Het dagboek van Andy Peelman. 'Ik ben maar een simpele jongen die van zijn beroep zijn andere beroep heeft kunnen maken'

, door (tr)

20
1200

Maandag

Amai, mijne frak. Ik zit met een zere poep. Gisteren was het een schone zondag, dus dacht ik mijn nieuwe mountainbike eens uit te proberen. Alles leek goed te gaan en ik had er al snel 86 kilometer opzitten, maar dat zadel: hàrd, jong. En klein! Na vijf kilometer kreeg ik tranen in m’n ogen, en na tien kilometer begon ik uit mijn ooghoeken te speuren naar een beenhouwer die op zondag open was zodat ik snel een kotelet kon kopen om in mijn broek te proppen. Natuurlijk weer geen enkele tegengekomen. Maar: eind goed, al goed. Op drie kilometer van huis passeerde ik een vriendelijke wandelaar die mij achterna riep: ‘Meneer, u bent uw zadel vergeten!’ Dat verklaarde mijn ongemak! Ter bedanking heb ik de man een handtekening gegeven.

Dinsdag

Geen training vandaag: die nieuwe film van ‘De buurtpolitie’ maakt zichzelf niet! Nu, om eerlijk te zijn: ik begrijp zelf ook niet waarom ‘De buurtpolitie’ zoveel kijkers blijft halen - ik ben maar een simpele jongen die van zijn beroep zijn andere beroep heeft kunnen maken. Maar de echte succesformule zit volgens mij ingewikkeld in elkaar. Ja, het lìjkt op het eerste gezicht misschien wel alsof de scenario’s afgedankte ‘Samson en Gert’-verhaaltjes zijn, de humor op kindermaat is, de personages van bordkarton zijn, en de plot de diepgang heeft van een bord soep, maar… Ik ben vergeten waar ik heen ging. Maar er kruipt sowieso veel werk in! En dat handtekeningen zetten dan: het moet geleden zijn van die keer dat ik de eroticabeurs presenteerde dat ik nog zo’n stijve arm had!

Woensdag

Politieagent ben je niet alleen tijdens de werkuren - en in mijn geval: op de filmset - maar ook daarbuiten. Vandaag tijdens mijn training zag ik een jonge vrouw afval op straat gooien: iets waar ik absoluut niet tegen kan sinds ik iemand eens een strip van ‘De buurtpolitie’ op de openbare weg heb zien gooien, en dus greep ik in. ‘Mevrouw! Doet u dat thuis ook?!’, vroeg ik. Ze werd meteen rood van schaamte!

Omdat ze tot inkeer gekomen leek, en omdat de harde aanpak volgens mij niet altijd de beste is, wou ik haar daarna belonen met een handtekening. Ik snap nog altijd niet goed waar het daarna foutgelopen is: ik weet nog dat ik ‘Ik heb nog iets voor u, stoute meid’ zei, en dat ik in mijn koersbroek greep (daar bewaar ik tijdens het trainen mijn signeerstift). Ik had net gevraagd waar ze het het liefst had - ‘een borst of een bil’ - toen alles zwart werd voor mijn ogen. Nu ja: rood - pepperspray doet dat nu eenmaal met een mens. ‘Viezerik! Aanrander!’, hoorde ik haar roepen terwijl ik op de grond lag. Tot overmaat van ramp werd die vrouw dus nog eens aangevallen ook! En net terwijl ik als enige aanwezige agent tijdelijk verblind was! Ik heb me nog nooit zo machteloos gevoeld.

Donderdag

Als agent, echt of fictief, heb je een voorbeeldfunctie. En dus heb ik mijn misser van gisteren proberen recht te zetten door vandaag in burger het verkeer te regelen op een kruispunt waar het verkeer totaal in de soep draait. Je zou jezelf nu kunnen afvragen waarom autobestuurders in godsnaam de bevelen zouden opvolgen van iemand in koersbroek, maar toch was het zo. Al zal het ook wel geholpen hebben dat mijn aanwijzingen samenvielen met die van de verkeerslichten op het kruispunt, die ik pas na anderhalf uur hard werken opmerkte.

Voor ik vertrok heb ik de gehoorzame bestuurders nog bedankt voor hun medewerking door elke chauffeur een handtekening cadeau te doen. Gek was dat: toen ik weer op mijn fiets stapte, leken de files in die tijd alleen maar langer geworden te zijn. ‘Maar Andy, was je werk dan geen druppel op een hete plaat?’, kan je je dan afvragen, maar dat doe ik niet. Alle beetjes helpen.

Vrijdag

Vandaag nog eens een dag gewerkt als agent in Brussel. Mijn grootste fans weten dat ik niet vaak meer op patrouille ga door mijn gigantische succes met ‘De buurtpolitie’, maar als een collega met een burn-out of een schotwonde aan Andy vraagt om in te vallen, dan doet Andy dat.

Ik heb helaas wel gemerkt dat het moeilijk is om als filmsetflik je werk helemaal te scheiden van je echte politiejob. Toen ik reageerde op een melding van een bankoverval, kreeg ik zo het plan om ter plaatse met gierende banden en loeiende sirene aan te komen, uit te stappen, en met getrokken wapen over de motorkap van de politiewagen te glijden om dekking te zoeken voor mogelijk geweervuur. Dat lukte, en ik was daardoor zo in mijn nopjes dat ik uit gewoonte luid ‘Cut!’ riep en me weer rechtzette om de acteurs, die net in bivakmuts de bank buitenstapten, te feliciteren met alweer een geslaagde take.

Ik herinner me nog dat ik een knal hoorde. Daarna werd ik wakker op de spoedafdeling. Een mirakel, zei de dokter: volgens hem is de kogel afgeweken door het stapeltje gehandtekende foto’s dat ik altijd in het borstzakje van mijn uniform bewaar. Daardoor heeft die al mijn vitale organen gemist, wat betekent dat ik binnenkort weer gewoon op de filmset zal staan én dat ik snel weer op mijn fiets zal zitten. Ik heb de dokter een gesigneerde foto gegeven als dank voor zijn goede werk - dat gat in de foto moet hij er maar bijnemen.

Zaterdag

Trainen, trainen, trainen! Ook al heeft de dokter me na mijn werkongeval gisteren een week platte rust voorgeschreven wegens bloedarmoede: rust is een luxe die ik me niet kan veroorloven. Vandaag staat er 100 kilometer langs het kanaal op de planning, en daarna schrijf ik verder aan dit dagboek. Groetjes!

Zondag

(Noot van de redactie: Sinds zijn trainingssessie van zaterdag is Andy vermist. Andy is 35 jaar oud, normaal gebouwd, heeft halflang bruin haar, zet graag handtekeningen, en heeft dringend medische verzorging nodig. Wie hem opmerkt: gelieve de hulpdiensten te waarschuwen of de politie. De échte politie.)

Lees meer dagboeken van BV's »

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: