Open Venster

‘De psychiatrische patiënt wordt opnieuw de dupe van een maatschappelijke crisis’

Deze brief vertrekt vanuit een groot ongeloof, een ongeloof in de oorverdovende stilte van de psychiatrische ziekenhuizen in de coronacrisis. Voor mensen die opgenomen waren in zo’n psychiatrisch ziekenhuis op het moment dat de crisis begon, waren de gevolgen nochtans heel ingrijpend. Ze mochten geen bezoek ontvangen, het domein van het ziekenhuis werd gesloten, open afdelingen werden gesloten afdelingen (de deuren van de gebouwen gingen op slot), hun temperatuur werd dagelijks 2 keer genomen en als ze koorts hadden of symptomen van verkoudheid vertoonden, moesten ze verplicht een week op hun kamer verblijven. Er waren geen testen, dus was dit de enige mogelijkheid. Hulpverleners blijven aan het werk, maar gaan over en weer naar huis. Ze waren dan ook in deze nieuwe, gesloten behandeleenheid het grootste besmettingsgevaar voor de patiënt. In de piek van de crisis, tijdens de opmars van het virus, was iedereen bereid dit offer te brengen. Velen zaten een week quarantaine op hun kamer uit en hadden begrip voor de situatie aangezien het virus onzichtbaar en dus onvatbaar was.

Na tien weken vrijheidsbeperking is de situatie voor opgenomen mensen eindelijk versoepeld. Terwijl iedereen bij zijn gezin bleef al die weken, sinds kort opnieuw naar de klerenwinkel mag en beperkt sociaal contact mag hebben, mag sporten in de buitenlucht met twintig mensen, en kinderen die geluk hebben terug naar school mogen, is er voor psychiatrische patiënten nu pas enig perspectief. Sinds vorige week mogen ze bezoek ontvangen, maar als iedereen tegelijk komt is de situatie onoverzichtelijk en onveilig. Daarom proberen ziekenhuizen dit te beperken en in goede banen te leiden, een onmogelijke opdracht. Bovendien is dit bezoek verplicht volgens de social distancing, ook als de eigen kinderen na tien weken eindelijk hun opgenomen (meestal fysiek kerngezonde) ouder mogen zien. Dit zorgt natuurlijk voor hartverscheurende taferelen die eerder aan een gevangenis dan aan een ziekenhuis doen denken. Werken in een psychiatrisch ziekenhuis doe je met een hart voor kwetsbare mensen, met een zorg voor mensen die door het leven niet gespaard werden. Het doet vreselijk pijn dat deze mensen uitzichtloos van hun vrijheid werden beroofd in opdracht van de overheid. Deze mensen kennen de pijn al goed genoeg van maatschappelijk en sociaal op de laatste plaats te komen en dit herhaalt zich nu opnieuw. Bovendien is het (zeker onnodig) uitoefenen van macht altijd heel schadelijk voor de behandeling dus de facto zijn wij ook al weken technisch werkloos. Pas nu, na tien weken, mogen ziekenhuizen beslissen om patiënten terug op weekend te laten gaan naar hun familie.

Ook de patiënten kunnen we gerust een groep “technisch werklozen” noemen. In processen van lange adem vraagt het meer dan eens bloed, zweet en tranen om accenten te verleggen naar een meer constructief zelf- en maatschappijbeeld. Jammer genoeg komen deze stapjes sterk onder druk te staan door een verschuivende machtsrelatie met de behandelaar, alsook door opnieuw geconfronteerd te worden met de alom gekende maar daarom niet minder pijnlijke realiteit van niet of niet-volledig mee te kunnen/mogen in de “normale” snelheid van onze samenleving.

Het ware gelaat van de maatschappij schuilt achter hoe ze omgaat met haar meest kwetsbare mensen: we leven in een maatschappij waarin psychisch lijden, ondanks rodeneuzendagen en BV’s die ons willen responsabiliseren, nog steeds een ernstig taboe is. Hoewel iedereen iemand kent met (ernstige) psychische problemen, houden we toch meer van een “ver van mijn bed-show” als het gaat om psychisch lijden. De investeringen van Vlaanderen en België in de geestelijke gezondheidszorg zijn al jaren ondermaats (vergelijk maar met onze buurlanden): de terugbetaling van ambulante zorg (bijv. psychotherapie) is ondermaats en zo goed als onbestaande, wachtlijsten zijn gewoon belachelijk lang . Dit begint zich nu op een zeer pijnlijke manier te tonen waar de problemen het grootst zijn, in het psychiatrisch ziekenhuis. Deze groep is letterlijk vergeten, uitgesloten en vereenzaamd. Nooit werd naar het lot van psychiatrische patiënten verwezen bij een veiligheidsraad terwijl ze in een allerminst benijdenswaardige positie zaten. De perceptie leeft blijkbaar dat ze per definitie ontoerekeningsvatbaar zijn. Ze zullen zich wel niet aan de regels kunnen houden dus kunnen we hen beter “veilig” opsluiten. Dit is de meest waarschijnlijke verklaring voor het gegeven dat niemand er wakker van lijkt te liggen dat ze al weken andere regels moeten volgen dan al de “normale” mensen. Bij deze willen we u toch even wakker schudden: patiënten zijn niet altijd zo anders dan u en ik. Ze moeten al weken de regels volgen en passen deze aanzienlijk beter toe dan de doorsnee-burger. Ze zijn vaak goede vaders of moeders of (klein)kinderen die hun familie willen zien. U zou zelf maar eens de pech moeten hebben toevallig pal in de coronacrisis op het dieptepunt van uw leven te moeten belanden…

Psychiatrische patiënten hebben een veel grotere inspanning moeten doen dan anderen tijdens deze crisis. We hopen dat ze hiervoor in de eerste plaats erkend en op de tweede plaats beloond zullen worden. We beseffen dankzij de coronacrisis allemaal het belang van een goede gezondheidszorg. In de algemene ziekenhuizen zit men nu op zijn tandvlees. We kunnen alleen maar vaststellen dat onderbetaalde hulpverleners daar het beste van zichzelf hebben gegeven in moeilijke tijden (onvoldoende beschermingsmateriaal en personeel, amper testcapaciteit, zwaar en onveilig werk waarin veel flexibiliteit wordt gevraagd zonder enige risicopremie). We hebben veel respect voor verpleegkundigen maar ook poetspersoneel en logistieke medewerkers, psychologen, artsen, therapeuten, en paramedici die (mogelijks) besmette mensen van dichtbij hebben moeten bijstaan. De psychische en fysieke last die ze hebben moeten verzorgen is enorm. Het is begrijpelijk dat ministers niet direct op een warm onthaal kunnen rekenen in deze tijden. Toch willen we benadrukken dat ook voor de psychiatrische ziekenhuizen de toestand schrijnend is en was, dat er door o.a. een nog groter gebrek aan testen en beschermingsmateriaal zieken zijn gevallen, bij zowel patiënten als hulpverleners. Ook zijn velen onnodig geïsoleerd geweest, op hun kamer en van hun familie. Nu het virus stilaan op de terugweg lijkt te zijn, maar ook al tijdens de crisis merkten we in zoveel gesprekken op hoe psychisch kwetsbare mensen in hun achillespees werden geraakt, het gebrek aan sociale steun. Als de maatschappij haar wonden zal likken na de crisis hopen we dat men blijft beseffen dat de afbouw van sociale weefsels en de besparingen in de gezondheidszorg, die we met lede ogen hebben moeten aanschouwen de laatste politieke jaren, moet stoppen. Als hulpverleners en patiënten hierdoor eindelijk meer erkenning krijgen voor het zware werk dat ze dagelijks verrichten zou dit een mooie conclusie zijn van deze maatschappelijke schokgolf.

Wouter Smits, klinisch psycholoog/psychotherapeut; Bram Ooms, hulpverlener.

Hebt u ook een brief in de pen zitten? Mail naar openvenster@humo.be of vul onderstaand formulier in:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234