illustratie Ratatouille v2 Beeld humo
illustratie Ratatouille v2Beeld humo

ColumnDelphine Lecompte

Delphine Lecompte: ‘Bloed en stront en snot en zaad en etter en oorsmeer vind ik uitstekend, maar tranen heb ik nooit kunnen verdragen’

Delphine Lecompte

Dichteres Delphine Lecompte bericht enthousiast over drankmisbruik, baldadigheden en amoureuze perikelen.

Ik kijk melancholisch naar mijn buitelende sokken en dwangbuizen in Wasserette Mata Hari. Wanneer zal ik mijn schaapjes op het droge hebben en zelf een wasmachine bezitten? Hopelijk nooit. Pijn en ontberingen en paranoia en afgunst zijn broodnodig voor een kunstenaar. Kunstenaars met ingewikkelde Roemeense lusters en pretentieuze lithografieën van Kazimir Malevitsj en whiskyflessen die niet van de Aldi afkomstig zijn, vertrouw ik voor geen haar. Vroeger waste de oude kruisboogschutter teder mijn kleren, maar sinds hij beseft dat ik voor mijn wekelijkse dosis cunnilingus altijd mijn toevlucht zal blijven nemen tot de voormalige vrachtwagenchauffeur, wil hij niets meer met me te maken hebben.

Een blasfemische horlogemaker betreedt de wasserette, hij zegt: ‘Ik ben jarig vandaag. Pijp mij!’ Ik zeg streng: ‘Dat kun je romantischer verwoorden.’ Hij verwoordt het romantischer: ‘Het is zo lang geleden dat ik nog eens fellatio mocht ontvangen van een wereldvreemde bipolaire dichteres in een wasserette in de Ezelstraat, ik ben bovendien jarig en men moet erbarmen hebben met een jarige blasfemische horlogemaker. En toegeeflijk zijn.’ Toegeeflijk pijp ik hem.

Vijftig seconden later zijn mijn buitelende sokken en dwangbuizen schoon en droog. De blasfemische horlogemaker vraagt: ‘Waarom heet deze wasserette Mata Hari?’ Ik lieg: ‘Zij kwam hier elke dinsdag haar exotische bustehouders wassen en op een dag heeft ze het leven gered van de uitbater, die dreigde te stikken in het deksel van een snijbonenbokaal. En dat is historisch correct, ook al bestonden er nog geen wasmachines toen Mata Hari haar wellustige sensuele spionagelisten losliet op… Ik ben vergeten op wie.’ Maar ik praat tegen het luchtledige, want de blasfemische horlogemaker is verdwenen en ik weet niet zeker of hij er wel ooit is geweest.

Ik haal een notitieboekje uit mijn kinderachtige rugzak en schrijf smerige zinderende onheilspellende woorden neer: haven, soelaas, luier, cognac, chantage, touwslager, fopsigaar, wurgseks, hoefbevangenheid, groepsverkrachting, hertenragoutfabriek, koevoet, amateuristische pornofilm, brandweerslang, circusbeer, trapeze, wraak, trombone, weerhaak, penseelaap, pompelmoes. Het leest als de samenvatting van de eerste twee decennia van het leven van de gemiddelde Wit-Russische hondenkapster. Maar het leest evengoed als de samenvatting van de eerste twee decennia van mijn verdoemde miserabele gewelddadige deerniswekkende eczemateuze leven.

Ik verlaat de wasserette en wandel schuldbewust naar de beschimmelde huurwoning van de voormalige vrachtwagenchauffeur. Ik voel me altijd schuldig. Het is begonnen toen ik een zygote was, maar tijdens de catechismuslessen in De Panne heeft het groteske buitensporige proporties aangenomen, wat de bedoeling was van die catechismuslessen, die me een levenslange aversie hebben ingelepeld tegen hypocriete zalvende betuttelende bepotelende onderpastoors in het algemeen en tegen de apostel Petrus in het bijzonder. Iedereen zit maar te schreeuwen over de zogeheten schurk Judas Iskariot, maar het verraad van Petrus was veel stuitender. Petrus had geen wroeging en Judas wel, want Judas hing zich op, maar Petrus bleef leven en pochen tegen bloedmooie Aramese buikdanseressen: ‘Jazeker, ik heb Jezus gekend. Hij vertrouwde me alles toe, ook Zijn taboedoorbrekende voorliefde voor minderjarige slangenbezweerders en sukkelachtige abrikozenpoedels. En ik was degene die Zijn petomanie en Zijn onweerstaanbare drang wist in te dijken om olijven en pickleschips van Zijn moeder te stelen.’

Nu betreed ik de beschimmelde huurwoning van de voormalige vrachtwagenchauffeur. Hij kijkt met biggelende tranen naar ‘Kramer vs. Kramer’. Ik streel zijn slappe geslacht en zeg barmhartig: ‘Jij bent de enige huilende man die ik nooit verbaal zou vernederen, laat staan fysiek. Al moet je geen gewoonte maken van dat feminiene grienen waar ik niet goed tegen kan in een man.’ Ik weet het, het klinkt seksistisch, maar de waarheid is dat ik alle huilende zoogdieren haat: ook huilende transseksuele coniferenscheerders en Senegalese bobijnsters die hun tranen de vrije loop laten. Bloed en stront en snot en zaad en etter en oorsmeer vind ik uitstekend, maar tranen heb ik nooit kunnen verdragen.

Hoe vreemd. Het geslacht van de voormalige vrachtwagenchauffeur wordt harder. ‘Het is je geraden!’ zeg ik tegen de schemerzone tussen penis en erectie. Ik prop de schemerzone in mijn mond en zuig geestdriftig en vlijtig. Ik haat het woord ‘vlijtig’. Mijn eerste aartsrivale was vlijtig: Isabelle, de perfecte smetteloze dochter van twee sinistere apothekers die te vaak zetpillen in haar vijfjarige aarsje forceerden. Dan huilde Isabelle als een gemarteld Boliviaans biggetje en ik kreeg berouw omdat ik haar stickers van regenbogen en debiele pony’s had beklad met tekeningen van gynaecologische anomalieën en lukrake teelballen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234