illustratie Ratatouille v2 Beeld humo
illustratie Ratatouille v2Beeld humo

ColumnDelphine Lecompte

Delphine Lecompte: ‘35 glazen later heb ik drie verwaande blaaschirurgen in een bloembak gegooid’

Dichteres Delphine Lecompte bericht enthousiast over drankmisbruik, baldadigheden en amoureuze perikelen.

Vandaag draag ik gedichten voor op het bedrijfsfeest van een duivelse pafferige zelfgenoegzame limonadetycoon die dertig jaar geleden mijn stiefbroer en liefdesobject was. Hij was toen nog geen duivelse pafferige zelfgenoegzame limonadetycoon, maar een duivels charmante graatmagere onweerstaanbaar arrogante zelfverklaarde dichter die te goed tennis speelde en op de hoogte was van obligaties, en te veel leek op een kruising tussen Matt Dillon in ‘Rumble Fish’ en de jonge Armeense sukkelaar die op de set van ‘My Left Foot’ verantwoordelijk was voor de rolstoel van Daniel Day-Lewis om voor een geloofwaardige dichter te kunnen doorgaan. De voordracht valt goed in de smaak en achteraf willen de vrienden van de limonadetycoon gesigneerde bundels van me kopen en weten waarom ik de voormalige vrachtwagenchauffeur heb thuisgelaten. Ze kennen hem van deze column en van ‘De slimste mens’. De oude kruisboogschutter, die als een kruising tussen een chagrijnige lamaverzorger en een consciëntieuze lijfwacht van de sultan van Jogjakarta naast me staat, zegt snauwerig en absoluut niet waarheidsgetrouw: ‘Delphine heeft de voormalige vrachtwagenchauffeur aan de deur gezet en ze is naar mij teruggekeerd.’

De vrienden van de limonadetycoon druipen teleurgesteld af en plots heb ik een glas schuimwijn in mijn handen. Ik beloof de oude kruisboogschutter dat ik het bij twee glazen zal houden en dat ik niet opvliegend en exhibitionistisch zal worden. Vijfendertig glazen later heb ik al drie verwaande blaaschirurgen die me vijandig aanspraken over mijn opiniestukken over pedofilie in een bloembak gegooid en mijn borsten getoond aan meer dan zevenentwintig eigenaars van peperkoekfabrieken en aan zes advocaten die hormonenmaffiosi en verdachte carnavalsverenigingen vertegenwoordigen. De oude kruisboogschutter sleurt me mee naar zijn auto, ik wilde nochtans onwelvoeglijk schurkend dansen met een zwoele ravissante ex-judoka die nu motiverende speeches geeft aan hondenkappers en boomchirurgen die het noorden kwijt zijn.

De terugrit naar Brugge is erg onaangenaam. Ik noem de oude kruisboogschutter een politieagent, toch een redelijk mild scheldwoord, maar hij wordt razend en noemt me een onuitstaanbaar serpent dat denkt dat de wereld alleen om haar draait en hij dreigt ermee tegen een paal te rijden. Ik zwijg wijselijk en we bereiken Brugge zonder kleerscheuren. Ik ren naar de beschimmelde huurwoning van de voormalige vrachtwagenchauffeur, hij ligt al in bed. Ik drink zijn laatste blikje bier op en luister honderd keer na elkaar naar het Bijbelse liedje ‘Don’t Tread on Me’ van Metallica. Daarna bel ik de bedeesde zeepzieder op, maar hij heeft geen tijd voor mij, hij leest een documentaire in over een vrouwelijke octopus in een Duitse zoo, die zomaar bokalen opendraait.

De voormalige vrachtwagenchauffeur is wakker geworden. ‘Wat steek je allemaal uit?’ vraagt hij geamuseerd. Ik zeg: ‘Paul Snoek!’ ‘Wat bedoel je?’ vraagt de voormalige vrachtwagenchauffeur ietwat beduusd. ‘Paul Snoek was een bedrijfsleider én een dichter. Paalfunderingen en Maria Magdalena. Zie je wel dat het kan!’ ‘Ja, het kan. Kom nu maar naar bed.’ De voormalige vrachtwagenchauffeur trekt zorgzaam en geduldig mijn kleren uit, hij frunnikt niet aan mijn borsten en hij introduceert geen plastic koetsier of half ontdooide langoustine in mijn vagina. Dat is groots en nobel van hem.

De volgende ochtend word ik wakker met een afschuwelijke kater. Ik bel mijn beste vriend Tom America op en we spreken over Chuck Close, die onlangs naar de eeuwige jachtvelden is gegaan, en over hoe geniaal en onvergelijkbaar mijn gedichten en mijn opiniestukken zijn. Na het telefoongesprek met Tom maak ik een korte wandeling door Brugge. Ik kom mijn huisbaas tegen in de Pottenmakersstraat, hij is niet kwaad dat ik hem enkele weken geleden in deze column heb geportretteerd als een vadsige pernicieuze harteloze huisjesmelker. Hij zegt dat ik eeuwig mag blijven vegeteren in mijn huisje met de belachelijk lage huurprijs en de opbollende balatumvloer en de schimmelplekken die zich gedeisd houden en enkel de keukenmuren teisteren, op voorwaarde dat ik eens een klassiek sonnet over hem schrijf. Ik beloof dat ik het zal doen, maar eerst schrijf ik een sonnet over de limonadetycoon. De duivelse pafferigheid staat hem goed, maar de zelfgenoegzaamheid moet hij zo vlug mogelijk overboord gooien. Hopelijk wil hij me op een dag leren tennissen en dan zal ik hem vertellen hoe prettig het is om een stramme lethargische armlastige behoeftige ontredderde gedrochtelijke schilferige beschimpte uitgespuwde dichter te zijn.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234