Beeld Photo News

Tom Lanoye

Afscheid van Zwarte Piet: 'Bravo voor de Facebook-schrapping’

Facebook heeft besloten afbeeldingen van ‘blackface’, zoals Zwarte Piet van Facebook en Instagram te weren. Er is wel degelijk reden toe om Zwarte Piet te veranderen, schreef Tom Lanoye al eerder. Hieronder is een lichte bewerking van zijn stuk uit oktober 2015 te herlezen:

Bezit ik een zwaardere stem in het Zwarte-Pietendebat omdat ik geboren ben in Sint-Niklaas? Natuurlijk niet. De goedheilig man is van niemand en van iedereen, net zoals zijn schimmel. Maar quid zijn Zwarte Piet? In tegenstelling tot wat veel van zijn verdedigers denken, bestaat die pas sinds het midden van de negentiende eeuw. Vergeet ze dus maar, al die gedoodverfde voorgangers — de satans en duistere kobolden uit aloude sages en legendes, zoals ‘Père Fouettard’, Vadertje Zweepslag. ‘Onze Zwarte Piet is een recent bedenksel.’ Zo besloot Hassan Bahara in De Groene Amsterdammer van 28 november 2012. ‘Hij is ontsproten aan de fantasie van de leraar Jan Schenkman. Met zijn boek St. Nikolaas en zijn knecht wilde hij in 1850 het sinterklaasfeest, dat onder druk stond van het concurrerende kerstfeest, in een nieuw jasje steken. Vandaar de toevoeging van een Zwarte Piet.’

Sedertdien veranderde deze importpiet reeds een paar keer van gedaante. Van knuppeldragende boeman tot irritant vrolijke frans. Waarom lokt zijn nieuwste transformatie dan toch zulke heftige discussies uit in het huidige Nederland? En waarom zo’n opvallend kouwe-kakgekakel in Vlaanderen?

Zwarte Piet zelf is een non-issue. Het echte onderwerp wordt gevormd door de botte spot en de furieuze reacties aangaande zijn mogelijke retouche.

ZWARTE HISTORIE

In Nederland is sinterklaasdag een fenomeen dat wordt gevierd als een derde nationale feestdag, na Koningsdag en de Elfstedentocht. Daar horen zelfgemaakte versjes bij, antieke liedjes die luidkeels worden meegezongen en een karrenvracht pepernoten om je gezinsleden mee te bekogelen. Het rituele verloop van de dag is nagenoeg identiek in heel het koninkrijk. Een wij-gevoel met een wortel in de schoen.

Van Vlaanderen kun je dat domweg niet zeggen. Veel zelfgemaakte versjes komen er niet bij kijken, onze voorraad oude liedjes is beperkt of uit Holland geïmporteerd, en wij kennen regio’s waar men niet eens Sint-Nicolaas maar Sint-Maarten viert, de patroon der bedelaars. ‘Een Romeinse ex-soldaat, mirakelman en kindervriend,’ zo valt het te lezen op menige Aalsterse website. ‘Hij sneed als legeraanvoerder zijn mantel in twee om armlastigen te kleden.’ Geen spoor van Spanje, stoomboten, sinaasappels of gekleurd personeel.

Het enige verhaal dat in mijn Waaslandse jeugd over de Sint de ronde deed was gruwelijk. Kinderpsychologen zullen het afraden als verhaaltje voor het slapengaan. Onze bereden bejaarde belandt, geheel in zijn eentje overigens, bij valavond in een verlaten herberg in een gure uithoek des lands. De herbergier schotelt hem stukken gepekeld vlees voor, opgediept uit een ton. De Sint herkent meteen de smaak van kindervlees — niemand die zich afvraagt waar hij die kennis vandaan haalt. Hij straft de herbergier en herstelt de gezouten en gevierendeelde jongens, die nog lang en gelukkig leven, met alleen wat jeuk aan hun lasnaden, op regenachtige dagen.

Deze Waaslandse Sint is gebaseerd op een immigranten-Turk avant la lettre, Nicolaas van Myra. Hij heeft aan de zuidkust van Antalya nog steeds zijn eigen basiliekje. De inwoners van het nabijgelegen Demre spreken dan weer van ‘Noël Baba’, Vadertje Kerst. In het Amerikaans spoort dat allicht met Santa Claus, de bebaarde eenzaat die niet rond 6 december met geschenken strooit, maar pas wanneer het kindeke Jezus is geboren in een stal. Toch is Father Christmas niet gebaseerd op de Drie Wijzen uit de Bijbel, maar op de god Odin van de heidense Germanen…

Raak er maar eens uit wijs! Er bestaan dus niet alleen sinds kort verschillende Pieten, er bestaan al eeuwenlang verschillende Sinten. En hoelang duurt het nog voor de meest commerciële — de Amerikaanse puntmuts met zijn bel, zijn rendieren en zijn belachelijke luchtslee — alle concurrenten de gracht in rijdt? Royaal gesponsord als hij is door Coca-Cola en de Hollywoodfabriek? Autochtone conservatieven zouden zich beter daarover zorgen maken. Straks vieren hun kleinkinderen alleen nog maar Halloween en een ‘Ho, ho, ho!’ brullende Santa, die het moet stellen zonder hulpjes. Niet eens een stroopwafelpiet, en al zeker geen zwarte snaak met een afrokapsel, dikke rode lippen, gouden ringen, een malle muts en de hele verdere opsmuk van adellijke page.

In het wapenschild van mijn geboortestad zie je een gelijkaardig manco. Rechts prijkt een raap, de onverwoestbare parel van onze zandgronden. Links staat de tobbe met die drie wedersamengestelde naakte jongeren. En in het midden staat dus die ouwe Turk voor te wenden dat hij prima ingeburgerd is, omdat hij liturgisch verantwoorde bisschopskleren en een krullende staf mag dragen. Van een zwarte knecht geen spoor, in het wapenschild van een stad die al eeuwenlang Sint-Niklaas heet…

Wie zich per se op historie en traditie wil beroepen om Zwarte Piet mordicus te behouden ‘zoals hij is’, heeft bijgevolg geen poot om op te staan. Het is traditioneler, Europeser, Vlaamser, logischer om dat niet te doen, en om spontane wijzigingen op hun beloop te laten. Of om zelf eigenhandig te gaan morrelen en schaven aan die hele goedheilig man, zijn afkomst en zijn voorkomen, en aan dat van zijn trawanten.

En daar is wel degelijk reden toe.

ZWARTE REFLEXEN

Een van de Antwerpse beleidsmakers nodigde onlangs in een videofilmpje alle Nederlanders uit om sinterklaas te komen vieren ‘zoals het hoort’. Met een ‘echte Piet’, nog volop zwart et cetera, dus zonder ‘onnozelheden’ of varianten. Onder het voorwendsel dat men van een kinderfeest geen politiek dispuut mag maken, deed onze Schepen van Toerisme juist dát. Hij voegde er — zelf ook maar een kind van zijn tijd — impliciet een commerciële dimensie aan toe. ‘Kom je geld hier spenderen, lieve Hollandse vrienden. Wij leveren op bestelling wel nog racistische nostalgie.’ Hij smeet expliciet en grijnzend alvast een handvol on-Vlaamse pepernoten naar het oog van de camera.

Hieronder de lokroep van Koen Kennis naar Nederlandse toeristen. Tekst gaat door onder de video:

Het heeft zeventig jaar geduurd voor de Vlaams-nationalistische elites die mijn stad besturen hebben toegegeven dat ze fout zaten wat betreft die andere ‘zwartzakkerij’— het collaboreren met nazi’s. Ik wens hun toe dat ze dit keer eerder het licht zien. Niet alleen om filosofische, maar juist ook commerciële redenen. Wie van een Zwarte Piet een toeristische trekpleister wil maken, krijgt niet alleen hardleerse Hollanders over de vloer.

Mijn parttimeburgemeester bekende onlangs dat hij op een spoedig bezoek hoopt van zijn Londense collega, Boris Johnson. Waarom zo weinig ambitie? Ik zou tezelfdertijd Michele Obama en haar dochters Sasha en Malia uitnodigen, als ambassadrices van Amerika. Alsook bijvoorbeeld Graça Machel-Mandela, weduwe van zowel president Samora Machel als president Nelson Mandela, als ambassadrice van Afrika. Met de Angelsaksische wereldpers in hun kielzog vergasten we deze vier vrouwen op het nieuwste hoogtepunt in onze citymarketing. Het Antwerpse sinterklaasfeest-op-aloude-wijze. Met een dommige, koeterwaals taterende Zwarte Piet, uitgedost zoals in 1850 en toegejuicht alsof er in honderdvijfenzestig jaar niets is veranderd… Dat wordt een perfect internationaal mediadebacle. Met blijvende schade voor al wat Antwerps is. In welke provincialistische bokaal zwemt een schepen van Toerisme rondjes, als hij niet eens beseft hoe wijdverspreid de afkeer is van ‘blackfacing’, alleen al in de godganse Engelstalige wereld?

Die afkeer zal terecht gekoppeld worden aan twee erfenissen die we zelf niet meer zien, omdat we ze al zo lang wegschminken. Onze stad is om te beginnen stinkend rijk geworden als doorvoerhaven voor het rubber en andere koloniale waren die massaal uit Congo werden weggeroofd. De eerste grootschalige mensenrechtenorganisatie in de geschiedenis werd geleid door een zwarte Amerikaan (George Washington Williams) en een homoseksuele Ierse nationalist (Roger Casement) en ze richtte zich tegen het schrikbewind van koning Leopold II, dat naar schatting zes miljoen Congolezen het leven heeft gekost. Dat is zoveel als er Vlamingen bestáán. De opgang en de neergang van die beweging staat te lezen in een prijswinnend boek van journalist Adam Hochschild. King Leopold’s Ghost: A Story of Greed, Terror and Heroism in Colonial Africa. Het wordt nog steeds gretig gelezen. Althans in the States en het Gemenebest.

Onze stad is, ten tweede, ook tijdens de economische boycot tegen het Apartheidsregime blijven functioneren als doorvoerhaven, dit keer voor wijn, fruit en diamanten. Daarin stonden we vast niet alleen, maar Vlaanderen was wel ongeveer de enige streek ter wereld die ook nog eens een politieke pro-Apartheidslobby kende, Protea. Weinige Afrikanen weten dat. Als ik het hun vertel grenst hun ontzetting aan ongeloof. Die wordt er niet kleiner op als ik eraan toevoeg dat mijn trotse regio desondanks — of misschien wel vanwege dat verleden — amper straten of pleinen bezit die vernoemd zijn naar Nelson Mandela. Vorig jaar protesteerde een jong gemeenteraadslid uit Kortrijk nog tegen zo’n plein, ‘vernoemd naar een communistische terrorist’. Hij werd teruggefloten door zijn partij, dat weer wel. Tot zijn verbijstering, dat ook. Het plein kwam er.

Antwerpen bezit niet eens een steeg met die naam.

COONS & CO

Wat Antwerpen wel bezit, is een van de grootste petrochemische havens van de wereld. Angola en Nigeria zijn twee van de nieuwste petroleumlanden. Denkt onze schepen van Toerisme werkelijk dat álle Angolese bobo’s en Nigeriaanse bezoekers onthecht de schouders zullen ophalen bij het zien van een officieel volksfeest, waarbij een bejaarde witte man op een paard vergezeld gaat van een stereotiepe zwarte helper, die er te voet en mallotig achteraan huppelt? Net zoals vroeger iedere missionaris en elke koloniale gewestbeheerder een eigen ‘boy’ in dienst hadden?

Weinig Engelstaligen kunnen bovendien naar onze grappende Piet kijken zonder onprettig te worden herinnerd aan de traditie van de Coon Songs. Dat was een razend populair Angelsaksisch vermaak van rond de vorige eeuwwisseling, verspreid van the States tot Australië, waarin geschminkte en potsierlijk uitgedoste witte variétéartiesten zwarten uitbeeldden als ‘koddig zingende landelijke stommekloten, verlekkerd op kip en watermeloen, die niet alleen dom en lui waren, maar ook oneerlijk, zonder eergevoel, ten prooi aan drankmisbruik en gokverslaving, totaal ambitieloos maar wel wulps en hitsig: onverbeterlijke echtbrekers en aanranders’. Ik vertaal dit uit de losse pols, omdat het item Coon Song op Wikipedia tekenend genoeg geen Nederlandse vertaling heeft.

Zulke liedjes konden titels hebben als ‘All Coons Look Alike to Me’ en ‘Every Race has a Flag but The Coon’. Puur muzikaal legden ze mee de basis voor de formidabele ragtime en jazz van daarna. Ik ken evenwel niet één African American die zich er trots bij voelt in plaats van diep gekrenkt. Zowel de uitdossing als het gedrag zien ze herboren weer opduiken in onze Zwarte Piet. Wat gaan wij vervolgens doen? De ontstemdheid van zwarte Amerikanen, Angolezen, Nigerianen en Congolezen wegzetten als kortzichtige overgevoeligheid jegens onze inheemse tradities? Veel geluk met dát debat. Zeker als het zich vermengt met het sluiten van een belangrijke zakendeal.

Je zou denken dat juist Vlamingen begrip moeten opbrengen voor lange tenen en symbolische retouches. Eveneens in Kortrijk — ik kan het niet helpen — voer de gloednieuwe schepen van Economie uit tegen de eigenaars van frituur Grand-Place. ‘Wij zijn de stad van de Guldensporenslag. Dan kies je voor je frituur geen Franse naam.’ (Zou men overigens dan ook het woord ‘frituur’ niet moeten vervangen? ‘Patatkraam Grote Markt.’ For the record: ik ben tegen.)

In mijn geboortestad kreeg het Kardinaal Mercier-plein na een triomfantelijk besluit van het stadsbestuur jaren geleden al zijn vroegere naam terug. ‘Houtbriel.’ De reden? Mercier, de beruchtste primaat die België ooit gekend heeft, liet zich bij het begin van de taalstrijd neerbuigend uit over de spraak van de Vlaam. ‘Niet geschikt voor hoger onderwijs.’ Over de Vlamingen zelf zou de kardinaal gezegd hebben, geheel in harmonie met de toenmalige tijdgeest: ‘Er zijn nu eenmaal rassen die moeten leiden en andere die moeten gehoorzamen.’

Hoeveel flaminganten halen, een eeuw later, onthecht de schouders op voor zo’n uitspraak?

SLAVEN EN KINDEREN

De gevoeligheden van Angolezen en Nigerianen zullen me overigens worst wezen. Ik schaam me in de eerste plaats zelf te pletter. Niet zozeer voor onze erfenis, maar voor het boertige loochenen van de ranzige kanten ervan. Zwarte Piet is gekleed zoals een kindslaafje van rijke families in de zeventiende eeuw. Uitgedost als page, op feestjes geshowd als een zeldzame hond. Een gebruik dat uit Spanje en Portugal naar de Nederlanden kwam overgewaaid. Het zullen er vast niet veel zijn geweest. Dat hoop je althans. En je probeert weg te redeneren wat je over andere slaven hebt gelezen. Hun lot in alle tijden. Uitbuiting, verwaarlozing en misbruik, ook seksueel, ook van minderjarigen.

Als je één keer een schilderij hebt gezien waarop zo’n kind staat, kun je niet meer terug. Je ziet Zwarte Piet nooit meer met dezelfde ogen als in je jeugd. Kennis is als kanker: eens hij verworven is, vormt ontkenning geen remedie. En eigenlijk waren die gouden ringen in het oor van Pieterman er al te veel aan. Ze verwijzen direct naar de slavenhandel. Zo verzamelde een slaaf het kapitaal voor zijn vrijlating, ooit, misschien. Wie wil er in hemelsnaam een kinderfeest opvrolijken met zo’n beladen en met bloed besmeurd symbool? Wat is er guitig aan zo’n morbide verkleedpartij?

De Londense burgemeester bood in 2007 zijn excuses aan voor de rol van zijn stad in de slavenhandel. In Amsterdam en Rotterdam, zelfs in Middelburg, staan monumenten die het Nederlandse aandeel en de vele slachtoffers erkennen. Veel is het niet, maar wat hebben Belgen te bieden? De Vlamingen op kop? Tenzij een schepen van Toerisme die strooit met pepernoten en vette knipogen?

En die niet eens zijn feiten op een rij heeft. Dankzij zanger en schrijver Hugo Matthysen kent de Antwerpse intocht van Sinterklaas al jarenlang een licht psychedelische kant, waarbij steeds meer wordt geëxperimenteerd en geschoven met de Klaasfiguur en al zijn figuranten. De Sint, belichaamd door Jan Decleir, heeft zelfs een Spaanse concubine, huishoudster Conchita Garcia, met verve vertolkt door Els Dottermans.

Hoe meer metamorfoses hoe liever, Hugo. Schrijf en fantaseer erop los. Maak er een kakelbonte bende van, een kruising tussen de Teletubbies, de smurfen, K3 en de Rode Duivels, for all I care. Help ons om een niet onaardige traditie te redden door haar verstandig en bijtijds te veranderen. Zoals dat al eeuwenlang gebeurt.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234