ColumnDelphine Lecompte

‘‘Beschrijf eens je tepels’, klonk het bij de Zelfmoordlijn’

Dichteres Delphine Lecompte bericht een zomer lang over drankmisbruik, baldadigheden en amoureuze perikelen.

Gisteravond, tijdens de laatste wandeling met Bernard en Zohra, mijn twee bastaardhondjes, moest ik plots terugdenken aan een telefoongesprek met een vrijwilliger van de Zelfmoordlijn. Ik was 22 en ontredderd, niet zodanig ontredderd dat ik al een lus in een touw had gemaakt of een berg benzodiazepinepillen had opgespaard, maar toch behoorlijk van slag. Het gesprek werd vrijwel meteen seksueel: 'Beschrijf eens je tepels.' Ik schrok, maar herstelde vlug en beschreef mijn tepels in geuren en kleuren. Ik dacht: misschien is dat een nieuwe, progressieve manier om mensen van de richel weg te leiden. Het heeft alleszins gewerkt; ik heb die dag geen zelfmoord gepleegd. Toch bleef ik met een akelig gevoel achter. Had ik verkeerde dingen gezegd? Geilheid in mijn lijzige stem gelegd? Onbewust aangestuurd op telefoonseks? Het telefoongesprek versterkte alleszins mijn geloof dat de wereld werd bevolkt door perverse bietebauwen, en dat het gevaarlijk was om je kwetsbaar op te stellen, want zo word je prooi voor je het weet. En eens prooi, eeuwig prooi.

Toen ik mijn moeder zo luchtig mogelijk op de hoogte bracht van mijn gesprek met de sleazy Zelfmoordlijnvrijwilliger, zei ze iets in de trant van: 'Het was ongetwijfeld een lange, deprimerende dag voor hem en die wilde hij afsluiten met een potje welverdiende telefoonseks.' Daarmee was de kous af. Ik had voordien al echt seksueel geweld meegemaakt, dus dat kon er wel bij. Het was een akkefietje in vergelijking met de naargeestiger en potiger taferelen die me waren overkomen op het parkeerterrein van discotheek Beetlejuice en op het dak van een slaperige honingfabriek (zowel discotheek Beetlejuice als de honingfabriek zijn naar de eeuwige jachtvelden gegaan, als je dat kunt zeggen van verkrachtingsplekken).

Ik herinner me ook talloze familiefeesten met dronken nonkels die het de normaalste zaak van de wereld vonden om 13-jarige nichtjes op hun schoot te forceren, vulgaire opmerkingen te maken over hun ontluikende borstjes en te smullen van hun ongemakkelijke gêne. Nog vroeger waren er elke zomer oude mannetjes op de dijk die aan het ijskraam van Monique stonden en elke dag opnieuw vroegen of ze aan mijn ijsje mochten likken. Ik zei: 'Ja.' Omdat Jezus ja gezegd zou hebben. De oude mannetjes vonden het hilarisch en lachten mij uit. En dan was er de groezelige klusjesman Julien met de oranje muts die in een caravan in de duinen woonde, en die mij steeds zijn dwergpoedels en wasberen wilde tonen. Maar er waren dwergpoedels noch wasberen in die caravan. Toch ging ik telkens gewillig mee. Ik wilde namelijk bepoteld worden. Ik was geil als een mantelbaviaan, als een franjehaai, als een Roman Polanski die voor het eerst wordt geconfronteerd met de plagerige, zalige Nastassja Kinski. De klusjesman was geen predator en ik was een allesbehalve onschuldig kind. Ik was 8 en had de onverzadigbare appetijt van een 60-jarige Monegaskische bordeelhoudster. De verf van de carrouselpaarden bladderde af door mijn koortsige schuren. En ik gaf ongevraagde lapdances aan bipolaire garnalenpellers en bulderende meubelmagnaten in de bunkers van Noord-Frankrijk, die bezaaid lagen met kroonkurken en condooms. Met de condooms maakte ik ballondieren: otters, ringstaartmangoesten en mislukte pelikanen.

In voorbije columns heb ik het vaak over mijn heerlijke seksleven gehad. Ik heb dat niet gedaan om te pochen of stoer te doen. Ik heb veel nare, veroordelende opmerkingen gekregen over de seks in mijn columns, vooral van de oude, amechtige kruisboogschutter en van mijn preutse schuldbemiddelaarster, die een polstatoeage heeft: 'teelbalontsteking' in Keltische tekens, maar ze denkt dat er 'sereniteit' te lezen staat. Maar ik heb geen spijt van de seks. Noch van de seks in de tekst, noch van de seks in het echt. Een jaar geleden heb ik me krijsend en uitgehongerd op de voormalige vrachtwagenchauffeur geworpen en me gelaafd aan zijn goddelijke scrotum en zijn hocus-pocusvleesstaf (wonderlijk hoe zo'n verfrommeld knaagdierachtig hoopje in een seconde tijd kan uitgroeien tot een trots, verwoestend rendiergewei). De basis van onze relatie is dus seks, maar ondertussen hebben we ook een gedeelde liefde voor Cent Wafers, Whitesnake, Father Brown, Al Pacino, 'Holy Diver' van Dio, rijstpap van de Carrefour, Wim Opbrouck, Steve Martin, telescoopvissen, stillevens met te veel citroenschijfjes en deerniswekkende messenslijpers.

Het leven is allesbehalve mooi, maar ik ben blij dat ik leef. Want ondanks de boemannen die ik tegenkwam, zit ik hier toch maar lekker op de schoot van de voormalige vrachtwagenchauffeur te genieten van 'Texas Sun' in het hete Brugge, met een onschuldige frisco in mijn vuile handen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234