdeling van het Vlaams Belang kon ook op de trouwe Van Themsches rekenen. Peter bakte frieten op het jaarlijkse stoofvlees- of mosselsouper en knapte met plezier klussen op voor de partij, maar voor een plaats op de lijst of om te canvassen had hij niet genoeg vrije tijd.

De buren wisten niet van de extreem-rechtse voorgeschiedenis van de familie Van Themsche. Grootvader Karel Van Themsche trok op zijn 18de met zijn tweelingbroer naar het oostfront om er te strijden tegen het communisme. Hij raakte zwaargewond en verloor een been, zijn tweelingbroer zou het front niet overleven. Hans kreeg van zijn opa een zakmes dat hij koesterde, maar hij had niet echt een goede band met de man, want grootvader Van Themsche was stug en weinig spraakzaam.

Dochter Frieda volgde in zijn voetsporen; ze werd lid van de Nationalistische Studentenvereniging en in 2001 trad ze op als tolk tijdens de viering van vijftig jaar Sint-Maartensfonds, de vereniging van oud-oostfronters. Later zou ze in Harelbeke op de kieslijst komen van het Vlaams Belang. 'Tante Frieda vormt een kwalijk element in de familie,' vertelt Jacques*, een vroegere vriend des huizes. 'Ze is een verwarde vrouw die de consequenties van haar politieke daden niet goed begrijpt. Maar in haar domheid is ze potentieel gevaarlijk.'

Peter was een overtuigd Vlaams-nationalist en volgens insiders behoorde hij een tijdlang tot de ‘knokploeg’ van Voorpost, de rechts-radicale mantelorganisatie van het toenmalige Vlaams Blok. De VRT zond ooit beelden uit waarop vrienden hem in uniform herkenden aan de zijde van Voorpostleider en ex-VMO’er Luk Vermeulen, maar hij noemde dat ‘één groot misverstand’ en zei dat hij géén uniform had gedragen, maar gewoon een blauw overhemd. Hij zou wel met de organisatie gedweept hebben, maar elke actieve deelname hebben gestopt toen zijn eerste zoon geboren werd.

Lieve had sowieso een afkeer van uniformen en wilde niet dat Hans en zijn broers naar het Vlaams Nationaal Jeugdverbond zouden gaan – haar kinderen mochten geen politiek stempel meekrijgen en bovendien hield ze er niet van dat ze met de jeugdbeweging op straat rondhingen. 'Ze was een echte moederkloek,' vertelt Jacques. 'Haar kuikens moesten altijd onder haar vleugels zitten, anders werd ze zenuwachtig. Er hing een beklemmende sfeer en ik vroeg me wel eens af of die jongens genoeg lucht kregen.

De oudste gedroeg zich soms wat wereldvreemd. Lieve had ook een panische angst voor woede of onenigheid. Heel vreemd, want in welk gezin is er nooit eens ruzie? Ik denk dat de jongens daardoor niet geleerd hebben hoe ze conflicten konden uitpraten. Hans is een binnenvetter geworden.'
 

Hans Van Themsche: portret van een killer

Hans die nooit boos werd, had één uitlaatklep: kendo, een Japanse vechtsport. De helmen, zwaarden en riten spraken tot zijn verbeelding. In zijn slaapkamer hing een poster van koning Arthur en hij was gek op verhalen over de Ridders van de Ronde Tafel en de Japanse samoeraikrijgers.

Hans was nauwelijks acht jaar toen hij lid werd van de kendoclub El Shin Kan in Wilrijk. Sonja Trappeniers, die zijn coach werd, herinnert zich Hans als ‘een lief, verlegen manneke’. Trappeniers - die ‘Son’ werd genoemd - was een doortastende vrouw met een stem als een klok, die haar pupillen graag bemoederde. Ze had de uitstraling van een goeroe en verkondigde inspirerende filosofieën over kendo. Hans ontpopte zich tot een enthousiaste kendoka en Trappeniers prees hem uitbundig. 'De jongen was slim,' vertelt ze, 'en het was een plezier om naar hem te luisteren. Hij wist veel over dieren, maar kon ook meeslepend vertellen over de sterren en het heelal.'

Maar Hans had het niet makkelijk in de club. Zijn trainingen verliepen moeizaam, want hij leed net als zijn moeder aan astma en was vaak buiten adem. Trappeniers sprak hem moed in, maar moeder Lieve begon een hekel aan haar te krijgen, omdat ze zoveel invloed op haar zoon had. El Shin Kan vormde zijn toevluchtsoord; even weg van school waar hij nog steeds niet uitblonk, en weg van thuis waar hij het vaak benauwd kreeg.

Maar moeder Lieve was zo beschermend dat hij zelfs in de club niet aan haar toewijding ontsnapte. Hij kon na de les nooit iets blijven drinken, want zij bracht hem naar de Sportopolis in Wilrijk en bleef daar in de cafetaria op hem wachten. Opmerkelijk, want met de fiets zou het voor Hans en zijn broers nauwelijks een rit van tien minuten geweest zijn. Eenmaal per maand had Hans nationale training ergens in België en dan bracht zijn moeder hem en bleef twee uur in de auto zitten.

Ook Christophe, een intelligente jonge student die door Son bij El Shin Kan als lesgever voor de volwassenen aangesteld werd, herinnert zich de moederkloek Lieve: 'Op Lichtmis nodigde ze me eens uit om na de training pannenkoeken te komen eten. Daar stond ze, een stevige moeder achter het fornuis, terwijl de jongens aan tafel zaten - ik had het gevoel dat ik naar een schilderij keek met als titel ‘Het Vlaamsche gezin’.'

Hans kwam niet tegen de betutteling van zijn moeder in opstand, want dat lag niet in zijn aard. Hij besefte ook dat ze enkel goede bedoelingen had, maar de behoefte om te ontsnappen groeide. Hij moest wég.

Het werd vader en moeder Van Themsche wel duidelijk dat Hans geen studiehoofd was. Hij had een klas gedubbeld en slaagde er maar niet in zich voor zijn lessen te motiveren. Enkel in zijn interessegebied blonk hij uit: hij had een encyclopedische kennis over dieren opgebouwd die mensen vaak versteld deed staan.

Maar hoe kon hij die praktisch aanwenden? Moeder Lieve piekerde zich suf tot Hans zelf met de oplossing kwam: hij wilde van de verzorging van kleine dieren zijn beroep maken. In het Vrij Agro- en Biotechnisch Instituut in Roeselare bestond er een opleiding ‘dierenzorg technieken’. In Geel bestond er een soortgelijke opleiding, maar volgens Hans was de school in Roeselare beter.

Roeselare was niet bij de deur en dus zou Hans op internaat moeten gaan, wat een flinke hap uit het huishoudbudget zou betekenen. Hans argumenteerde dat het een goed internaat was met maar tweehonderd leerlingen en dat hij daar beter zou kunnen studeren dan thuis. Vader Peter ging akkoord, maar hij drukte zijn zoon op het hart zich goed te gedragen op het internaat, want een ander logement in Roeselare zou hij niet kunnen betalen. Begin september 2003 pakte Hans zijn spullen en stapte op de trein.
 

Hans Van Themsche: portret van een killer

Hans was gelukkig op zijn nieuwe school. Het Vrij Agro- en Biotechnisch Instituut leek dan ook in hoge mate op Harry Potters’ Zweinstein. De landbouwschool was gevestigd in een historisch gebouw met een idyllische tuin. Hans wandelde dagelijks tussen moestuinen en serres, hoge bomen en grasvelden omzoomd met struiken en bloemperken. Hij kwam er tot rust en maakte voor het eerst in zijn leven vrienden. Hier kon hij eindelijk zichzelf zijn. Hij droeg nu het liefst een zwarte jeans en een wit T-shirt dat zijn wat slappe buik verborg.

Het ging goed op school en Hans zou elk jaar moeiteloos overgaan. Hij straalde zelfvertrouwen uit. Hij liet zijn haar groeien tot halverwege zijn rug en droeg het in een strakke paardenstaart. 'Hans was een diepzinnige gast,' vertelt Ricky*, die ook intern was en een kamer had in dezelfde gang. 'Hij had zin voor humor en was erg slim, ik kon niet aan hem tippen. Studeren deed hij niet en toch haalde hij tachtig procent.'

Hans, die thuis nooit veel initiatief had getoond, werd door zijn medeleerlingen verkozen voor de schoolraad; Hans, die nooit veel gezegd had, gaf zijn mening in het medezeggenschapscollege van de scholengemeenschap én werd lid van het schooltoneel.

'Hans zal voor mij altijd Hans blijven,' zegt Luc Deprez, directeur van het Instituut. 'Een goede jongen met gevoel voor humor. Hij gedroeg zich altijd correct en zijn zwarte kleding stoorde me niet.' Het geluk lachte hem toe, en in zijn euforie werd Hans zelfs verliefd.

Lieselotte was een knap, ietwat schuchter meisje uit het tweede jaar van het VABI. Ze was pas dertien toen ze Hans leerde kennen, maar ze was vroegrijp en slim. 'Een beetje een goth,' vertelt Joris*, een vroegere klasgenoot, 'altijd in het zwart gekleed en met van die zwarte vegen rond haar ogen. Ik houd daar niet zo van, maar toch vond ik Lieselotte niet mis.'

Lieselotte was gek op Hans en hij op haar. Ze werden onafscheidelijk. Lieselotte introduceerde hem in een nieuwe vriendenkring, die van de gothic people. Hans kon het goed met hen vinden.

Hij liet zich ook tatoeëren: 'Op zijn linkerbovenarm,' vertelt Joris. 'Erg goed gelukt was die tatoeage niet, iets tussen een doodshoofd en een indianenkop in. Ach, in Roeselare heb je eigenlijk geen echte goths of wat dan ook - het zijn hier allemaal maar boerenpunks.' Roeselare is een levendige stad met een flink aantal studentencafés, en Hans en Lieselotte gingen zo vaak mogelijk uit.

Moeder Lieve was niet gelukkig met het gedrag van haar zoon. Zijn cijfers waren weliswaar goed, maar hij kwam elke vrijdag pas laat thuis en op zaterdag ging hij vaak naar Lieselotte. 'Hij bracht veel tijd bij zijn meisje door,' vertelt Kevin*, negentien jaar, 'en dat vond zijn moeder niet goed.

Ze kreeg minder aandacht en dat maakte haar boos. Ze begreep niet dat Lieselotte en Hans een echte relatie hadden. Het was geen bevlieging, ze zagen elkaar doodgraag.' De druk van thuis was groot en al vlug kwamen er spanningen tussen Lieselotte en Hans. In de zomer van 2005 raakte het uit.
 

Hans Van Themsche: portret van een killer

Roeselare was de plek waar Hans zich thuis voelde. En in Wilrijk kon hij altijd nog ontsnappen naar de kendoclub, waar Son Trappeniers hem had aangesteld als lesgever voor de kinderen. Toen ze in november 2005 uit de club stapte, namen Christophe en een paar andere kendoka’s de leiding in handen.

Christophe kon het goed met Hans vinden, maar hij vond het voorbarig dat Son hem tot lesgever had gebombardeerd. 'Hans bezat nog niet de nodige maturiteit,' vertelt Christophe. 'Hij mocht dan wel zeventien zijn, hij was, tja, nog lang geen man. Eigenlijk vond ik hem een beetje een sul. Hij was nog volop op zoek naar een eigen identiteit.'

Hans had eerste dan - het basisniveau - en dat was onvoldoende om les te geven. Christophe vond ook dat hij zelf te weinig training kreeg. Elke zondagavond gaf Hans de kinderen les van half zeven tot acht, maar hij nam geen deel aan de oefengevechten.

Om acht uur kwam hij nog naar de opwarming voor de volwassenen, maar eenmaal negen uur, als de training net goed op gang kwam, ging hij naar huis. Zijn fysiek was ronduit slecht. Hij was nog steeds vrij dik en raakte vlug buiten adem. Ronny, de voorzitter van de club, opperde dat Hans’ zwaarlijvigheid misschien te wijten was aan zijn astmamedicatie.

Christophe vond dat hij moest ingrijpen, maar het vervelende was dat Hans overduidelijk van het lesgeven genoot. De jongere kinderen vonden hem ‘keitof’, maar de jongens van vijftien, zestien vonden hem maar niks. Zij begonnen te zuchten als Hans binnenkwam en bleven op den duur ook weg.

Op een avond nam Christophe Hans terzijde en vertelde hem dat hij best nog les mocht geven, maar niet de volledige les, en dat hij ook zelf aan de training moest deelnemen. Hans leek het zich niet al te erg aan te trekken en werd niet boos.

Christope « Ik hield er geen naar gevoel aan over. Hans had respect voor me en leek mijn beslissing te begrijpen. Hij was geen slechte kendoka, maar moest zich gewoon wat meer inzetten. Het heeft me wel altijd verbaasd dat zijn moeder hem hoogbegaafd noemde. Ik vond hem niet scherpzinnig, maar veeleer traag.»

Toen Hans deelnam aan het examen om tweede dan te behalen – niet slecht voor een jongen van zeventien, want derde dan is op die leeftijd zowat het maximum - verliep dat vlot, maar toch zakte hij omdat zijn handschoenen totaal kapot waren. Zijn techniek was uitstekend, maar de kendo-regels schrijven voor dat je materiaal perfect in orde moet zijn en dat had hij niet gerespecteerd. 'Hans zat zwaar in de put,' zegt Christophe.

Aan het VABI begon Hans steeds meer op te vallen. Hij liep rond in een lange, zwartleren jas en dat leverde hem de bijnaam Mister Black Magic op. 'Hij was excentriek en een tikkeltje mysterieus, je kon gewoon niet naast hem kijken,' zegt een meisje dat hem regelmatig ontmoette in The Warehouse, een vroegere opslagplaats in Roeselare waar jongeren van de metalcore scene zich uitleven.

'Ik vond hem eigenlijk wel sexy. Hij vertelde me dat hij stage liep in een dierenkliniek in Aartselaar en zelfs mocht helpen bij het opereren.' Hans zat vol dromen, maar werd verlamd door faalangst. Hij wilde naar de universiteit gaan en dierengeneeskunde studeren; hij wilde zijn rijbewijs halen; hij wilde een groot kendoka zijn. 'De jongen was intelligent genoeg,' zegt een leerkracht van het VABI, 'maar hij kon zijn krachten niet kanaliseren. Zijn zware lijf zat hem in de weg en die loomheid kreeg hij maar niet van zich afgeschud.'

'Hans was altijd aan het lachen, maar dat was maar een pose,' zegt Ricky*. 'Die gast lag enorm in de knoop met zichzelf. Hij reageerde dat soms af door al het leed van de wereld op de allochtonen te steken. Als kind was hij gepest geweest door Marokkanen en hij zou die makakken wel eens een lesje leren. Straffe praat, maar als ik heel eerlijk ben, zegden mijn kameraden en ik ook wel eens zulke dingen. Maar daarom ga je nog niet tot actie over, hè.'

Thuis begon Hans zich weerbarstig te gedragen en nu het uit was met Lieselotte, zat hij hele dagen op zijn kamer voor de computer. Urenlang kon hij informatie over dieren opzoeken, maar hij raakte ook verslaafd aan videogames - het populaire Counter-Strike, waarbij terroristen en politieagenten elkaar te lijf gaan, en het gewelddadige Postal II, waarbij je mensen en huizen met benzine overgiet en in brand steekt.

Later zou blijken dat hij ook geregeld naar pornosites en extreem-rechtse sites surfte. Hij ontwikkelde een interesse voor vuurwapens en bewaarde een alarmpistool in zijn kamer. Moeder Lieve vond dat hij niet langer een goede invloed op Koen, Jef en Wim had. Voor het eerst vochten de jongens ook hun onenigheden uit, soms vielen rake klappen.

Op de kendoclub kreeg Christophe het gevoel dat Hans met duistere zaken bezig was. 'Maar ik had geen idee wat hem bezig hield, die gast zat gewoon te veel voor de computer.' Hans kwam minder naar de lessen en raakte tijdens de training altijd in een mum van tijd buiten adem. 'Pff, ik heb weer last van mijn astma,' zei hij dan en ging tegen de muur op de grond zitten.

Hij had ook vlug spierpijn. Christophe motiveerde hem regelmatiger te trainen om weer in conditie te komen, maar hij bleef steeds vaker weg. Vrienden had hij niet echt bij El Shin Kan. Nu Son er niet meer was, voelde hij zich alleen in de club.
 

Hans Van Themsche: portret van een killer

In het vroege voorjaar van 2006 kreeg Christophe telefoon van Hans. De kendoleraar zat net met zijn Japanse vrouw en vrienden aan tafel en vroeg of hij hem later kon terugbellen. 'Ik wil stoppen met kendo,' zei Hans. 'Mijn moeder vraagt het lidgeld terug. Ik heb geen tijd meer voor sport, want ik ben met andere zaken bezig.'

Christophe antwoordde dat hij niet kon geloven dat Hans echt wilde stoppen, maar dat hij nu geen tijd had om te praten. Hij beloofde hem terug te bellen. Tijdens de dagen die volgden, dacht Christophe geregeld aan Hans, maar hij vergat contact op te nemen. Twee weken later belde Hans zelf, maar Christophe was niet thuis en zijn vrouw nam op. Hij vroeg nadrukkelijk om het lidgeld.

'Ik kon hem dat niet geven,' zegt Christophe, 'want het jaar was al een paar maanden oud. Achteraf heb ik bedacht dat hij die 75 euro lidgeld te pakken probeerde te krijgen omdat hij ze nodig had voor het geweer. Ik heb veel spijt dat ik hem niet gebeld heb. Ik had moeten zeggen: ‘Verdomme Hans, je hebt je mooiste jaren voor je en je techniek is virtuoos. Aan je aanpak gaan we samen werken.’ Maar ik weet dat hij zijn astma weer als excuus gebruikt zou hebben. Wat bezielde die jongen toch? Een aangepast trainingsprogramma had hem juist kunnen helpen om zijn astma onder controle te houden.'

Hans keerde na de paasvakantie niet meer terug naar El Shin Kan. Zijn leven kwam in een stroomversnelling terecht.

Op dinsdag 9 mei, iets voor middernacht, werd hij in het internaat in Roeselare betrapt op roken en drinken op zijn kamer. 'Dat drinken kon nog door de vingers worden gezien,' zegt Ricky, 'maar als je rookte, waw man, dan hing je. Ik begreep Hans niet, hoe kon hij nu zo stom zijn? De straf op roken was uitsluiting en dat wisten we allemaal. Brand kon immers iedereen in het internaat in gevaar brengen. We zaten in de vijfde klas en hadden nog maar één jaar te gaan – dan zet je toch niet alles op het spel voor een stomme sigaret?'

Opvoeder Giovanni Houthoofd deelde Hans mee dat hij met ingang van vrijdagavond niet meer welkom zou zijn op het internaat, maar wel gewoon de lessen kon blijven volgen. Hans werd niet boos, maar boog gelaten het hoofd en zei: 'Ja meneer, sorry meneer'. 'Typisch Hans,' zei Houthoofd later tegen een collega.

Daags nadien maakten de internen een uitstap naar Leuven, waar een bijeenkomst georganiseerd werd voor de Vlaamse Internaatsleerlingen – Hans ging mee. Tijdens de terugreis naar Roeselare vertelde hij in de bus aan de vriend die naast hem zat, dat hij zelfmoord wilde plegen en nog een paar ‘makakken’ mee de dood in wou nemen.

Donderdagochtend 11 mei, 9 uur. Hans Van Themsche nam in het station van Roeselare de trein naar Antwerpen. De schooldirectie stelde een half uur later vast dat hij verdwenen was en probeerde zijn ouders te contacteren, maar er was niemand thuis. Rond elf uur stond Hans in de wapenhandel van Georges Lang en koos een repeteerbuks, een zogenaamd ‘cowboywapen’. Hij verliet de winkel, zonder wapen, om naar de bankautomaat te gaan en 500 euro af te halen, de prijs van de buks. Nadat hij had betaald, wandelde hij met de grote doos onder de arm naar de Spanjaardsteeg.

Tegen half twaalf laadde hij het wapen in een steegje en stopte de resterende kogels in de zakken van zijn leren jas. Hij liep naar de Groenplaats, kaarsrecht en gedecideerd als een personage uit een van zijn videogames. Aan de Koepelbrug zat de 46-jarige Songul Koç een roman te lezen op een bankje in de zon. Ze was van Turkse origine en droeg een hoofddoek. Hans schoot haar in de rug, ze zakte ineen.

Schijnbaar onbewogen liep Hans verder en kreeg in de Zwartzustersstraat het kleine meisje Luna Drouart en haar Malinese oppas Oulemata Niangadou in het vizier. Hij schoot de oppas dood. Ze viel languit op de grond en het kleine meisje op haar driewieler begon te huilen. Hans richtte van zeer nabij op de peuter en haalde de trekker over. Na de schoten heerste een diepe stilte. Hans had nog kogels in zijn zakken, hij liep verder.

In de Lange Doornikstraat hield hij het geweer dwars in de nek. Toen naar hem werd geroepen, draaide hij zich met een ruk om. Agent Marcel Van Peel gebood hem zijn wapen neer te gooien, maar Hans bleef stoer staan. 'Schiet me door mijn kop,' zei hij. 'Schiet me kapot.' Maar Hans zou niet de ‘heroïsche’ dood sterven die hij voor ogen had: hij kreeg een kogel in de buik en werd geboeid afgevoerd in een ziekenwagen.
 

Hans Van Themsche: portret van een killer

Bij moeder Lieve thuis rinkelde zowel de telefoon als de deurbel. De school belde haar om te vertellen dat Hans was weggelopen, een agent aan de deur wist te melden dat haar zoon verantwoordelijk was voor een moordpartij. Later die avond belde ze haar schoonzus Frieda, verbijsterd en in shock. 'Ik heb geprobeerd een goede moeder te zijn – wat heb ik verkeerd gedaan?'

Frieda Van Themsche besloot die avond uit de politiek te stappen. Ze geeft zichzelf de schuld van de misdaad van haar neef.

Lieselotte was op school toen ze hoorde wat haar ex-vriendje had gedaan. Ze viel haast flauw en moest door vrienden ondersteund worden. In de zomer wilde ze Hans gaan bezoeken in de gevangenis, maar dat werd haar geweigerd omdat ze nog geen achttien was.

Kevin trok na school met zijn vrienden naar de Ierse pub in Roeselare, de stamkroeg van Hans en zijn vrienden.'Hans is bezweken onder de druk van zijn ouders,' zegt hij. 'Ze stelden hoge eisen en hij kon niet met hen praten. Hij durfde gewoon niet te vragen of hij een kamer zou mogen huren in de stad – hij kende het antwoord al. Hij was gelukkig in Roeselare, daar was hij vrij, maar nu zou hij naar Antwerpen moeten terugkeren. Hij kon zijn vrienden niet vertellen over de problemen met zijn ouders, hij schaamde zich. Hans voelde zich een mislukkeling. Ik denk dat hij zichzelf haatte.'

Ricky was in zijn kamer in het internaat. 'Een paar avonden geleden zat Hans hier nog bij mij. We trokken niet veel samen op, maar ’t was een toffe gast. Zijn zijn stoppen doorgeslagen of wat? Al een geluk dat hij de school is uitgelopen, want ik denk dat hij anders in de klas een geweer had leeggeknald.'

Christophe werd die avond gebeld door een journalist, met de vraag of hij een reactie op het gruwelijke nieuws wilde geven. Hij was nog niet op de hoogte en schrok vreselijk. Zijn Japanse echtgenote had veel verdriet.

Jacques vroeg zich af wat Hans had bezield. 'Ik betwijfel of het proces ooit een antwoord zal brengen. De jongen kreeg met teleurstellingen te kampen, maar dat is niet ongewoon op die leeftijd. Mogelijk maakte zijn astmamedicatie hem agressief, daar heb ik wel eens over gelezen. Of was het zijn hoogbegaafdheid? Hoogbegaafde mensen voelen zich vaak onbegrepen en kunnen dan heel fel gaan reageren. Waarom Hans? Nee, geloof me, als je het hem zou vragen, hij zou niet kunnen antwoorden.'

(De namen met een * werden veranderd)
 

Humo 3498 18/09/2007

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 18 september 2007

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: