illustratie Ratatouille v2 Beeld humo
illustratie Ratatouille v2Beeld humo

ColumnDelphine Lecompte

Delphine Lecompte: ‘Dat ik mensen heb gebeten in hun gezicht, dat heb ik mezelf al lang vergeven’

Delphine Lecompte

Ik ben weer eens zwaarmoedig. Ik bel mijn moeder op en zeg: ‘Mama, ik ben weer eens zwaarmoedig.’ Ze zegt: ‘Dan moet je Saul Bellow lezen en copuleren met een dozijn Montenegrijnse messenslijpers, Fientje. Daar word ik altijd enorm vrolijk van.’ Ik heb de kracht niet om de graaiende vingers en opbollende scrotums van een dozijn Montenegrijnse messenslijpers te trotseren, maar ik ga gedwee naar de bibliotheek en leen een exemplaar van ‘The Adventures of Augie March’. Saul Bellow heeft een sympathieke robuuste kop. Je ziet meteen dat hij als kind onscrupuleuze fazantenstropers en winderige wasbeerfolteraars mores leerde, dat hij bloedmooie ambigue papieren krokussen in elkaar flanste voor zijn weke handenwringende moeder en dat hij er niet om maalde als zijn beste vriend hem verpulverde tijdens het zoveelste morsige homo-erotische dambordspel. We moeten allemaal een beetje meer Saul Bellow zijn. En een beetje minder Philip Roth, die ondanks zijn gevierde status tot net voor zijn doodsreutel bleef konkelfoezen, flemen, tieren, sissen en netwerken om nóg meer literaire prijzen binnen te rijgen. Nu zit ik in de woonkamer van de oude kruisboogschutter. Hij blinkt zijn carnavalsmedailles op met brilpoetsdoekjes uit het Roergebied. Vroeger was hij een uitbundige onstuimige geile exuberante feestvierder, maar toen leerde hij mij kennen en werd hij een zorgelijke nukkige betuttelende zwartgallige golem. Hij voert me naar de dienst cardiologie. Ik ben de enige hypochonder in de wachtzaal. Links zit een meute narcistische topsporters met lekkende mitraliskleppen en rechts een roedel klappertandende senioren met polymorfe ventriculaire tachycardieanomalieën. Mijn cardioloog overhandigt me een stok met elektroden. Ik gniffel bij zijn uitleg, ik moet de stok vastnemen wanneer mijn hart wild tekeergaat: ik moet met andere woorden de roede van de voormalige vrachtwagenchauffeur uit mijn happende mond laten floepen en de cardiologische toverstaf vastgrijpen wanneer mijn hartritme de pan uit swingt. Het wordt een lamlendige tijd voor mijn zinnelijkheid, gelukkig was die al even aan het zieltogen. Nu zijn er vijf stokken in mijn leven: de staf met elektroden van de cardioloog, de tak die ik in het Baron Ruzettepark in het wilde weg werp om mijn bastaardhondje Bernard te vermaken, de opgezette reiger waarmee ik fans die me vragen of ik ooit nog een knullig podium zal bestijgen om ‘Geen succes blues’ voor te dragen ko mep, de stok waarmee ik mijn moeder lelijke verwijten maak waar ik te oud voor ben, en het klamme verschrikte verschrompelde afgeleefde twijgje van de voormalige vrachtwagenchauffeur. Terug thuis luister ik naar de volgens sommigen te melige plaat ‘From the Inside’ van Alice Cooper. Ze gaat over de ontwenningskuur die Vincent Furnier op verschrikkelijk jonge leeftijd volgde. Gelukkig bleef hij na de kuur potsierlijke schmink dragen, logge gesedeerde wurgslangen torsen en onaangepaste liedjes maken. Ik vind het een prachtige plaat. Vooral ‘For Veronica’s Sake’, waarin Alice Cooper zingt dat hij de drank wil afzweren voor zijn neurotische kwijlende kwispelende hondje Veronica, dat niets begreep van de ochtendlijke wandelingen die niet werden gemaakt en de zweterige huiveringwekkende angstpsychosen die werden uitgekermd op het balkon. Ook ik heb toen ik nog dronk steekjes laten vallen op dat vlak. Dat ik mensen heb geschoffeerd en geschopt en vernederd en gebeten in hun gezicht en aangevallen met tapijtscharen en kettingzagen en verkeerspalen, dat heb ik mezelf allang vergeven. Maar dat ik soms te dronken was om mijn onschuldige hondjes stimulerende hondenpuzzels en aromatische buxushagen aan te bieden om respectievelijk op te lossen en tegen te pissen, dat blijft aan me knagen. Volgens kleurloze literatuurwetenschappers uit Dresden en Hoorn mag een schrijver nooit uitweiden over zijn huisdieren want dat is altijd smakeloos. Maar Paul Auster, Remco Campert, T.S. Eliot en Herman Brusselmans hebben die regel aan hun laars gelapt en het heeft hun geen windeieren gelegd. Terug naar Alice Cooper: mijn favoriete album is ‘DaDa’. Op de hoes staat het speelse verbluffende werk ‘Slavenmarkt met de verdwijnende buste van Voltaire’ van de gewiekste mercantiele megalomane surrealistische schelm Salvador Dalí, wiens boek ‘Mijn leven als genie’ grote indruk op me maakte tijdens mijn eerste vakantiejob in de stoffige, zelden gefrequenteerde handtassenwinkel van de groteske zwaarlijvige genereuze kalende Tunesische Madame Hatsj, die veertien profetische ara’s, vijftien chagrijnige alpaca’s en 27 imbeciele Moldavische schandknapen bezat. Mijn leven is geen hel. Ik heb vijf stokken en een rebelse moeder, en er woont sinds kort een kwieke gepensioneerde stierenvechter in de straat die mijn grillige clitoris op handen draagt.

Dichteres Delphine Lecompte bericht enthousiast over drankmisbruik, baldadigheden en amoureuze perikelen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234