Delphine Lecompte Beeld Humo
Delphine LecompteBeeld Humo

ColumnDelphine Lecompte

‘De geestigste, slimste, moedigste en genadigste mensen die ik ken, zijn alcoholisten’

Delphine Lecompte

Ik wil alcohol en het onvermijdelijke zalige misbruik ervan zeker niet romantiseren, maar de geestigste slimste kleurrijkste moedigste en genadigste mensen die ik ken, zijn alcoholisten. Ze kunnen je bovendien nooit verwijten maken als je een bronzen miereneter of een sierkip of een diamanten droogrek van hen steelt, want ze hebben zelf veel ergere dingen uitgestoken. Twee jaar geleden was ik een morsige dronkaard en mijn leven was een euforische seksuele carnavaleske sjamanistische explosie, elke dag opnieuw. Uiteraard waren er ook gênante immorele incidenten en ik ben bijna al mijn vrienden kwijtgeraakt. Good riddance to benepen hooghartige puriteinse onuitstaanbare pezewevers! Sinds ik niet meer drink, schrijf ik meer gedichten, wie wordt daar gelukkig van? Ik. Maar de kinderlijke extase die ik ervaar, verdampt meteen als ik mijn schrijftafel verlaat en compleet nuchter word geconfronteerd met de buitenwereld, die voor 99 procent bestaat uit lamlendige brillenverkopers, narcistische makelaars en pedante onderwaterlassers.

De enige verdraaglijke aangename mensen die geen alcohol drinken, zijn Tom America en Alice Cooper. Die laatste ken ik helaas niet persoonlijk. Na zijn ontwenningskuur had hij een hobby nodig, het werd golf spelen. Zeer ontluisterend, ja. Ik was eens een caddie, toen ik 20 was, een caddie met ontwenningsverschijnselen. Later die dag was ik een ex-caddie met een stuk in mijn kraag in het bed van een hautaine Irakese touwslager.

Ik wandel door de Blokstraat en Lieve roept me binnen voor koffie. Ze zegt: ‘Nu je al bijna twee jaar niet meer drinkt, heb je opnieuw recht op mijn sprankelende gezelschap.’ Maar Lieve is helemaal geen sprankelend gezelschap, ze is 68 en klaagt over haar lekkende pancreas en over de stijgende prijzen van kookwekkers en kidneybonen. Hoeveel kookwekkers heeft een mens nodig? Zero. Ze toont me haar nieuwste schilderij, een landschap met op de voorgrond zes blinde hoefdieren en op de achtergrond een diabolische geitenhoedster en een gedrochtelijke pimpelmees wekt de indruk dat het in elkaar werd geflanst door een onscrupuleuze Guatemalteekse meubelmagnaat die te gierig was om een huwelijkscadeau te kopen voor zijn enige zoon en schoondochter. Maar dan nog slechter. Ik zeg tegen Lieve: ‘Ik moet dringend weg, ik heb de oude kruisboogschutter beloofd om zijn koolrabi in de watten te leggen.’ Maar ik ga niet naar hem, ik loop naar de beschimmelde huurwoning van de voormalige vrachtwagenchauffeur. Het is drie uur, hij eet glazig moussaka en luistert naar ‘Slide It In’ van Whitesnake. Ik zeg een tikje vulgair: ‘Zet die moussaka opzij en prop je wurgslang in de holte tussen mijn dijen, norse grizzlybeer!’ ‘Ik heb een kater, molletje.’ Ik zeg dromerig: ‘Wurgslang, moussaka, grizzlybeer, kater… ik voel een gedicht opborrelen.’ Ik voel dat het walgelijk, pervers en abominabel zal zijn en dat het uitsluitend zal worden gewaardeerd door Tom America en necrofiele tegelleggers. Maar het wordt in de kiem gesmoord door een onverwachte dappere daad van cunnilingus: de voormalige vrachtwagenchauffeur werpt me in de zetel, trekt mijn broek uit en likt mijn binnenste schaamlippen zoals een mopshond een op de grond gevallen stuk flantaart zou opsmikkelen. Ik kom klaar en daarna ga ik naar huis.

Ik lees ‘Leve de impopulariteit’ van de ‘weergaloze viespeuk’ Johnny van Doorn. Ik heb geen familie, mijn idolen zijn mijn familie. Vooral de dode idolen: Johnny the Selfkicker, Bon Scott, Jim Morrison, Baudelaire, Goya, Potifar en die sullige vader uit ‘Full House’. Mijn moeder en Ozzy Osbourne zijn mijn enige twee levende idolen. Mijn moeder weet alles over kannibalisme, over de sublieme rotzak Céline en over de nieraandoeningen van schreeuwuilen. Ozzy weet bitter weinig, maar hij zat in Black Sabbath en hij heeft ‘Crazy Train’ geschreven. Als je over de duivel spreekt: mijn moeder belt me op. Ze vraagt: ‘Ben je een gedicht aan het schrijven, Fientje?’ ‘Natuurlijk! Wat moet ik anders doen? Een fles gestolen keukensherry, een fles eerlijk aangeschafte rum van de Aldi, Moldavische xtc-pillen en kwistig voorgeschreven Xanax-druppels in mijn bloedstroom dumpen?!’ Mijn moeder negeert mijn nostalgie naar Moldavische xtc-pillen en de rest. Ze vraagt: ‘Wat doe je met Pasen?’ Ik antwoord eerlijk: ‘Verbijsterd en ongelovig staren naar de smakeloze turkooizen paashazen in de etalages van gesloten pyjamawinkels en zapoteken. Nee, apotheken.’ Toen ik nog dronk, namen de hazen en schreeuwuilen en miereneters en grizzlyberen alle kleuren van de regenboog aan, het hele jaar door.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234