ColumnTom Lanoye

‘De geluiddempende kwaliteit van zo’n katoenen muilkorf is mooi meegenomen’

‘Waarom blijft ons mondkapjesbeleid afwijken van de rest van Europa?' De Nederlandse pers vroeg het zich vorige week zelf ook af, naar aanleiding van de avondklok in mijn Besmette Stad Antwerpen en de opnieuw alarmerende coronastatistieken in de rest van het continent. 

Ook boven de Moerdijk wijzen de cijfers op een vervaarlijk aanzwellende tweede golf. Het patroon vertoont wat achterstand, verder laat het zich perfect copy-pasten. De haarden bevinden zich nu vooral in de grote binnensteden, de meeste verspreiders en slachtoffers zijn geen bejaarden maar twintigers tot veertigers, en de overdracht vindt vooral plaats in 'de recreatieve sfeer' - bars, huwelijksfeesten, sportscholen, raveparty's... Het vormt vast een existentiële schok voor onze Hollandse vrienden, maar ze wijken geen bitterbal af van wat andere bevolkingen overkomt in andere landen.

Niettemin blijft hun premier, de liberaal Mark Rutte, koppig de schietgebeden en stoplappen herhalen uit zijn eerste Covid-19-speech, eind maart. Of nee, correctie. De belofte van een geruststellende 'groepsimmuniteit', die na verloop van tijd het Oranjelegioen ook zonder vaccin afdoend zou beschermen, is spoorloos verdwenen. Iedere goede verstaander heeft inmiddels begrepen dat zulk concept gebaseerd was op lulkoek en wishful thinking. Dit virus - waarvan we nog steeds amper genoeg afweten om nu al conclusies te kunnen trekken over zijn bestrijding, laat staan zijn einddatum - levert bedroevend weinig immuniteit op voor 'de kudde'. Vele onderzoekers hebben juist tot hun afgrijzen moeten constateren dat de individuele resistentie van een patiënt na diens herstel weer snel lijkt weg te ebben.

Zou het mogelijk zijn? Dat je deze vermaledijde aandoening meerdere keren op kunt lopen? Ik heb het nog geen enkele wetenschapper horen uitsluiten. Een goede vriend van me die nog steeds niet volledig is hersteld, na wekenlange beademing op intensive care en even lange revalidatie thuis, heeft me verzekerd dat hij liever uit het leven stapt dan deze hel een tweede keer in het stinkende hol te moeten kijken.

Wat premier Rutte wel nog steeds routineus ophoest, als was hij zijn eigen draaiorgeltje, is het hoempapa-refrein van zoveel andere Nederlandse speeches, briefings en bonte avonden: 'Wij zijn nu eenmaal een nuchter volkje.' Als je dat genoeg herhaalt - en bij God: wie komt het inmiddels níét de oren uit? - gaat het precies andersom klinken. Het is aanmatigende, op niets gestoelde, vals bescheiden, hysterische en collectief zelfverheerlijkende bullshit. Ook het wij-gevoel kan blijkbaar de vorm aannemen van een epidemie die menige hersenfunctie uitschakelt. Temeer als er, zelfs oog in oog met een pandemie van Bijbelse proportie, geheid een tweede stoplap aan wordt toegevoegd, teneinde een meer algemene mondkapjesverplichting te ontwijken: 'Elke maatregel moet toch een beetje aansluiten bij wie hem uitvoert.'

Echt waar? Een medicijn wordt níét bepaald door de aard van de kwaal, maar door de grillen van de zieke die het moet slikken? Je moet al flink bezopen zijn om zoiets 'nuchter' te noemen.

VERZETSHELDEN

Zonder leiderschap ontsporen levensbelangrijke discussies tot loos gekissebis over symbolen. Zoals overal op de planeet en in de verste uithoeken van Vlaanderen, gaat het dus ook in Nederland al maandenlang alleen nog over dat verdomde mondkapje. 'Soms lijkt het of ons kabinet het gewoon niet vindt passen bij ons land en zijn tradities,' las ik in een Amsterdamse krant.

Mij lijkt het of het kabinet-Rutte zich vooral in die egelstelling heeft laten knuppelen door zijn extreemrechtse opponenten in Den Haag en hun digitale knokploegen overal te lande. 'Een mondkapje dragen om ánderen te beschermen tegen jouw mogelijk besmette zelf? Dat is geen respect of beleefdheid. Het is zelfonderwerping.' Dat las ik letterlijk bij één van die trollen. Ook andere tweets suggereerden dat een mondmasker in feite een vermomde, naar beneden gezakte hoofddoek is, en dus weer een sluw onderdeel van de islamisering van het zichzelf eindeloos uitverkopende Europa. 'Niet onze volksgezondheid staat op het spel, maar onze vrijheid!'

Welke vrijheid? De vrijheid om anderen te mogen besmetten en zelf besmet te worden? Cool. Maar heb dan ook de kloten aan je lijf om, op het foute baanvak en met tweehonderd kilometer per uur, door ieder rood stoplicht in de Randstad te rijden. Zonder je betuttelende en dus vernederende gordel om te doen. En in de waan dat je eindelijk een verzetsheld bent à la Emiliano Zapata of Willem Tell.

ASTERIX

Laat ik echter ook zelf niet al te betuttelend worden. Onze noorderburen kennen ook in eigen rangen veel tegenstemmen. Heel veel, zelfs. Indien de doorsnee-Nederlander al bestaat, dan is hij het bij voorbaat en uit principe oneens met ieder van zijn 18 miljoen landgenoten. Over alles en over iedereen. Allicht valt dat wél terug te voeren op historische littekens. Nederland kent sinds eeuwen zoveel kerken en splinterkerken, ook seculiere, dat elke Jan en Kees en Saartje en Diewertje geëindigd is als kathedraal en catechismus van zichzelf. Ik vind dat zonder ironie charmant en bewonderenswaardig, maar 'nuchter' zou ik het andermaal niet noemen. Luidruchtig en vermoeiend des te meer.

Maar soit, nu ben ik zelf weer loos aan het prikken waar ik oprecht had willen prijzen. Collega Ilja Leonard Pfeijffer is zo'n genadeloze criticaster van het Nederlandse beleid. Hij beschreef maandenlang en indringend hoe de pandemie huishield in zijn geliefde en diep getroffen standplaats Genua. Hij trekt zich als columnist van HP/De Tijd bijna wekelijks de lange haren uit het hoofd aangaande landgenoten die 'de anarchistische Hollander uithangen door mondkapjes te weigeren, om stoer te laten zien dat ze niet bang zijn om besmet te raken door dat stomme virus'. Maar onder die cabareteske ergernis schuilt een nog fundamentelere. Ondanks zijn Genuese getuigenissen acht het leeuwendeel der Nederlanders het domweg nog steeds ondenkbaar dat de Randstad ooit zou kúnnen veranderen in een Bergamo aan de Noordzee. Nee — zoiets overkomt alleen buitenlanders.

Misschien is dat ook de voedingsbodem van de irritatie die ik hier ventileer jegens een land dat ik in wezen grondig bemin en bewonder - ik ben niet voor niets met een Nederlander getrouwd. Indien maatregelen 'moeten passen bij wie ze uitvoert' - impliceert dat dan niet dat wij Antwerpenaren ons kiplekker zouden moeten voelen, zelfs gefêteerd, bij onze eerste avondklok sinds de Tweede Wereldoorlog? Bij het failliet gaan van steeds meer cafés en het verplicht gesloten blijven van al onze theater- en concertzalen?

Soms vrees ik dat Nederlanders werkelijk zo naar de buitenwereld kijken, achter hun afsluitdijken en brede rivieren vandaan. Als een Germaanstalige versie van een Asterix-dorpje tijdens de Romeinse bezetting. Immuun voor een virus met een Latijnse naam, dankzij de toverdrank genaamd 'gezond boerenverstand'. Veel verstand is daar echter niet bij en gezond bleef je er niet onder, getuige de cijfers. De échte cijfers, welteverstaan.

REKENKUNDE

De term 'Hollandse rekenkunde' bezit in België nog steeds een kwalijke reputatie. In 1815, na de nederlaag van Napoleon in Waterloo, werden Nederland en België samengeveegd door de bezem van koning Willem I. Hij legde zijn grondwet ook 'in het Zuiden' ter stemming voor. Van de 800 tegenstemmen trok hij er 126 af op religieuze gronden. Vervolgens telde hij 280 thuisblijvers mee als voorstemmers. Voilà! Grondwet goedgekeurd! Je kunt alleen maar hopen dat die procedure Donald Trump niet ter ore komt, of hij kopieert ze als breekijzer voor een tweede ambtstermijn.

Op dezelfde dag dat Antwerpen en zijn avondklok op alle Nederlandse voorpagina's terechtkwamen, stond verderop in dezelfde kranten een veel kleiner bericht van het thuisfront. Het gerenommeerde Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) had via een studie van de oversterfte berekend dat de vaderlandse sterftecijfers anderhalf tot twee keer te laag liggen. Alleen positief geteste patiënten golden tot dan toe als coronadode. Iets meer dan zesduizend. In de werkelijke werkelijkheid zijn er al meer dan tienduizend Nederlanders aan het virus gestorven. Als je dat extrapoleert op de morbide tracking list van The New York Times, staat Nederland procentueel niet meer ergens middenin, maar pal tussen Spanje en Italië, twee van de meest getroffen landen op het Europese vasteland - op België na, natuurlijk. De trieste koploper, nog altijd.

Was ik Nederlander, ik maakte niet weinig stampij om die cijferzwendel. Met pijn in het hart maar broodnuchter van geest zou ik aandringen op een beleid dat wél lering durft te trekken uit de buurlanden. Maar goddank hebben Nederlanders mij noch u nodig. Binnen hooguit een week of twee loopt iedereen in de Kalverstraat vanzelf met een verplicht kapje op zijn kanis. Net zoals het ook bij ons is gebeurd. Eerst zeggen zelfs virologen dat zo'n lapje maar een lapje voor het bloeden is. Een paar maand later lopen ze er zelf mee rond, omdat de statistische consequenties onloochenbaar zijn. Verhinder een handvol besmettingen en exponentieel red je zo misschien duizenden levens.

Het mondkapje is ook in Nederland een achterhoedegevecht dat verrassend snel zal omslaan in een uitbarsting van creativiteit. Ik voorzie kapjes met Mondriaanmotieven en windmolentjes in Delfts blauw. Plakken Gouda, een houten klomp, een beschuit met muisjes... De halve tronies van Rembrandt, Van Gogh, koningin Máxima, Virgil van Dijk... Alles is beter dan niets.

En - laatste plaagstoot - de geluiddempende kwaliteit van zo'n katoenen muilkorf is ook mooi meegenomen. Op ieder terras en elke camping in heel Europa.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234