columntom lanoye

Bestolen in tijden van quarantaine: ‘Over veiligheid met en zonder maskers’

Ja, mijn vent en ik hebben ze gehaald: de echt allerlaatste reguliere vlucht vanuit heel Zuid-Afrika naar om het even welk buitenland. Je bent een dramaqueen of je bent het niet. Ons bomvolle vliegtuig werkte gul mee aan de reeds lichtjes opgeklopte suspense door met forse vertraging te boarden. Om middernacht zou het land onherroepelijk op slot gaan. Vroeger was dat het uur van de wolf en van Assepoester. Thans: het uur van de kleine killer met zijn kleurige kroon.

Het inchecken had ook al twee uur langer geduurd dan normaal. Er slingerde zich een rij door de hele terminal, die er voor de rest uitgestorven bij lag. Een B-film had het niet anders gescript. Elk paspoort werd vier keer nagetrokken. Discussies over de bagage alom. Ook wij betaalden uiteindelijk toch maar bij, in ruil voor een geldige boardingpass.

Na het ellendig trage taxiën stond onze Boeing zelfs op het tarmac weer minutenlang te wachten op niets. Startensklare surplace met luid loeiende motoren... Een mechanische zwanenzang ten afscheid, denk ik nu. Die verrekte motoren knallen zo dadelijk allemaal kapot, dacht ik toen. Ik zat het deels te hopen. 'So what? Dan blijven we maar hier.'

Kort voor de lockdown stegen we dan toch zachtjes trillend het luchtruim in. Dankzij de sierlijke zwenkbeweging van het toestel bood mijn raampje een weids panorama, als om ons extra in te wrijven wat we zouden missen. (Voor hoelang? In welke staat vinden het terug? Als politiestaat, zoals overal ter wereld, tegen dan?)

Eerst Township Khayelitsha, met zijn wirwar van stegen en schotelantennes en zijn half miljoen inwoners. Dan de brede snelweg ernaast, die eerst recht door de rijkere voorsteden trekt en zich vervolgens om Devil's Peak heen kronkelt. Daarachter: de Mandela Drive naar de dichtbebouwde stadskom, omringd door de Tafelberg, Signal Hill en Lion's Head. In het hart: het parlement, de Grand Parade, de Compagnie Tuinen en het reservoir voor de blushelikopters, bij ons huis. Naar de haven toe eerst modernistische kantoorflats, daarna de Waterfront met zijn reuzenrad en zijn voormalige loodsen vol restaurants, winkels en cinemazalen... Alles feestelijk verlicht alsof er niets ophanden was.

Ik keek het aan en voelde irritante opluchting en blijvend ongeloof: wat hier gebeurt, is niet echt. Of nee: het ís echt. We zíjn vertrokken. Welke vrienden zien we nooit meer terug? Het woord vlucht dekt vele ladingen.

HORROR IN THE AIR

De sfeer in het vliegtuig was deels bedrukt, deels jolig uitgelaten. Jonge Nederlanders van één of ander sportproject stonden elkaar nog altijd af te likken zonder hun tengels te gaan wassen. De maaltijden leken afkomstig van de set van een B-film. Geen druppel alcohol, een rauwkostslaatje met fluorescerend roze saus, pasta van rubber met watertomaten, en als ontbijt voor iedereen één broodje met gespikkelde stopverf als beleg. Maar niemand klaagde. Dit was een gecombineerde noodvlucht en het voedsel op een gewone KLM-vlucht is niet veel beter.

Wat je ze wel moet nageven, onze Hollandse vrienden, is de deugdelijkheid van hun cabinebemanning. Kordaat en goed ter tale, eerder op gezelligheid dan op schoonheid gekozen, en niet direct met ontslag bedreigd als hun gezicht een rimpeltje meer vertoont. Maar wat had de toekomst thans nog voor luchtvaartpersoneel in petto? De stewardessen beredderden ons met een air alsof ze nu reeds deeltijdse verpleegsters waren. Een vooruitziende carrièreswitch.

Een rij of twintig vóór ons zat Siegfried Bracke naast, naar ik aanneem, zijn gade. Ik had onze voormalige Eerste Belgische Burger aanvankelijk niet herkend. Een wildvreemde zwaaide naar me. Alleen zijn hand bewoog verwoed heen en weer, de rest van zijn arm hield hij angstvallig tegen zich aangedrukt. Ik was me net door het dichtbevolkte gangpad aan het wurmen, met gedwongen veronachtzaming van elke vorm van social distancing. Eén van de Nederlandse pubers nieste in mijn nek. De zwaaier droeg een mondmasker ter grootte van een halve broodzak. Toen ik hem niet-begrijpend bleef aankijken, trok hij zijn bescherming kortstondig naar beneden en gaf hij een knipoog ter herkenning. De horror als van een B-movie werd er niet minder op.

Vandaag, een week later, lees ik dat onze voormalige Eerste Burger op Twitter heeft uitgehaald naar viroloog Marc Van Ranst, omdat die in zijn aanmaningen over het dragen van mondmaskers niet altijd consequent zou zijn geweest. 'Meer een influencer dan een professional,' zo luidde ongeveer de sneer van de Gentse ex-politicus. Het zou op zijn eigen grafsteen niet misstaan. Ten aanzien van al zijn beroepsactiviteiten.

ARTIS MICROPIA

De eerste billboard die we op Europese bodem tegenkwamen, op weg naar de bagageband, ontlokte een wrange grijns. 'Welcome to Amsterdam, home of 835.000 human beings and a gazillion microbes!' Reclame voor Artis Micropia, 'the only microbe museum in the world'. Zeg nu nog eens dat Nederland geen gidsland is, waar trends al te gelde worden gemaakt nog vóór ze zich manifesteren. Voor de rest deed Schiphol het tweede deel van zijn naam alle eer aan. Ik telde in de hal dertig mensen tijdens drie uur wachten op de enige dagelijkse Thalys-trein. Inmiddels is ook die geschrapt.

In Antwerpen lag ook onze beroemde spoorwegkathedraal er verlaten bij, op onszelf en een tiental uitstappende medereizigers na. Twee van hen werden door de politie na controle aangemaand om stante pede terug te keren. Een blonde, tot de tanden gewapende sinjoorse beauté gaf het duo uitgebreid zijn vet. Niet vilein, maar ook niet mis te verstaan: 'Lees je geen kranten? Je kúnt niet meer zomaar in een trein stappen als je daar goesting in hebt! In welke tijd denk je dat wij nog leven?'

De taxistandplaats was goddank niet leeg. We mochten plaatsnemen in een busje dat normaal tien personen mag vervoeren, op voorwaarde dat we onze bagage zelf inlaadden en zo ver mogelijk van elkaar plaatsnamen. De chauffeur woonde al heel lang in Antwerpen, zei hij, zijn familie woonde nog altijd in Pakistan. Daar waren eveneens al doden geteld en lockdowns ingesteld. Ook al had hij het gewild, hij kon nu niet meer naar Punjab terugvliegen. Het klonk niet alsof het hem speet.

OOST WEST, THUIS BEST?

Het uitstappen en uitladen verloopt chaotisch omdat de tram er net aankomt, schaars bezet en luid rinkelend. Met openstaande portieren rijdt ons busje achteruit om de rails vrij te maken. Tegelijk hoor ik mijn echtgenoot luid roepen en vloeken - niet zijn gewoonte. Geloof het of niet: vlak voor onze Antwerpse woonst gebeurt op klaarlichte dag wat ons nog nooit is overkomen in Kaapstad, gedoodverfd kroondomein der criminaliteit. Eén van de zeldzame passanten heeft in het voorbijlopen doodgemoedereerd de handbagage van mijn vent gestolen. Een rugzak die al klaarstond bij de voordeur. Laptop, smartphone, portefeuille, papieren, sleutels - álles zit erin.

We zien de onverlaat rustig de straat oversteken, een beetje wankel en met een koptelefoon op het hoofd, terwijl hij al rondgraait in een zijzak van zijn buit. We snellen hem achterna. Vooral ik nu luid vloekend. Ook de taxichauffeur tiert de dief verwensingen toe, de tram rinkelt lang en luid als steunbetuiging aan onze missie, de weinige andere wandelaars houden halt en kijken verbaasd naar het tafereel.

Wel, waar zijn ze nu? Dat flitst opeens door mijn kop, terwijl ik mij uit de naad ren. Waar zijn de paracommando's die al een paar jaar in onze Joodse wijk rondparaderen om de illusie van veiligheid gestalte te geven? Zijn ze juist nu elders ingezet? Kunnen we als gemeenschap maar één vijand tegelijk aan, misschien? Of zijn ook alle terroristen in quarantaine gegaan om zichzelf te beschermen alvorens ze zich hier komen opblazen?

TRIAGE EN BEROEPSZIEKTES

De kerel, ik schat hem 30 en flink bezopen, geeft braaf de rugzak terug. Hij draait zich zonder een woord om en vervolgt zijn weg alsof er niets gebeurd is. Ik overweeg hem alsnog een trap te verkopen, maar ik heb nog nooit in mijn leven iemand geschopt, dus misschien bezeer ik vooral mezelf - misschien zijn mijn benen zelfs te kort - René houdt me overigens tegen, en schoppen valt vast ook niet onder social distancing. Dus laat ik het maar zo.

'Alles oké?' vraagt een onbekende man me. Hij is achter me opgedoken en draagt van top tot teen beschermende kledij. Zijn mondkapje staat evenwel op zijn voorhoofd. Nu pas zie ik het. Op de parkeerstrook naast ons huis is een triagetent opgetrokken. Een initiatief van de stad, zo blijkt, om de ziekenhuizen te ontlasten bij het testen van potentiële patiënten. Buiten de medische medewerker is er in de tent des oordeels geen kat te zien. Dat schept hoop.

'Heb je een tuin?' vraagt de man. 'Ga dan naar binnen en doe als ik: geniet van de zon. Het is hier al dagen koud maar schitterend weer. Kom tot rust, maak je niet druk.' Hij zegt het niet, maar straalt het uit: wat betekent één rugzak, in het licht van een pandemie?

Ik volg zijn raad op. Al vele dagen. Ze zien er niet veel anders uit dan mijn andere dagen. Het voorrecht van de schrijver? Afzondering is zijn beroepsziekte. Dat, en slecht beheerde melancholie.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234