Hendrik Cammu, gynaecoloog
 Beeld Geert Van de Velde
Hendrik Cammu, gynaecoloogBeeld Geert Van de Velde

humoOpen Venster

‘Dat onze kennis van over de vrouwelijke geslachtsorganen zeer recent is, zoals professor ­Hendrik ­Cammu zegt, klopt niet’

Lezersbrief

Dat de vrouwelijke geslachtsorganen opnieuw duidelijk beschreven worden, zoals professor ­Hendrik ­Cammu zegt in Humo 4277, is een goede zaak. Maar dat onze kennis daarover zeer recent is, vooral die over de clitoris, klopt niet. In de bekende anatomische atlas van de Duitse anatoom ­Johannes ­Sobotta stonden bijvoorbeeld duidelijke, soms gekleurde platen. Studenten aan de toenmalige Rijksuniversiteit Gent gebruikten die atlas al in de jaren 50. In het ‘Manuel théorique et pratique de dissection’ van ­Albert ­Dalcq en Julien ­Fautrez van de ULB, gepubliceerd in 1947, worden de verschillende componenten van de clitoris beschreven die studenten tijdens de sectie moest terugvinden, zenuwen en bloedvaten inbegrepen. De auteurs voegen eraan toe: ‘de afmetingen van dit erectiele orgaan zijn zeer variabel’. En het Franse standaardwerk ‘Traité d’anatomie humaine’ van ­Léo ­Testut beschreef de clitoris al in 1901 (!) op correcte wijze: ‘De clitoris is een erectiel orgaan (…) homoloog met de penis, maar heel wat kleiner’ – vergezeld van een gedetailleerde gekleurde figuur.

Dat ik die dikke boeken vandaag nog kan raadplegen, dank ik aan een inmiddels 87-jarige collega-huisarts, die ze vol bewondering bewaard heeft.

Ik ben zelf les beginnen te geven in 1973, aan de studenten farmacie van het toenmalige ­Rijksuniversitair Centrum Antwerpen. Ik betrok er toen ook de functie bij van de geslachtsorganen, zoals de Amerikaanse seksuologen ­William ­Masters en ­Virginia ­Johnson hadden geobserveerd bij proefpersonen. De oorspronkelijke uitgave van hun werk, ‘Human sexual response’, dateert van 1966. Ik liet de universiteitsbibliotheek de Nederlandse versie aankopen, met de minder expliciete titel ‘Anatomie van het seksueel gebeuren’ (1968). De auteurs verwijzen o.m. naar ‘Het volkomen huwelijk’ door ­Th. ­H. ­van ­de ­Velde, een werk waarvan de Engelse vertaling al in 1930 in New York verschenen was, en dat in die tijd in Vlaanderen welbekend was in het vrijzinnige milieu.

Ik gebruikte ook het Britse ‘Practical Anatomy’-handboek van ­G.­J. ­Romanes, dat uitgebreid geïllustreerd is. We hadden gekleurde plastic modellen van het mannelijke en vrouwelijke kleine bekken en het perineum. Vanaf 1979 gebruikte ik die voor de studenten geneeskunde aan de Vrije Universiteit Brussel, vanaf 1992 gaf ik die lessen aan de Universiteit Gent. Tijdens de lessen embryologie werden het ontstaan en groei van clitoris en penis vergeleken. In 1991 gaf ik aan de VUB een openbare les getiteld ‘Mechanismen van erectie en ejaculatie’, waarin ik ook het vrouwelijk orgasme besprak. Ik zei onder meer, op basis van Masters en Johnson en de Amerikaanse bioloog en seksuoloog ­Alfred ­Kinsey en diens medewerkers, dat vrouwen een grotere orgastische capaciteit hebben dan mannen.

Professor Cammu verwijst naar een artikel van de Australische urologe ­Helen ­O’­Donnell ­uit 2005. Ik was toen al met pensioen, maar ik heb het opgezocht. Ofschoon O’Donnell beweert dat ze de vroegere literatuur heeft geraadpleegd, citeert ze de bovenstaande boeken en atlassen niet, behalve dat van ­Masters en Johnson. Ze toont een aantal zwart-witfoto’s die weinig toevoegen aan onze vroegere kennis. Ze besteedt meerdere bladzijden aan de beschrijvingen van de clitoris in de klassieke oudheid, de middeleeuwen en de moderne tijd (met o.m. ­Vesalius!), en aan de betwiste oorsprong van het woord ‘clitoris’.

Het artikel van ­O’Donnell demonstreert dat veel kennis kan verloren gaan of zelfs geloochend wordt, een ontstellend fenomeen. Maar zo kunnen sommigen het warm water uitvinden.

Dat de kennis over de (vrouwelijke) geslachtsorganen niet algemeen verspreid is – ondanks het grote belang van seks – is te verklaren door de grote invloed van de traditionele godsdiensten op leerkrachten en op het onderwijs. Denk aan het zesde gebod: ‘Doe nooit wat onkuisheid is.’ Schroom over alles wat met seks te maken heeft, brengt met zich mee dat het onderzoek van de normale geslachtsorganen en de vrouwelijke borst nog altijd geen deel uitmaakt van de praktische oefeningen in oppervlakteanatomie bij levende personen. Gezien de frequentie van borstkanker zou dat anders nuttig zijn.

Frank Roels, emeritus professor menselijke anatomie en embryologie, UGent

Hebt u ook een brief in de pen zitten? Mail naar openvenster@humo.be of vul onderstaand formulier in:

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234