brusselmans column webBeeld Humo

columnHerman Brusselmans

‘Al te lang heb ik romans geschreven over het hedendaagse achterwaarts in de poes naaien’

Herman Brusselmans gaat iedere week op zoek naar het verhaal achter een opvallende kop in de krant of op een nieuwssite.

Mijn favoriete Vlaamse schilder is Ben Sledsens. Hij heeft thans z'n derde solotentoonstelling, in de Tim Van Laere Gallery, en die is heel subtiel getiteld ‘Morning Moon’. Z'n twee vorige tentoonstellingen, ‘Ai ai ai Dolores’ en ‘Where Is the Donkey?’, heb ik bezocht, en toen ben ik onmiddellijk fan geworden. In z'n schilderijen evoceert hij, met om de haverklap het gebruik van de kleur groen, de natuur en alle elementen die bijdragen tot de rust en de bezinning van de geest die deze natuur ons kan schenken.

Hij laat z'n taferelen bevolken door archetypes, sprookjesfiguren en fabeldieren. Zo is er z'n schilderij ‘Kiss the Frog’, waarop een reuzenkikker op zoek is naar een prinses, doch in plaats daarvan een andere reuzenkikker vindt, waarmee hij al bij al tevreden is, want eerlijk gezegd, wat schiet je met een prinses op? Het beste werk van Sledsens is een titelloos doek van vier meter bij twee, waarin grassprietjes hun kopje opsteken na een winderige, koele winter en begroet worden door een zwerver met een thematische obsessie voor alles wat met gras te maken heeft. Hij steekt gras onder z'n hoed, geeft gras als verjaardagscadeau aan z'n moeder en kauwt op gras, wat symbool staat voor de natuur als secundaire adem van de hijgende mens. Hierdoor is duidelijk de invloed van Monet te merken op het oeuvre van Sledsens.

Ik ben zelf ook een Monet-liefhebber. Hoe die Franse nicht via omwegen een beeld schetst van de homoseksueel die met een blik van walging in de ogen een boerendochter, die het graan in schoven gaart, in de kont knijpt, terwijl de lentezon als het ware uit het zwerk spat, dat is onovertroffen. Behalve door Sledsens, die het spatten van de zon maskeert door de stralen te laten breken op het water van de stilstaande rivier.

Mijn bewondering is groot, en het is onder meer door typetjes als Sledsens en Monet dat ik er ernstig aan denk om, na directe bestudering van hun werk, de kracht en de waarde van de natuur te verplaatsen van de schilderkunst naar de literatuur. Hoelang is het niet geleden dat in een letterkundig werk de natuur een overrompelende rol speelt? We moeten al bijna teruggaan naar de romans van Stijn Streuvels om op die vraag een afdoend antwoord te formuleren. Helaas is Stijn Streuvels een vergeten auteur, maar niet door mij. Ik herlees vaak enkele van z'n boeken, en al zijn die geschreven in een taaltje dat zo begrijpelijk is als dat van een Armeens religieus traktaat over de schoenzolen van de apostel Paulus, toch is het een overweldigende ervaring om de beschrijvingen van Streuvels te ondergaan. Ik wil derhalve in z'n voetsporen treden. Al te lang heb ik romans geschreven over het hedendaagse Gent, de hedendaagse wereld en het hedendaagse achterwaarts in de poes naaien, waarna de vrouw het bed als de wiedeweerga verlaat om voor de man een lekkere kop koffie met een stuk of vier pannenkoeken met stroop te gaan bereiden, want ik zeg altijd: na de seks een paar lekkere pannenkoeken, daar is nog niemand aan doodgegaan. Doch in de nabije toekomst wil ik het roer omgooien, en boeken schrijven over wat er zich afspeelt in bossen, wouden, uitgestrekte vlaktes, vloedlijnen en wat reilt en zeilt aan de boorden van een meer, bijvoorbeeld het gekrieuwel van insecten, het interne leven van kleine kruipdieren en de eeuwenoude, atavistische ontwikkeling van mossen, schimmels en dorre bladeren.

Aan het eerste boek van een hele reeks die de natuur als het ware tot hoofdpersonage heeft gekregen, ben ik eergisteren begonnen. De titel is ‘Blij weerzien met de hagedis’, en de centrale figuur in deze roman, een boer op z'n retour, heeft z'n hele hebben en houden verkocht, en brengt ongeveer 80 procent van z'n tijd door in een schilderachtige omgeving waar het groen overheerst en waar hij vriendschap sluit met een hagedis die hij ooit eerder ontmoet heeft, in 1972, en die hij nu terugvindt, zodat het, afgaande op de titel, een blij weerzien wordt. De twee sluiten een eeuwige vriendschap en vermeien zich in het sledsensiaanse gras, waar ze allebei op hun rug liggen, naar de hemel staren en zich gelukkig achten dat het geraas en het gebral van de op afstand geduwde, wilde wereld aan hen voorbijgaan. Maar dan slaat het noodlot toe. De boer ligt te slapen met open mond, de hagedis kruipt in die mond omdat het daar lekker warm is, en de boer slikt het diertje door z'n keelgat, z'n maag in, waar de hagedis in dolle paniek de maagwand van de boer stukbijt, zodat de man overlijdt aan een interne bloeding. En zo zie je maar weer hoe genadeloos de natuur kan ingrijpen in het leven van man en beest. Ik bedank Sledsens en Monet dat ze me op een hernieuwd literair spoor hebben gebracht.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234